PAASICONEN



DE VOETWASSING


Het is een drukte van belang op deze kleurrijke icoon. Petrus ontbloot zijn spillebenen om zich de voeten te laten wassen. Want anders, zegt Jezus, heeft hij geen deel aan hem. Petrus heft daarop in een dramatisch gebaar zijn hand omhoog, ´Dan niet alleen mijn voeten maar ook mijn handen en mijn hoofd!´

Jezus wast zijn voeten met een opvallend witte doek die als een band stevig om zijn middel gebonden zit. Hij maakt zichzelf tot de gevangene, de slaaf van zijn leerlingen.

Deel hebben aan Jezus is toestaan dat hij zich aan ons vastketent. Dat voelt soms als een lastig blok aan je been. Maar het is het geheim van een zuiver leven en ware vrijheid, voor het aangezicht van God. Op de ikoon zien we dan ook dat  het voorhangsel van de tempel opengeschoven is.


DE BEWENING VAN CHRISTUS

 

Alles lijkt plat, horizontaal en doods te zijn op deze ikoon: de zware dwarsbalk van het kruis, Jezus - en Maria, Johannes en Jozef van Arimathea die zich in verdriet diep over hun vriend en Heer buigen. Alleen de grimmige rotsen steken  triomfantelijk omhoog, met rechts het donkere gat waarin het lichaam van Jezus zal verdwijnen. De grond is gebarsten en staat op het punt onder de voeten van de leerlingen weg te zakken.

Toch is er ook een opgaande beweging. Onder de liefdevolle aandacht van de leerlingen lijken het hoofd en de handen van Jezus zich iets op te heffen. Hij ligt op een kleed dat de ovale vorm heeft van de mandorla, dat is het aureool dat hem omstraalt op de verrijzenisicoon.

Liefde overwint de dood. Als de tranen van de leerlingen hun ziel schoon hebben gewassen, zullen ze dat zien.


BALSEMDRAGENDE VROUWEN

 

Op Paasochtend buigen de vrouwen zich zorgzaam over het graf van Jezus. De rots achter hen buigt mee. Want als je in rouw bent, lijkt de hele wereld dat te zijn. Ja, je kunt zelfs boos worden wanneer je ontdekt dat de wereld in werkelijkheid verder draait alsof er niets gebeurd is.

De vrouwen zien geen lijk, alleen de windsels waarin zijn lichaam gewikkeld was. Als de lege cocon die achterblijft wanneer de vlinder is weggevlogen, vertellen die witte doeken dat hij is opgestaan. Ze lijken op het kleed van de engel die laconiek op de steen zit die de toegang tot het graf afsloot. Evenals de engel een boodschapper van God is, zijn de doeken dat. Ze verkondigen dat de voor het oog verdwenen Heer op een nieuwe manier leeft. De tekenen van zijn afwezigheid in ons leven zijn als de lege windsels die zijn aanwezigheid op nieuwe wijze aankondigen.

  

Ikonen: P.v.Borselen

Tekst: J.-J.Suurmond

 

 


Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.