De pijn van de rietfluit


Afghanistan is weer in het nieuws. De vredesmacht heeft het moeilijk, de Taliban rukt op en het land lijkt zich maar niet aan barbaarse tijden te kunnen ontrukken. Ik kan niet over Afghanistan horen zonder een gevoel van verdriet en dat komt door Roemi.

Roemi is mijn favoriete spirituele dichter aller tijden. Geen mens heeft zo hartstochtelijk geschreven over de liefdesvereniging met God als hij.

Door jouw liefde

is al mijn nuchterheid verdwenen.

Ik verkeer in een roes

van waanzinnige liefde.

Ik ben zo beneveld

dat ik niet meer weet wie ik ben.

Ik ben zo dronken

dat ik de weg naar huis ben kwijtgeraakt.

In de tuin

zie ik alleen jouw gezicht.

Bomen en bloemen

verspreiden louter jouw geur.

Dronken van liefdesextase

kan ik niet langer

dronkaard en drank,

minnaar en geliefde onderscheiden.

Djelal-oed-Roemi komt uit Afghanistan. Daar werd hij in 1207 geboren. Later trokken zijn ouders naar Konya in Turkije, waar nu nog steeds het centrum is van de spirituele orde die hij later zou stichten.

Een jaar of wat geleden kwamen ze naar Rotterdam, de derwishen uit Konya. Ik zal het nooit vergeten: de Doelen gevuld met Turkse en Arabische mensen, vaak tot tranen toe bewogen door de uitbeelding van de spirituele reis van de ziel.


rietfluit Roemi


Luister naar het riet van de fluit, hoe het vertelt

En hoe het klaagt, gekweld door de pijn van het afscheid!

“Sinds ik gesneden werd uit het riet van mijn vaderland,

huilt heel de wereld mee op mijn klanken.

Ik zoek een hart, gebroken door scheidingsverdriet,

Aan wie ik kan vertellen over de pijn van het scheiden…."

En de klank van de rietfluit klonk door de zaal en de stem van de voorzanger zong over het heimwee naar God, naar de eenheid met de bron waar alle mensen uit voortkomen. En of we nu moslim of christen of helemaal niet gelovig waren: geen hart bleef zonder herkenning.

Ik zoek een hart gebroken door scheidingsverdriet.

Als er iets is dat mensen gemeenschappelijk hebben, dan is het wel het lijden. Geen huisje zonder kruisje, zeggen we in Nederland. Iedereen heeft een verhaal, iedereen kent pijn aan het leven. Je gezondheid kan een probleem zijn, je kunt mensen verliezen, je kunt met jezelf in de knoop zitten of met je naasten, je kunt lijden aan de verdeeldheid in je familie of je land, en aan de ellende van de wereld.

Roemi zegt:  ten diepste is ons verdriet scheidingsverdriet. Alle ongeluk vindt zijn oorsprong in het afgescheiden zijn van God. Waar mensen het contact met hun bron verloren zijn, daar ontstaat het kwaad dat mensen elkaar doen.


Een doorn in de voet is moeilijk te vinden.

En de doorn in het hart?

Zag iemand die,

dan deed hij nooit een ander verdriet.

Onze oorsprong in God vergeten, dat is de doorn in ons hart, de pijn die nooit weggaat. Maar al te vaak menen we dat de pijn van ons leven geneest als we maar in andere omstandigheden zaten, als die man of die vrouw nu maar zou doen wat we wensen, als we maar hadden wat we zo graag willen. We sluiten onszelf op in de gevangenis van ons kleine ik, ons ego, en vechten met andere kleine ikjes. En daar komt strijd en lijden uit voort. Maar eenheid met God doet ons ik wegsmelten als sneeuw voor de zon. Of zoals Roemi bidt:

0, oneindig verheven Geliefde!

Laat mij mijn zorgen vergeten.

Alle bloemen weerspiegelen

de uitbundigheid van je geest.

In de naam van Allah,

bevrijd mij uit de kerker van mijn ego,

laat mij mijzelf verliezen

in de bergen en de woestijn.

Jezus zegt: wie zijn leven verliest, zal het behouden. Het idee dat we opgesloten in onszelf en afgesloten van de rest zijn - dat idee dat wij 'ons leven' noemen - dat mogen we kwijtraken. We zijn geen stofjes zwevend in een koud universum. We komen voort uit een zuivere bron. 

  Roemi zegt:

Zuiver van hart, trekken we, lerend, de wereld door

en raken in de ban van alles om ons heen.

Je bent steeds ergens naar op zoek,

maar het ontgaat je

Dat je al bent wat je zoekt.

Als we weer één geworden zijn met de bron waar we uit voortkomen, als God zelf zijn adem door ons leven heen blaast, dan zijn we als riet, kunstig gesneden tot een fluit en dan komt ons leven tot onze bestemming: op Gods adem hemelse muziek voortbrengen.

Afghanistan is nu een bron van veel lijden. Maar ook is het het land waar Roemi is geboren, de dichter die nog altijd spreekt tot de harten van mensen uit alle culturen en tijden.

Laat me deze column eindigen met een verhaaltje dat van hem afkomstig is.

Een Pers, een Turk, een Arabier en een Griek waren samen op reis naar een ver land. Ze kregen ruzie over de vraag waar ze het enige muntstuk dat ze samen bezaten, moesten uitgeven. Alle vier wilden ze er eten van kopen, maar de Pers dacht aan angoer,  de Turk aan oezoem, de Arabier aan inab en de Griek aan stafil. De ruzie liep hoog op, want niemand begreep wat de anderen wilden. Toevallig kwam een taalkundige voorbij, die hen hoorde ruziën. 'Geef de munt maar aan mij', zei hij. 'Dan zal ik zorgen dat jullie allemaal je zin krijgen.' De taalkundige kreeg de munt en liep naar een winkeltje, waar hij vier trosjes druiven kocht. Vervolgens gaf hij alle mannen een trosje.

'Dat is nu een angoer!' riep de Pers.

'Ik noem dit oezoem!' zei de Turk.

'U hebt inab voor me meegenomen', zei de Arabier.

'Niet waar! In mijn taal heet dit stafil', riep de Griek.

Opeens kwamen de mannen tot het besef dat ze allemaal hetzelfde hadden gewild, maar dit niet aan elkaar duidelijk hadden kunnen maken.


Laten we leren luisteren naar het geluid van de rietfluit, naar de pijn in het hart van ieder mens. En dan zullen we beseffen dat wij allen broers en zusters zijn, één familie van mensen, verlangend naar eenheid met God.


Column voor de stadsradio

 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.