Lichamelijkheid en spiritualiteit

interview met cultuurtheoloog Frank Bosman

Frank Bosman Frank Bosman


Frank Bosman (1978) is een rooms-katholiek cultuurtheoloog, werkzaam aan de universiteit van Tilburg. Hij schrijft en spreekt over allerlei onderwerpen van religie en de hedendaagse cultuur. Op 16 maart zal hij een lezing houden over lichamelijkheid en spiritualiteit. Dit in het kader van het thema van dit Franciscusjaar: 800 jaar stigmata.

Vonkeman: U bent al lang bezig met het thema lichamelijkheid. U schrijft in uw boek ‘God houdt van seks’: 2000 jaar christelijke traditie hebben een diep wantrouwen achtergelaten tegenover vrouwen, lichamen en seks. Kunt u daar iets meer over vertellen?


Bosman: Je ziet de invloed van een patriarchale samenleving, waar de vrouw in principe bezit was van haar vader, man, of broer. Een vrouw werd en wordt nog steeds vaak gereduceerd tot haar lichaam. Haar seksualiteit wordt gezien in dienst van de voortplanting. Een priester moet op Christus lijken en die was een man, dus vrouwen kunnen niet gewijd worden. Alsof Christus niet ook een besneden jood van dertig jaar was in een lange jurk en sandalen. Waarom dat ene aspect eruit lichten? We hebben een nieuwe theologie nodig, met een positieve kijk op het lichaam, op seks, op vrouwen. Dat zal ook allerlei gevolgen hebben, niet alleen voor de wijding van vrouwen, maar ook over onze kijk op celibaat, homo’s en andere relatievormen.


Wat hebben lichamelijkheid en spiritualiteit met elkaar te maken?


Spiritualiteit heeft met ervaring te maken en dat kan niet zonder een lichaam. Wij leven via onze zintuigen, via ons lijf, anders kunnen we de wereld ook niet begrijpen. We hebben geen lichaam, we zijn een lichaam. Soms doen we alsof geest en lichaam niets met elkaar te maken hebben. Maar we weten wel beter: als het lichaam niet wil, dan heeft de geest het ook moeilijk. Om iets van God te ervaren hebben we een lichaam nodig. God zelf krijgt een lichaam in Jezus Christus. Met andere woorden: God wil belichaamd worden. We dragen een kruisje om onze hals; dat is een martelinstrument, bedoeld om zo lang mogelijk lichamelijk te lijden. Jezus had geen rustig sterfbed, zijn geest werd er uitgesloopt. En toch is dat het symbool van ons geloof geworden. God verzoent zich met ons door de kruisiging.


In de traditie lees je veel over lichaamsvijandige gebruiken, als streng vasten, zelfkastijding, zware ascese. Hoe ziet u dat?


Je kunt allerlei psychologische ontsporingen terugvinden, maar ik denk dat het in de kern ergens anders om ging. Ze wilden de geest temmen en bevrijden van ondeugden. Je geest kun je niet rechtstreeks aanpakken, maar je lichaam wel. De discipline van de geest geschiedt door de discipline van het lichaam. Niet omdat het lichaam fout is, maar omdat het een manier is om de geest vrij te maken.


Franciscus beleefde zijn geloof heel lichamelijk. Hij kuste een melaatste, rolde zich in de modder, sprak met wilde dieren en prees broeder zon en zuster maan. Wat betekent dat voor u?


Franciscus leefde als een nar. Hij belichaamde de dwaasheid omwille van zijn boodschap. Mensen denken dat hij naïef was, of het niet helemaal begreep, omdat hij allerlei dingen heel letterlijk nam. Als God zei: bouw mijn kerk, dan ging hij letterlijk een kerkje restaureren. Toen de Paus zei: ‘ga terug naar je varkens en preek voor hen’, toen ging Franciscus terug, rolde zich in de modder en kwam zo weer voor de paus. Die natuurlijk spijt kreeg van zijn arrogantie. Franciscus was een belichaamde parabel, geniaal en poëtisch, een dwaas omwille van Christus. Zijn leven was als een uitvergrote lachspiegel voor de mensen. Hij speelt met de spanning tussen iets letterlijks en een metafoor. Daardoor wil hij ons een groter verhaal vertellen. Zijn zonnelied is een dichterlijke manier om te laten zien hoe de hele schepping met elkaar verbonden is.


U houdt een lezing in het kader van het Franciscaanse jaarthema: de stigmata. Het is 800 jaar geleden dat Franciscus de stigmata ontving. Wat is volgens u de betekenis daarvan voor ons?


Het is een voorbeeld hoe Franciscus in zijn eigen leven zijn boodschap belichaamde. Je kunt het letterlijk zien, maar ook als een parabel: ook hij heeft geleden in zijn lichaam. Hij was vaak ziek, was bijna blind. Stigma betekent: teken. Franciscus is getekend door zijn ontmoeting met God. Dat is namelijk wat een Godsontmoeting doet: het breekt je, het tekent je, je leven is nooit meer hetzelfde. Het is een veruiterlijking van een innerlijk gebeuren. Het is een zegen, die nabijheid van God, maar ook iets pijnlijks. Denk aan Jacob die met God worstelde aan de Jabbok: zijn heup werd ontwricht. Tot God naderen is risicovol. De traditie vertelt niet voor niets over woestijntijden, of een donkere nacht. Kijk naar moeder Theresa, die bijna haar hele leven lang leed aan Godsverduistering. Stigmata kunnen ook verwijzen naar het lijden van Christus – en hoe jouw lijden daarin wordt opgenomen en misschien wel dat van Christus aanvult.


U schrijft ook veel over moderne games. Veel jongelui leven meer in de digitale wereld dan in hun lichaam. Hoe kijkt u daartegen aan?


Jongeren vinden het in toenemende mate moeilijk om in deze wereld te functioneren. Er is zoveel druk om te slagen: alle falen ligt aan jezelf. Dan kun je ontsnappen door een Peter Pan te worden, het jongetje dat niet wilde opgroeien. Peterpannen betekent: geen keuzes maken waar je verantwoordelijkheid voor moet nemen. Je houdt alle opties open, je kiest niet voor één ding waardoor je iets anders uitsluit, je duikt weg in een fantasiewereld. Dat kun je doen door drank en drugs, of bv. door wereldreizen te maken. De meest geaccepteerde, goedkoopste en makkelijkste oplossing is een videogame. Om een gegeven moment moet je natuurlijk wel de stap naar de echte wereld maken: dan is er vaak hulp nodig. Om naar buiten te durven, om je in het sociale verkeer te kunnen handhaven, smetvrees soms.
Games die ontspanning bieden, zoals een boek doet, is prima. Games die je aanzetten tot steeds meer kopen, met een verslavend verdienmodel erachter, als een casino, die moeten gereguleerd worden.
Menszijn is verbonden met een lichamelijk leven, dat is cruciaal voor werkelijk menszijn, met kwetsbaarheid en eindigheid, maar ook moreel, zelfbewust en creatief. Zonder lichaam geen Godsrelatie.


(eerder verschenen in het Franciscaans maandblad Alle Goeds)

 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.
Map
Info