Kijk-in-de-kerk (2)

Humor, heibel en hoop voor de wereld: praktijkverhalen uit de kerk


Alzheimer
Ik blijf het onthutsend vinden, mijn bezoek aan de gesloten afdeling van het verpleeghuis waar hij tegenwoordig woont. Ik heb hem lang gekend als zeer betrokken lid van onze kerk, vol zorg voor anderen en met een scherpe hoekige intelligentie. Maar tegenwoordig weet hij niet meer wie hij is. Dus moeten anderen dat voor hem onthouden. Alzheimer is verwoestend.

In de tijd dat hij erg onrustig was, maakte bezoek zijn verwarring alleen maar groter. Maar nu is hij rustig geworden, door een combinatie van goede medicijnen en verdergaande sloop van zijn hersenen. Hij hoort nog steeds bij ons, zeg ik tegen zijn vrouw, wanneer zal ik eens met je meekomen? Zij heeft haar eigen ritme gevonden met tijd voor hem en tijd voor haar en zo is het te doen. Dus vandaag gaan we.  Soms hoor ik mensen zeggen: je bent hem al kwijt voordat hij dood is. Maar zo vindt zij het niet. Hij is er nog, zegt ze, en ze noemt zijn naam vol liefde. Als ik kom, of de kinderen, dan weet hij niet wie wij zijn, maar het lijkt wel of hij rustiger wordt. Dat vind ik toch kontakt, zegt ze, en ze schiet even vol.

We lopen eerst de gemeenschappelijke ruimte binnen. Sober, maar wel gezellig ingericht, met veel ruimte voor rolstoelen en weinig losse spulletjes op tafel. Een vrouw zit wiegend in haar stoel steeds hetzelfde christelijke liedje te zingen, de eerste anderhalve regel ervan. Een ander rolt de zoom van haar rok steeds verder omhoog en dan weer terug. Eentje beent de kamer op en neer, anderen zitten als wassen beelden. Jonge meiden kletsen over een tv programma en grijpen af en toe in als de koffie op de verkeerde plek terecht dreigt te komen. Het verpleeghuis voldoet niet aan de huidige zorgnormen van eenpersoonskamers, maar doet wel aan kwaliteitszorg en aandacht.

We halen hem op en rijden zijn rolstoel naar een rustig hoekje. Ik noem zijn naam en vertel wat over de kerk en mensen die hij vroeger kende, we drinken koffie, zijn een tijdje stil, zijn vrouw vertelt wat over het dagritme. Soms lijkt het of hij wat probeert te zeggen, maar er komen alleen onverstaanbare klanken uit. Ik weet niet wat er in hem omgaat, zegt zijn vrouw en ze streelt zijn hand. Later pak ik mijn bijbel en lees een stukje voor uit psalm 139. De woorden klinken alsof ik ze nooit eerder heb gehoord.

HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
2 u weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten.
3 Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.

4 Geen woord ligt op mijn tong,
of u, HEER, kent het ten volle.
5 U omsluit mij, van achter en van voren,
u legt uw hand op mij.
6 Wonderlijk zoals u mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.

7 Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
8 Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.

9 Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
10 ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.



roeping

Afgelopen zondag kreeg ik een nieuwe collega. Echt nieuw, want dit is haar eerste gemeente, al heeft ze al een heel leven achter zich. Je moet lang studeren om dominee te worden en zij heeft het naast gezin en werk gedaan. Dat komt vaak voor: een late roeping tot het ambt, zoals dat heet. Soms moet je ook wat ouder zijn om de trage vragen prioriteit te geven.

Roeping – een vreemd mengsel van ambitie, neurose, verlangen en een onbekende stem. Woord en antwoord, zonder dat je precies weet wie of wat de vraag stelt. Gelooft u dat u in uw beroeping door deze gemeente door God zelf tot deze dienst bent geroepen? zo klinkt de eerste vraag van het bevestigingsritueel.

Hoge woorden, een gevaarlijke vraag. Wat zeg je als je God zegt? Ja, dat geloof ik, zegt zij en mijn hart zegt het haar na. Onmogelijk is het verlangen dat maar niet ophoudt, verlangen naar alles en naar niets, naar een wereld vol geluk voor een ieder, en als die er is, dan zal het nog maar pas beginnen. Is dat roeping? Als je het te zeker weet, dan gaat het mis en de ambities en neuroses zullen de toon zetten. En toch is er een zeker weten waardoor je het volhoudt, al die jaren van studie en werk.

Collega-predikanten komen naar voren om met handoplegging een zegen over te dragen. Al vijfhonderd jaar klinken er bijbelverhalen en gebeden in deze kerk. Zij wordt deel van de lange stoet van voorgangers, geroepen tot dezelfde dienst. Veni Sancte Spiritus klinkt het lied. Kom, Geest van God en vernieuw het aangezicht van de aarde.

Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer hij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar een keer antwoordde ik ja aan iemand - of iets.
Uit dat moment komt de zekerheid voort dat het bestaan zinvol is en dat mijn leven daarom, in onderwerping, een doel heeft.

(Dag Hammerskjöld)


Slangen en duiven
Wees scherpzinnig als een slang en behoud de onschuld van een duif, beveelt Jezus aan. Makkelijker gezegd dan gedaan. Probeer maar eens over geld te praten in de kerk. Dan vliegt de onschuld algauw het raam uit.

Vanavond is het weer eens zover. Fusies, verbouwingsplannen. Bezuinigen of investeren? Welke koers is wijs? Ik kijk de zaal rond. Twee vrouwen, 23  mannen. Na drie jaar onchristelijke heibel en haantjesgedrag vermijden vrouwen dit bestuur, ook al gaan er veel meer vrouwen dan mannen naar de kerk. Heren directeuren van eigen bedrijfjes vormen de meerderheid van de vrijwillige geldbeheerders. Zij brengen niet alleen hun expertise maar ook hun wijze van besturen mee. En dat is niet bevorderlijk voor het behoud van onschuld, denk ik bij mezelf als ik de Mercedessen buiten zie staan.

Gelukkig kent onze kerk vaste regels waarlangs besluiten genomen moeten worden. Het geeft enige bescherming tegen dictaturen, in zoverre tenminste de feiten op tafel komen – en dat is niet altijd het geval. Vanavond helpt de kerkorde. Overleg wordt afgedwongen en zo wordt voorkomen dat emoties of enkelingen snelle besluiten bepalen. De mogelijkheid tot beroep is geregeld en dat helpt om zorgvuldig te zijn. Of het overleg niet alleen een tactiek van vertraging blijkt maar ook echt iets oplevert, dan weten we nog niet. Maar als we niet meer kunnen praten, dan zijn we geen kerk meer, zegt iemand terecht.

Het democratisch proces wordt door de kerkorde bewaakt, maar levert ook niet altijd de beste oplossingen. Veel heeft te maken met de visie op de kerk. Kun je beter nu je geld investeren zodat het ten goede komt aan de huidige kerkgangers? En dus de vitaliteit van de gemeente maximaal ondersteund en eventueel vergroot kan worden? Of moet je een groot vermogen opbouwen waardoor je ook op lange termijn rente inkomsten hebt en een dominee kan betalen?

Is het eigenlijk wel passend voor een kerk om een vermogen te hebben? Verzamel geen schatten op aarde, raadt Jezus aan. Want de God van de bijbel en de god van het geld hebben niets met elkaar gemeen en ze allebei dienen gaat niet. Waar de wijsheid van een slang en de onschuld van een duif hand-in-hand kunnen gaan, daar wordt wellicht voorkomen dat de kerk haar ziel verkoopt. De woorden van Jezus zijn een mooie droom - en een ernstige waarschuwing.


drie-in-één

Wat je zegt is, waar, zeg ik. Maar wat hij zegt, is óók waar. Je moeder wordt niet van je afgepakt als je broer anders over haar denkt. We praten over hun familieherinneringen. Het is net als wanneer mijn broers en ik over onze ouders praten: of we in een ander gezin zijn opgegroeid.

Het mooiste en meest verwaarloosde feest in de kerk is Trinitatis. In
de westerse kerk wordt dat morgen (de zondag na Pinksteren) gevierd.
Als er nou één belangrijk geschenk is dat de kerk aan de wereld zou
kunnen geven, dan is het wel de viering van de Drie-eenheid.

Trinitatis zegt: wat je van God kunt merken lijkt op een bloem die zich ontvouwt:van één naar twee naar drie en weer terug naar één. Steeds opnieuw vanuit eenheid naar verscheidenheid en weer naar eenheid enzovoorts. Waar dat gebeurt, gebeurt God. Waar de eenheid de verscheidenheid ontkent of waar de verschillen ausgeradiert moeten worden, daar gebeurt God niet.

Omwille van de lieve vrede je eigen geluid dus maar niet te laten horen, is niet wat het hart van het leven verlangt. Om jouw waarheid tot de enige te verheffen, is niet zoals het werkelijk ís. Om verschillen reden tot breuk te maken, is niet de bestemming van de veelkleurigheid van het leven. Dat is het doel missen, zonde , zegt de kerk.

God is één en God is relatie, alle twee tegelijk. Als de kerk dat
viert, dan viert zij geen filosofisch idee maar de aard van de
werkelijkheid zelf. Als de kerk dat nou maar eens zelf door zou
krijgen..

Misschien dat er dan niet zoveel wordt geleden in gezinnen en kerken, waar onderlinge verschillen maar al te vaak voor breuken zorgen.


huisbezoek

Huisbezoek door de dominee. Een tijdgebonden fenomeen. Zonder meer verwacht door gemeenteleden boven de tachtig. Vijftigers krijgen een rolberoerte als ik voorstel om zomaar eens langs te komen – is er iets mis, willen ze me in de kerkenraad? En dertigers beginnen het soms weer te waarderen. Waar vinden ze nog een gesprek met diepgang tussen al dat eindeloze social talk van vandaag?

Huisbezoek. Op afspraak tegenwoordig, als je er al aan toekomt. Net als bij huisartsen is het aantal mensen dat onder mijn verantwoordelijkheid valt enorm vergroot en is crisispastoraat ongeveer het enige waar tijd voor gemaakt kan worden. Gewoon huisbezoek – even langslopen, praatje maken, dat gebeurt haast niet meer, in ieder geval niet in een stad. De oudste generatie ziet de dominee vaak nog als een vertegenwoordiger van God in persona: u bent een GEZALFDE DES HEREN, zei iemand eens (ik kon de hoofdletters horen). Het heeft prachtige en gevaarlijke mogelijkheden om zo gezien te worden. Mijn komst alleen al is een bemoediging, wat ik ook verder aandraag. Als ik een psalm lees en een gebed uitspreek, wordt de verborgen nabijheid van God voelbaar. Door het hoge gezag dat mij in mijn functie wordt toegekend, krijgen mijn woorden een lading die uiterst bevrijdend kan werken – maar ook beschadigen kan. Er is veel mis gegaan vroeger en vaak is het puinruimen. in zulke gesprekken. En wie hooggeplaatst wordt, kan erg diep vallen – als je iets zegt dan maar liever verzwegen moest worden.

Mijn eigen generatie ziet de dominee het meest als het gezicht van de kerk – en dat is vooral een opvoedkundig instituut waar ze gebruik van kunnen maken om richting te vinden als ze de weg kwijt zijn, of ondersteuning nodig hebben. Rituele begeleiding bij overgangsmomenten wordt gewaardeerd, huisbezoek in crisistijden, op aanvraag, ook. De begeleidingsvraag is vooral psychologisch of praktisch. Zelf zijn ze meestal erg actief in werk en familie, en vormen de kern van de vrijwilligersgroep die de kerk draaiend houdt. “Er zijn wel anderen die u meer nodig hebben”, zeggen ze als ik (in zeldzame rustige tijden) pols of ze een bezoekje op prijs stellen.

Maar de jongere generatie – als ze tenminste nog bij de kerk betrokken zijn - zien me het meest als een vertrouwenspersoon en iemand die iets weet over geloof. Mijn eigen authenticiteit en persoonlijke relatie met hen vormt de basis van het kontakt. Meestal bezoek ik ze in het kader van een huwelijksviering of de doop van hun kind, maar regelmatig maken ze zelf een afspraak. Het hangt een beetje van mijn vaardigheden af of ik God ter sprake kan brengen, want geloof is veel intiemer dan seks. Het treft me vaak hoeveel verlangen is naar zingeving en persoonlijk geloof. Aan de ene kant is God verder weg dan ooit in het levensgevoel van de meesten. Aan de andere kant is hun verlangen precies waar het over zou moeten gaan in een huisbezoek: je eigen leven leren verstaan als het verhaal van God. De wijsheid van de kerk heeft hier heel wat in aan te reiken. “Ik kan hier wel uren naar luisteren”, riep een jonge vader onlangs. Bij alle soorten van werk dat een dominee doet, is dit toch de kern: God ter sprake brengen. Niks mooiers niks moeilijkers dan dat.


Bijgeloof?

Tranen schieten in haar ogen als we over de Mariahulde praten. Als rechtgeaard protestant had ik er nog nooit van gehoord, maar tegenwoordig is het een onderdeel van veel huwelijksdiensten waarin ik voorga. Katholieken en protestanten worden nu eenmaal regelmatig verliefd op elkaar. Dat is de basis van een oecumene-aan-de-basis waar de officiële kerkelijke hiërarchie niet tegenop kan, godzijdank.

In de overwegend katholieke Betuwe waar ik eerder werkte, waren vrijwel alle huwelijken van protestanten gemengd. Daar raakte ik gewend aan een bruid die knielde voor een Mariabeeld in een gebed om vruchtbaarheid. Het was altijd een ontroerend moment voor alle betrokkenen. Stond daar zo’n schutterige knul te wachten terwijl zijn bruid in stilte en eerbied de zegen van de Moeder Gods zocht. Maria als oer-moeder van alle moeders: de eindeloze cirkel van geboorte en dood waarin het leven zich afspeelt, wordt zichtbaar gemaakt. De niet vanzelfsprekendheid van vruchtbaarheid wordt erkend. Het huwelijk is geen privé-gebeuren en kinderen krijgen is van belang voor de hele samenleving. Minister Rouvoet kan tevreden zijn.

Mariahulde. Bijgelovig, ongetwijfeld. Zonder bijgeloof geen geloof. Kaf is een onmisbaar omhulsel voor de graankorrel die de kern van de religie vormt. Dat geldt voor ons persoonlijk geloof maar ook voor de godsdienst in het algemeen. Er hangt van alles omheen dat meer met onszelf te maken heeft dan met God. Dat maakt al ons geloof menselijk en relatief. Alleen God zelf is absoluut.  Het hoort bij de domineestaak het onderscheid tussen die twee in de gaten te houden. En om te beseffen dat graan zonder kaf geen kans op uitrijpen heeft.

Een gebed om vruchtbaarheid – is dat niet een vleugje natuurgodsdienst?  Ongetwijfeld. So what? Zonder integratie van het lichamelijke en natuurlijke blijft het hele geloof een intellectuele oefening. Leuk voor de zondagmiddagborrel, maar niet van belang voor het leven.

In de historische kerk waar het huwelijk zal plaatsvinden, zijn alle Mariabeelden lang geleden kapotgeslagen door ijverige protestanten. Maar hedendaagse ijverige protestanten hebben ikonen geschilderd – en daar zullen we één van gebruiken. De bruid is blij met die mogelijkheid, want haar verlangen naar kinderen is groot. Een kind krijgen blijft toch altijd een wonder. Dat besef is de glanzende kern van de Mariahulde.

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.