Over goddelozen en atheïsten

 door Jean-Jacques Suurmond


   


Kan een mens goddeloos zijn? Levende mensen hebben de adem van God in hun neus, vertelt de Bijbel. Om goddeloos te zijn moet je die dus kwijt zien te raken. Dat vraagt om een drastische beslissing: dood gaan. Maar goed, voor je overtuiging moet je wat over hebben.

 Het is echter maar de vraag of we God zo van ons af kunnen schudden.Want wat als die goddelijke adem tegelijk ook je eigen diepste bezieling, hartstocht, drijfveer – kortom onze persoonlijkheid - is, zoals de Bijbel beweert? Ons uitblazen van de laatste adem is dan eenvoudig het weer inademen van ons diepste wezen door God - zie psalm104. Dat schiet niet op. Denk je goddeloos in je graf te liggen, kom je alleen maar dichterbij God uit.

 Wel kunnen we doen alsof we van God los zijn. Dat is een populair spelletje. Het gaat zo: je maakt een beeld en noemt dat God om het vervolgens omver te halen. Bijvoorbeeld God als een hemels huisgezin:met een strenge vader, een lieve moeder Maria en een gehoorzame zoon.Velen hebben dat godsbeeld overboord gezet. Logisch. Het is warempel al werk genoeg om los te komen van je eigen vader en moeder.

 Karl Marx zag God als ‘een supermens in de denkbeeldige werkelijkheid van de hemel’. Die moet natuurlijk neergehaald worden. Want als mensenhun verlangen naar een betere wereld uitbesteden aan een hemelse superman, kun je lang op die betere wereld wachten.

 Het grappige (en ook tragische) is nu, dat velen denken dat met het relativeren of vernietigen van een godsbeeld God zélf verdwijnt. Dat is net zoiets als verwachten dat met het verscheuren van diens foto, de president het Witte Huis heeft verlaten.

 De theoloog Kuitert schrijft: ‘Eerst waren er mensen, en toen pas God.’ Op het vlak van de verbeelding is dat natuurlijk zo. Pas toen er denkende mensen waren, konden er godsbeelden ontstaan. Religie is een verrukkelijk spel van de verbeelding.

Maar Kuitert concludeert hieruit dat er geen God is. Daarmee verwart hij, filosofisch gezien, de orde van kennen met de orde van zijn. Het feit dat onze prehistorische voorouders zich, onder het grommend wegschrokken van een rauw stuk oeros, nog niks bij God konden voorstellen zegt natuurlijk niets over het zijn van God.

 Allee zeg, die godsbeelden, dat is maar een spelletje hoor. Daaronder en daarachter suist de goddelijke adem die de verbeeldingskracht oproept; die moed geeft om onze eigen vader en moeder te worden; die inspireert tot een hartstochtelijke inzet voor een betere wereld.

 Atheïsten ontkennen altijd een menselijk beeld van God. In die zin hebben echte gelovigen een atheïstisch trekje. Daar heeft dominee Klaas Hendrikse gelijk in. Ze houden het eerste van de tien geboden hoog, dat ons dringend aanraadt om beeldloos, dus atheïstisch, over God te denken. Dan wordt de ongrijpbare goddelijke adem niet meer opgesloten in eenbeeld, dogma of ideologie – die altijd bepaalde belangen dienen -,maar kan deze adem alle hoeken en gaten van het bestaan doorwaaien.Dan is er ook vrijheid om te spelen met nieuwe godsbeelden die onze tijd aanspreken.

 Goddeloos (zonder God) zijn gaat niet. Maar atheïst (zonder godsbeeld)zijn, wel. Het kan zelfs een teken van volwassen geloof zijn.

 

(eerder verschenen op www.reliflex.nl) 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.