Kloostertraining in Nepal


Na een aantal jaren Shambhala retraites en trainingen gedaan te hebben (gebaseerd op Boeddhistische inzichten, zie ook deze volgende pagina), neem ik studieverlof op om het boeddhisme en hindoeïsme wat nader te onderzoeken in Nepal. 

Hieronder staat een verslagje van mijn ervaringen in het Tibetaans-boeddhistisch klooster van Kopan, Kathmandu, Nepal. Het verscheen eerder in het tijdschrift Het Vermoeden.

Welkom van de abt en enkele gereïncarneerde lama's (de jonge kinderen die je hier ziet)


Op zoek naar wijsheid in Nepal  

Het is een bijbelse herrie, op weg naar mijn kamer. Cimbalen en bazuinen, tromgeroffel en handgeklap komen uit het tantric college, waar de Tibetaanse variant van het Boeddhisme onderwezen wordt. 

Ik ben in Kopan, een klooster in Nepal als deel van mijn studieverlof voor predikanten. Eén van de ruim 300 monniken leidt me door een doolhof van trappen en paden, langs een paar vlooiende apen, een zwerfhond en een wasplaats waar jochies hun rode pij aan het schrobben zijn. Mijn kloosterkamer heeft verrassend veel comfort en kijkt uit over Kathmandu. Ze geven hier al 30 jaar les aan westerlingen. De abt heeft zelfs gezorgd voor pindakaas voor al die Amerikanen die niet zonder kunnen. De cursusgroep telt zo’n 90 deelnemers, merendeels westerse jongeren die ‘Azië doen’.  


We krijgen in tien dagen een volledige inleiding in de Lam-Rim ‘het geleidelijke pad naar het totale ontwaken’. Vanaf zes uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds zijn er sessies en we houden stilte aan tot en met de lunch. Ani Karen is de cursusleidster. Zij is een Zweedse non die met de hippies mee trok naar Kathmandu in de zestiger jaren, en nooit meer wegging. Ze heeft het giecheltje dat de Dalai Lama ook heeft. 

’s Middags komt Geshé Shereb, een leraar uit Tibet. 

Hij  heeft die prachtige brommende manier van Tibetaans reciteren, al is zijn Engels soms moeilijk te volgen. Hij giechelt ook al. Ani Karen legt de regels uit waar we ons aan moeten houden: niet doden is de eerste. Ik ben er wat lacherig over – wie gaat er nou iemand vermoorden hier? Maar het is ernstig: zelfs de muskieten moeten we liefdevol de deur uit wapperen, of beter nog: vol compassie ons bloed aanbieden.   

De cursus gaat over mind, een moeilijk te vertalen woord. Geest, gemoed, ziel, gewaarzijn? ‘Alleen met het hart kun je goed zien’, zegt de kleine prins, en dat is wat mind is. Een vorm van rechtstreeks waarnemen zonder gedachten of emoties die ertussen zitten. Maar wel met huid en haar betrokken. 

Mind is als een spiegel, zegt Ani Karen, het heeft geen eigen programma. Het ziet wat is, dingen die constant weer veranderen, zonder zelf te veranderen. Als je echt mindful bent, dan ben je als Boeddha die alles weet en doorziet. Zou dit net zoiets zijn als ‘vervuld van de Heilige Geest’? Zoals over Jezus werd gezegd? Alle sessies eindigen met een motivatie-meditatie. Prachtig vind ik dit: je eigen redenen onderzoeken waarom je hier zit en die dan vervolgens bewust vergroten tot heil van de wereld. Boddhicitta , het wekken van een liefdevol hart. 


ochtenduitzicht

Tim, een Belgische knul, leidt de ochtendmeditatie. We verwarren ons gewaarzijn met wát we gewaarzijn, zegt Tim. Dus proberen we onze aandacht bij onze adem te houden en niet af te dwalen in gedachten. Het valt niet mee om 6 uur ’s ochtends, nog voor het ontbijt. De rest van de dag krijgen we naast de meditaties onderwijs over de leer van Boeddha. Wat me treft, is de praktijk ervan. Theologie is geen alternatief voor wetenschap. Het is een beoefening. Het gaat om vormen van denken die een andere manier van kijken inoefenen, een andere manier van leven. Vingers die naar de maan wijzen, zei Boeddha. De leer is een vlot dat je over de rivier brengt. Dat doen we in de kerken toch vaak verkeerd, denk ik. We geloven in ons geloof, niet in God – en we weten niet eens het verschil. Ik vraag me wel af of deze westerse leerlingen van Boeddha niet in dezelfde fout vallen.  

Ieder wezen, mens of dier, is ooit in een vorig leven je moeder geweest, vertelt Ani Karen. Dat is basis van respect voor alle levende wezens. Het is een mooie gedachte waar we de hele ochtend over mediteren. Maar of de aap die agressief het pad naar mijn kamer blokkeert, ooit echt mijn liefdevolle moeder was? Ik durf er niet op te vertrouwen en kies haastig een zijpaadje. Maar was hij wel agressief? Of is dat mijn eigen interpretatie uit angst geboren?  ’s Avonds smeer ik Deet op, twee muggensteken vandaag vind ik wel genoeg offer aan de levende wezens die in mijn kamer rondzoemen.  

Ons verlangen naar houvast is de bron van lijden. Alles verandert voortdurend. Over die wijsheid mediteren we met behulp van de dood. Je weet niet of je straks nog leeft. Je moeder, je zus of je kind zal dood gaan. Ik kijk over de groep en zie tranen stilletjes lopen. Wat wil je ook als je twintig bent en alleen op reis in een ver land? Ik voel mijn moederlijke gevoelens ontwaken en omhels na afloop van de sessie mijn jonge buren.  

De lesdag over karma geeft me de kriebels. Alles wat je doet heeft gevolgen, indirect als een soort stempel in je geest, of direct in wat je overkomt. Al je omstandigheden zijn gevolg van wat je in dit leven of vorige levens hebt gedaan, positief of negatief. Geen straf maar het simpele resultaat van de wetten van het universum. Er is geen toeval. Karma werkt als een versterker: de gevolgen zijn veel groter dan de oorzaak, als een beuk die uit een beukennootje voortkomt. Ik vind het allemaal erg benauwend. ’s Middags vertelt Joy van 28 dat haar man stierf na een doktersfout, een jaar na hun trouwen. Slecht karma? vraagt ze aan ons gespreksgroepje. Maar die schudt collectief het hoofd.  

Verlossing voor een boeddhist is bevrijding uit het wiel van reïncarnatie. Reïncarnatie is dus niet een prettig alternatief voor de dood.  Daarom worden we aangespoord om goede daden te doen, zodat we niet herboren zullen worden in het dierenrijk of het ‘rijk van de hongerige geesten’, of een gruwelijk hellerijk. 

‘’Kun je dit niet allemaal psychologisch zien? vraagt een cursist. ‘Ja, dat kan wel’, zegt Ani Karen, ‘maar dat is niet wat Boeddha leert. Dit is de werkelijkheid zoals het is. Je hoeft het niet te geloven. Als je genoeg mediteert, zul je het zelf waarnemen.’  Dit is de onverdunde boeddhistische leer, besef ik - niet de westerse versie. Ik probeer het meditatief uit. Maar het past niet bij de diepe onverdiende goedheid die ik in alles van het leven zie glanzen. Geef mij maar de almacht van God die ‘niet loslaat wat zijn hand begon’. Zelfs al weet ik niet precies wat die woorden betekenen, de zin ervan proef ik dagelijks. En of angst voor de hel je helpt om spiritueel te groeien? Dat hebben we toch wel gehad, hoop ik.  

We sluiten de sessies af met tonglen. Je ‘ademt het lijden van anderen in’, en je ‘vult je uitadem met het helende licht van Boeddha’. We beginnen met onze geliefden en eindigen met de hele wereld. Ik voel mijn eigen hart in stapjes ruimer worden. Als dit geen bidden is?  

Wat een levenswijsheid komt er langs in deze tien dagen. We krijgen een band met elkaar, doen loop- en lichtmeditatie, visualiseren onze relaties, ontdekken de kracht van de stilte en discussiëren heftig. We bezoeken een oorverdovende gebedsdienst, zien onbegrijpelijke relieken en begroeten vier gereïncarneerde lama’s. Kijk eens door de ogen van de vreemdeling, zo leerde ik uit de bijbel en ervoer ik in Kopan. Het werkt bevrijdend.  


Hier kun je in 15 minuten iets van de sfeer daar proeven.


Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.