DRIE-OP-VRIJDAG (4)

34. Sajidah Abdus Sattar

 Het Sinterklaasfeest staat weer voor de deur. Ook ik maak mijn verlanglijstje op, maar daarover straks meer. J kunt je afvragen wat een moslim met Sinterklaas moet. Sint Nicolaas was bisschop van Myra, in wat tegenwoordig Turkije heet. In zijn tijd waren daar echter nog geen Turken. Legenden over zijn wonderen ter wille van kinderen en scholieren zijn via Italië in noordelijk Europa ‑ laten we zeggen ‑'gemigreerd'. Daarom ben ik zo vrij om hem te benoemen tot mythische schutspatroon van migranten. Reist hij niet samen met de uit het Iberische schiereiland uitgewezen Moor? De Moren van de Spaanse geschiedenis waren moslims uit Noord‑Afrika, niet zo verschillend van de Marokkanen. Zo zien we dat een bisschop uit 'Turkije' en een donker gekleurde man uit 'Marokko' centraal staan in een Nederlandse volkstraditie; voorlopers van de migranten van nu.

 Ik ben voor het samen feestvieren, want dat verbroedert. Maar er zit ook venijn in dit volksfeest ‑ niet in de staart, maar in de mijter met het kruis. De Moorse Piet wordt gekenschetst als een warhoofd en een dwaas, die de gehoorzame knecht moet zijn van zijn blanke christen‑baas. Het teken van het kruis betekent voor moslims al sinds de kruistochten, de inquisitie en de koloniale tijd voornamelijk machtspolitiek, vervolging en uitbuiting. Hier echter is Sinterklaas de zachtmoedige, goede gever met de witte baard. Kindertjes zijn niet bang van hem, maar van Zwarte Piet, tenzij ze om hem kunnen lachen. Wit staat immers voor goed en zwart voor slecht. Wie zou zich een Zwarte Piet kunnen voorstellen op de plaats van de Sint?

 Maar och, leve de traditie. Ik gun de kinderen best hun pleziertje, als het maar geen kwalijke vooroordelen bevestigt. Van mij mogen Sinterklaas en Zwarte Piet zelfs het hele jaar door blijven om zich, zonder schmink of mijter, onder de migranten te scharen. Misschien dat deze baas en knecht elkaar dan eindelijk eens als gelijken gaan behandelen en samen de kinderen van het Noorden blijven verrassen met cultuurschatten uit het Zuiden.

 Overigens, ik heb nog een advies voor Sint en Piet. Pas maar op hier in Nederland. Het land, zo zegt men, is vol en buitenlanders zijn niet erg geliefd. Weliswaar werden jullie eens met luid gejuich verwelkomd, maar als de cadeautjes op zijn en er geen profijt meer van jullie te halen is, verwacht men dat je met stille trom vertrekt. Pas maar op, als jullie volgend jaar weer naar Nederland komen, want vóór je het weet pakken ze je op als illegale vreemdeling en nemen ze de zak met snoep in beslag op verdenking van drugshandel. Mocht Sint besluiten te blijven, dan kan hij het best zijn baard afscheren, voordat hij wordt aangezien voor een 'fundamentalist'. Piet is onvermijdelijk herkenbaar als buitenlander en zal zich voortdurend moeten legitimeren.

 Dat brengt me bij mijn verlanglijstje. Het bestaat niet uit wensen om iets te krijgen, maar juist uit wensen om verlost te worden van zulke zaken als de ziek makende haat en jaloezie tussen mensen, de harteloosheid van materieel rijken en het opportunisme van politici, de schijnheiligheid van leiders die religie misbruiken voor hun eigen bekrompen, zelfzuchtige doeleinden, de geestelijke corruptie van hen die in naam van God haat zaaien tegen gelovigen van een andere godsdienst, de zelfverheerlijking van nationalisme en de afstotelijkheid van alle vormen van zelfverheffing, het negeren van menselijk leed en andere catastrofes, zij het in oorlogsgebieden of elders, het toedekken van lafheid en besluiteloosheid met de vlag van neutraliteit, de soort gelijkberechtiging die de agressor evenveel bescherming biedt als het slachtoffer, de stompzinnige, opportunistische excuses voor het breken van eigen principes, de hypocrisie van de mensen die passief toezien hoe onrecht wordt begaan, het voortdurend benadrukken van de fouten van anderen om zelfverheffing te rechtvaardigen, de misleidende begoocheling door onze ego's die zelfkennis in de weg staat. Met zo veel onvervulbare wensen wordt het helaas een mager Sinterklaasfeest.

   

35. Marianne Vonkeman

 Bij goede communicatie hoort het regelmatig ophelderen van misverstanden. Ik ben dankbaar dat je laat weten dat mijn woorden venijnig bij jou overkwamen, Awraham. Zo waren ze beslist niet bedoeld en het spijt me als ik je kwetste. Het is mij nog niet helemaal duidelijk wat er precies zo steekt. Ik gebruikte jazz-muziek als een metafoor omdat ieder instrument een eigen geluid toevoegt aan de muziek die gemaakt wordt. En zo schreef ik dat jouw gelovige duiding van de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten 'toevoegt aan mijn cynische bewondering voor Israëls verdeel-en-heers politiek'. Hiermee bedoelde ik uiteraard niet dat jouw woorden mijn eigen houding versterken, net zomin als in jazz de trompet harder gaat klinken als de piano met de solo begint. Integendeel zelfs, jouw inbreng laat iets heel anders horen dan wat ik zelf in eerste instantie beluister. En zo gaat de muziek anders klinken.

 Misschien is het mijn omschrijving van Israëls politiek als 'verdeel-en-heers' die steekt. Eerlijk gezegd is dat het woord dat bij mij opkomt als ik zie hoe dan weer Arafat en dan weer Hoessein door Israël politiek beloond of gedwarsboomd worden. Ik zou niet weten hoe Israël het anders zou moeten doen, gezien de gecompliceerde verhoudingen daar. En gezien het gebrek aan internationale rugdekking zoals in tijden van crises telkens weer blijkt. Vandaar mijn bewondering. Maar als je die uitdrukking niet terecht vindt dan hoor ik graag waarom.

 Dan is er nog het woord 'cynisch'. Dat is een wat gechargeerde manier om mijn argwaan ten aanzien van politiek (álle politiek) te omschrijven. Juist jouw gelovige duiding maakt zichtbaar hoezeer ik een kind van mijn tijd ben, een andere tijd dan die van jou en Sajidah. Het naïeve optimisme van de zestiger jaren en de daaropvolgende ineenstorting van alle ideologieën en politieke systemen heeft mij gevormd en mogelijk wat misvormd. Het christelijk geloof is te vaak in nationalistische politiek opgegaan. Dat maakt mij huiverig voor de vermenging van religie en politiek, al moeten ze ook niet helemaal los van elkaar komen te staan. De islam valt toch ook niet samen met Arabisch nationalisme? Of het jodendom met Israëls politiek? Hoe zien jij en Sajidah eigenlijk de verhouding tussen religie en nationale politiek?

 Tenslotte beschrijf je hoe de christelijke kerk zelden het juiste woord wist te vinden inzake de conflicten in het Midden-Oosten. Het zal wel weer samenhangen met mijn generatie's individualisme, maar voor alle duidelijkheid: ik schrijf wel als christen en lid van een kerk, maar niet namens de christenen, of namens de kerk. Ik stel prijs op dat onderscheid. En dat brengt me bij nog een vraag die ik aan jou en aan Sajidah zou willen stellen: in hoeverre beperkt onze wijze van herinneren de toekomst?

 Het is terecht dat de geschiedenis meeklinkt in het gesprek dat wij voeren. Het christelijk antisemitisme dat zoveel leed heeft veroorzaakt, de kruistochten tegen de moslims, ze mogen niet ontkend worden. Nog belangrijker is het signaleren van misstanden in het heden, zoals Sajidah in haar vorige column deed. Maar de vraag dringt zich aan mij op: wat rekenen we eigenlijk tot ons verleden? Alleen die dingen die ons als persoon, of als familie of als volk of ras zijn overkomen? Of al die dingen die heel de mensheid betreffen? We kunnen het verleden zien door de ogen van óf slachtoffers óf daders. Maar lopen we dan niet het gevaar de ellende daarvan voort te zetten in de toekomst, door slachtoffergedrag, vooroordelen of het overschreeuwen van schuldgevoelens? Ik ben deel van een kerk die (naast veel goeds) ook veel onrecht heeft veroorzaakt. Ik ben ook vrouw, deel van die helft van de wereldbevolking met een sterk verhoogd risico op geweld, alleen omdat ze vrouw zijn. Maar verder ben ik ook deel van de hele mensheid. En dat verbindt mij met daders én slachtoffers, toen en nu. Door deze wijze van herinneren ben ik niet alleen slachtoffer en niet alleen dader, maar draag ik alletwee in mij. Dit is naar ik hoop een vruchtbaarder bodem voor een betere toekomst.

 

36. Awraham Soetendorp

 Joden en christenen en nu gelukkig ook moslims praten in Nederland openhartig met elkaar zonder omzichtige beleefdheid. En zo hoort het ook tussen familieleden. Wij proberen elkaar de waarheid te zeggen hoe moeilijk dat soms ook valt. Het is vanuit dit wederzijds respect dat wij onze discussie voeren.

 Natuurlijk beschouw ik jou niet, Marianne, als vertegenwoordigster van de christelijke kerk. Dat zou wel al te dwaas zijn. leder spreekt vanuit zijn en haar eigen individuele verantwoordelijkheid. Dit geldt voor álle generaties. Maar tegelijkertijd kan geen van ons de geschiedenis, de traditie, recht en onrecht van de religieuze achtergrond waar vanuit wij nu leven ontkennen. En zo heb ik het kader geschetst waarbinnen jouw omschrijving van het gedrag van de Israëlische regering als 'verdeel en heers‑politiek' naar mijn mening moest worden geplaatst. Mijn teleurstelling werd gewekt door het feit dat mijn van binnenuit met alle ontroering gegeven reactie op het ontkiemen van de vrede door jou werd beantwoord met een wat al te gemakkelijk cynisme. En ik geloof niet dat het alleen met het generatieverschil te maken heeft. Nogmaals ik weet dat ik jouw individuele standpunt waartoe je alle recht van de wereld hebt niet met het standpunt van kerken in de loop van de laatste decennia mag verwarren.

 Maar het moet mij van het hart dat ik zo vaak warmte, gepassioneerdheid heb gemist. Waarom niet alle gereserveerdheid opzij zetten en met grote vreugde proclameren dat een nieuwe periode van hoopvolle vredesverwachting is aangebroken? Simon Peres verklaart in Oslo onomwonden dat de Nobelprijs terecht aan Jasser Aráfat is toegekend omdat hij zulk een moed heeft getoond om de weg van vrede en verzoening in te slaan. Dat getuigt van karakter, van noblesse. In de onzekere omstandigheden ‑ eik ogenblik kan wreed geweld weer onschuldigen treffen ‑ durven leiders van Israël en Palestijnen hun nek uit te steken. Dat is geen 'verdeel en heerspolitiek', dat is leven en werken vanuit het perspectief van de hoop. Wat je schrijft over cynisme, over de huivering over de vermenging van religie en politiek begrijp ik maar al te goed. Maar wat is de consequentie? Dat we onze handen van de politiek afhouden en ons schoon verschansen achter de veilige muren van kerk, synagoge en moskee? Wat mij moedeloos maakt, is de wijze waarop de religieuze leiders verstek laten gaan. Wat ligt er meer voor de hand dan dat joden, moslims en christenen in het versplinterde Joegoslavië pendeldiensten gaan uitvoeren om een vredesregeling te bewerkstelligen. En hetzelfde geldt voor de Kaukasus en Noord Ierland en het Midden‑Oosten. De religie heeft boter op het hoofd. Wij die allen uitgaan van het principe dat liefde moet worden gegeven om niet, hebben in toenemende mate gepredikt: haat om niets.

 Het religieuze leiderschap is zo grenzeloos timide. Aan de marge van de marges wordt door de Partij van de Arbeid het initiatief genomen voor een gesprek met het CDA vanuit een religieuze bron. De reactie is voorzichtig en afhoudend. Vanuit de joodse levensfilosofie gaat het om de tikoen olan, het herstel van de rechtvaardige wereldorde, en dat heeft alles met politiek en alles met religie en spiritualiteit te ma' ken. In zijn Huizinga‑lezing heeft A. Th. van Deursen naar aanleiding van 'in de schaduwen van morgen' uit 1935 de uitdaging geformuleerd:"Een cultuur kan hoog heten al mist ze techniek of beeldende kunsten, ze kan niet hoog heten als ze barmhartigheid mist. De ethische en spirituele waarden gaan voorop".

 Het gaat om het behoud van mededogen, niet meer en niet minder. Voor die ontzagwekkende taak staan zeker nu lsraëli's en Palestijnen en wij dienen hen daarin onvoorwaardelijk te steunen. Wij gaan het jaar 1995 in, een jubeljaar van vrijheid en rechtvaardigheid. Veel van wat tot nu toe onmogelijk was zal nu mogelijk zijn. Ik wens jullie Marianne en Sajidah een gebensjt ‑ gezegend ‑jaar toe.

   

37. Sajidah Abdus Sattar

 Kerstmis is voor christenen de herdenking van Jezus' geboorte, maar lang geleden werd de vijfentwintigste december al gevierd als het midwinterfeest, naar aanleiding van de de zonnewende. In het verleden versmolten beide gelegenheden en vormden zij samen het feest van het nieuwe, tere licht als teken van goddelijke genade. Zo werden de kerstdagen een tijd van veelsoortige symboliek, van naar binnengekeerdheid, intimiteit en hoopvolle bezinning. In dat opzicht staat het natuurlijke effect van dit seizoen los van geloofsverschillen, sektarisme of strijd om het gelijk. Bij die tijdgeest sluit ik me als moslim met alle plezier aan.

 Ik kan nog verder gaan, want ook moslims kennen het verhaal van de wonderbaarlijke geboorte van Jezus. Volgens de Koran vond die gebeurtenis plaats onder een palmboom in de woestijn. Daar wachtte Maria de geboorte van haar kind af. In haar eentje was zij uit haar woonplaats vertrokken, nadat ze zwanger bleek te zijn geworden van Gods adem, die haar door een engel werd ingeblazen. Zij was van alle menselijke hulp verstoken, maar God ontfermde Zich over haar. Voordat ze ging bevallen, liet Hij in het droge zand een waterbron voor haar ontspringen en rijpe dadels uit een palmboom op haar neervallen. Zij moest echter een gelofte van zwijgzaamheid afleggen en met niemand spreken. Ook toen Maria terugkeerde naar haar ouderlijke huis bleef ze zwijgen. Maar, wonder boven wonder, haar kind dat nog maar een zuigeling was, bleek opeens te kunnen spreken. Hij verklaarde dat zijn moeder geen blaam trof en dat hij naar deze wereld gezonden was als boodschapper van God. Zo blijkt, volgens die versie, de kerstboom geen spar, maar een palmboom te zijn.

 Wat maakt het uit welke versie wordt geloofd, zolang het een aanleiding is tot bezinning op Gods genade en de zo noodzakelijke verzoening tussen mensen. De donkerste dagen zijn nu spoedig voorbij en er leeft hoop in onze harten op een nieuw en onstuitbaar licht. De natuur werkt alvast mee met het lengen van de dagen ‑ nu nog vrede onder de mensen. Christenen hebben Kerstmis als lichtfeest. De joden hebben kort geleden het feest van de lichten gevierd, dat chanoeka wordt genoemd. Hoewel moslims er geen apart feest voor hebben, kent ook de islam een eigen lichtsymboliek. In de Koran komt het volgende vers voor (K. 24/35). "God is het licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn licht is een nis met daarin een olielamp ‑ de lamp is in glas en het glas is als een stralende ster, brandend (op olie van) een gezegende boom, een olijfboomniet van het oosten en niet van het westen, waarvan de olie bijna lichtend is, ook al heeft geen vuur het geraakt. licht op licht. God leidt naar Zijn licht wie Hij wil. God geeft vergelijkingen voor de mensen en God kent alle dingen."

 God als licht en alweer een mysterieuze boom die zelfs lichtende olie voorbrengt. Het doet een beetje denken aan de wonderbaarlijke olie voor de menora in de joodse tempel. En het glas van de lamp schittert als de ster van Bethlehem. Religieuze symbolen lijken op elkaar omdat ze voortkomen uit gemeenschappelijke menselijke ervaring en spiritualiteit die eigen is aan alle volkeren. Alleen de plaats ervan in de leerstellingen en mythen verschilt van de ene traditie tot de andere. "Niet van het oosten en niet van het westen", dus niemand kan een alleenrecht claimen. Zou het mogelijk zijn om ‑ eventjes maar ‑ de verschillen in doctrines en culturen terzijde te laten? Zullen we alle gekwetste gevoelens even laten rusten om ons te concentreren op de directe menselijke ervaring van een licht in de duisternis, daar buiten ons en vooral ook binnenin? Of kunnen we nooit ontsnappen aan de dictatuur van het onderscheid en het vermeende eigen gelijk? Vlug genoeg zal het nieuws ons weer herinneren aan oorlog en haat, en zullen de wederzijdse vooroordelen die mensen van elkaar scheiden weer hoogtij vieren. Voorlopig dus even geen deelname van mijn kant aan de discussie tussen Awraham en Marianne, maar een welgemeende wens aan hen, en alle lezers van Trouw, voor een gezegend en inspirerend lichtfeest. Tot straks, in het nieuwe jaar.

    

38. Marianne Vonkeman

 Kip met appelmoes. En mr. G.B.J. Hiltermann die ons de toestand in de wereld uitlegt. Zondagmiddag. Het was het toppunt van geborgenheid in de tijd dat ik opgroeide. Vaderlijke figuren ordenden mijn huis, de wereld en zelfs de hemel. Zij wisten hoe alles in elkaar zat, wat er gebeuren moest. Als ik me aan hun aanwijzingen hield, kwam alles in orde. Iets in de toon van Awraham's columns doet me, met een mengeling van weemoed en irritatie, aan die tijd denken.

 De christelijke kerk, en later de gechristianiseerde wereld, viert 1 januari als de eerste dag van het nieuwe jaar. Dat komt omdat dit de achtste dag is na de geboorte van Jezus. Op de achtste dag werd hij naar joods gebruik besneden, ontving hij zijn naam en werd opgenomen in het verbond tussen God en Israël. In Jezus hebben ook niet-joden de uitnodiging vernomen om verbondspartners van de Eeuwige God te worden. Daarom viert de kerk deze dag als de eerste dag van een nieuw begin, een nieuw begin voor ons, de niet-joden. De joodse besnijdenis werd in het christendom een 'besnijdenis van het hart': "In eenheid met Christus bent u besneden, niet door mensenhanden maar door Christus, die u ontdaan heeft van uw zondige zelfzucht." De kerk heeft de desastreuze vergissing gemaakt om het innerlijke als vervanging van de uiterlijke te zien, en het christendom als vervanging van het jodendom. En daarmee werden ook uiterlijke daden en innerlijke motieven, Martha en Maria, politiek en mystiek weer eens losgemaakt van elkaar.

 Iets van die polarisatie hoor ik doorklinken in Awraham's hartstochtelijk pleidooi voor vurig leiderschap en aanpakken en doen en niet zeuren over zinloosheid of moedeloosheid. Dat ongeduldige dat er in klinkt, dat herken ik ook in mijzelf. Maar mijn weg heeft zich de laatste jaren anders gericht. Van nadruk op leiderschap en daadkracht en het organiseren van projecten, naar de basis, naar het wel en wee van gewone mensen, naar het verstaan van het innerlijk in de zoektocht naar de bronnen van goed en kwaad. Naar het afstemmen van doen en zijn. Het bleek minstens zoveel moed te vergen om de innerlijke wereld te ordenen als de uiterlijke. Gaandeweg kom ik verrassingen tegen.

 Tegenstellingen blijken elkaar niet uit te sluiten zoals ik dacht. Ik verheug mij oprecht en uitbundig over het vredesproces in het Midden-Oosten. Awraham's ontroerende uitleg over de droge Arawa die zal bloeien, inspireert me. Dit is wat ik al twee columns lang schrijf: ik hóor je, Awraham. Maar ook weet ik dat een politiek die voorkomt dat tegenstanders een machtsblok vormen soms noodzakelijk is om ooit tot vrede te komen. Goed gebruik van religieuze symboliek is een politieke kunst. Daar hoeven we niet mooier over te doen dan het is. Maar daarmee is ook nog niet alles gezegd. In en door het gewone kunnen we óok iets vernemen van grotere bedoelingen, van betekenis die uitstijgt boven de tijd. En dat beschreef je mooi, Awraham en daarmee inspireer je tot verdere inzet voor vrede. Huiver voor vermenging van politiek en religie leidt niet noodzakelijkerwijs tot het verschuilen achter kerkelijke muurtjes. Er zijn vele manieren om het kwaad te bestrijden: van bovenaf en van onderaf, van buiten en van binnen, individueel en gezamenlijk, door daden van verzet en door het vieren van feest, door regeren én door oppositie voeren.

Soms klink je als mr. G.B.J.Hiltermann in mijn oren. Maar soms ben je als de duif van Noach die vertelt over nieuw bewoonbaar land.

 Moge de zegen van de Allerhoogste jou en Sajidah en al onze lezers vergezellen in dit nieuwe jaar!

 

39. Awraham Soetendorp

 Tweeledigheid. Het is een term die ik mij eigen gemaakt heb sinds de vroege ontmoeting met het werk van rabbijn dr. Leo Baeck. In zijn artikel 'Gebot und Geheimnis' geschreven kort na het einde van de eerste wereldoorlog vatte hij krachtig de polariteit in het joodse levensgevoel samen. Het gaat niet om het mysterie, de mystiek, de verinnerlijking of om het werken, het ruk. ken aan wat krom is in de wereld. Het is geen keuze voor of geloof of actie. Het is de tweeledigheid, "het bewustzijn dat we geschapen zijn tezamen met het bewustzijn dat van ons verwacht wordt dat we zelf scheppen ... Van de ene God komen beide: het mysterie en het gebod. Een van de Ene en de ziel ervaart deze twee hoedanigheden als één".

 Het een is een drijfveer van het andere. De rust van sabbat is uit balans, als deze niet verbonden is met de arbeid gedurende de gewone dagen van de week. De mystieke contemplatie mist de kracht, wanneer deze niet verbonden is met de strijd voor het bestaan. Eens werd op de deur geklopt van een rebbe. "Wacht even ik ben bezig met het zeggen van mijn psalmen." Een tijd later werd er weer geklopt. Hebt geduid, er zijn nog enige psalmen die ik nog zeggen moet. Nadat de rebbe klaar was, opende hij zijn studeerkamer en ontwaarde in de verte nog de man die hem had geroepen. Hij vroeg hem naar de reden van zijn verzoek. De man antwoordde: "Ik was bij u gekomen met een man die honger had. Hij had een stuk brood nodig. Hij is nu al weer weg. Psalmen zingen dat kunnen engelen veel beter, maar deze man helpen dat kon alleen jij. Nu is het te laat. "

 We hebben natuurlijk ieder het recht, Marianne, om de accenten te leggen, maar wel binnen deze tweeledigheid, naar meer werken aan de basis of meer aan het leiderschap, meer de innerlijke zoektocht of meer het organiseren van sociale actie. Maar deze menselijke bewegingen mogen nooit geheel los van elkaar raken.

 In de spreuken der vaderen staat: Rabbi Jaacov zegt: "Beter één uur van inkeer en goede daden in deze wereld dan het hele leven in de wereld die komen gaat," En: "Beter één uur van verkwikkende zielenrust in de wereld die komen gaat dan het hele leven in deze wereld. Wanneer ik samen ben met iemand in de intimiteit van de kamer kan het gebeuren dat we ervaren dat wat tussen ons is ontstaan, een kosmische beweging is die hemel en aarde beroert. Het kleine verbonden met het ontzagwekkende, niet verloren te zijn, een jij zoals jij en ik zoais ik is er nooit eerder geweest en zal er na ons ook nooit meer zijn. En is vanuit dit bewustzijn dat wij ons inzetten om de tikoen olan, de verbetering van de hele samenleving.

 God leidde Adam rond in het paradijs, kijk hoe schitterend de bomen zijn, voor jou zijn ze alle geschapen, zorg er goed voor, wanneer jij ze vernielt, komt er misschien nooit meer iemand om ze te herstellen, Marianne, het is mijn angst dat velen de keuze zullen maken voor het zich terugtrekken uit het verantwoordelijk zijn voor het werken aan de wereld. In 1988 schreef ik een boekje waarin ik pleitte voor de herwaardering van het jubeljaar, het vijftigste jaar van vrede en gerechtigheid. ik kwam tot de ontdekking dat het eerstvolgende jubeljaar 1995 zou zijn en ik gooide alle voorzichtigheid opzij bij het kiezen van de titel Als het niet nu is, wanneer dan wel?'. Het was dezelfde roekeloosheid waarmee ik tijdens mijn intredepredicatie twintig jaar eerder met joods ongeduld uitriep: het begin van de messiaanse tijd zal zijn in de komende tien jaar.

 Nu is het zover. Het jubeljaar 1995 is aangebroken met het zicht over een verschroeide aarde. Maar ik wanhoop niet. Ik voel tot in mijn botten, Sajidah en Marianne, dat in deze jubelperiode God ons de kracht geeft om het onmogelijke te realiseren in het verlengde van ons leven met de bundeling van het mysterie en het gebod in de tweevoudigheid van onze existentie.

     

40. Sajidah Abdus Sattar

 Godsdiensten zijn zo vaak misbruikt voor conflict en geweld, dat er mensen zijn die vinden dat de wereld beter af zou zijn zonder religies. Ik kan het daar niet mee eens zijn, hoewel ook ik dagelijks kan zien hoe religies mensen lijken te verdelen. De behoefte aan geborgenheid in een groep is groot en de wortels van de eigen religie liggen diep. Het is niet verwonderlijk dat beide aan elkaar gekoppeld worden. Daar is op zich geen bezwaar tegen, zolang de scheidslijnen geen muren worden. En vooral zolang die koppeling geen aanleiding wordt tot agressie.

 Het is opvallend dat godsdienst meestal negatief het nieuws haalt. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over 'islamitisch terrorisme' alsof terreur ooit godsdienstig (God-gedienstig) kan zijn. Waar godsdienst als vaandel wordt ingezet in een strijd voor het eigenbelang, kan dat de betrokken mensen worden verweten, niet de godsdienst. Helaas zijn godsdiensten vaak misbruikt. Moord, onderdrukking en uitbuiting in naam van God, of met Diens vermeende goedkeuring, vullen de zwartste bladzijden van de geschiedenis. En wie de meeste macht heeft, maakt de grootste fouten. Geen wonder dat de afgelopen paar eeuwen het 'christelijke' koloniserende Westen zo veel wordt verweten.

 Natuurlijk wil Nederland het koloniale verleden zo snel mogelijk vergeten, maar het recht staat aan de kant van de slachtoffers. De wonden van een pijnlijk verleden hebben veel tijd nodig om te genezen. Elke poging tot verzoening zal stuk lopen indien onrecht niet wordt erkend. Of het nu gaat over fascisme of koloniale uitbuiting en onderdrukking, er kan pas vergeven worden wanneer de onderdrukkende partij schuld bekent. Tegelijkertijd moet er bij iedereen het besef zijn dat vergeven heilzaam is voor de daders en hun nageslacht, en ook voor de getroffen groep. Wie niet kan vergeven, blijft een gevangene van het verleden en komt niet vooruit in de toekomst. En wie zich nooit eens buiten de eigen kring durft te begeven, mist veel goede kansen en ontdekt geen nieuwe vrienden.

 Waarin de volgelingen van Mozes, Jezus en Mohammed ook van mening mogen verschillen, ze kennen allemaal het verhaal van Adam. Ook in de Koran staat vermeld hoe Adam door God werd geschapen uit aarde en water en hoe God hem Zijn geest inblies. Mythologie houdt van paradoxen. Hij die zelf geen biologische vader had, werd de oervader van alle mensen. In onze humane identiteit zijn we allemaal aan elkaar verwant. Maar er is meer. De figuur van Abraham is bij alle drie bekend als de aartsvader. In de Koran wordt hij de vriend van God (chaliel-Allah) genoemd. En er staat nog iets merkwaardigs geschreven. Na een oproep aan de volken van de schrift om niet met elkaar te twisten, staat er: "Abraham was geen jood en geen christen, maar een godzoeker (hanief), iemand die zich aan God had overgegeven (muslim) en hij was geen afgodendienaar (K.3/67)."

 Ik versta dit als een bevestiging van het universele monotheïsme. De functie van Abraham was niet het scheiden van mensen op grond van godsdienst of etniciteit, maar het verbinden van mensen in de erkenning van de ene God, welke methoden ze verder ook verkiezen. De persoon van Abraham, de vriend van God, zou het gemeenschappelijk oriëntatiepunt kunnen zijn van joden, christenen en moslims. Dat er diverse methoden bestaan is geen probleem. De Koran bevestigt dat Mozes, Jezus en Mohammed alle drie door de ene God zijn geïnspireerd. Als de essentie van geloof dezelfde is, doet het er niet toe dat er verschillende tradities bestaan. In de Koran staat ook dat de gelovigen geen onderscheid mogen maken tussen de profeten en hen allemaal gelijkelijk moeten respecteren. Tenach en Evangelie verschillen in accenten, maar spreken over dezelfde God en dezelfde ethische en religieuze boodschap. Wat mij betreft, zou de Koran daar zo aan kunnen worden toegevoegd om tot een schriftuurlijk drietal te komen. De verwantschap in godsbeeld, leerstellingen, tradities en historische personen is zo groot, dat het verbazend is dat het nog niet veel eerder is gebeurd. Mijn vraag luidt: Wie is er bang voor verbroedering?

  

41. Marianne Vonkeman

 "Wie is er bang voor verbroedering?" vraagt Sajidah. Ze stelt voor om Tenach, Evangelie en Koran vanwege de vele overeenkomsten, samen te voegen tot één schriftuurlijk drietal. De persoon van Abraham, de vriend van God, zou het gemeenschappelijk oriëntatiepunt moeten zijn van joden, christenen en moslims.

Ik moet bekennen dat dit voorstel van Sajidah in eerste instantie aarzeling bij mij oproept. Allerlei bezwaren, praktisch en principieel, vliegen als muggen door mijn hoofd. Waar kom je uit als je aan zoiets begint? Dan denk ik aan iets dat Evelyn Underhill ooit schreef aan C.S. Lewis: "I feel your concept of God would be improved by just a touch of wildness". ("Ik heb het gevoel dat uw opvatting van God zou verbeteren door een vleugje ongetemdheid")

 Een vleugje ongetemdheid. Dat was in ieder geval kenmerkend voor het geloof van Abraham, die de roep van God volgde en "vertrok zonder te weten waar hij komen zou" (Hebreeën 11). Niet alleen de Koran, maar ook het nieuwe testament roept op om in het voetspoor van Abrahams geloof te treden, Abraham "die de vader van ons allen is, zoals geschreven staat: Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld." (Rom.4)

 Laat mij een eerste aanzet geven in het nadenken over de vraag van Sajidah. Waar klinkt het woord van God? Dat is de vraag die opgeroepen wordt als we spreken over de samenstelling van 'heilige schrift': geschriften die door de eeuwen heen herkend zijn als woorden die confronterend en inspirerend de weg naar vrede en recht wijzen. Waar klinkt het woord van God? De katholieke christenen vonden in de natuur nog weleens sporen van Gods woord (van openbaring), maar de protestanten eigenlijk niet. De bijbel en niets anders, zo heb ik het vroeger geleerd.

Maar zo is het niet gebleven. Ergens onderweg heeft het levende Woord van God zich bevrijd uit de omheiningen van de bijbel waarin ik het had opgesloten. Ik hoor het nu soms in religieuze geschriften van andere godsdiensten, in kunst, in literatuur, in de natuur, en steeds vaker in het leven zelf (zelfs in de politiek, met enige rabbijnse hulp..). Daarmee is de bijbel voor mij niet in waarde afgenomen, maar juist andersom: ik heb het idee dat ik er nu pas echt iets van begin te begrijpen.

 Voor christenen is Jezus Christus het levende woord van God. En dan niet: Jezus opgesloten in zijn eigen tijd, maar (zoals het pinksterfeest leert:) de inspirerende aanwezigheid van de Geest van Christus in het hier en nu van onze tijd. Het woord van God gebeurt wanneer mensen met elkaar omgaan in dezelfde geest als Jezus deed. Het afschermen van de eigen 'Heilige Schrift' als enige vindplaats van Gods woord tegenover die van andere godsdiensten staat mijns inziens haaks op het wezen van het christelijk geloof. De vroege kerk herkende het messiaanse, het Christus-zijn van Jezus nu juist op grond van zijn grensdoorbrekend leven. Een goed christen is iemand voor wie de scheidsmuren die de wereld maakt niet langer van waarde zijn. Gemotiveerd door de fundamentele eenheid van de wereld voor het aangezicht van God, kunnen wij echt christelijk, dat wil zeggen, echt verlossend leven. Dan zijn we nakomelingen van Abraham (Gal.3).

 Moeten we Tenach, Evangelie (als verzamelnaam voor het hele nieuwe testament) en de Koran dan maar bij elkaar voegen? Daar ben ik nog niet uit. Een werkelijke dialoog vraagt dat de deelnemers stevig geworteld zijn in kennis van en liefde voor de eigen traditie. Het aanbieden van een soort smørgasbord van religieuze geschriften aan mensen die er naar eigen voorkeur iets uitkiezen, maakt het geloofsmysterie juist onbereikbaarder, naar mijn idee. Breedte van kennis is geen vervanging voor diepte van kennis. En de religies omvatten niet alleen geschriften, maar ook manieren van omgaan ermee, rituelen enzovoort. Misschien is het voorlopig vruchtbaarder om deel te nemen aan elkaars rituelen en kennis te nemen van elkaars leeswijzen. Maar dat is slechts een eerste praktische kanttekening.

 

42. Awraham Soetendorp

 Deze week mocht ik het erebord 'school zonder racisme' aanbieden aan de scholengemeenschap de Populier in Den Haag. De leerlingen hadden dit predicaat verdiend op grond van de activiteiten die zij gedurende lange tijd ontplooid hebben om racisme aan de kaak te stellen. Het was een ontroerende ervaring. Het spreken op scholen heb ik in dit jaar van gedenken prioriteit gegeven. Elke keer dat ik voor leerlingen sta en mijn verhaal vertel over mijn moeke, die mijn leven heeft gered in de verstikkende nacht, en lessen tracht te trekken naar de toekomst toe, word ik bemoedigd, ook al grijpt de herinnering naar mijn keel Ik voel de krachtige belangstelling, de wil om te begrijpen, de volstrekte intentie om zich weerbaar op te stellen tegen minachting en gewelddadigheid. Dit is geen verloren generatie, integendeel.

 Zij vertegenwoordigen de hoop op een menswaardige toekomst. Aan het eind van een interview door de redactrice van het schooiblad van de Populier verwoordde ik mijn overtuiging dat vertegenwoordigers van de verschillende spirituele tradities het verhaal van hun religieuze overtuiging zouden dienen te vertellen. Het wegnemen van triomfalisme, en het zich openstellen voor de religieuze identiteit van de ander zou tolerantie en begrip bevòrderen. Verbaasd vroeg de leerlinge: "Dus u bent niet overtuigd van het feit dat er één waarheid is, de uwe?"

 Wanneer we spreken over toenadering, het leven vanuit één gemeenschappelijk boek, dienen wij deze zelfde vraag, in alle oprechtheid aan onszelf te stellen. Zijn wij bereid, ieder voor zich ‑ joden, christenen, moslims, maar ook hindoes, boeddhisten, aanhangers van Jain, Shinto ‑ te verklaren dat er verschillende, evenwaardige wegen naar de waarheid voeren? En het gaat daarbij om het lospellen van de schillen, welke ons wezenlijke ik bedekken, tot de naakte kwetsbare kern. Zijn wij bereid om elke neiging tot proselitisme te onderdrukken en te luisteren naar de ander zonder de ballast van vooroordelen en angsten, overgedragen van generatie op generatie? Ik stel slechts vast dat mijn oproep, regelmatig herhaald gedurende de afgelopen jaren, om te komen tot een moratorium op zending, nauwelijks enige respons heeft gekregen. Op de verhouding tussen joden en christenen wil ik het perspectief van de hoop toepassen. Het is maar al te waar dat de geschiedenis zwaar gebukt gaat onder de vervolgingen in de naam van de kerk, de catechese der verguizing, de pogingen tot demonisering. Maar wat ik wil benadrukken zijn de radicale veranderingen die zich voordoen, het moedige zelfonderzoek van de huidige kerk ‑ zeker in Nederland; de hartstochtelijke honger naar kennis over jodendom in meer dan tweehonderd leerhuizen.

 En toch gaapt er nog een afgrond. De wonden zijn nog open. Enige jaren geleden bezocht ik voor het eerst Auschwitz‑Birkenau. Ik sloeg mijn vuisten stuk tot bloedens toe, tegen de stenen wand voor de gasovens. Het stortregende boven de modderige graskluiten van Birkenau, de hete traan van G'd. Bij terugkomst in het seminar van Krakau, over de invloed van de Sjoa op de christelijke theologie, voegde ik mij in een van de werkgroepen. Bisschop Myshinski behandelde Jesaja's beschrijving van de lijdende knecht G'ds. Hij vroeg mij naar de joodse visie. Ik voelde mij als de vierde zoon uit de Haggada van Pesach, wiens mond dichtgeslagen door de confrontatie met het leed, moet worden opengebroken. En ik sprak, schreeuwde over het onrecht de lijdende knecht Gods, het joodse volk aangedaan. In de stilte, beschaamd‑wanhopig, die volgde kwamen wij, hoe ongemakkelijk ook, dichter tot elkaar. Vijftig jaar geleden werd mijn tante voortgedreven, vlak voor de bevrijding van Auschwitz in de hongermars, vastklampend aan het leven ternauwernood, om later voor haar ondergedoken neef te kunnen zorgen. In het hart van de weg die Wij nu tezamen afleggen, joden, christenen en moslims, staat gegrift: nooit meer Auschwitz.


43. Sajidah Abdus Sattar

 De maand ramadan is weer begonnen. Moslims over de hele wereld vasten. Ook in het waterige Nederland houden velen zich aan de opdracht om niet te eten, te drinken, te roken of seks te hebben tussen de eerste ochtendschemering (anderhalf a twee uur vóór zonsopkomst) en zonsondergang. Zij besteden in deze maan‑maand extra aandacht aan gebed en hulp aan de medemens, want de openbaring van de Koran is eens in de ramadan begonnen.

 Dat brengt mij weer bij het onderwerp van dialoog en verbroedering tussen gelovigen. Ik vraag me af waarom voor christenen de Tenach wel aanvaardbaar is, maar de Koran niet, terwijl daarin toch met zoveel respect wordt gesproken over Jezus en vele andere geestelijke grootheden. Aan joden en christenen leg ik de vraag voor: wat is er volgens u mis met het idee van de Koran als goddelijke openbaring en wat zou er mis zijn met Mohammed als profeet? Is onbekendheid hier de grootste hindernis of gaat het om de angst wellicht niet de enige te zijn die de waarheid in pacht heeft? Tolerantie en respect met de mond belijden gaat gemakkelijk genoeg, maar wie durft de consequenties te dragen van de erkenning van de eenheid van God en de principiële gelijkwaardigheid van alle mensen? Wie, behalve God, heeft inzicht in het waarheidsgehalte van de diverse godsdiensten? En wie van ons durft te preken namens Hem? Waarom zou de Koran geen gelijkwaardige plaats verdienen naast de oude en nieuwere bijbelboeken? Vanwaar die terughoudendheid in het erkennen van een inspiratie van God ‑ de ene God ‑ en vanwaar de veel gehoorde angst dat een dergelijke erkenning de ruimte voor de eigen religieuze tradities aan zou tasten? Berust eigen identiteit dan alleen op afwijzing van andere? En wie bepaalt de eigenheid van een godsdienst ‑ alleen de leiders of de gelovigen samen?

 Er is een oosters verhaal over wee geliefden die gescheiden moesten leven. Zij onderhielden contact met elkaar door het uitwisselen van brieven en de minnaar was bijzonder trots op zijn schrijfkunst. Toen zich na vele lange maanden eindelijk een gelegenheid voordeed om zijn geliefde te ontmoeten, kon de minnaar niets beters bedenken dan het voorlezen van zijn laatste pennenvrucht. Maar zijn beminde onderbrak hem met de woorden: "Je bent niet verliefd op mij, maar op je eigen kunnen. Ik verwachtte een kus van je lippen; niet alleen maar opgelezen woorden."

 De geïnstitutionaliseerde godsdiensten gedragen zich als deze dwaze minnaar, wanneer het in stand houden van hun exclusieve tradities ten koste gaat van het werkelijke doel. God zetelt in mensen, niet in instituties. Godsdienst leeft minstens zo veel in de harten van de gelovigen als in de hoofden van hun leiders. Maar helaas is bescheidenheid onder de leiders even zeldzaam als regen in de woestijn. Wie van hen zal bereid zijn de vermeende superioriteit te laten varen en de strijd om de dominantie op te geven? Van die kant zal een moratorium op zending lang op zich laten wachten. In het ene land zijn het brute 'integristen' die de islam misbruiken om hun bloedbaden te rechtvaardigen, in het andere land dient een christelijk vaandel ter vergoelijking van aanranding en moord. Wat dat betreft hoeven wij elkaar niets te verwijten. Maar daarmee is de waarde van godsdienst op zich niet ontkend.

 De mensheid lijdt aan zelfzucht en zinloosheid. Godsdiensten zouden die ziekten moeten bestrijden in plaats van elkaar. Als dienaren van de ene God behoren joden, christenen, moslims en nog vele anderen aan dezelfde kant te staan. Wat maakt het uit of iemand water te drinken krijgt uit een kopje of een glas, zolang de dorst maar gelest wordt. De soefies spreken van de ene Schenker die in de herberg van deze wereld iedereen op gepaste wijze van levengevende drank voorziet. Echter, het voeren van een dialoog houdt niet op bij het uitwisselen van poëtische gedachten. Mijn concrete vragen wachten op concrete antwoorden.

   

44. Marianne Vonkeman

 "Integratie van jodendom, christendom en islam is onmogelijk!" zo schreef een aantal Trouw-lezers na het verschijnen van mijn vorige column. Islam en christendom zijn 'tegenpolen', 'tegenhangers', zeiden sommigen. Iemand vond dat ik niet "kosmisch" genoeg was: de geestelijke eenheid van alle mensen heeft geen godsdienstige vormen nodig. In het christendom gaat het niet om Jezus maar om de universele Christus die in ieder mens woont. Een ander vond dat ik teveel voorbij ging aan de verlossing door Jezus Christus Gods Zoon, want 'wie niet vóor Jezus is, is tegen Hem'. Deze laatste reacties illustreren de twee kanten van het gesprek tussen de godsdiensten: over wat uniek en historisch is én wat universeel en tijdloos is.

 Awraham schreef de vorige keer over de geschiedenis die de toenadering tussen joden en christenen belast. De lijdende knecht van de Heer heeft alle eeuwen door een joods gezicht gedragen. Eens herkende de christelijke kerk in een onschuldig lijdende jood het gelaat van God. Nooit meer! dat was de roep die van het kruis uitging, een kruis dat als universeel symbool van alle lijden werd herkend. Maar het universele verloor haar binding met het historische en werd daarmee van haar vormende invloed beroofd. (Zo werd het mogelijk dat het christendom anti-semitistische trekken kreeg.) Pas deze eeuw kwamen er schilderijen met een zwarte negerslaaf aan het kruis, of met een Chinese boer, of met een "Christa", uitbeelding van het nog altijd niet werkelijk erkende lijden van vrouwen de eeuwen door tot op vandaag (getuige het recente VN-rapport over geweld tegen vrouwen). Auschwitz krijgt universele betekenis wanneer het symbool is van de unieke, historische, joodse vernietiging én wanneer dit vreselijk kwaad verbonden wordt met alle onrecht dat er vandaag geschiedt. Zo niet, dan gaat het wellicht dezelfde weg als het kruis: het wordt abstract gemaakt en veilig van de huidige werkelijkheid gescheiden.

 Sajidah doet een appèl om het universele serieus te nemen. Of praten we daar alleen vrijblijvend en poëtisch over? Die vraag deel ik. Wat betekent het concreet voor jou, Awraham, als je zegt dat het christendom (en andere godsdiensten, maar ik wil het dichtbij huis houden) een gelijkwaardige weg naar de waarheid is? Betekent het alleen dat iedereen op zijn of haar eigen manier in God mag geloven want het komt allemaal op hetzelfde neer? Of betekent het ook nog iets wezenlijks voor het zelfverstaan van het joodse volk? En wat betekent het voor jou, Sajidah, als de Koran opgenomen zou worden in één gemeenschappelijk boek? Zou de manier waarop de Koran gelezen wordt veranderen door de manier waarop joden en christenen hun boeken verstaan? Of heb je de indruk dat de Koran de voorgaande openbaringen al in zich bevat?

 Ik beleef de aanwezigheid van God als een universele rivier die onder en door de hele werkelijkheid stroomt. Op sommige plaatsen komt het water naar boven en daar hebben mensen een put gebouwd, om er beter bij te kunnen en om de bron te beschermen, en - op den duur - ook om de bron in bezit te nemen. De wijze waarop de putten gebouwd zijn markeert de identiteit van de bouwers. Dit is hun religie. Maar ook zegt de bouwwijze iets over de bron zelf, over facetten van de onderaardse stroom. Daarom zijn religies niet inwisselbaar en hun verschillen niet zonder betekenis.

 Zending betekent voor mij: in een dialoog elkaar wederzijds verrijken. Ik erken met dankbaarheid de mogelijkheid van Gods inspiratie in andere godsdiensten. Maar erkennen is nog iets anders dan herkennen. Dat vraagt verdere kennismaking. Ik put iedere dag uit de bron van mijn leven zoals ik deze heb leren kennen. Ik weet iets van het jodendom, minder van de islam. Net genoeg om het universele geproefd te hebben. Nog niet genoeg om het unieke volledig te kunnen waarderen. En jullie?

       

45. Awraham Soetendorp

 Na weken van intensieve ontmoetingen, overleg, toespraken ‑ eerst in New York en toen continenten verder in Seoel, Korea ‑ rusten wij uit aan de kuststrook van Phra Nang op het schiereiland Krabi, in zicht van een rimpelloze schone zee, omgord door weerbarstige rotswanden met grillig groen en een weelderige jungle. God moet hier bijzonder schik gehad hebben tijdens het scheppen. Vanuit deze meest zuidelijke plek van het wonderschone Thailand had ik uitvoeriger willen schrijven over de gedragscode voor de natuur, naar het voorbeeld van de Universele verklaring van de rechten van de mens, die wij vertegenwoordigers van 'Earth council' en 'Green Cross' trachten te schrijven. Heeft de natuur rechten? Hoe kunnen wij van spirituele tradities Ieren, die de eerbied voor de natuur meer hebben bewaard dan jodendom, christendom en islam tesamen? Zijn wij in het levensnoodzakelijke proces van 'losmaking' van de aan de natuur gebonden afgodendienst niet te ver van de reverentie voor de aarde in al haar verschijningsvormen geraakt? En moeten wij niet de weg terug afleggen van de verworpen heiligheid van de boom, naar het ingetogen respect voor de boom?

 Ik had ook willen stil staan bij een gedurfd plan om religieuze en politieke leiders en vertegenwoordigers van kunst en wetenschap bijeen te brengen in de regio van het Midden­Oosten. Een conferentie van verzoening met als thema o.a. de gemeenschappelijke zorg voor het ecologische evenwicht, het schone water.

 Maar gisteravond wist mijn dochter Tamar mij te bereiken met de schokkende mededeling dat Ischa Meijer is overleden. Wij schelen twee dagen. Mijn moeder vertelde mij eens met een olijke glimlach dat zijn vader, Jaap, gedreigd had in de, gracht te springen als mijn moeder ‑15 jaar ‑ niet met hem wilde gaan. Zijn vader en mijn vader waren menseneters. Zo werden arme rabbijnenstudenten genoemd, die 's maandags en donderdags bij rijkere families mochten mee-eten. Vaak bruine bonen. Wij werden niet zo ver van elkaar in het rampjaar 1943 geboren. Voor mij werd nog net op tijd een zorgzaam onderduikechtpaar gevonden. Hij werd met zijn ouders naar een kamp getransporteerd.

 Wij hebben over het opgroeien als opgedoken kinderen met » het verleden op onze hielen gesproken in Amsterdamse cafés, toen er nog niet over de eerste en tweede generatie werd gepubliceerd, laat staan over de tussengeneratie waartoe wij behoorden. "Jullie waren baby’s in de oorlog, gelukkig hebben jullie bewust niets meegemaakt." Hij worstelde toen met het manuscript van het boek dat nu eenmaal geschreven moest worden, hoe verscheurend het ook was. Brief aan mijn moeder. Vorig jaar hebben wij de zoektocht naar de drijfveer van ons bestaan voortgezet voor het oog van de camera. Een wonderlijke intimiteit werd bewaard. "Soms ben ik rebbe en jij schrijver", zei hij na afloop met spot, waarin hunkering was vervat. Hij die zich naar het gezegde van Kleerekoper, God zij dank een atheïst noemde, was diep verbonden met de joodse traditie, kende gebeden uit zijn hoofd, citeerde passages uit de Talmoed en wilde tijd vrij maken om te lernen. Eens. In één van zijn groteske shows grapte hij naar waarheid "elke gezonde joodse jongen heeft weleens gedacht dat hij de Masjiach was".

 Een In Memoriam voor lscha, die zelf elke dikdoenerigheid doorprikte, moet wel eindigen met een mop: Moos doet mee met een roeiwedstrijd. Hij roeit als een bezetene en komt als eerste bij de finish aan. Tot verbijstering van de omstanders houdt hij niet in, maar blijft hij doorroeien. Als hij eindelijk tot stilstand is gekomen verklaart hij: "ik wilde laten zien dat wij niet uitgeroeid zijn"... Ischa was waarachtig deze roeier. Moedig, trots, getormenteerd trok hij rusteloos het razendsnelle spoor. Ischa vaarwel. Wij roeien nu zonder jou door.

 

 

Sporen van God
Kun je iets van God merken ? Misschien wel.