Alexander Calder


In 2012 was in het gemeentemuseum van Den Haag een grote verzameling van werk van Alexander Calder bij elkaar gebracht. Deze Amerikaanse beeldhouwer overleed in 1976. Vooral zijn grote vloeiende vormen en zijn speelse mobiles ontroerden me. Zijn werk is verwant aan Míro en Kandinsky, twee van mijn favoriete kunstenaars, maar dan 3D. Prachtig hoe de ruimte verandert door de manier waarop de mobiles hangen (en bewegen, als er even een zuchtje wind is). Het is humor en fragiliteit, evenwicht en spanning, jazz en japanse kunst ineen. Je ziet het licht op blaadjes in het bos, of het gedwarrel in de herfst. Maar je kunt het ook zien als een knipoog naar de manier waarop mensen zich onderling verhouden. En misschien hoor je zelfs iets van de onhoorbare muziek van het leven zelf in het trage wentelen van ritmische vormen. In het onderstaande filmpje vind je mijn foto's van deze tentoonstelling. Ik koos voor Shankar en Glass als begeleidende muziek, omdat er iets van dat alles ook in terug te vinden is.



    Calder wilde kinetische kunst maken: kunst die kon bewegen. Het is dan eigenlijk ook heel erg dat in deze tentoonstelling niets bewegen mocht. De mobiles nodigen uit om er tegen aan te blazen, maar dat werd verboden. Gelukkig kun je ze wel in beweging zien in DIT FILMPJE. Dan komt de schoonheid van de mobiles nog veel meer tot zijn recht.

Ik zag nog een klein oud filmpje op Youtube, over Mondriaan en Calder. Het geeft een goede uitleg van Calder's drive om toeval, beweging en abstracte vormen bij elkaar te brengen. Er zijn een paar prachtige opnames bij van zijn bewegende mobiles. 

Wat het oproept voor mij is net zoiets als wat ik beleef in een goede liturgie - een samenspel van vormen, toeval en beweging - waardoor er iets opgeroepen wordt dat meer is dan de som van de delen - iets dat met schoonheid en ruimte en vrijheid en groot geluk te maken heeft. Calder zou zeggen: met zijn. En dat is in de christelijke traditie een godsnaam.

  

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.