DRIE-OP-VRIJDAG (5)


46. Sajidah Abdus Sattar

 Begin deze maand heb ik op deze plek joden en christenen verschillende vragen voorgelegd die samengevat kunnen worden als: "Wat weerhoudt u ervan ook de Koran te erkennen als goddelijke openbaring en Mohammed als een profeet?"

 In respons ontving ik vele brieven met antwoorden die varieerden van verwijzingen naar misdragingen van moslims ‑ de veel voorkomende verwarring van menselijke tekortkomingen met het religieuze ideaal ‑ en voorzichtige pogingen tot verzoening. Een sympathiek stuk van professor Wessels verscheen op de podiumpagina van Trouw en in een ander blad stond een denigrerend artikel over de Koran. Mijn partnercolumniste, Marianne Vonkeman, presenteerde in haar bijdrage een pakkende symboliek. De aanwezigheid van God is als een rivier die onder de werkelijkheid stroomt en die door middel van putten ‑ dat wil zeggen godsdiensten ‑ kan worden aangeboord. De vraag is of er wel een werkelijkheid is buiten God. Ik ben het met haar eens wanneer zij zegt dat de diverse religies eik hun eigen karakter hebben en ' niet inwisselbaar zijn.

 Maar ik ben verbaasd wanneer zij zegt wat zending voor haar betekent: in een dialoog elkaar wederzijds verrijken. Is dat te verenigen met de gebruikelijke betekenis van dat woord en met de geschiedenis van de christelijke zending? In hoeverre is zending los te maken van betweterigheid en het opdringen van culturele paradigma's? Ook bij moslims is een dergelijke houding niet onbekend. Helaas, zelfingenomenheid en arrogantie blokkeren vaak aan beide zijden de dialoog. Maar als wij willen ontsnappen aan excessen in naam van deze of gene religie, dan is verbetering van de onderlinge verstandhouding van levensbelang. Zijn we zo verzadigd van televisiebeelden dat we niet meer in staat zijn om te leren van wat we zien? Of staren we ons zo blind op het vermeende eigen gelijk dat wezenlijke godsdienstigheid geen inspiratie meer biedt?

 De Koran laat er geen twijfel over bestaan dat joden, christenen en moslims dezelfde ene God erkennen. "Zegt: Wij geloven in Hem die aan ons en aan u openbaringen heeft gegeven. Onze God en uw God zijn één en aan Hem hebben wij ons overgegeven" (K.29/47). Misschien is het niet genoeg bekend dat in de Koran joden en christenen als de 'mensen van de schrift' worden opgeroepen ieder hun eigen openbaringen te volgen (K.3/64 en 5/65). Telkens wanneer ik het onderwerp van wederzijdse erkenning aankaart, proef ik de angst bij mensen dat zij hun eigen visie en identiteit op zouden moeten geven. Alsof het erkennen van de ene openbaring de waarde van een andere teniet zou doen. Alsof Gods vermogen om Zich te openbaren tot één versie beperkt zou zijn. In de woorden van de Koran: "Al waren alle bomen op aarde pennen en de zee, aangevuld met nog eens zeven zeeën, inkt, dan nog zouden Gods woorden niet uitgeput zijn, want God is machtig en wijs" (K.31/27).

 Twee briefschrijvers concludeerden dat een van mijn vragen de meest wezenlijke is: wie er, behalve God, bevoegd zou zijn om het waarheidsgehalte van religies te beoordelen. Aangenomen dat de Schepper alwetend, liefdevol en alomvattend is, hoe kunnen wij ons dan aanmeten te mogen bepalen welke visioenen, geschriften en godsdienstige wegen verkeerd en waardeloos zijn? Staat een dergelijke trots niet haaks op wat wij geloven over God? In plaats van onze energie te besteden aan het veroordelen en tegenwerken van elkaar, zouden wij er beter aan doen te werken aan meer waarachtigheid ten aanzien van onze eigen idealen. Een dialoog die daarop is gebaseerd en op het erkennen van de gemeenschappelijke basis van alle drie de godsdiensten belooft vruchtbaar te zijn. Dat is de weg die in de Koran wordt aangegeven.

 "Zeg: 'O mensen van de schrift (joden en christenen), kom tot een formule waarover wij het eens zijn. Dat wij alleen God dienen en niets aan Hem gelijk stellen en wij onderling geen heren erkennen behalve God'. Maar als zij zich afwenden, zeg dan: 'Wees er getuige van dat wij ons (aan God) hebben overgegeven"' (K.3/64).

  

47. Marianne Vonkeman

 Ik heb mijn buik even vol van de godsdiensten, inclusief mijn eigen religie.

De christelijke vastentijd begon afgelopen woensdag. Onze kerk vierde deze zogeheten Aswoensdag samen met de katholieken. We ontvingen een askruisje op ons voorhoofd. De as is afkomstig van de verbranding van de palmtakken van vorig jaar Palmzondag. Het ritueel symboliseert de dubbelheid waarmee wij God en zijn Gezondene verwelkomen: "Hosanna! Kruisig Hem!". We zeggen wel dat we naar God en het goede verlangen, maar ons handelen staat hier maar al te vaak haaks op. Het askruisje drukt voor mij de ambivalentie uit van alle godsdiensten.

"Vrouwen zijn buitengesloten geweest van het voortbrengen van symbolische systemen en het interpreteren van de geschiedenis", zegt speciale VN-rapporteur Mw. Radhika Coomaraswamy. Ze presenteerde vorige week een eerste (80 pagina's) verslag over het wereldwijde geweld tegen vrouwen. Trouw misplaatste het berichtje erover op een binnenpagina.

 "Laten we onderling geen heren erkennen behalve God", zegt de Koran, net als de bijbel. Ik ontvang een askruisje en rouw om de vrouwen in Bosnië en Soedan die massaal gedwongen worden hun ras te "veredelen" door kinderen van hun overheersers te baren. Geen man kent een dergelijke schending van de eigen persoon.

Ik ontvang een askruisje en rouw omdat de kerk waar ik te gast ben nog steeds vrouwen van priesterfuncties uitsluit. (30 jaar geleden waren er ook nog geen vrouwelijke rabbijnen en nauwelijks vrouwelijke predikanten.) In de vastentijd leef ik toe naar het gedenken van het sterven en opstaan van Jezus. En ik rouw omdat er in mijn eigen kerk nog steeds mensen zijn die dit pas vroom kunnen vieren als er geen homofielen meedoen.

 "Laten we onderling geen heren erkennen behalve God" zegt de Koran. Het is niet in de naam van Christus dat er nu zo'n 100 miljoen vrouwen besneden rondlopen - of schuifelen. En over 5 jaar zijn er nog 10 miljoen bij. Maar wel werden er in Christus' naam minstens 11 miljoen vrouwen als heksen vermoord. In naam van het christendom werden lange tijd pijnstillende middelen aan barende vrouwen onthouden omdat God hun pijnen zou hebben verordineerd. Het jodendom kende een officieel gebed waarin mannen dankten dat ze niet als vrouw geschapen waren. Toegegeven, realistisch is dat gebed wel in een wereld waarin het merendeel van de moorden op vrouwen door een mannelijke geliefde wordt gepleegd; in de VS vorig jaar net zoveel als er in India door sati, weduwenverbranding, het leven lieten. De les is: de meest levensbedreigende relatie die een vrouw kan aangaan is een intieme verhouding met een man. Werkelijk een goed idee van het kabinet om de subsidies op Blijf-van-m'n-lijf-huizen af te schaffen...

 Vanuit de pijnlijke ervaringen van vrouwen gezien zijn de godsdiensten beslist gelijkwaardig. Zou het komen doordat hun stichters Mozes, Jezus en Mohammed mannen waren?

Ik weet het eigenlijk niet. Het boeddhisme in China kent geen goden. Maar honderden generaties Chinese mannen vonden erotisch genot in het op rottende voeten voorhobbelen van hun vrouwen. De vele godsdiensten in India hebben niet voorkomen dat er vandaag 30 miljoen meisjes minder zijn omdat de voorkeur voor of na hun geboorte uitging naar een zoon.

Het rapport noemt machtsongelijkheid en de (door mannen vormgegeven) visie op mannelijke en vrouwelijke sexualiteit als structurele hoofdoorzaken van het geweld. Wie is bevoegd om het waarheidsgehalte van religies te beoordelen?, vraagt Sajidah terecht. In ieder geval de vrouwen die er het meest onder lijden, zou ik zeggen.

 Vastentijd. Ik heb m'n buik vol van hoge heren met heilige boeken. Waarom ben ik nog godsdienstig? Als ik lang genoeg vast, dan weet ik het misschien weer.

  

48. Awraham Soetendorp

 De rechtvaardigen uit de volkeren staan op precies dezelfde hoogte voor God als de rechtvaardigen van het joodse volk. Zo luidt een oeroude uitspraak uit de mondelinge leer.

 Hoe vaak heb ik niet aan mensen, die kwamen verklaren dat zij tot het joodse geloof wilden overgaan, uitgelegd dat hun ziel niet gered wordt als zij joods worden, dat ze er geen beter mens van worden en dat zij beter in hun eigen religieuze traditie kunnen blijven om van daaruit hun liefde voor het jodendom te uiten. Slechts wanneer de overgang tot het jodendom een existentiële noodzaak is geworden, slechts als zij niet meer kunnen leven dan als jood, kunnen zij na jarenlange studie en integratie tot het jodendom toetreden.

 Dit advies geef ik niet uit praktische overwegingen, omdat het onmogelijk zou zijn voor een gedecimeerde joodse gemeenschap veel proselieten op te nemen. Een probleem is het overigens wel: in Nederland doet zich het fenomeen voor dat bij mij en mijn collega's zich eik jaar vele honderden met deze vraag melden. Ik ben ervan overtuigd dat ais ik op deze plaats een oproep zou doen aan allen die dit overwegen om onze joodse gelederen te komen versterken en zou verklaren dat de poorten van synagoge wijd open zijn, dat dan vele duizenden per jaar positief zouden reageren. In geen enkel ander land is de drang om tot het jodendom toe te treden zo groot. Het heeft met de geschiedenis te maken en wellicht ook met het schuldgevoel dat rondwaart in het land waaruit het grootste percentage joden naar de doodskampen is weggevoerd. Maar uiteindelijk tracht ik uit principiële overwegingen aan potentiële proselieten duidelijk te maken, dat zij beter bij hun eigen traditie kunnen blijven. ik doe dat op grond van mijn overtuiging, dat er meer wegen naar de waarheid zijn, dat wij allen wandelen naar de berg van God, maar ieder met zijn eigen gedachten.

 In dat opzicht ben ik het geheel met Sajidah eens. Wij dienen de goddelijke oorsprong van elkaars religieuze tradities te erkennen. Er zijn meer bronnen van openbaring dan mijn eigen geloofsovertuiging. Dat geldt zeker voor de Koran. Ik repecteer mijn moslimzusters en ‑broeders als biddend tot dezelfde God, zonder dat ik mij hoef te verenigen met alle elementen van de godsdienstfilosofie of ‑praktijk. Ik noem Jezus van Nazareth mijn joodse broeder, terwijl ik bots op sommige nieuw‑testamentische interpretaties van zijn leer.

 Juist om het klimaat te creëren waarin wederzijds respect en de bereidheid om van elkaar te leren ‑ zonder angst voor de geheime agenda van bekering ‑gedijen, pleit ik voor een moratorium op actieve zending. Er zijn in dit tijdsgewricht bijzondere redenen om tot ‑ althans een tijdelijke opschorting van zendingsprogramma's over te gaan. Onze huidige samenleving wordt geteisterd door broeder‑ en zustertwisten (hoewel ik erken dat de meeste conflicten door mannen en niet door vrouwen worden aangescherpt). Vaak nemen die twisten de gruwelijke gedaante van godsdienstoorlogen aan. De gezamenlijke aankondiging van een moratorium op zending door de wereidgodsdiensten zou in zichzelf de erkenning inhouden van elkaars religieuze tradities en de angst wegnemen voor overheersing door de ander.

 Er zijn in deze verkiezingstijd schrille stemmen hoorbaar geworden, die zich keren tegen een muiticulturele samenleving, die ontkennen dat er een verrijking uitgaat van het met elkaar leven van verschillende culturele en religieuze tradities. Daarbij hoort het te allen tijde benadrukken van het nationale eigenbelang als uiteindelijke maatstaf voor ons handelen als natie. Het is aan de godsdiensten om voor eens en altijd duidelijk te maken dat er universele doeleinden zijn, zoals de bestrijding van honger en ziekte, die nagestreefd dienen te worden, zelfs wanneer zij in botsing komen met het nationale belang. Voorwaar Sajidah en Marianne, een ontzagwekkende maar niet onmogelijke taak, in dialoog.

  

49. Sajidah Abdus Sattar

 Wie is er tevreden met de wereld van nu? Criminaliteit en sociale ongelijkheid in Nederland, en elders nog erger: oorlog en geweld. Awraham Soetendorp schreef over de bestrijding van honger en ziekte wereldwijd en Marianne Vonkeman stelde onderdrukking van vrouwen aan de kaak. We kunnen er niet om heen; godsdiensten hebben gefaald in het oplossen van onze problemen en hebben vaak bijgedragen aan de ellende in deze wereld. Of gaat het daarbij wel echt om de godsdiensten?

 Laten we even veronderstellen dat het wezen van godsdienst vooral te maken heeft met spiritualiteit, zingeving en ethiek. Dan zijn dogma's, tradities en rituelen, hoe interessant ook, niet de essentie ervan, maar slechts hulpmiddelen. Ze helpen ons ‑ ieder vanaf een eigen uitgangspunt het doel van ons bestaan te bereiken. Spiritualiteit is universeel en niet beperkt tot één bepaalde religie. Over tweedehands informatie kan worden geredetwist, maar directe ervaring bewijst zichzelf. Alleen wie verstrikt is geraakt in de verpakking van godsdienst levert nog strijd voor een sektarisch gelijk. Het is dan ook niet uit de essentie van de godsdienst dat misbruik van macht voortkomt. Geen inhoud zonder vorm, dat is waar. Maar verwar ze niet met elkaar en gooi ook niet met de verkreukelde verpakking, het eigenlijke godsgeschenk weg. Zonder spiritualiteit zouden we verdwalen in deze wereld en vooral in onszelf. Godsdienst is als een krachtig medicijn, met zo nu en dan wat bijwerkingen.

 Juist omdat godsdienst mensen zo diep raakt en het zo'n sterke motiverende kracht is, blijkt misbruik ervan aantrekkelijk te zijn. Of het nu gaat om fanatici die in naam van de barmhartige God vrouwen mishandelen en andersdenkenden vervolgen of om mensen die zich zo uitverkoren voelen dat zij zich niets gelegen laten liggen aan de rechten van andere groepen. Of het gaat om mannen met grootheidswaanzin die hun tirannie legitimeren vanuit een religie of om de deprimerende cultus van schuld en zonde waardoor een groot deel van de mensheid verdoemd zou zijn. De excessen van een andere religie worden gemakkelijk ais bedreigend ervaren, maar wie herkent de dreiging die van de eigen gebruiken uitgaat? Moskeeën, tempels, kerken en synagogen; in de ogen van de buitenstaander zijn veel godsdienstige tradities vreemd en irrationeel. Maar betekent dat dan ook dat ze onzinnig of schadelijk zijn? Kunnen godsdiensten maar beter worden afgeschaft?

 Ik denk dat we niet de godsdiensten als zodanig moeten beschuldigen, maar de mensen die er misbruik van maken en het vaandel van hun religie gebruiken voor oneigenlijke doeleinden. Zoals ik de Koran lees, voedt de islam op tot godbewustzijn en op grond daarvan tot rechtvaardigheid en barmhartigheid. Ik weiger enige vorm van wreedheid, onderdrukking of terrorisme als islamitisch te erkennen, want egoïsme en bekrompenheid kunnen niet godsdienstig zijn. Evenmin berust, wat mij betreft, de schuld van kruistochten en koloniale zending bij het christendom, maar bij mensen die deze godsdienst misbruikten. Hetzelfde geldt voor andere religies.

 Ik protesteer tegen de ontheiliging van "Gods-dienst" (dienst aan God) door mensen die alleen zichzelf willen dienen. Ik klaag diegenen van de religieuze leiders aan, die in naam van hun godsdienst onrecht veroorzaken of tolereren. Ik roep iedereen die zich godsdienstig noemt op om zich te verzetten tegen haat en onderdrukking van andersdenkenden in naam van een religie. Ik teken protest aan tegen schijnheiligheid en arrogantie die in alle kringen voorkomen en die respect tussen mensen onmogelijk maken. Als mijn stem de enige is, zal niemand het horen. Maar ik vertrouw erop dat Awraham en Marianne hetzelfde doen en dan zijn we al met ons drieën. En misschien zijn er meer mensen die in eigen kring misbruik van religie aan de kaak durven te stellen, in de hoop dat godsdienst tenslotte toch een kracht voor rechtvaardigheid en verzoening zal blijken te zijn.

 

50.  Marianne Vonkeman

 Naar aanleiding van mijn stukje over het VN rapport over geweld tegen vrouwen, kreeg ik een brief van een boze meneer die mij van jaloersheid op mannen betichtte en zelfs het vermoeden uitsprak dat je als vrouw beter af bent. Ik geef toe dat volgens het scheppingsverhaal de hogere soorten het laatst werden geschapen, maar om te concluderen dat de heren nog niet helemaal af zijn, dat gaat me wat ver. Er was een lieve mevrouw die vond dat we vooral niet moeten vergeten dat mannen ook lijden. Naar mijn idee bestaat er weinig kans om ook maar hun minste pijntje over het hoofd te zien, maar het zij genoteerd. Verder vertelden of schreven velen mij hun bijval en stuurden allerlei eigen verhalen mee. Met name de afkeer van godsdiensten met hoge heren en heilige boeken bleek herkenning te vinden.

 Is de tijd voor de religies niet voorbij, zoals bijvoorbeeld Karen Armstrong meent? Het lijkt mij zinvol om deze vraag niet direct met ja of nee te beantwoorden. Er is een oude stroming in het christendom die de geschiedenis opdeelt in een periode van "de Vader" (tijd van wetten en regels), "de Zoon" (tijd van instituten) en een periode van "de Geest", waarin de godsdiensten opgeheven worden omdat de goede regels van God door zijn Geest in ieders' hart gegrift zullen zijn. Er zijn heel wat mensen tegenwoordig die menen dat de neergang van het institutionele gezag tevens deze derde fase inluidt. Wat niet wil zeggen dat het allemaal dan maar 'vanzelf' goed zal komen. De Geest van God is in de geschiedenis zowel mannelijk als vrouwelijk voorgesteld, dus dat zou in ieder geval een stap vooruit zijn..

 Het lijkt mij te simpel om te zeggen dat niet de godsdiensten maar de mensen schuldig zijn aan de negatieve gevolgen van godsdienstige gebruiken of dogma's. Sajidah noemt de vorm van een godsdienst de soms verkreukelde verpakking waarin het godsgeschenk tot ons komt. Dat is een mooi beeld. Maar de vraag blijft: wie bepaalt wanneer een verpakking verkreukeld is of niet? Zijn vorm en inhoud wel te onderscheiden? Hoort bijvoorbeeld een heilig boek (Tora, Evangelie, Koran) bij de vorm of bij de inhoud van het geloof? Hoe is dat in de islam? Zijn de mensen die T-shirts verbranden omdat er Koran-teksten opstaan met de vorm of met de inhoud van hun geloof bezig?

 Awraham ziet ons het liefst multi-cultureel en in eigen gedachten verdiept op weg gaan naar de berg van God. Iedere traditie heeft haar eigen openbaring, bekeringsdrang is uit den boze en het jodendom is voor de joden. De kerk waartoe ik behoor heeft in haar kerkorde van 1951 heel terecht 'zending tot Israël' vervangen door 'gesprek met Israël'. Dat was nog voor mijn geboorte, dus ik weet eigenlijk niet beter dan dat dit de wijze is waarop de kerk zich wenst te verhouden tot Israël (en hopelijk ook tot moslims). Toch roept Awrahams principiële weerstand tegen niet-joden die tot het jodendom over willen gaan vragen bij mij op. Het joodse volk is uitverkoren onder de volkeren voor de specifieke taak om de tora te onderwijzen, schreef hij eerder. (Is dat trouwens ook geen vorm van zending?) Mijn vraag is: hoe meent hij dat de tora volbracht kan worden zonder dat men deel heeft aan het warmkloppende hart van het geloof, de spiritualiteit? Zonder dat men de steun en inspiratie van een gemeenschap ervaart?

 Want dit is één van de redenen waarom ik voorlopig mijn eigen godsdienst met al haar tekortkomingen nog niet overboord gooi. Het zijn de mensen met wie ik samen een weg ga, die het met mij uithouden (zelfs de mannen..) en zonder wie mij de kracht zou ontbreken om te rouwen als het nodig is, woedend te zijn wanneer dat nodig is en feest te vieren omdat er zoveel moois en goeds is.

 

51. Awraham Soetendorp

 Een van de meest bevredigende ervaringen voor mij is het spreken op middelbare scholen. De belangstelling is waarachtig en intens. De reacties zijn zo bemoedigend. Deze scholieren stellen mij in staat om dit zo schrijnende bevrijdingsjaar met optimisme door te komen. In mijn lezingen leg ik ook de nadruk op de wenselijkheid om binnen het onderwijsrooster vertegenwoordigers van de verschillende spirituele tradities hun verhaal te laten vertellen. Het inzicht dat meerdere wegen voeren naar de waarheid versterkt de tolerantie en de bereidheid om zich in zetten voor een pluriforme samenleving.

 Onlangs kwam een leerling naar mij toe met een ongemakkelijke vraag. Hij was het geheel eens met de teneur van mijn verhaal en toch viel hij uit de boot. Voor hem bestond immers er maar één weg, één waarheid en die voerde naar Jezus, de Messias. Van hem kon toch niet verwacht worden dat hij zijn levensovertuiging zou wijzigen. Maar was hij met deze opvatting een sta‑in‑de‑weg van een tolerante samenleving? Hij raakt de kern van de zaak.

 Waarom propageer ik een moratorium op actieve zending? Wij dienen onszelf en elkaar na duizenden jaren van godsdiensttwisten op te voeden tot de aanvaarding van het feit dat mijn godsdienstige weg voor mij de enige mogelijke is, maar niet de enige die voert naar de waarheid. Het gaat natuurlijk niet om alles gelijkschakelend relativisme. Juist vanuit de versterking van de eigen identiteit stel je jezelf in staat meer de ander in waarachtigheid tegemoet te treden. Of om het in chassidische trant te zeggen: als ik ik ben omdat jij jij bent en jij jij bent omdat ik ik ben, dan ben ik niet werkelijk ik en jij niet werkelijk jij. Maar als ik ik ben omdat ik ik ben en jij jij bent omdat jij jij bent dan ben ik werkelijk ik en jij werkelijk jij.

 Ik heb van jullie, Sajidah en Marianne, nog geen reactie gehoord op mijn herhaalde oproep om te komen tot een tijdelijke opschorting van actieve zending. ik wil natuurlijk niet de weg afsnijden voor wie dan ook die op persoonlijke gronden, geheel uit zichzelf zich tot een andere godsdienst dan die waarin hij geboren is wil bekeren. Maar het gaat om de bestrijding van de arrogantie, de bron van zoveel onmin, dat mijn waarheid objectief de enige mogelijke waarheid is. Marianne, er is niets in mij dat wil dat jij de bron van kracht om te rouwen, woedend te zijn en feest te vieren over boord zou gooien terwille van de joodse spiritualiteit. Ik wil wel met hart en ziel de bronnen van het jodendom tonen, je mee laten laven aan de inzichten van de tora en ik doe dat met des te meer vrijheid en openheid omdat ik in het geheel niet het oogmerk heb jou te willen bekeren.

 Maar hoe kan de tora volbracht worden zonder dat m'n deelgenoot deel heeft aan het warm kloppend hart van het geloof, de spiritualiteit, vraag je. Moses Mendelsohn had daar een eenvoudig antwoord op. Er zijn opdrachten tot rechtvaardig handelen gegeven in de tora waartoe de hele mensheid wordt opgeroepen en er zijn rituele wetten en bepalingen aangaande het innerlijke spirituele leven die slechts door het joodse volk dienen te worden gehouden. In een belangrijk opzicht ben ik het met hem eens. Maar kunnen wij opdrachten tot rechtvaardig handelen volledig scheiden van de spiritualiteit ‑ de innerlijke kant van de handelingen, de bron, de bezieling. Ik betwijfel het. Jouw kerk, Marianne, heeft al in 1951 de zending tot Israël vervangen door gesprek mèt Israël, gelukkig. Een reuzenstap vooruit. Maar blijft het dan niet vaak steken in het spreken? Wat weten wij, wat voelen wij van de spiritualieit die ons voedt.

 Zouden wij in onze ontmoetingen niet veel meer aandacht moeten besteden aan de liturgie, de muziek, het ritueel, de meditatie, de dans, de nonverbale communicatie? Orthodoxe collega's hebben enige jaren geleden verkondigd dat joden en christenen niet samen kunnen bidden. Ik ben het daar niet mee eens maar heb wel moeite om gemeenschappelijke vormen van gebedsdienst te vinden waarin ik mij thuis blijf voelen. Hoe kunnen wij de spiritualiteit van elkaars geloven, Marianne en Sajidah, binnentreden zonder dat het de intimiteit stoort?

 


52. Sajidah Abdus Sattar

 Dialoog voeren is verdraaid hard werk; steeds weer nadenken over je eigen zekerheden en de vanzelfsprekendheden van anderen. Het vereist voortdurend luisteren naar je gesprekspartners en het steeds weer opnieuw verwoorden van je eigen visies. Vooral bij dat laatste stuit ik op heel wat weerstand en diepgewortelde vooroordelen. Een ontspannen, vanzelfsprekende acceptatie ontmoet ik niet zo vaak. Het merkwaardige is dat we aan de ene kant op zoek zijn naar iets herkenbaars ‑ desnoods iets negatiefs ‑ omdat daarmee de ander begrijpelijker, en dus minder beangstigend, wordt. Tegelijkertijd willen we onze specificiteit koesteren en de grenzen van wat eigen is verdedigen tegen het vreemde van de ander. De spanning tussen de hang naar vertrouwdheid en het als 'vreemd' definiëren van buitenstaanders vormt een moeilijk te overwinnen drempel wanneer we willen delen in elkaars spiritualiteit.

 In dat licht interpreteer ik de opmerking van Marianne Vonkeman, wanneer zij zegt dat zij haar eigen godsdienst niet overboord wil gooien. Niemand had dat van haar gevraagd. Het proces van dialogeren betekent niet een verwatering van standpunten of de vermenging van godsdiensten tot een kleurloze soep. Hoe dieper iemand geworteld is in zijn of haar eigen traditie, des te interessanter die persoon is als gesprekspartner.

 We praten met elkaar ‑ joden, christenen en moslims in Nederland ‑ en dat is uitstekend, ook al weten we vaak niet precies wat we ervan kunnen verwachten. We spreken vanuit onze godsdiensten, maar blijven daarbij ook ons individuele zelf. Gestandaardiseerde opvattingen worden gefilterd door eigen meningen en persoonlijke ervaringen. Ook wat ik schrijf komt voort uit wat ik zelf meemaak. Ik constateer dat de islam vaak slecht wordt begrepen en voel me geroepen informatie te geven. Een andere keer voel ik me persoonlijk en als moslim aangevallen en reageer dan defensief. We hebben allemaal zo onze tere plekken en het is niet meer dan fatsoenlijk om daar rekening mee te houden. Toch zal uiteindelijk alles besproken moeten kunnen worden. Awraham Soetendorp verwacht een nog duidelijker antwoord dan ik gegeven heb (op 3 februari) op zijn voorstel voor een moratorium op zending. Dus zal ik daar opnieuw op ingaan.

 Een officieel moratorium op zending is volgens mij praktisch gezien niet haalbaar. Niet alle godsdienstige groeperingen kennen een centrale instantie of een autoriteit die een dergelijk moratorium kan onderschrijven. De katholieken hebben hun paus en veel protestantse kerken zijn vertegenwoordigd in een Wereldraad, maar de meeste moslims erkennen geen menselijke autoriteit in geestelijke zaken. Met wie zouden dan afspraken moeten worden gemaakt? Bovendien, wat wordt er verstaan onder zending? Opdringerigheid, pressie en geweld zijn zondermeer af te keuren. In de Koran staat nadrukkelijk: la ikraha fi’d-dien 'Er is geen dwang in de godsdienst'(K. 2/255). Maar wie zou iemand verbieden over zijn of haar diepste overtuiging te spreken, zolang er ruimte blijft voor andere visies en meningen? Christenen hebben altijd al gemissioneerd. Het verkondigen van hun boodschap hoort, naar hun zeggen, tot het wezen van hun godsdienst. Kan er van hen dan verwacht worden dat zij dat principe loslaten, of kunnen we beter spreken over ethische normen waaraan men zich bij zending heeft te houden?

 Ik kan me voorstellen dat vooral joden die, zoals Awraham heeft uitgelegd, zelf geen bekeringsdrang hebben, de druk van anderen zeer storend vinden. Hetzelfde geldt ook voor moslims die, hoewel iedereen welkom is om toe te treden tot de islam, nauwelijks georganiseerde missionering kennen. Volgens de Koran is het bekeren van joden en christenen niet nodig, al wordt het betreurd dat zij Mohammed niet als profeet erkennen. Mijn voorstel is dan ook anders. Ik pleit voor wederzijds respect, matiging van zendingsmethoden en waardering voor de spiritualiteit in elke godsdienst.

 

53. Marianne Vonkeman

 Vandaag is het Goede Vrijdag. Het is de dag waarop Jezus riep: God, mijn God, waarom heb je mij verlaten? en hij stierf, gedood door religieuze en politieke machthebbers in Jeruzalem. Na hem zijn er duizenden joden geweest die deze dag leerden vrezen. Zij verborgen zich in hun huizen of in de bossen om uit handen te blijven van wraakzuchtige christenen. Vanavond in onze kerk mediteren we over het onschuldig sterven van Jezus, de jood wiens rechtvaardigheid bij één van zijn beulen de uitspraak ontlokte: "werkelijk, deze mens was een zoon van God." Vanavond horen we God klagen hoe Hij steeds weer goed doet aan ons en hoe wij iedere keer weer zijn goedheid met haat en verwerping beantwoorden. Alleen als wij ons door de aanblik van wat we aanrichten laten veranderen, wordt Jezus ónze Christus, ónze verlosser. Een vergeven zonde is een zonde die we niet meer doen. Zo is de kruismeditatie pas een spiegel als de hele geschiedenis, ons persoonlijke verhaal en al het onrecht wat er nu nog gaande is, er in te zien is. Niet om onszelf somber te maken, of een overdreven schuldgevoel aan te praten, maar om een kracht tot verandering, tot omkeer, in ons te bevrijden. Want het kan anders. Het kan zoals Jezus het deed. Omkeer en bevrijding vormen het hart van de spiritualiteit van Goede Vrijdag.

 Het lijkt me voor een jood - en misschien ook voor een moslim - vrijwel onmogelijk om deel te nemen aan de christelijke rituelen van dit Paasweekend. Daarvoor is er teveel onschuldig bloed gevloeid. Ik vind het verschrikkelijk dat het zo is. Ik hoop dat het ooit anders zal zijn. Alleen daarom al zou een moratorium op christelijke bekeringsdrang goed zijn. Maar, zoals Sajidah al schrijft, er is geen overkoepelende instantie bevoegd zoiets voor alle christenen te verordineren. Getuigenis afleggen van de rijkdommen die men in de eigen godsdienst gevonden heeft, dat lijkt mij wel een goede zaak. Dat is met hart en ziel elkaar de bronnen tonen en elkaar laven aan de inzichten van tora, evangelie, koran.

 Kunnen wij de spiritualiteit van elkaars geloven binnentreden zonder dat het de intimiteit stoort? vraagt Awraham. Of zonder verwatering of vermenging van godsdiensten, in Sajidah's woorden. (Het al dan niet overboord gooien van mijn godsdienst heeft niets te maken met de godsdienst-dialoog, zoals ze meende, maar met de verminkingen en tekortkomingen die ik in religies konstateer - maar dat terzijde).

Afgezien van de zware last van de geschiedenis die onbevangenheid bemoeilijkt, is dit binnentreden wel mogelijk zonder overname van de vormen die de geloofsbeleving dragen? Is het mogelijk om de geloofsbeleving van moslims werkelijk te waarderen (dat betekent: op waarde kunnen schatten) zonder deelname aan de rituelen?

 Awraham vindt, net als ik, dat de innerlijke kant, de bron van het handelen, niet gescheiden kan worden van de tora-opdrachten die ook voor niet-joden gelden. Maar wat moeten (of mogen) niet-joden dan met de rituelen, wetten en bepalingen die nou juist het innerlijke spirituele leven van het jood-zijn vormen?

In het jodendom is er een ritueel gebed, het kaddish, dat gezegd wordt na een overlijden. Tijdens een tijd van grote rouw in mijn leven was dit het enige gebed dat voor mij toereikend was. In mijn eigen traditie kon ik geen gebed zo diepgaand en rechtdoend vinden. Driemaal bad ik het en voelde mij verbonden met allen die deze woorden ooit spraken. Iedere keer was er meer licht. Op gedenkdagen bid ik het nog steeds. Toch voel ik er een zekere schroom over. Ik weet dat dit joodse gebed gezamenlijk gezegd dient te worden. Maar ik ben geen deel van een joodse gemeenschap. Wat vind je, Awraham, is dit een oneigenlijk gebruik van jullie traditie? Is dit inlijving of is dit verrijking?

 Er zijn een paar honderd leerhuizen waarin christenen zich oriënteren op het jodendom. En tientallen kerken nodigen momenteel moslims uit voor gesprek en kennismaking. Het valt te hopen dat deze kontakten zullen bijdragen aan een tijd waarin Goede Vrijdag ook een goede dag voor moslims en joden zal zijn.

 

54. Awraham Soetendorp

 Nauwelijks twee weken geleden wandelden Sira en ik door de straten van Jericho. Mijn aanvankelijke onrust was verdwenen en ik koesterde mij in de gastvrije bejegening van Palestijnse politie-agenten met wie ik ongedwongen sprak over de nieuwe toekomst van onafhankelijkheid. Om ons heen bouwactiviteiten en nieuw omgeploegde akkers, tekenen van bestendige vrede. Later in Jeruzalem beschreef ik Jericho waar naartoe Palestijnse en Israëlische ordebewaarders broederlijk naast elkaar het verkeer regelden als een eiland van belofte in een zee van geweld.

 Toen ik deze tekst naar Nederland aan het faxen was hoorde ik de berichten over de aanslagen bij Gaza via de harder aangezette radio. De volgende dagen werd Israël in rouw gedompeld om het verlies van weer jonge mannen en vrouwen en de wetenschap dat men zich uiteindelijk tegen deze vorm van zelfmoordgeweld niet kon wapenen. Hoop en wanhoop, zo dicht tegen elkaar dat zij in het gemoed elkaar blijvend aanraken. Jizhar Smilanski schrijft deze week: “Hoe is het mogelijk dat zij (de Palestijnen) zonder hoorbare tegenspraak de zelfmoordstrijd aanvaarden. Hoe is het mogelijk dat ze er niet tegen in opstand komen als een kind tot een bom wordt gemaakt...” Een samenleving die integendeel deze daad het toppunt van vaderlandsliefde beschouwt, kan geen gesprekspartner zijn.

 Deze verscheurde woorden van Jizhar dienen door Palestijnse leiders des te serieuzer genomen te worden omdat juist hij jarenlang hèt symbool geweest is van het zelfkritische Israël, dat bereid is tot het doen van territoriale concessies terwille van veilige vrede. In 1948, midden in de onafhankelijkheidsoorlog veroorzaakte hij een schok in de publieke opinie met de publikatie van het verhaal 'De gevangene'. Daarin hekelde hij de nodeloze gevangenneming en ruwe behandeling van een duidelijk onschuldige Arabische schaapherder. Hij schildert de vertwijfeling van de hoofdpersoon. “Laat hem gaan, waarom niet. Het is de enige menselijke daad... Hoe kan ik het doen. Trouwens, dit is oorlog en hij is van de andere kant, die tegen ons vecht. Maar is hij een soldaat? Was er een zwaard in zijn hand?” Jizhars verhaal werd toen verstaan als een pleidooi om ook in de oorlog de menselijke norm te handhaven. Nu doet hij vanuit nieuwe vertwijfeling een hartstochtelijk beroep op de geestelijke leiders van de islam om deze waanzin een halt toe te roepen. Ik weet hoeveel moed daarvoor nodig is. Maar zonder het tonen van die karaktervastheid is het vredesproces een reëel gevaar.

 Ik citeer uit een recent gedicht van een jonge Israëlische soldaat: “En wanneer mijn bloed de aarde van Palestina zal natmaken zullen mijn vrienden weten dat zij zich vergist hebben en zij zullen naar mijn ouders gaan om hen te troosten.” Sajidah, jij hebt natuurlijk gelijk dat een officieel moratorium op zending praktisch niet op korte termijn haalbaar is. Maar het gaat mij ook om het samen inslaan van de weg naar dit doel toe, vanuit de overtuiging dat er meer wegen naar de waarheid zijn. En het is op die weg van levensbelang voor het redden van het vredesproces dat door dragers van de islam op grond van het wederzijdse respect, dat het grondpatroon vormt van de Koran, protest wordt aangetekend tegen deze omkering van alle waarden van de religieuze overtuiging. Ik weet dat het gemakkelijk praten is vanaf de luxe veiligheid van hier en dat heldenmoed vereist is daar. Sajidah, laten we ons laten inspireren door onze wederzijdse inspiratiebronnen om hoop te behouden en naar verzoening te reiken.

 Een ontmoeting van drie religies die stammen van Abraham, in Jericho, tezamen met velen uit andere spirituele tradities in Jericho en Jeruzalem. Dat is mijn droom. Marianne, ik beschouw jouw keuze voor het kaddisj een verrijking, zoals het voor jou was, een versterking van jouw eigen persoonlijk gebed. Ik zou er echter problemen mee hebben als je dit gebed in de reguliere dienst zou plaatsen. Zo is het voor ons allemaal aarzelend aftasten van elkaars spirituele traditie. Maar we moeten het wel durven. Opdat vanuit die spiritualiteit de kracht wordt gevonden naar het leven toe, voorbij de destructie.

   

55. Sajidah Abdus Sattar

 Het is een tijd van gedenken en van vieren. Eerst krijgen we 4 en 5 mei, enkele dagen later gevolgd door het islamitische offerfeest. Bij de dodenherdenking en het bevrijdingsfeest is onze aandacht gericht op de afschuwelijke gevolgen van oorlog. Vanzelfsprekend gaat het op de eerste plaats om de vreselijke slachtpartijen, martelingen en moorden. Maar ook geweld dat niet fysiek van aard is, kan moordend zijn. Het machteloos gadeslaan van wreedheden, vernedering, onderdrukking, het verlies van individuele en collectieve vrijheid. En het is nog steeds niet afgelopen. Wie de nieuwsberichten volgt, weet van de steeds weerkerende waanzin van de mensen. Lang niet iedereen heeft een bevrijdingsfeest te vieren.

 En dan komt het islamitische offerfeest, dat mijns inziens even zeer door joden en christenen als door moslims betreft. Het is het feest van de unieke, persoonlijke relatie tussen God en mens. Ook al zijn we nogal eens geneigd Hem voor ons eigen karretje te spannen, God is niet het eigendom van een enkele groepering. In de Almachtige gaat universele aanwezigheid samen met intimiteit; een nauwe band, maar niet benauwend. Tegenover de gedwongen, vernederende overgave aan menselijke overheersers staat de vrijwillige, nederige overgave van Abraham en zijn zoon aan de barmhartige Heer. Daaraan ligt niet geweld, maar overtuiging en gehoorzaamheid ten grondslag. Ook Abraham is niet van slechts één godsdienst, maar is een voorbeeld voor alle mensen.

 In de Koran wordt verteld dat hij zijn familie verliet en op pad ging om zijn Heer te dienen. Eindelijk, na vele jaren, kreeg hij een zoon. En juist die zoon, zo werd hem in een visioen gevraagd, diende hij op te offeren. Hoe zou hij het de jongen vertellen? Hij zou een beroep kunnen doen op zijn vaderlijke autoriteit, maar dat zou een vorm van dwang zijn. In de Koran wordt het als volgt verteld: "Hij zei: "Mijn zoon, ik zie in een droom dat ik je zal offeren." Hij (de zoon) zei:"Doe wat u is opgedragen. Ik zal, als God het wil, geduldig zijn." En toen zij beiden hun overgave (aan God) beleden hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd, riepen Wij (God) hem toe: "Abraham, je hebt je visioen in vervulling gebracht. Zo belonen Wij hen die goed doen. Dit was duidelijk een beproeving." (K. 37/102‑106)."

 Het sleutelwoord in de Koran‑versie van het verhaalde is overgave ‑ in het Arabisch: ‘islam’. Daarmee wordt niet ‑ juist niet ‑ die ene specifieke religie bedoeld, maar het godsgeloof van Abraham. Gelovige joden en christenen worden in de Koran hoog gewaardeerd. Echter, de exclusieve aanspraak op de enige ware weg wordt gecontrasteerd met het fundamentele monotheïsme van onze aartsvader. Klaarblijkelijk in reactie op een discussie werd aan Mohammed deze richtlijn geopenbaard: "Zij zeiden: 'Wordt joden of christenen om u te laten leiden.' Zeg: 'Nee, de godsdienst van Abraham, de godzoeker; hij aanbad niets behalve God.'

 Maar zijn we tegenwoordig niet te diep teleurgesteld in godsdiensten en zijn we het idealisme niet moe? Wat hebben godsdiensten als oplossing te bieden voor de ziekelijke neiging tot verdeeldheid en de weerzinwekkende honger naar geweld die de mensheid blijven kwellen? De nieuwsberichten maken me haast moedeloos.

 En toch weiger ik de hoop op te geven. Ik meen wel degelijk een relatie te hebben met God en ik geloof ook nog steeds in mensen. Ook ben ik bereid te accepteren dat God ons niet bij wijze van tijdverdrijf heeft geschapen, maar met een bepaalde bedoeling. Hoe onbegrijpelijk het soms is, zelfs lijden en beproeving moeten een betekenis hebben. Bevrijding van de nazi's betekent niet automatisch echte vrijheid, want hoe kunnen we ons vrij noemen zolang we nog slaven zijn van onze eigen duistere trekken. Maar toch, hoera voor de vrijheid en hoera voor de kans op bezinning en de hoop op inzicht in de ware aard van vrijheid en lijden.

   

56. Marianne Vonkeman

 Bevrijdingsdag. Met dankbaarheid vier ik het feit dat ik niet in de Arische monocultuur van de nazi's opgroeide. Soms oefen ik mijzelf in het indenken van hoe dat zou zijn geweest, om even zelf te voelen hoe niet-vanzelfsprekend vrijheid is. Ik luister naar de verhalen van mijn ouders en proef hoe bang ze zijn geweest, toen, onder die vreemde overheersing. Deze angst beantwoordt mijn vragen: Waarom deed niet iedereen een jodenster op? Waarom ging niet iedereen in staking? Hoe is het mogelijk dat groepen binnen een bevolking zo apart gezet kunnen worden?

 Deze - ook nu nog actuele - vragen voeren me naar het zogeheten zondebok-mechanisme. Als de joden de nazi-haat aantrekken, laten ze óns met rust... Als we alle buitenlanders het land uitzetten, lossen de problemen van werkgelegenheid, vandalisme en drugsoverlast vanzelf op... Als mijn zus niet met zo'n man was getrouwd, hadden we nooit ruzie in de familie.. De problemen en moeilijkheden worden geprojecteerd op iets of iemand anders, de zondebok. Het verwijderen (of doden) daarvan lost de moeilijkheden op. Er moet iets plaatsvervangends geofferd worden om een 'hoger' doel te bereiken. En dat 'hogere doel' heeft altijd iets te maken met mono-cultuur.

 Op 9 mei begint het islamitische offerfeest. Het offer van Abraham wordt daarin herdacht. De "vrijwillige en nederige overgave van Abraham en zijn zoon aan de barmhartige Heer", zoals Sajidah het omschreef. In de islamitische traditie is het Ismaël, de zoon van Hagar die geofferd moet worden, de stamvader van de Arabieren. In de joodse traditie is het Izaäk, zoon van Sara, de latere stamvader van Israël, wiens leven door God gevraagd wordt. Dit offerverhaal is model geweest voor één van de christelijke interpretaties van de dood van Jezus: God de Vader offert zijn zoon voor het welzijn van de wereld. Jezus, die later de geestelijke 'stamvader' werd van allerlei volken, was de definitieve zondebok die een einde maakte aan dergelijke offerpraktijken. Tenminste, dat was de bedoeling....

 Nu gaat het mij niet om een abstracte discussie. Het gaat me om het godsbeeld achter dit offerdenken en om de uitwerking die dit heeft. Wat voor God vraagt de dood van je kind, zelfs al redt Hij hem op het nippertje? Wat voor God vraagt de dood van zijn eigen zoon? Dat is toch eigenlijk weerzinwekkend? Het lijkt me dat het klakkeloos navolgen van deze verhalen desastreuze gevolgen heeft. Als Abrahams - en Jezus' - nederige gehoorzaamheid op deze wijze tot voorbeeld van de gelovige wordt gesteld, leidt dat dan niet rechtstreeks tot kruistochten en zelfmoordcommando's en oorlogen om heilig land? Want daar ging en gaat het ook om opoffering voor 'Gods zaak'. En leidt het niet tot een slachtofferdom, waarin mensen als een 'lijdende knecht des Heren' zich niet verzetten tegen aangedaan onrecht of lijden dat hen overkomt?

 'Hoera voor de kans op bezinning en de hoop op inzicht in de ware aard van vrijheid en lijden', schrijft Sajidah. Het lijkt me van het grootste belang dat wij als joden, christenen en moslims nadenken over offers, plaatsvervanging en godsbeelden. De verhalen in onze tradities hebben onze culturen gevormd en ook misvormd. Tegelijk omspelen ze motieven die ouder zijn dan onze godsdiensten. De neiging om via een zondebok onze eigen problemen af te reageren of op te lossen is een oer-menselijk gegeven dat vandaag de dag nog even actueel is als in Abrahams tijd. Evenals de neiging om het slachtoffer-zijn tot identiteit te maken. Want er wordt heel wat misplaatst opgeofferd. Kinderen die de relatie van hun ouders in stand houden door inlevering van hun eigen identiteit. Vrouwen die hun eigen stem nooit vinden doordat zij zich wegcijferen voor hun gezin. Mannen die hun zelfrespect en hun gezondheid inleveren om hun baan te behouden. Wat is de prijs van de vrijheid? Wanneer is een offer een goed offer? En vooral: welke God dienen we?

 Geen mono-cultuur. Geen land van alleen ariërs die hun alles-verslindende Germaanse goden van een nieuw jasje voorzien. Godzijdank zijn we daarvan bevrijd. Of zijn we dat wel echt?

  

57. Awraham Soetendorp 

Op 5 mei 1945 liep mijn pleegvader Van der Kemp de keldertrap af naar het hulpgeroep buiten. Hij was gewoon te helpen, heel die oorlogsperiode door, met bonkaarten, met bergen van onderduikers. Ik, een peuter van tweeëneenhalf jaar, klom achter hem aan om voor het eerst de buitenlucht te zien. Vonny, mijn joodse pleegzusje, en ik hadden twee jaar lang in de kelder doorgebracht, met liefde omringd door onze pleegouders. Er werd geschoten, een laatste stuiptrekking van het zich terugtrekkende Duitse leger. Mijn pleegvader werd dodelijk getroffen. Zijn nagedachtenis strekke tot zegen.

Het heeft vele jaren geduurd voordat ik dit verhaal heb kunnen vertellen. Wat mij geholpen heeft is de realisering dat het gaat om weliswaar de meest intieme ervaring, maar wel een met universele strekking. De mens is zo geschapen dat wij in de eerste levensjaren niet in staat zijn op eigen benen te staan. We zijn nog volledig afhankelijk van de zorg en steun van volwassenen. Ons overleven is afhankelijk van de keuze die anderen maken om de deur voor ons open te houden of dicht te slaan. Als mijn moeke om haar moverende redenen de verzetsman met het koffertje waarin ik als baby lag, gevraagd had haar deur voorbij te gaan, dan was ik naar alle waarschijnlijkheid een van de anderhalf miljoen joodse kinderslachtoffers geweest die de menselijke nazimachine verwoest heeft.

De statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn onverbiddelijk: twaalf miljoen kinderen zullen dit jaar sterven aan de gevolgen van longontsteking en dysenterie tenzij medicijnen en schoon water hen op tijd bereiken; de deur naar leven wordt door ons voor hun open gezet.

De scholieren die ik deze weken van herdenken heb mogen toespreken, hebben mij getroost met hun diepe aandacht, het betonen van interesse en stellen van vragen waarin de wil om nu alert, nu weerbaar te zijn tot uiting komt. En met het weergeven van deze positieve ervaringen op scholen heb ik joodse bejaarden weer kunnen troosten. Het geheugen wordt niet weggerukt, de lessen uit de geschiedenis zullen worden geleerd tot in lengte van jaren, mits de vijfde mei niet losgemaakt wordt van de vierde mei. Natuurlijk zou het karakter van vijf mei dienen te bestaan uit een oriëntatie op vrijheid en onvrijheid in onze samenleving zoals nu al jaren terecht het geval is. Maar het moet herkenbaar blijven als de dag van bevrijding van de tirannie die in '40-'45 ons land overheerste.

De viering van de uittocht van Egypte staat al duizenden jaren symbool voor het streven naar vrijheid in elke generatie. Maar het heeft zijn kracht behouden omdat het voor altijd verbonden is gebleven met de historische ervaring van die nacht, vijfendertighonderd jaar geleden, toen we wegtrokken vanuit de schaduw van de piramides, symbolen van dood, naar het leven toe. Ik ben het hardgrondig met Marianne eens dat wij als drie monotheïstische religies, als kinderen van Abraham, kritisch moeten bezien wat gezegd wordt in onze tradities over 'offers, plaatsvervanging en Godsbeeld'. Het islamitische offerfeest kan als waarschuwing gelden dat wij niet te gemakkelijk de werkelijkheid aanvaarden waarin offers nu eenmaal gebracht moeten worden omdat er leven is. De belangrijkste les vanuit de geschiedenis van de gezamenlijke gang van Abraham en Jitschak, Abraham en Jismael is dat uiteindelijk het offer niet gebracht hoefde te worden. “Steek je hand niet uit naar die jongen, doe hem niets aan”. God wil niet de dood maar het leven. Het graf van de onbekende soldaat mag niet de uitdrukking zijn van een onwrikbare natuurwet, van het onontkoombare offer van het leven dat door elke generatie gebracht moet worden. Genoeg bloedvergieten, genoeg.

“Als u met de tijdmachine terug zou kunnen gaan naar de oorlogstijd, wat zou u dan doen?” vroeg gisteren een leerling. Hoe vaak heb ik daar niet van wakker gelegen. Hoe had ik de hand van de verdelger niet willen tegenhouden. De woede en het verdriet om de dood van mijn pleegvader en al die anderen drijft mij nu voort. De onbelaste toekomst in. Lechajem naar het leven toe.

  

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.