sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
moeder Gods
opstandingsikoon
paasikonen
paasikonen2
paasikonen3
kerkvader wijsheid
heiligen in 't licht
deësis
verheerlijking
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Verheerlijking op de berg - Theophanes

 

OMVORMING

 

Zes dagen daarna, zo begint Mattheus zijn verhaal over de verheerlijking op de berg. (in het bijbelboek Matteus, hoofdstuk 17).

 

Je ziet hier de oudste Russische en een van de bekendste iconen ervan. Theophanes de Griek, leermeester van de beroemde Roeblev, maakte dit rond 1407. Het hangt nu in Moskou.

 

De Verheerlijking op de berg - de metamorfose staat er in het Grieks van de bijbel. De verandering, de omvorming, de overvorming. Jezus wordt een omgevormd tot een lichtende gestalte. Zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.

 

In de icoon van Theophanes zie je dat stralende licht om Jezus heen. Hier staat hij op de berg, blinkend wit, en omringd door een mandorla, een rond of amandelvorig blauwachtig aureool. Dat is het Taborlicht, zegt de oosters-orthodoxe theologie. Het licht van de berg Tabor waar Elia God ontmoette in een zacht suizende koelte, een stilte. Het licht waarin God zelf zich verbergt. Godslicht. De Wolk die hangt op de Sinaï als Mozes naar boven gaat. De wolk die God laat zien en verbergt tegelijk.

Dat licht, die uitstraling,  dat zijn de ongeschapen energieën van God, zegt de oosterse kerk, energieën die de schepping doordringen en in stand houden. 

 

Zes dagen daarna nam Jezus Petrus, Jacobus en Johannes mee een hoge berg op. Zes dagen daarna? Wat was er dan, zes dagen geleden? Dat kun je net hiervoor lezen.

 

Toen begon Jezus te vertellen dat hij zou lijden en sterven en dat hij weer uit de dood zou opstaan. En dat ieder die Hem wil volgen, zijn kruis moet opnemen. ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om mijnentwil, die zal het behouden. Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wanneer de mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal hij iedereen naar zijn daden belonen.  Ik verzeker jullie, sommige van jullie zullen niet sterven voordat ze de komst van de mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.’

 

En dan zes dagen daarna, dit. Jezus wordt veranderd en gaat lijken op de Jezus die hij na zijn dood zal zijn. De Jezus van na Pasen. De Jezus van de koninklijke heerschappij. Jezus de Christus, Jesous Kurios, Jezus de Heer.

 

Griekse kerkvaders vroegen zich af hoe een mens zich met God zou kunnen verenigen - niemand kan toch zelfs maar God zien en in leven blijven? Hoe kan dan ooit de mens op God gaan lijken? Hoe kan God één worden met wat niet god is?

 

Niemand kan God zien, maar we kunnen wel door God aangeraakt worden. Op een niet-intellectuele manier valt iets van God begrijpen, zegt het oosters christendom, namelijk door zijn ongeschapen energieën.

 

Vergelijk het met de zon: je kunt er niet met een ruimteschip op landen, we kunnen er zelfs niet in kijken maar wel kun je zijn effecten voelen door de zonnestralen. Hoe meer wij mensen ons laten doordringen door deze stralen van Gods licht, hoe meer wij beelddrager van God worden, en tot onze bestemming komen.

 

Die bestemming zie je in de gestalte van Jezus - doordrongen van dat goddelijk licht. De stralen van dit licht raken de leerlingen. De leerlingen zijn er letterlijk ondersteboven van. Petrus wil van alles regelen, de andere twee verbergen hun gezicht. De wolk van Gods nabijheid overschaduwt hen zoals ook Maria werd overschaduwd en zij zwanger werd van Gods Zoon.

 

Mozes en Elia staan naast Jezus. Mozes houdt het wetboek in zijn handen, want Jezus is gekomen om de wet van Mozes te vervullen, zo vertelt de icoon in beeldtaal. Elia ziet er net zo uit als Johannes de Doper op iconen doet - want Elia is de vooraankondiger van de Messias in de joodse verwachting, en Jezus zal later vertellen dat Elia inderdaad gekomen is, namelijk in de gestalte van Johannes de Doper. Elia wijst met zijn hand naar Jezus - daaraan kun je Johannes de Doper ook herkennen. 

 

In een andere versie van dit verhaal - het komt in drie van de vier evangeliën voor - wordt verteld dat Mozes en Elia met Jezus spraken over zijn exodus - zijn uittocht, ofwel zijn sterven. Daar gaat het over, in dit verhaal over een piekervaring, een lichtervaring. In Godservaringen gaat altijd over Exodus: uittocht uit het slavenland, over sterven en opstaan, over kruis en Pasen. Als je ooit iets van God hebt beleefd, dan was het vast om je te helpen met dood en leven, of om je uit te nodigen om de weg te gaan door de dood naar leven.

 

Zoals alle iconen is er ook hier het omgekeerde perspectief: wat ver is, is groter dan wat dichtbij is. Daardoor word je als toeschouwer zelf in de afbeelding getrokken. Alsof het op je afkomt - zie je dat? De stralen die de leerlingen raken, willen buiten de rand van dit icoon naar ons toe komen, ons doordringen. Ze vormen een grote driehoek die in feite bij ons begint.. en ze trekken aan ons, alsof het draden zijn die ons die berg op willen trekken, met koorden van liefde..

 

Moeten we dood zijn, voordat we zo doordrongen kunnen worden van dat goddelijke licht? Nee, vertelt het verhaal, het begint bij die zes dagen daarvoor. Bij die woorden van Jezus die zeggen: neem je kruis op en volg mij. Sterf aan je eigenwilligheid, sterf aan de zelforganisatie van je leven en vertrouw je toe aan die koorden van liefde die ons de berg op trekken, naar dat goddelijke licht. Daar begint het, als we die koorden van liefde, die stralen van goddelijk licht vol doordringende trekkracht horen, vertrouwen, ons eraan overgeven.

 

In de berg zie je twee kleine openingen. In de eerste gaan de leerlingen met Jezus de berg op en wijst hij naar het Taborlicht. In de tweede, daaraan gespiegeld, zie we het zelfde plaatje maar dan wijst Jezus naar buiten de icoon, naar de wereld  waar we naar toe gezonden worden. Want ook Jezus daalt weer af van de berg naar de wereld toe, naar ons toe, en geeft zichzelf zijn leven, zijn bloed, en het wordt brood en wijn en komt bij ons. Zo wordt dat witte Taborlicht in onze handen gelegd. En worden wij, op onze beurt, weer de wereld ingezonden. Met Taborlicht in ons eigen lijf.