Want alles is fragment
Abel Herzberg
Dit gedicht komt uit het boekje Drie rode rozen, van Abel Herzberg. Voor mij verwoordt het heel precies hoe alle taal tekort schiet als het over God, liefde, geloof gaat - en tegelijk hoe er wel gesproken móet worden. God wordt niet in het gedicht genoemd, en naar de liefde wordt alleen indirect verwezen. Maar het gaat de schrijver wel degelijk over God, die hij de Eenheid van het bestaan noemt.
Misschien kun je de gedachte die Herzberg verwoordt nog verder doortrekken. Alle vormen van belichaming van de onderliggende eenheid van alles, schieten tekort én ze verwijzen. Kunst zal nooit precies kunnen uitdrukken wat het wil uitdrukken, daarom blijven schilders schilderen, en kunstenaars beelden maken en schrijvers schrijven en dominees preken en mensen geboren worden. Het geheel, het omvattende, dat onder en dwars door alles stroomt en 'ons gebiedt', zal oneindig meer zijn dat elke uitdrukking die we er aan geven. Maar zonder onze pogingen zouden we er niet van weten. Meer nog: we zijn meer dan we zijn, zoals in elke kus ' het hele leven wordt meegegeven'.
Dat goddelijke aspect, 'dat bestanddeel in de mensheid heeft zij verwaarloosd', zo concludeert de hoofdpersoon in het boek van Herzberg. Vandaar mijn behoefte om alle mogelijke sporen van God vorm en taal te geven - hoe tekortschietend ook.