sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
natuurfilmpjes
ecol.spiritualiteit
keltische wijsheid
natuur en geloof
verwondering
franciscus&deworm
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

 

Franciscus van Assisi

 

Franciscus van Assisi 

 

Deze 12e eeuwse armoedeprediker was bekend om zijn dierenliefde. Zijn sterfdag 4 oktober is onze dierendag geworden. Er bestaan veel kleine verhaaltjes over hem. Eén ervan maakt duidelijk waarom het voor ons zo moeilijk is om tot een duurzame levensstijl te komen. Hieronder een kleine meditatie gebaseerd op één van deze verhaaltjes. 

 

De worm in de appel

 

Er is altijd wel iets dat het plezier bederft. Er zit een worm in de appel.

In de appel van Eva zit de dood verscholen (Genesis 3).

We weten dat onze huidige levensstijl niet houdbaar is voor de aarde en daarmee voor ons. En toch is omkeer lastig. Hoe komt dat toch?

 

Misschien wel omdat we onszelf in het middelpunt hebben staan. De aarde draait niet alleen om haar as maar vooral om ons. Wat wij nodig hebben, daar worden dieren en natuur (en vaak ook andere mensen) aan opgeofferd. De aarde is niet meer dan een hulpbron voor ons, mensen. Androcentrisch heet dat. Die houding heeft ons veel opgeleverd. We leven langer, onze gezondheid is beter, we kunnen veel mensen voeden. Inmiddels weten we dat we de grenzen van de aarde hebben bereikt en zelfs al overschreden. Er zat een worm in die appel van onze welvaart. En die worm is dat mensgerichte denken van: wij eerst.

 

Franciscus van Assisi, een monnik uit de 12e eeuw, staat bekend om zijn liefde voor de natuur en de dieren. Er zijn veel verhalen en legendes over hem. Eén ervan vertelt hoe Franciscus ook een worm in een appel tegenkomt. Wat er dan gebeurt, laat iets zien van de grote vrijheid als je loskomt van dat mensgerichte denken.

Dan wordt een omkeer in levensstijl geen ‘moeten’ maar een vanzelfsprekend gevolg van hoe je in het leven staat. Een vrucht van vrijheid in en door verbondenheid. 

 

 

 

 

Franciscus klimt een berg op. Hij is op weg naar een hooggelegen klooster. De weg wordt steeds woester en de klim is zwaar. Dan valt er een appel voor zijn voeten neer. Je zou haast denken dat de appel de dorst van de monnik heeft geraden. Franciscus pakt de appel voorzichtig op. Hij verheugt zich over de onverwachte koelte van deze late vrucht. ‘Wat een prachtig schepsel ben je!’ roept hij uit. ‘Van je rondheid word ik duizelig. Je kuiltje glimlacht van het plezier om appel te kunnen zijn. Hoe heb je gesidderd van angst voor de nachtvorst van de vroege lente! Hoe taai wist je je val steeds weer voor je uit te schuiven!’

 

Een beetje aarzelend en vooral dorstig heft Franciscus de appel op om erin te bijten. Dan ziet hij vlak naast de steel een gaatje. Dat verraadt dat er een worm in de appel woont. ‘Ach appel’, zegt Franciscus dan, ‘wat geef je me een prachtig voorbeeld. Je hebt een ander schepsel al onderdak en voedsel aangeboden. Daar had ik toch bijna broeder Worm van zijn levensonderhoud beroofd!’ En voorzichtig legt Franciscus de appel terug in het gras.