Kijk-in-de-kerk (1)

Humor, heibel en hoop voor de wereld: praktijkverhalen uit de kerk


tanden in de hemel?

In de hemel mag je snoepen wat je maar wilt. Daar hebben je tanden dan helemaal geen last van. De juffrouw van de begrafenisonderneming vertelt het in alle ernst.

We hebben zojuist mooi en eerlijk afscheid genomen van een oude vader. Ik werd er als dominee bij gevraagd “omdat ze hem ook nog wat mee wilden geven”. Hij was tenslotte altijd lid van de kerk geweest al deed hij er niks meer aan. Het was zorgvuldig zoeken geweest om een afscheidsvorm te vinden die recht deed aan alle verschillende opvattingen daarover in de familie. Zijn kinderen en kleinkinderen haalden herinneringen op, er was verdriet en gelach, een kaars, een gebed en een zegen. Ik zag achterkleinkinderen ernstig het Onzevader meebidden en alles was zinnig en zingevend.

Maar toen zou de juf van de uitvaartonderneming het dankwoord namens de familie uitspreken. Helaas, had ze het daar maar bij gehouden. Er moest nog wat voor de kinderen, blijkbaar. Ja, anders begrijpen ze het niet. En zo kregen we te horen dat er gesnoept mag worden in de hemel. De waxinelichtjes hadden we buiten de deur weten te houden – haar onderneming staat erom bekend – de familie hield er gelukkig ook niet van. Hun chaotische dragers in de vorm van hippe studenten hadden we deze keer niet nodig. Maar sta nooit het laatste woord af aan de uitvaartbegeleider. Als de kerken er zelf niet voor zorgen dat het geloof als kinderachtig overboord gezet moet worden, dan doen moderne uitvaartondernemingen het wel.

Na het praatje over de snoep werden de kleinkinderen in een kring gezet voor een laatste groet en moesten ze elkaar een hand geven – de muziek werd voor de derde keer op herhaling gezet. Sommigen wilden zich onttrekken, maar de dame in paarskleurige design suit nam ze vriendelijk en dwingend bij de hand. De boosheid genas me van mijn slappe-lach neigingen. Rouwende mensen zijn weerloos tegenover de dwang van een rouwdeskundige. Niet dat dominees dat vanzelfsprekend begrijpen. Daar zijn nu juist de uitgewogen rituelen en rituele woorden voor: om ons te behoeden voor het geweld van goede bedoelingen. Wat werkelijk wijs is en kostbaar, dat moet toch iedere keer weer opnieuw ontdekt en veroverd worden. Ook door uitvaartjuffrouwen.

 

What's in a name?
Hoe hebben jullie je zoon genoemd? vraag ik. Robert Steven Paul, antwoorden ze tegelijk. Even is het stil. Ver weg hoor ik een scheepshoorn. Het klinkt als een klaroenstoot. Een naam is niet zomaar een naam.

Het stel zit er trots en onwennig bij. Ik ken de vader al sinds zijn kinderkerk-tijd. Een drukke, debatterende knul, altijd in voor filosofische discussies. Nu is hij rustig, uitgerond zou je haast zeggen, hoewel hij nog steeds broodmager is. Net alsof er meer van hem aanwezig is. Kabod, constateer ik. Dat onvertaalbare hebreeuwse woord dat gewicht en glorie tegelijk betekent. De glorie van God is de levende mens.

Een mooie naam, zeg ik. Hoe kwamen jullie erbij om hem zo te noemen? Paul is naam van mijn grootvader, zegt hij. Ik heb altijd een speciale band met hem gehad en hij is vorig jaar overleden, net voordat zij zwanger werd. Ik knik. Dat heb ik vaker gehoord. Het is een natuurlijke manier waarop generaties zich met elkaar verbinden. Vertel eens over je grootvader, vraag ik. Waarom wil je dat je zoon net zo heet?
Hij vertelt over zijn humor en tolerantie voor mensen van allerlei geloven. Dat vind ik belangrijk, zegt hij.

En Robert Steven? Dat klinkt stoer, zegt zij. Wat heb je met stoer? vraag ik. En voordat ik er erg in heb, belanden we in een verhaal over pesten op school en weerbaarheid en overleven. Soms gaat dat zo, op doopgesprek. De naam die mensen voor hun kind uitzoeken, heeft altijd te maken met hun eigen waarden en geschiedenis. Ook al is het een MTV-naam, dan nog vertegenwoordigt het iets waar ze waarde aan hechten - en dat zegt iets over henzelf en hun eigen levensverhaal.

Een doopgesprek gaat nooit alleen maar over de organisatie van een kerkdienst, of over wat dopen precies betekent. Dooppastoraat gaat erover dat Gods glorie zichtbaar wordt als mensen voluit tot leven komen - kinderen, en ook vaders en moeders.

  

mooi dood

 Ze ligt er mooi bij, zegt de huisarts, alsof ze rust gevonden heeft. Ja, zeg ik, maar wel erg dood. Ik kijk naar het gezicht van mijn moeder en herinner de handdoek die haar kin in een acceptabele stand moest houden, en de vingers van mijn verpleegster-schoonzus die de mondhoeken omhoog duwt - 'dat ziet er prettiger uit.' Wat de lijkverzorgers daarna deden, daar wil ik maar niet teveel aan denken. Maar het is waar: ze ligt er mooi bij. Wij krijgen daar in ieder geval rust van.

De laatste maand hebben mijn twee broers en ik samen met mijn vader en schoonzus dag en nacht voor mijn moeder gezorgd, toen ze met terminale kanker uit het ziekenhuis kwam. Na een jaar van pijn en getob eindelijk de juiste diagnose en adequate pijnbehandeling, maar wel rechtstreeks op weg naar de dood. Mijn ict-broer kreeg volledig zorgverlof, mijn schoonzus mocht eveneens 100% doorbetaald voor haar schoonmoeder zorgen. Dominees hebben geen zorgverlof in hun arbeidsvoorwaarden. Ze mogen voor iedereen zorgen behalve voor hun eigen moeder. Gelukkig had ik net vakantie.

Behoed mij voor een plotselinge dood, zo gaat een eeuwenoud christelijk gebed. De wijsheid hiervan is me wel duidelijk geworden. Het werd een kostbare maand. Er was tijd om afscheid te nemen van alle familie, kinderen en kleinkinderen, vrienden en buren, tijd om grapjes te maken en verdriet te hebben, om herinneringen op te halen, tijd om te spreken over de dood en hoe zou het zijn. Ze was het er helemaal niet mee eens dat ze dood zou gaan, het was nog veel te gezellig. Maar ja, wat moet, dat moet.
Ze gaf zich over aan onze verzorging en wij deden wat nodig was alsof het nooit andersom was geweest. De kleindochter van vijf kondigde aan dat ze elke dag een mop zou komen vertellen totdat ze dood was.

En toen was het zover. Met de hand van mijn vader op haar hoofd blies ze haar laatste adem uit, in de intimiteit van hun eigen kamer, als een laatste geschenk voor hem. In het gesprek met de dominee over de begrafenisdienst vroeg ik hem om het lichaam te zegenen, zoals dat in mijn eigen kerk gebruikelijk is. Hij had het nog nooit gedaan, maar dat kon wel.

Voor mij is het een belangrijk ritueel van de kerk.  In dit lichaam hebben wij haar gekend en liefgehad en heeft zij ons gekend en liefgehad. Dat mag van begin tot eind, van doop tot graf, onder de zegen van God staan. Het Woord is vleesgeworden en daarmee is ons lijfelijk bestaan geheiligd, zo zingt de oosterse kerk met Pasen. Alles doet mee in het geloof, zelfs de meest lichamelijke kanten van het sterven en dood zijn. Dat is er écht mooi bij liggen, zelfs als je dood bent. Haar nagedachtenis zij tot zegen.


ziekenzalving
Wat bid ik voor een zieke? Ik bid om genezing, om draagkracht én om het verstaan van de mogelijkheden die klinken midden in de ziekte, alledrie. Dat is wat gebed doet: het ont-dekt wat verborgen is: de goedheid van God te groot voor het geluk alleen.
Het is de laatste gebedsdienst. Na de zomer wordt de kerk gesloten en zullen we een nieuwe manier moeten vinden om  deze diensten voort te zetten. Meer dan dertig jaar is hier voor mensen gebeden, zijn er zieken gezalfd en werden brood en wijn gedeeld, zittend aan de unieke kerkbrede avondmaalstafel. Straks is die verkocht of afgebroken, de tafel past niet in ons nieuwe onderkomen.
Maar ja, zo gaan die dingen, zeg ik spijtig tegen mijzelf.

In de vijftien jaar dat ik hier aan meewerk, zijn er tientallen commissies uit het land wezen kijken. De kerk moet wat met genezingen, maar dan wel graag op een manier die geen slachtoffers maakt en van God een afgod. Daarom zijn het geen genezingsdiensten maar brede liturgische vieringen, met ruimte voor Woord en Tafel, kaarsjes aansteken, mediteren bij ikonen, voorbede en zalving. Ingebed in het gewone kerkelijke leven met ziekenbezoekers die persoonlijk kontakt leggen. Geen opgeklopt gebeuren met een Bijzondere Genezer, maar ruimte om met je ziekte aanvaard te worden en verbonden met elkaar in lief en leed.

Wat bid je voor een zieke? Ik geloof niet in een sinterklaasgod die onze verlanglijstjes honoreert als we maar genoeg geloof hebben. Niet dat ik nooit een wonderlijke genezing heb meegemaakt. Psycho-somatische aandoeningen als rugpijn, eczeem, chronische hoofdpijnen, vaak genoeg heb ik verbetering gezien. Dat kan ik nog wel begrijpen met mijn westerse denkkaders.

Maar een enkele keer paste het niet in wat ik denk. Er was eens een doofgeboren vrouw die ineens geluid begon te horen toen er voor haar gebeden werd. Ik keek recht in haar gezicht toen het gebeurde en ze schrok zich wezenloos. Haar moeder vertelde later dat ze spraaklessen aan het nemen was, want spreken had ze nooit geleerd. Ik snap niks van dat soort genezingen maar ik zal dus niet ophouden om voor een zieke om genezing te bidden. Elke genezing, hoe die ook plaatsvindt, is een reden voor dankbaarheid voor ons allemaal.

Maar genezing is breder dan gezondheid. Goed kunnen leven met je kwaal is ook een geschenk. Of een relatie die opent - of soms één die sluit. Werk dat je vindt of verdriet dat je leert dragen. Vergeving kunnen geven of ontvangen. Heelheid is niet de afwezigheid van gebrokenheid maar kan het omvatten - en dat is ware en blijvende genezing.

Wat bid ik voor een zieke? Ik bid om genezing, om draagkracht én om het verstaan van de mogelijkheden die klinken midden in de ziekte, alledrie. Dat is wat gebed kan doen:  ont-dekken wat verborgen is: de goedheid van God te groot voor het geluk alleen. Die wijsheid mag voelbaar worden door alles wat er in deze dienst gezegd, gezongen en gedaan wordt.

In de gebedsdienst worden zieke en gezonde mensen met elkaar verbonden. Dat is helend voor beiden. Misschien ligt daar wel de bijzondere kracht van deze vieringen. Gezonden zijn altijd veel moeilijker te genezen dan zieken... 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.