DRIE-OP-VRIJDAG (7)


67. Sajidah Abdus Sattar

Met verontwaardiging en woede volg ik de gebeurtenissen in Bosnië, waar in naam van de internationale orde moslims weerloos doelwit zijn geworden van Servische agressie. Tegelijkertijd ben ik dankbaar voor VN-ers en hulpverleners die hun persoonlijke veiligheid op het spel zetten in een poging de bevolking nog enigszins te beschermen.

Mijn verwijten gelden de machtige politici die het met hun catastrofale gebrek aan daadkracht zo ver hebben laten komen. Zouden ze echt niet beseffen dat alle volkeren een organisch geheel vormen? Het lot van de Bosniërs treft Europa en wellicht de wereld. De ongecontroleerde koorts in Bosnië maakt heel Europa ziek, maar bij de overwegingen ten aanzien van interventie worden compromissen met het barbaarse fascisme nog steeds gezien als een aanvaardbare optie. Geloven zij werkelijk dat de Servische ambities verzadigbaar zijn?

De geschiedenis kan dienen als waarschuwing of als propagandamiddel. Wij zijn allemaal - persoonlijk en collectief - voor een belangrijk deel gevormd door onze historie. Zoals Marianne Vonkeman een tijd geleden al eens aanvoerde, dienen wij ons af te vragen in hoeverre we ons door onze subjectieve beleving van de geschiedenis mogen laten leiden. Het gaat niet alleen om de Serven die nu wraak nemen op de moslims voor een nederlaag in de veertiende eeuw. Ook in Israël doen Joodse groeperingen een beroep op meer dan duizend jaar oude rechten waartegen de Palestijnse bewoners zich verzetten. Katholieke en protestantse Noord-Ieren vechten nog steeds een conflict van drie eeuwen geleden uit. In Kasjmir eisen Indiase hindoes op grond van hun oeroude mythologie het land op dat sinds duizend jaar geïslamiseerd is.

Het probleem ligt niet bij de historie an sich. Door geschiedenisboeken wordt geen bloed verspild, maar wel door haatzaaiers die er hun brutaliteit mee legitimeren. Het lijkt op het lot van de godsdiensten die ook vaak misbruikt worden. Goede zaken worden slecht wanneer ze verkeerd worden gebruikt. Als herstel van antieke claims de regel zou worden, kunnen de jongere culturen wel inpakken. Er zou een totale regressie volgen met als uiterste consequentie een terugkeer naar de oertijd. Voor vernieuwing zou geen plaats meer zijn.

Periodieke verschuiving van macht en migratie van bevolkingsgroepen zijn normaal in de wereldgeschiedenis en het is onzinnig die dynamiek te willen stoppen. De kunst is juist om met vreedzame middelen de huidige, reële situatie constructief te benutten ten bate van een nieuw evenwicht in welvaart en macht. Dat is de enige hoop voor Bosnië, het Midden-Oosten en al die andere strijdtonelen. Maar dat vergt dan wel gedegen inzicht en offerbereidheid.

Van groot belang is ook wat er met de factoren geschiedenis en religie wordt gedaan en of ze een constructieve rol in het maatschappelijke en politieke leven krijgen toebedeeld. Dat is niet alleen een aangelegenheid voor geestelijk leiders en politici, maar voor ieder van ons. Ik stel voor dat godsdienstige mensen zich meer op het publieke vlak gaan bewegen en politici zich meer gaan verdiepen in ethiek en spiritualiteit. Misschien zullen ze elkaar dan beter gaan verstaan en samen meer daadkracht ontwikkelen om nationalistische agressie en godsdienstig fanatisme het hoofd te bieden. Het is een vraag aan ons allen of we toestaan dat godsdienst en geschiedenis gehighjackt worden door gewetenloze, bloeddorstige lieden en of we toekijken wanneer leden van onze mensenfamilie worden verkracht en vermoord.

 Ik zelf verwacht niet zo veel van de invloed van religieuze leiders als Awraham Soetendorp doet. Mijn observatie is dat hun uitspraken meestal genegeerd worden, behalve wanneer ze politiek interessant zijn voor machthebbers of demagogen. Mooie woorden zijn gewoonlijk alleen van belang voor historici. Wat wel zou kunnen helpen is het mobiliseren van de publieke opinie door mensen massaal aan te spreken op hun gevoel voor verantwoordelijkheid, menselijke waardigheid en ethisch besef.

 

68. Marianne Vonkeman

 Als deze column uitkomt ben ik - als alles goed gaat - nog op vakantie. Dat geeft me de gelegenheid voor een persoonlijk 'tussendoortje'.

Deze zomer gaan we met ons gezin naar Engeland. De jaarlijkse lange autorit naar Frankrijk is niet haalbaar voor mij sinds ik vorige zomer een whiplash heb opgelopen (wip-les? vroeg iemand mij verbaasd..). Een golf van de Atlantische oceaan gooide mij omver en mijn nek maakte de karakteristieke zwiepbeweging waar verzekeringsmaatschappijen zo'n hekel aan hebben. Na enige tijd werden de gevolgen van de opgelopen nekbeschadiging zo ernstig dat ik mijn werk moest neerleggen. Alleen het column-schrijven hield ik aan, het was mijn verzet tegen het gevoel van overheersende machteloosheid. Momenteel gaat het stukken beter, al blijft de aandoening een onvoorspelbaar golf-karakter houden. De golven zijn niet meer van Atlantisch formaat zoals het eerste half jaar en komen minder frequent voor. Ik kan inmiddels weer redelijk onthouden, lezen, mij concentreren. Geroezemoes, flakkerend kaarslicht en de alomtegenwoordige achtergrondmuziek verdraag ik aardig. Emoties en energiepeil stabiliseren; geleidelijk aan pak ik steeds meer van mijn werk op. Het was een zwaar jaar. Ik heb wel minder, maar ook harder dan ooit gewerkt: om op een beetje goede manier ernstig ziek te zijn, is een hele klus. Ik ben dankbaar teruggevallen op allerlei vormen van ondersteuning, onder andere in mijn eigen gemeente.

 In onze kerk kennen we een zogeheten "gerichte gebedsdienst". Eens in de drie maanden wordt er een zondagavonddienst gewijd aan voorbede voor mensen die met lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke moeilijkheden te maken hebben. De dienst wordt voorbereid door pastores en 'ziekenteam' (gemeenteleden die zieken bezoeken). Ik heb daar voorheen als voorganger zelf leiding aan gegeven, maar afgelopen jaar behoorde ik tot de 'ontvangers'. "En, helpt het?", vroeg een gemeentelid. Ja. Het helpt me om gezond ziek te zijn. Als mij één ding duidelijk is geworden sinds mijn ongeval, dan is het wel hoe moeilijk het is om op een gezonde manier om te gaan met ziekte. Ontkenning, verzet, woede, verdriet, een kompleet rouwproces moet doorlopen worden. Als ik daar niet aan wil, dan gaat de ziekte mij geheel en al verzieken, ook die delen van mijn bestaan die nog gezond zijn. En ergens in dit alles is het ook nog nodig om de verwachting van herstel levend te houden. Als ik innerlijk niet meer de mogelijkheid openhoud van verbetering, dan heb ik geen whiplash maar BEN ik een whiplash...

 In de gebedsdienst vind ik mensen die oprecht om elkaar geven. Waar niemand zich groter of gezonder hoeft voor te doen dan hij of zij is. Waar we avondmaal vieren. Niet in eenzaamheid mijn aandoening ondergaan, maar in Jezus' naam verbonden met elkaar. Moed ontvangen als ik ontmoedigd ben. De hoop op herstel levend houden. Gebed ontvangen als ik zelf niet weet wat ik bidden moet, of het gewoon niet meer kan. Ik sta op van mijn plaats en ga naar voren. Daar wordt onder handoplegging voor mij gebeden. Mijn voorhoofd en handen worden gezalfd met (op Witte Donderdag gewijde) olie als teken van de Geest van God die ons levend maakt. En zo geef ik mijzelf zoals ik ben uit handen, in de handen van God die ons bovenmate liefheeft. Dit alles bewerkt in mij een aanvaarding van het hier en nu, kompleet met alle narigheid die er is. Tegelijk groeit er een vrije ruimte in mij waardoor ik niet alleen het ook nog aanwezige geluk kan ontvangen, maar zelfs iets van zin en betekenis kan zoeken (of opmerken) in de hele situatie. En dat werkt weer bevorderend voor het herstel.

 Aandacht voor de individuele zieke, terwijl deze opgenomen wordt in de veel grotere gemeenschap van lijdende én gezonde mensen. Het westerse christendom heeft in haar nadruk op het denken de behoeften van het lichaam schromelijk veronachtzaamd. Ziekte werd gedelegeerd naar het medische domein, waardoor het typisch religieuze aspect van zingeving verloren ging. Hoe is dit in het jodendom en de islam? Op welke wijze gaan jodendom en islam om met vragen van ziekte en gezondheid? Zijn er rituelen die deze kanten van het leven opnemen in de religie? Of zijn deze onder invloed van het westerse denken eveneens uit de religieuze praktijk verdwenen?

 

69. Awraham Soetendorp

 Vorige week maandag stapte ik in de bus van Tel Aviv naar Jeroesjalaim en stond ineens in het volle geluid van een nieuwsbericht. De doden, de gewonden, voor het leven verminkten, het afgrijzen, de woede en het plotselinge besef dat for the Grace of God: ik zat in de goede bus. Een half uur eerder, een kilometer verder... Er werd nauwelijks gesproken, iedereen met zijn eigen gedachten. Een enkeling belde via de draadloze telefoon, te weten of familie, bekenden veilig waren.

 Ik overdacht de verandering. Op mijn programma stond een gesprek met minister Sarid en zijn medewerksters over de op handen zijnde hulpvlucht naar Sarajevo en een samenkomst over milieu met o.a. Israëlische Palestijnen, Jordaniërs en later een ontmoeting met een Palestijnse vertegenwoordigster van een comité dat een vredesconferentie in Jericho organiseert. Moest ik de gesprekken afzeggen? Waar waren mijn vrouw, mijn dochters, mijn schoonzoon? Ik stelde mijzelf gerust met de waarschijnlijkheid dat geen van hen in de bus had gezeten. Was het werken aan verzoening nu geen verraad plegen? Mensen werden opgeroepen bloed te geven in een van de ziekenhuizen. In mijn maagstreek een misselijkmakend depressief gevoel: kán ik afstand nemen, kòn ik afstand nemen, mòcht ik afstand nemen? Een lome vermoeidheid plaatste zich tussen mijn ideaal voor de overbrugging van tegenstellingen en de geëmotioneerde ooggetuigen‑verslagen.

 Later op het kantoor van de minister werd snel besloten: de vlucht naar Sarajevo tezamen met de Jordaanse delegatie mocht niet worden uitgesteld. Juist nu moest uit een rouwend Israël een teken van hoop uitgaan. Ik word bemoedigd door het dappere voorbeeld van Jossi Sarid. Jarenlang vocht hij aan de linkerkant van de Arbeiderspartij voor toenadering tot Palestijnen, stond hij territoriale compromissen voor en onderging hij genadeloze kritiek, ook van zijn eigen partij. Toen tijdens de eerste Scud‑aanvallen op Israël sommige Palestijnen dansten op de daken, schreef hij een bittere, open brief aan zijn Pa­lestijnse gesprekspartners. Hij verbrak alle banden. Als zij weer contact met hem wilden opnemen, moesten ze hem maar zoeken. Een jaar later was hij een belangrijke architect van het vredesproces.

 Met de Palestijnse vertegenwoordigster had ik een hartstochtelijk gesprek, het enige afdoende wapen tegen terreur was het versnellen van onderhandelingen, het bereiken van resultaten, de erkenning van rechten. Tien dagen later zit ik nog steeds in de bus, heen en weer tussen ideaal en werkelijkheid. Woorden van een jonge soldaat, Guy Finkelstein, laten mij niet los. "En wanneer mijn bloed de aarde van Palestina zal nat maken zullen mijn vrienden weten dat zij zich vergist hebben. En ze zullen naar mijn ouders komen om hen te troosten om mij. Wij hebben ons vergist zullen ze zeggen. Ze zullen hun fouten bewenen"...

 Genoeg bloedvergieten. Genoeg. Het 'Global forum of spiritual and parliamentary leaders', dat nu de Jericho‑conferentie voorbereidt, is juist tien jaar geleden opgericht om dat te bevorderen wat Sajidah voorstelt: "Dat godsdienstige mensen zich meer op het publieke vlak gaan bewegen en politici zich meer gaan verdiepen in ethiek en spiritualiteit". Het aanspreken van mensen massaal op hun verantwoordelijkheid is een noodzakelijk maar langzaam proces. En religieuze leiders dienen een belangrijke rol daarin te vervullen. Ik gun ons geen alibi ‑ aré miklat in de Bijbelse zin vluchtstede, veilige steden moeten veilige steden blijven. Het gaat niet om mooie woorden, spoedoverleg vanuit kerken, synagogen, moskeeën moet plaatsvinden om de wegen te laten zien dat apathie kan worden doorbroken. Het algemene kader waarin de conferentie Jericho wordt geplaatst is global healing. Er is een verbinding tussen het eigen meest individuele genezingsproces dat Marianne doormaakt en deze worsteling naar universele genezing; met behulp van de doctoren van veiligheid, antibiotica tegen haat, gezamenlijke gebedsdiensten. Op de route de la vie ‑ Jerusjalaim ‑Sarajevo ‑ Noord Ierland ‑ Rwanda ‑ Burundi...

 

70. Sajidah Abdus Sattar

 Onlangs schreef Marianne over haar whiplash. Veel mensen praten over een ziekte als over een op zichzelf staand ding. Maar geen enkele ziekte bestaat los van de zieke. Voor het bereiken van genezing is het nodig de zieke persoon te behandelen. Wie echter met medicamenten of chirurgie al te fel ten strijde trekt tegen de verschijnselen van de ziekte, wil nog wel eens verstrikt raken in een net van ongewenste bijwerkingen. 

 Zou het kunnen zijn dat de medische filosofie zich spiegelt aan bepaalde theologische beginselen? Binnen een denkwereld waarin het kwaad, gepersonifieerd als de duivel, wordt gezien als rivaal van God, is het vanzelfsprekend om ziekte als vijand te beschouwen. De keuze vóór God is een keuze tegen de duivel en dus tegen pijn en ziekte. Dat er een alternatief voor dit dualistische beeld mogelijk is, blijft vaak onderbelicht.

 Begrijp me goed, ook ik heb de nodige ervaring met de lasten van ziek zijn. Juist daarom heb ik nagedacht over de zin en betekenis ervan. Wanneer in plaats van dualisme het principe van eenheid de grondslag is van medische filosofie, zijn ziekte en dood onlosmakelijk verbonden met het leven en kunnen ze niet uitsluitend negatief zijn. De ziekte‑ervaring wordt er niet minder pijnlijk door, maar wel zinvoller. De zieke mens is niet een prooi van de boosaardige rivaal van God, maar weet zich altijd met zijn of haar pijn gekoesterd in de barmhartigheid van de ene God‑zonder‑rivalen. De behandeling wordt dan een positieve actie ten bate van de patiënt in plaats van een negatieve actie tegen een vijandige ziekte. Hoe de situatie zich uiteindelijk ook ontwikkelt, er is altijd reden God dankbaar te zijn.

 Er zijn veel verschillende aandoeningen ‑ ziekten van lichaam en van geest. Een individu kan ziek zijn, of een hele gemeenschap. Zoals Awraham in zijn indrukwekkende column van vorige week schetste, kan een gemeenschap ziek zijn door verdeeldheid en haat. De symptomen kennen we van het dagelijkse nieuws, maar over de diagnose zijn we het niet altijd eens en dus laat de therapie lang op zich wachten. In de Koran wordt enkele malen over ziekte en genezing gesproken en begrip getoond voor de zieken. Maar de toon is minder begripvol waar het gaat om degenen die de samenleving ziek maken, de munáfiqoen, de huichelaars. Van hen wordt gezegd dat er een ziekte heerst in hun hart. Het medicijn daarvoor is bezinning en zich berouwvol tot God keren.

 Volgens de Koran is het gedenken van Gods naam het beste geneesmiddel voor het 'hart', ons geestelijk centrum. En wie van ons wil beweren dat niet nodig te hebben? In de grondteksten van de islam worden moslims opgeroepen de zorg voor zieken op zich te nemen, voor hen te bidden, regelmatig bij hen op bezoek te gaan en een effectieve behandeling te zoeken. De zieke zelf wordt aangemoedigd geduldig te zijn en zich te concentreren op God als de ultieme Genezer (asj‑Sjáfi). Rituelen, zoals Marianne beschreef, worden ook in moslimkringen gehouden, maar verschillen van de ene etnische regio tot de andere. Centraal staat gewoonlijk de tekst van de Koran ‑ gesproken, geschreven of gereduceerd tot een cijfercode. Daarnaast worden diverse methoden gebruikt om het gewenste psychologische effect te bereiken.

 Tenslotte een opmerking gericht aan de mensen die mij nog steeds brieven schrijven met verwijten dat "de islam" en"de moslims" gewelddadig en intolerant zijn, gezien de berichten uit Iran, Saoedi-­Arabië, Soedan, enz. Nogmaals: evenals ik zijn verreweg de meeste moslims het oneens met de kwalijke dingen die daar gebeuren en beschouwen ze als totaal onislamitisch. Helaas zijn zij even onmachtig om de toestand te veranderen als Nederlanders die zich ergeren aan onrecht en geweld in voormalig Joegoslavië. Mocht ik ooit gevraagd worden om voor een andere pagina dan deze te schrijven, dan zou ik op al die politieke verwikkelingen in kunnen gaan. Maar nu mag ik me bezighouden met religieuze zaken op de kerkpagina. En, eerlijk gezegd, dat ligt me nader aan het hart dan politiek.

  

71. Marianne Vonkeman

 Het strand in Zuid-Engeland is bezaaid met fossielen. Rotswanden vol versteende zeedieren uit de tijd van de dinosaurussen brokkelen langzaam af, tot groot genoegen van toeristen zoals ik. "170 tot 200 miljoen jaar oud", zegt een plaatselijke kenner achteloos, als ik hem mijn vondsten toon. Het geeft me een merkwaardige sensatie, alsof de tijd opgerekt wordt. Alsof ik even tijdgenoot word van dinosaurussen en andere voor-menselijke beesten. De geschiedenis van de schepping, waar ik deel van uitmaak, is breed en lang en dat stemt me tot vreugde en tot bezinning. Hier moest ik aan denken toen ik terug in Nederland las van de onzinnige discussie over evolutie versus schepping. Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die menen dat godsdienst een vervanging van wetenschap is. Hoewel ik vermoed dat er nog veel meer mensen zijn die menen dat wetenschap een vervanging van godsdienst is. Alsof een verstandig mens het geloof overboord moet zetten, of een gelovig mens het verstand...

 Schepping en evolutie zijn twee denkmodellen die we beide nodig hebben om zo goed mogelijk recht te doen aan de werkelijkheid. Beschrijft de natuurkunde de werking van het licht ook niet met behulp van twee elkaar uitsluitende theoriën?

Evolutie wijst op geleidelijke groei, op ontwikkeling van binnenuit, op de onweerstaanbaarheid van de levenskracht. Als ik op die manier naar de wereld kijk, krijg ik oog voor lange, historische processen. Dan ga ik het ritme van de natuur erkennen en waarderen. Dan geef ik tijd van groei aan mijzelf en anderen. Dan kan ik de dood een plaats geven in een groter geheel en ziekte wordt een waardevol signaal dat respect en aandacht vraagt, zoals Sajidah beschrijft.

 Schepping echter spreekt van breuk, omkeer, een daad die iets verandert, een ingrijpen dat iets nieuws teweeg brengt, dat de geschiedenis een keer geeft. Als ik op deze wijze naar de wereld kijk, krijg ik oog voor de menselijke mogelijkheden en keuzes. Dan ben ik mij bewust van verantwoordelijkheid voor mijn daden. Dan zoek ik verandering en geen aanvaarding. Dan verzet ik mij tegen kwaad en onrecht, dan zoek ik naar geneesmiddelen en een uitstel van de dood. Dan is niets vanzelfsprekend, de toekomst is open en in onze handen. Beide wijzen van zien hebben hun eigen gelijk.

 Het oorlogsgebeuren in Bosnië lijkt zich volgens eigen historische wetmatigheden te voltrekken. Oude verdeeldheden barsten open nu de tijd daarvoor rijp is. Er is blijkbaar nog niet voldoende draagvlak onder de bevolking voor een multi-etnische samenleving, zo wordt er gezegd. Zijn er nog eeuwen van evolutie nodig voordat het zo ver is? De vraag van Awraham: waarom wel massasteun voor acties van Greenpeace en niet voor vredesacties? is mij bijgebleven. Bij mij roept het hele conflict weerzin op omdat de good guys en de bad guys nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Kunnen we de guys niet even helemaal links laten liggen?

 In een Engelse krant las ik voor het eerst over mensen in voormalig Joegoslavië waar wél een inspirerende werking van uitgaat. Wie kent Medica, een therapie-project van vrouwen in Zenica waar 70 mensen uit verschillende bevolkingsgroepen werken? Wie hoorde van de vrouwen van multi-etnisch Tuzla die eisten dat hun vermoorde kinderen op een gemeenschappelijke begraafplaats begraven zouden worden? Wie weet van Viva Zena, een anti-nationalistisch vrouwenblad dat in Sarajevo wordt uitgegeven? In Zagreb is een centrum voor vrouwelijke oorlogsslachtoffers dat aan duizenden hulp verleent en projecten opzet in verwoeste gebieden om vrouwen van alle partijen te re-integreren. Als deze initiatiefneemsters gesprekspartners van het Westen werden zou het een wending in de geschiedenis kunnen betekenen.

  

72. Awraham Soetendorp

 Naar het duizenden jaren oude rituele ritme van het joodse jaar, zijn we nu al bezig met de voorbereiding van het nieuwe jaar 5756. Dit doen wij aan de hand van de zeven troostprofetieën die in de synagoge worden gelezen te beginnen met de sabbat na Tisja b'av, de negende av, gedenkdag van de verwoesting van de tempel, tot aan Rosj Hosjana, het joodse nieuwjaar. Door vier woorden van Jesaja trekken we ons op uit de depressieve realiteit naar de hoop ondanks alles. Troost, troost mijn volk zegt je God .... Een stem roept: Maak vrij een baan voor Hem in de woestijn ... Want God vertroost Zion, heeft al haar verwoestingen, zal de woestijn maken tot Eden, de zandvlakte tot een tuin van de altijd Zijnde ... Hoe heerlijk klinken de voetstappen van de boodschapper die vrede aankondigt, het goede vertolkt, die redding aanzegt, die tot Zion zegt God is koning ...

 Een klein ogenblik heb Ik je verlaten maar met grote liefde zal Ik je weer verzamelen ...

 Wij voelen ons als familie nog sterker aangeraakt nu wij ons voorbereiden op het huwelijk van onze oudste dochter. Over enkele dagen zullen met Gods hulp tijdens de ceremonie de woorden klinken van Jeremia: "Weer zal gehoord worden op deze plaats, waarvan jullie nu zeggen deze is verwoest, er kan geen mens, geen dier meer wonen, . . . de stem van vreugde en blijdschap van bruidegom en bruid."

 Ach, wat bewonderde ik mijn ouders, hun nagedachtenis zij tot zegen, en hun ouders en hun ouders die de weerbarstige kracht hebben opgebracht om de liefde voor het jodendom, de hoop in de toekomst in gerechtigheid over te dragen. Mijn vrouw en ik, twee onderduikkinderen, die op de vlucht konden schuilen bij rechtvaardigen uit de volkeren, een stuk hout gered uit het vuur, geleiden ons kind onder de choepa. Levend met de symboliek die de tijd heiligt voegen wij een hoofdstuk toe aan dit eeuwige verhaal van verwachting.

 Deze sabbat hopen wij voor het eerst te lezen uit een herstelde tho­rarol. Vier jaar geleden, tijdens ons verblijf in Moskou, zag mijn vrouw in een achteraf winkel een thorarol liggen. We hebben haar verworven en zo geschonden als zij was met ons meegenomen. Zij leek onherstelbaar en wij hadden ons er al mee verzoend dat wij de stukken perkament volgens joodse traditie zouden begraven, toen een sofer, een deskundige schrijver van thorarollen, nog één poging wilde doen. Het is God zij dank gelukt en wij vieren deze hergeboorte van de thora ter versterking van onze meest persoonlijke vreugde, welke weer een bekrachtiging is van de hoop van dit volk Israël, die wederom perspectief geeft aan de wereldgemeenschap dorstend naar vrede en genegenheid.

 Er wordt het verhaal verteld van de rebbe van Lyzinsk. Eens werd hem in opperste opwinding verteld dat op de berg Zion de ramshoorn had geklonken en dat nu de Masjiach eik ogenblik zou komen. De rebbe deed het raam open, keek naar buiten en schudde het hoofd en zei: "Nog niet". Ik doe vandaag het venster open, mij losmakend uit de zinderende vreugde die het huis vult en zie met gebalde vuisten de doffe ogen van de nieuwe vluchtelingen, zwervend tussen honger en droogte. Hagar met Ismaël op haar rug, duizendvoudig. Droeve balans van een jubeljaar. Machteloze burgers die wachten op de daden van machteloze regeringen. Wie heeft onderhandeld met de regering van Zaïre? Wat waren de voorwaarden die werden gesteld? Welke prijs werd geëist voor het handhaven van de vluchtelingen? Waarom werd deze niet voldaan? Wat weten wij? Aan de ene kant versterkt Windows 95 de communicatiemogelijkheden tot het uiterste, aan de andere kant zijn wij horende doof en ziende blind. God, wiens verbond zich uitstrekt tot Hutu's en Tutsi's, moslims en Kroaten, roept ons tot verantwoordelijkheid. "Bergen mogen wijken, heuvels wankelen, maar Mijn liefde voor jou zal niet wijken. Mijn vredesverbond met jou zal niet wankelen", zegt God die van jou houdt.

  

73. Sajidah Abdus Sattar

 Na jaren van halfslachtigheid doen de VN eindelijk hun belofte gestand om veilige gebieden in Bosnië te verdedigen. Het is triest dat zulke harde acties nodig zijn, maar in deze situatie was het onvermijdelijk geworden.

 Lijkt het maar zo, of wordt de wereld inderdaad steeds gewelddadiger? Zeker is, dat meer berichten van oorlog en ellende ons bereiken dan ooit tevoren. In brede kringen groeit de frustratie over de idealen van vroeger. Wie kan zich nog kritiekloos scharen achter de oude banieren van godsdienst, patriottisme, partijpolitiek?

 Op deze plaats in de krant is het falen van godsdienstige pretenties meermaals aan de kaak gesteld. Juist de verpolitiekte godsdienstvormen van deze eeuw zijn pijnlijk teleurstellend. Fanatici, die hun religie hanteren als een gesel voor hun medemens en de geschiedenis in bloed willen herschrijven, vergeten dat godsdienst een verrijking van het leven behoort te zijn. Gezien het misbruik, is het geen wonder dat velen zich afkeren van religie en hun hoop vestigen op ideologieën zonder God. Maar alternatieven als communisme, nationalisme en fascisme zijn niet minder teleurstellend dan dogmatische godsdiensten. De pseudoreligie van de vrijemarkteconomie blijkt in de praktijk veel minder universeel toepasbaar dan werd gehoopt. Waar idealisme faalt, neemt de geldzucht het over. De cultuur van hedonisme die consumenten ertoe moet brengen een wereldwijd net van multinationals in stand te houden, gaat een heilloze weg. Zij onteert mensen en vernietigt de natuur. Als verdwaalde pelgrims zijn we nog steeds op zoek naar vrede en rechtvaardigheid, en naar innerlijke vervulling.

 Ondanks alles wat er mis is gegaan, durf ik te beweren dat we godsdienst nodig hebben; even nodig als lucht om te ademen. De 'dienst aan God' komt in feite onszelf ten goede, niet de Almachtige. Maar God is geen Sinterklaas of klusjesman, die altijd maar klaar moet staan om onze wensen te vervullen. Het is aan onszelf om onze idealen waar te maken en de waarheid van onze overtuiging te realiseren. Wanneer Awraham citeert dat God Zion vertroost, ontkent hij daarmee toch niet dat wij allemaal elkaar behoren te troosten. En als Marianne vredesactivisten in oud‑Joegoslavië ziet als gesprekspartners van het Westen, wijst zij toch niet af dat hulpverlening een religieuze daad is? Als God niet in de mensen leeft, waar is Hij dan wel? Maar om die goddelijke aanwezigheid te concretiseren, moeten we vertrouwen op het vermogen van de mens zijn geborneerde ego te overstijgen en moeten we geloven in de mogelijke heelheid van de wereld.

 Godsdienst is niet een willoze overgave aan een tirannieke hemelvorst of een verstikkende discipline. Voor mij is het de ontplooiing van de menselijke volheid, het doorbreken van geestelijke beperkingen en het ervaren van de onmetelijke en onbeschrijflijke werkelijkheid van de geest. Die realiteit is niet te vangen in dogmatisme en kleinburgerlijkheid. Dergelijke idolen zullen uiteindelijk omvergeworpen moeten worden. De grote behoefte in deze tijd aan vrede, zekerheid en identiteit kan niet worden vervuld zonder onderdompeling in de tijdloze diepte van de ziel. De 'vrede' die wordt afgedwongen met bombardementen zal op de langere duur niet beter zijn dan oorlog. De identiteit die wordt ontleend aan het verketteren en uitsluiten van anderen is een ontkenning van ieders door God gegeven individualiteit. Het medicijn voor een versplinterde wereld kan alleen verzoening zijn.

 De komende weken zullen de kranten vol staan over de vrouwenconferentie in Peking. Ik sta erop dat de rechten van vrouwen overal ter wereld gerespecteerd worden. Tegelijk hoop ik dat vrouwen vanuit hun eigen natuur steeds meer zullen bijdragen aan de verzoening van strijdende partijen en het heel maken van de wereld.

 

74. Marianne Vonkeman

 "Ik respecteer de moslims, maar ik wil graag de rijkdom van Jezus met hen delen", vertelt iemand me. "Dat is mooi", antwoord ik, "en heb je de rijkdom van Mohammed al ontvangen?" De stilte aan de andere kant van de lijn is veelzeggend.

 Later denk ik er over na. Toen ik tiener was liep ik op straat te 'getuigen van Jezus', zoals dat heet. Het delen van de rijkdom van Jezus was eenrichtingsverkeer: ik had iets dat anderen ontbrak en dat wilde ik verhelpen. Een onontwarbaar mengsel van innig geloof en de behoefte om belangrijk te zijn, dreef me. Die drang werd mij al vroeg meegegeven. Ik was negen toen de christelijke onderwijzer ons zendingsverhalen voorlas. Hoe dapper waren die missionarissen die hun leven op het spel zetten om in donker Afrika over Jezus te vertellen! Ik besloot ter plekke mee te doen en vroeg een mevrouw op straat of ze weleens over Jezus had gehoord. Helaas, of misschien gelukkig, zei ze vrolijk: "Jahoor!' en er was geen heldhaftige rol voor me weggelegd. Later deed ik mee aan grote evangelische manifestaties. Openlijk kleur bekennen, je geloof laten zien aan anderen, laten merken wat de bron is van je bestaan - en waarom ook niet? Maar dat ging allemaal wel vanuit een superieure positie. Ik wist hoe het zat. De rijkdom van Jezus was iets dat ik had en kon doorgeven als een kant en klaar pakketje geloof, voor ieder die het maar wilde aannemen. Gelukkig is het leven sterker dan de leer. En de rijkdom van Jezus werkelijker dan het pakketje dat ik bezat.

 Eerst gaf het geloven in Jezus oriëntatie doordat het een antwoord verschafte op mijn levensvragen. Later werd Jezus niet als antwoord maar als vráág richtinggevend - en dat is nog steeds zo. Zoals moeder Theresa of Nelson Mandela een vraag vormen. Als het mogelijk is om op deze wijze onbevreesd mens te zijn voor anderen, waarom zijn we dat niet allemaal? Wat weerhoudt mij? Jezus biedt hierin een ultiem model voor me: zo is een mens die op God lijkt. Als mensen zo met elkaar leven, kun je met recht zeggen: God is in ons midden. Toch is dit inspirerende mens-model niet de grootste rijkdom. De diepere waarde ligt verborgen, op een andere laag, daar waar ik passiever ben. Daar heeft het een eigen werkingskracht waar ik alleen achteraf een glimp van zie, of soms in een droom iets van proef. Zoals die keer dat ik droomde van alle mensen die ik bemin. Ik zag ze één voor één en allemaal tegelijk, iedereen die ik ooit liefhad, levend of gestorven of uit mijn blikveld verdwenen, ze waren er allemaal, in de vorm van één grote gestalte. "Dit is Christus", wist ik in mijn droom en van ontzag schrok ik wakker. Christus, voor mij naam en symbool van wereldomvattende liefde. Hoe meer beminden, hoe groter de Christus...

 In de psychologie wordt het wel de symbolische laag van een mens genoemd - een laag die slechts moeizaam ontwaakt. Hier is het dat een herstelde thora-rol één is met eigen bruiloftsvreugde en voorproef van een hersteld land en van een geheelde wereld, zoals Awraham beschreef. Hier is het dat het gebedskleed van de moslim een vliegend tapijt naar God toe wordt, zoals Sajidah eens vertelde. Hier is het dat de mens Jezus in zijn levende symboolwerking Christus wordt voor mij, steeds opnieuw en steeds omvattender. De uiterlijke vormen krijgen een dieptewerking waardoor ze ons voorbij onze eigen beperkingen kunnen voeren. We veranderen onszelf door de dingen die we doen, maar tegelijk, op een nog wezenlijker laag, wórden wij veranderd, door de inwerking van godsdienstige rituelen en symbolen.

 De rijkdom van Jezus is daarom voor mij nu juist dat ik de rijkdom van God in andere gedaanten leer zien en ontvangen. De joodse chassidische verhalen zijn al jaren bron van inspiratie, aanvulling en correctie van mijn christelijk geloof. Islamitische bronnen zijn mij minder bekend. Misschien heb je suggesties, Sajidah?

  

75. Awraham Soetendorp

In de Vredeskrant uitgegeven ter gelegenheid van de Vredesweek kom ik jou tegen, Sajidah, in een behartigenswaardige bijdrage met als titel 'Niet godsdienst is schuldig maar het misbruik ervan'. Wat mij zo dierbaar is geworden, is jouw zelfkritische benadering van vooroordelen. Het meest eenvoudige moet uitgesproken worden, het meest vanzelfsprekende dient opgeschreven te worden totdat eindelijk het individuele falen niet meer aan de gehele gemeenschap wordt aangerekend.

Het is gelukkig dat de redactie jou, Sajidah, de gelegenheid heeft gegeven om verkeerde beeldvorming tegen te gaan. Nog te veel wordt althans de indruk gewekt dat de vredesweek alleen door christenen voor christenen wordt georganiseerd. De indruk wordt versterkt door de behandeling van het jodendom. Noch mij noch een van mijn collega's is om een bijdrage gevraagd. Wel wordt een interview geplaatst met de oud-testamenticus prof. dr. Ellen van Wolde met de titel 'Over de kracht van de herinnering'. Uit haar mond moet ik dan lezen: “De kracht van het jodendom ligt in het feit dat de joden door de eeuwen heen altijd de confrontatie zijn aangegaan. Daar is het volk sterker door geworden. Zij spreken niet van een geschiedenis in de zin van dingen die hun overkomen zijn. Joden spreken over hun verleden in termen van herinnering.”

Zeh lo haderech, dit is niet de weg. Wanneer het gaat om zulk een wezenskenmerk van het joodse volk als herinneren kàn niet volstaan worden met een beschouwing op een afstand. Als er één uitkomst is van ons drie-gesprek, is het wel dat het essentieel is om mensen zèlf aan het woord te laten over wat hen in hun eigen religie, spiritualiteit ten diepste raakt. Elke middelbare scholier dient gedurende zijn schooltijd althans eenmaal geluisterd te hebben naar een getuigenis van een moslim, een jood, een christen, een boeddhist, een hindoe, een humanist. En wat voor de school geldt, geldt zeker voor de vredesweek. Mijn goede moeder placht op emotionele ogenblikken te zeggen: “Nu zwijgen wij elkaar toe.” Je moet heel veel naar elkaar luisteren voordat je in staat bent elkaar 'toe te zwijgen' en de rijkdom van het innerlijk van de ander non-verbaal tot je te kunnen nemen. Bil vawecha, met heel je hart, met heel je ziel en al wat je kunt.

Wij zijn, Sajidah en Marianne, al een heel eind op deze weg naar elkaar toe gekomen. Zo wil ik jullie ook voeren met mij mee naar de intimiteit van de dagen van Selichot, de tijd waarin we elkaar vergiffenis proberen te schenken, voorafgaande aan de ontzagwekkende dagen van Rosj-Hasjana en Jom-Kippoer, naar het dierbaar uur waarin we, gezeten rondom de familietafel die als het ware gekomen is in plaats van het altaar van weleer, de kiddoesj aanheffen over de beker met wijn en eten van de zoete appel met zoete honing. De dagen waarin we staan voor het witte voorhang voor de heilige arke. Het wit herinnerend aan onze doodskleren, de vergankelijkheid èn tegelijkertijd aan het nieuwe, het mogelijke. Het met steeds grotere heftigheid zeggen en zingen van gebeden, keer op keer herhalend: “O God maak toch een einde aan de heerschappij van het geweld op aarde.” En dan naar het ultieme ogenblik waarin wij aan het einde van de lange vastendag gezamenlijk door de poort van de dood gaan om opnieuw te kunnen leven. Wij zeggen dan het 'sjemes' dezelfde woorden die elk voor zich eens hoopt te kunnen zeggen in het voorportaal van de dood.

Marianne, je vroeg naar de symboliek rondom het ziekbed. In elke dienst spreken wij gebeden uit voor genezing. Maar er is geen krachtiger impuls tot leven dan die ene langgerekte sjofartoon die bij het invallen van de duisternis aan het eind van Jom-Kippoer ons wekt tot leven. En het gaat nooit alleen om het joodse volk, het gaat altijd om de gehele mensheid, om alle wereldgeborenen. Zo wens ik jullie, Marianne en Sajidah en ons allen een goed en gezegend nieuwjaar, een nieuwe mogelijkheid tot ontmoeting in 5756.

  

76. Sajidah Abdus Sattar

 Onbekend maakt onbemind, maar soms is onbekendheid minder schadelijk dan bedrieglijke schijnkennis. Ik heb joden gehoord die zich ergerden aan een scheve christelijke voorstelling van het jodendom. En christenen die merken hoe het versleten imago van hun geloof de communicatie met anderen bemoeilijkt. En moslims die met de beste wil van de wereld niet kunnen opboksen tegen de muur van stereotypen en vooroordelen over hen.

 Afgelopen maandag werden in het programma Nova ordelijke Bosnische moslim‑strijders getoond die zich neerbogen in gebed. Vervolgens zeiden ze te vechten voor Bosnië en voor gelijke rechten van alle burgers. Het Nederlandse commentaar luidde dat het niet verwonderlijk was dat de Serviërs vrezen voor opmars van het islamitische fundamentalisme. Zou een soortgelijke overweging zijn geassocieerd met biddende christenen? De uitspraak over gelijkberechtiging werd genegeerd en het effect ervan geheel verdrongen door het als verontrustend beschouwde imago van devote moslims.

 In Frankrijk zijn bomaanslagen gepleegd en het is werkelijk van groot belang dat de daders worden opgepakt en berecht. Maar er gebeurt meer. Er is een antimoslim hysterie losgebroken. Met een massale interne veiligheidscampagne kan de aandacht worden afgeleid van de kernproeven buiten de eigen grenzen ‑ alsof atoomwapens als massavernietigers niet een nog groter gevaar vertegenwoordigen. Maar blijkbaar is een 'islamitische' bom altijd erger dan welk westers geweld dan ook. Die angst wortelt in eeuwen van wantrouwen en verachting ten opzichte van Europa's geografische buren, die lange tijd haar politieke, economische en culturele rivalen waren. Echter, in onze overvolle en communicatieve wereld is nu geen plaats meer voor het absolutisme van monoculturen. Dit is de tijd van het veelkleurig samenleven en van de dialoog.

 De grootste hindernissen zijn onbekendheid met elkaars visie op de geschiedenis en valse voorstellingen over elkaar. Die dwingen de ene partij zich voortdurend te verdedigen tegenover een andere. Er is dan geen sprake meer van gelijkwaardigheid in het gesprek. Wanneer goede wil en respect in onvoldoende mate aanwezig zijn, is een vruchtbare dialoog onmogelijk. Bovendien moet ieder voor zichzelf kunnen spreken, zonder voortdurend te worden aangeklaagd of bevoogd. Tolerantie alleen is niet genoeg. We tolereren de kleine ongemakken van het leven, niet onze vrienden. Hoe vol we ook zijn van onze eigen zekerheden, we zullen ruimte moeten maken Voor die van de ander. Dat is soms verontrustend, omdat we geneigd zijn alles waar te nemen door het filter van onze meningen en verwachtingen. Gelovig moslim, overtuigd christen of fervent atheïst ‑ we zijn geen van allen helemaal vrij van vooringenomenheid. Dat te beseffen, schept hoop op werkelijke communicatie.

 Een andere moeilijkheid is taal, in ruime zin. De invulling van woorden en begrippen kan sterk verschillen tussen diverse tradities. Om de nuances te ontdekken, moet geduldig en diepgravend worden gecommuniceerd, en spelen behalve ideeën ook gewoonten en geschiedenis een rol. Het vraagt mentale acrobatiek, maar wie daarvoor het geduid en de vasthoudendheid kan opbrengen, wacht een geestelijke ontdekkingsreis, een eindeloos avontuur. Elke ontmoeting toont opnieuw de onbegrensdheid van goddelijke openbaringen. Elke spirituele uitwisseling biedt de mogelijkheid van verdiepte zelfkennis. Wie zich niet spiegelt in de ogen van een ander kan zichzelf niet kennen. Alle religieuze tradities omvatten methoden van bespiegeling, niet in het minst de islam. Ik zou je, Marianne, graag de voorbeelden geven waar je om vraagt. Maar helaas, de redactie heeft besloten dat deze reeks columns wordt afgesloten en dat dit mijn laatste bijdrage is. Ik wens jou en Awraham veel levensvreugde, lichtende inspiratie en de genade van godbewustzijn toe.

  

77. Marianne Vonkeman

 "Als ik denk aan degenen die zijn voorgegaan, heb ik het gevoel alsof ik me op een party bevind, op het dode moment dat de eregasten weggegaan zijn. Als ik denk aan degenen die na mij komen - of blijven - heb ik het gevoel alsof ik meehelp een feest voor te bereiden, waarvan ik de vreugde niet zal smaken." (Dag Hammerskjöld, in 'Merkstenen')

 'Aan jou het laatste woord', schreef de redactie mij. 'Maar de eregasten zijn al weg', protesteer ik zwijgend. Een jood en een moslim die vrijuit in een krant-van-christelijke-komaf kunnen schrijven: dat maakte deze rubriek bijzonder. En dan nog wel gelovigen die zich niet wensen te verliezen in clichébeelden of theologische haarkloverijen. Mensen die zichzelf uitspreken en het zelfverstaan van de ander willen vernemen. Dat heb ik gewaardeerd in Awraham en Sajidah.

 Ik heb iets geleerd van dit driegesprek-op-vrijdag. Voorheen meende ik dat een dialoog een discussie is waarbij vooral de verschillen uit de doeken moeten komen. Nu zie ik: dat soort discussie vraagt volkomen gelijkwaardigheid van de partners en wat meer is: een gedeelde taal en cultuur. Anders zijn we niet eens in staat om te horen wat de ander eigenlijk zegt. Wat de betekenis, het gevoel, de herinneringen, de associaties om de woorden heen zijn. Daartoe moeten we eerst lang en goed luisteren naar elkaar.

 Daarom waren de belangrijkste columns voor mij de afgelopen anderhalf jaar die waarin iets te proeven viel van de geheel eigen beleving van de ander. Stukjes waarin de bezieling, de eigen gedrevenheid in geloof en werk in doorklonk. Waarin ik iets mee kon voelen van de rijkdom die Sajidah beleeft in haar religie en haar pijn om de vijandbeelden met betrekking tot moslims. Haar eigen openheid ontkracht deze op overtuigende wijze. Het lijkt mij van het grootste belang dat zulke stemmen gehoord blijven worden, om verdere polarisatie te voorkomen. Het raakt me als Awraham vertelt hoe hij de rijke symboliek van de joodse feesten beleeft. En hoe hij de politieke consequenties van zijn geloof zoekt vorm te geven. Ik verheug me met hem over het bereikte akkoord tussen Israël en de PLO. Dat 5756 een jaar van grotere vrede zal zijn!

 De eregasten zijn al weg, wat valt er nog te zeggen? Het is een beetje als het herfstgevoel. De zon wendt zich af, de dagen worden korter. In het kerkelijk jaar naderen we de dagen van de voleinding, waarin we even vooruitgrijpen naar een voltooide toekomst. Waarin we de doden herdenken zodat we met open handen en ontvankelijke harten advent kunnen vieren, een nieuw begin. Het is het ritme van het leven zelf, dat onze tijd en ons gevoel ordent. Maar meer nog: onze voortgang ligt erin besloten.

 Waar richt je je op? vroeg Dag Hammerskjöld, ooit secretaris-generaal van de VN. Op wat voorbij is, op momenten, gelegenheden of mensen die mij ooit inspireerden maar nu afwezig zijn? Of bezie ik mijn leven met het oog op de toekomst, op een feest dat ooit eens zal komen al ben ik er zelf misschien niet meer bij?

Let's throw a party, laat het gesprek voortgaan, in kerk of moskee, in synagoge of buurthuis en in ieder geval in scholen en gezinnen. Zelfs al lijkt echt veelkleurig samenleven soms een onbereikbare zaak. Niet in het bereiken van het doel, maar in het gaan van de weg ligt de zin besloten. Of, in de woorden van Hammerskjöld: "Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner mij niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik "ja" tegen iemand - of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het zeggen wil,'niet om te zien', of 'zich niet te bekommeren om de dag van morgen'."

 

Awraham en Sajidah, moge de zegen van de Ene God jullie vergezellen!


 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.