sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
westwijkcolumns1
westwijkcolumns2
westwijkcolumns3
vermoeden
lichaamstaal
liefhebben
heldendom
erotiek
dit is mijn lichaam
burnout
sterven
gastvrijheid
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Westwijk columns (1)

GROTE SCHOONMAAK

Schoonmaakactie "van gevel tot gevel", staat er in de gemeentebrief. Dringend en enigszins dreigend worden we verzocht onze voertuigen elders te parkeren 'om onnodige schade en oponthoud te voorkomen'.

Vandaag begint het islamitisch nieuwjaar. Het is de herdenking van de reis van Mohammed, die zijn oude bestaan in  Mekka opgaf en met zijn vrienden naar Medina trok. Van daaruit is de islam ontstaan. Mohammed maakte schoon schip en iets werkelijk nieuws kon zich ontwikkelen.
Onze joodse wijkgenoten hebben pas een week Pesach-vieringen achter de  rug. Pesach is ook een uittochtsfeest. Mozes ontsnapte met een aantal hebreeuwse nomadenfamilies uit de slavernij van Egypte en dat werd het begin van het joodse volk.
In de kerk vierden we het Paasfeest. Door de dood heen naar nieuw leven, in het spoor van Jezus. Dat was het begin van het christendom.

Grote schoonmaak, daar gaat het om. Niet alleen van ons huis en onze straat, maar ook van ons innerlijk huis. Ook ons gevoel, onze manier van denken, onze reacties en eigenschappen kunnen een schoonmaakbeurt gebruiken. Soms wordt er heel wat rommel in ons leven gedumpt. Soms maken we er zelf een zooitje van. Dan wordt het tijd voor een grote schoonmaak. Dichte ramen en deuren mogen weer eens wijd open voor nieuw licht. Dan zie je waar het stof ligt. Wat bij vroeger hoort, moet uit het heden worden verwijderd. 't Is hard werk, zo'n innerlijke schoonmaak - en soms pijnlijk. Gemakkelijker als je het niet in je eentje hoeft te doen. En zo helpen de grote religieuze tradities mensen om weg te trekken uit oude en knellende patronen die het leven hinderen.

Gewillig parkeer ik mijn auto een straat verder. Ik hou niet van onnodige schade en oponthoud. Niet aan mijn auto en niet aan mijn innerlijk leven…



EXAMEN
Mijn oudste dochter doet eindexamen dit jaar. Deze week moet ze òf een 'her' doen - "Natuurkunde was belachelijk moeilijk!" - òf er hangt nu een vlag-met-schooltas aan ons huis. Examentijd. Je leertijd is voorbij. Op een gegeven moment moet je het kunnen.

In de kerk hebben we dat moment onlangs ook gevierd. Eerst was er Hemelvaart: Jezus, de leraar ging weg, zoals een goede leraar altijd zal doen. Toen werd het Pinksteren: de inspiratie van Jezus bezielde zijn leerlingen: ze werden zelf leraren.

Mijn dochter heeft iets ongeduldigs: ze houdt er niet van om leerling te zijn - ze wil het gewoon kùnnen. Daarom schuift ze het leren voor zich uit totdat de tijd om te studeren bijna voorbij is. En dan slapeloze nachten en blokken, schelden op je leraar die het nooit goed heeft uitgelegd en een zeurderig schuldgevoel omdat je toch te weinig hebt geoefend.

Een moeilijk vak, leraar zijn. Maar misschien is het leerling-zijn nog wel veel moeilijker. In de religieuze tradities is de eerste vereiste voor leerlingschap: moed. En dat is niet voor niets. Zonder moed om onszelf te zien zoals we echt zijn, zonder moed om de wereld onder ogen te zien zoals deze echt is, kunnen we van het geloof niets leren. Ja, óver religie valt van alles te leren. Maar de wezenlijke bijdrage van de religieuze tradities is het aanleren van levenskunst. Dat is wel even iets anders dan informatieve kennis waar we het wel of niet mee eens kunnen zijn.

In de boeddhistische traditie wordt gesproken van samsara. Dat is de wereld van de mens die steeds in een kringetje ronddraait - steeds dezelfde patronen, steeds dezelfde situaties. De christelijke traditie noemt dat: zonde. Dat betekent letterlijk: je mist je doel. Je schiet er precies naast en zo gaat het lijden maar door en door. En dat is toch eeuwig zonde?
Leerling-zijn in een religieuze traditie betekent het inoefenen van andere manieren van kijken, denken, voelen en handelen. Manieren die ons vrij maken van die eeuwige cirkelgang.

Er is geen eindexamen. Maar wel is er Pinksteren: de dag dat we vrijuit en vol plezier als inspirerende mensen de wereld ingaan.




VEILIGHEID
Gerinkel van glas deed mij opschrikken. Het zijraam van de auto naast mij werd ingeslagen door een woedende motorrijder. Scheldend beukte hij vervolgens op de stomverbaasde bestuurder in. In de auto's om mij heen overal bange en boze gezichten, maar niemand durfde tussenbeide te komen.

Mensen hebben veiligheid nodig. De dood van Meindert Tjoelker doet me nog sterker aarzelen om ergens tussen te springen. Tegelijk voel ik me daar ongemakkelijk over. "Om het kwaad te laten overheersen is het alleen maar nodig dat goede mensen niets doen", zei Joris Voorhoeve, een nogal schrijnende uitspraak in het licht van de Dutchbat-perikelen. Maar waar is het wel.

Veiligheid heeft te maken met gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat komt ons niet van nature aangewaaid. De politiek in Vlaardingen heeft wijkbeheer dan ook als prioriteit op de agenda staan. Wijkgerichte bescherming, ondersteuning en betrokkenheid moeten de veiligheid bevorderen. Maar deze initiatieven staan of vallen met de mentaliteit van mensen.

In de kerk wordt de vredesweek gevierd. Door wakes, acties, gespreksgroepen en vieringen vergroten we ons gevoel van verantwoordelijkheid en betrokkenheid met anderen. De wereld is nog niet het vredesrijk van God. Daarom bidden we, en werken we aan onszelf, dat de vrede bij ons mag beginnen. Het is zo gemakkelijk om ons in onze eigen veilige cocon terug te trekken. Vandaar dat we elkaar en onszelf wakker willen houden voor waar het echt om gaat.

In de synagoge klinkt nu de ramshoorn. Het joodse nieuwjaar begint met 10 dagen van inkeer en zelfonderzoek, om te eindigen met Grote Verzoendag. Alleen zo kan een nieuw jaar écht een nieuw jaar worden.

Opeens werd een ander geluid hoorbaar: alle auto's begonnen luid te toeteren. De sfeer van machteloosheid werd doorbroken en de motorrijder maakte snel dat hij wegkwam. Door de verklaringen van een aantal getuigen kon de man later door de politie opgepakt worden.
Veiligheid heeft mensen nodig.

 

 


HERFST

Natte bladeren op het fietspad. Schilderachtig als een tapijtreklame, maar veel tijd om de kleuren te bewonderen heb ik niet. Slippend, glibberend, net-niet-vallend bereik ik het adres waar ik moet zijn. Leuk al die bomen in de Westwijk, maar in de herfst ….

De bomen bereiden zich voor op de winter. In lente en zomer waren de bladeren noodzakelijk. Maar nu moeten ze vallen, wil de boom niet bevriezen. Loslaten wat niet meer nodig is. Wat goed is, bewaren en de rest laten gaan. In dat natuurlijke ritme zit een diepe les. Al te vaak houden wij vast aan zaken die allang niet meer nodig zijn, of goed voor ons. Herinneringen. Verlangens. Angsten. Gedragspatronen alsof we nog tieners zijn in plaats van volwassenen. Er zitten seizoenen in het leven en het is de kunst om ons ernaar te gedragen wanneer ze zich aandienen. Er is een tijd om te zaaien en een tijd om te oogsten, zegt het bijbelboek Prediker. Er is een tijd om het kaf van het koren te scheiden. Alleen zo kan het koren ooit tot brood worden.

In de kerk vieren we nu de laatste zondag van het kerkelijk jaar: Voleindingszondag. Daarna begint Advent. Christus Koning, heet deze zondag. Je zou kunnen zeggen: we vieren dat het goede uiteindelijk zal winnen van het kwade.  Dat inspireert om vol te blijven houden als de werkelijkheid weerbarstig is. Als de pijn groot is. Aan het einde van de tijden wint de Liefde  - zeker weten! In sommige kerken worden de gestorvenen van het afgelopen jaar herdacht. Wat goed is, blijft bewaard, ook door de dood heen, wordt daarmee gezegd.  Ten volle leven en loslaten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Dat is levenswijsheid die we niet zo makkelijk aanleren.

De dichteres M. Vasalis beschreef het zo: (uit: HERFST)
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn
En van het tomeloze leven,
Voel ik voor 't eerst in zijn volledigheid
En aan den lijve het vol-ledig zijn:
Een orde, waarin ruimte voor de chaos is,
en voel de vrijheid van een grote liefde,
die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.


Leven als de bomen in de Westwijk. Daar denk ik maar aan als ik weer eens slip over de bladeren…

 



VERDIEND

Waar heb ik dat aan verdiend? vraagt de vrouw in het ziekenhuisbed verbitterd. Ze heeft me zojuist een reeks trieste verhalen verteld. Nu dit weer... Altijd netjes geleefd en toch zoveel narigheid, het is niet eerlijk. Ze is boos op het leven, boos op God en boos op mij als iemand van de kerk. Maar achter haar ogen en achter haar boosheid zijn tranen van verdriet verborgen. Ik denk aan een uitspraak van Françoise Gilot: 'ieder gezicht heeft een zachte plek, een bron van tranen, waar een mens ontroerend van wordt.' Soms is het moeilijk om dwars door de woede en de bitterheid van iemand heen te kijken en die zachte plek te blijven zien. Soms is het moeilijk om van jezelf te weten dat er pijn vermomd zit in je woede.

In de kerk is de lijdenstijd begonnen. Veertig dagen tot Pasen. Veertig dagen totdat er dwars door de ellende heen een wonderlijk nieuw begin is gekomen. Het getal veertig is een symbool: het betekent in de bijbel zoiets als: een volheid van tijd. Veertig jaar trok het slavenvolk Israël door de woestijn voordat ze een land aankwamen waar ze vrij en thuis waren. Veertig dagen reisde de profeet Elia door de woestijn totdat hij een Godsontmoeting had. Veertig dagen werd Jezus door het kwaad belaagd en uitgetest voordat hij uit eigen ervaring aan anderen kon vertellen dat God dichtbij is.
Het is een hele weg voordat er uit de chaos en de leegte en de pijn iets nieuws geboren kan worden.

De veertig-dagentijd begint met Aswoensdag. De pastoor tekent met as en water een zwart kruisje op ons voorhoofd en zegt: 'uit stof ben je geboren en tot stof zul je weerkeren.'  De eerste keer dat ik dit meemaakt, voelde ik me een beetje opgelaten. Ik kwam de kerk uit met een zwart askruisje op mijn voorhoofd. Iedereen had er zo één. Sommigen poetsten het snel weg toen ze buiten kwamen, anderen liepen ermee naar huis. Een wonderlijk gezicht, al die mensen met zo'n zwarte vlek op het voorhoofd. Wonderlijk en mooi: het was net alsof je even die zachte plek in het gezicht van iedereen kon zien.

Die zachte plek is wat ons mens maakt: dat wij allemaal pijn kennen en verdriet, dat we weet hebben van teleurstelling, dat we onze eenzaamheid maar moeilijk kunnen dragen, dat wij allemaal mensen hebben verloren die ons lief waren en dat ook wij niet aan de dood zullen ontsnappen. Dat besef maakt niet somber maar mild. Als we allemaal oog zouden hebben voor die tranenbron in ieder van ons, zou dan de aarde geen paradijs worden?

Ik hoor de woede van deze vrouw en ik hoor haar pijn. Ik voel me een beetje als vloeipapier. Misschien worden sommige van die zwarte pijnvlekken wat lichter omdat ze ze kwijt kan. En wellicht gaat dan de weg weer verder, dwars door alles heen naar een nieuw begin.



BARENSNOOD

De lijnen van vermoeidheid staan nog in haar gezicht, een donkere rand onderstreept haar ogen. Ze heeft zojuist haar eerste kind gekregen. Er is een nieuwe blik in haar ogen. Iets van een oer-oud weten. Nu nog is het bij haar, die onbewuste wijsheid die ontspringt als uit  hevige pijn het wonder van nieuw leven voortkomt. Nog even, dan ebt die blik weer weg in alle drukte van luiers en borstvoeding. Ik blijf een bevalling een afgrijselijk gebeuren vinden. "Als je het kind eenmaal in je armen hebt, dan vergeet je de bevalling", werd me verteld. Nou mooi niet. Na de geboorte van mijn eerste kind was ik nog maanden kwaad over alle pijn. Dat er aan ieder leven zo'n prijskaartje hangt..

Barensnood. De hele wereld zucht in barensnood, zegt de bijbel. Als ik de beelden uit Kosovo aan mij voorbij zie trekken, dan weet ik precies wat daarmee bedoeld wordt. Alles zucht en snakt naar het einde van dit lijden, naar verlossing, naar genezing, naar een nieuw begin.
Kort geleden was het Jom Hasjoa, de joodse gedenkdag van de Grote Ramp, de volkerenmoord van de Tweede Wereldoorlog. Bijna waren er geen joden meer geweest. Uit de as van de gasovens ontstond echter de staat Israël, een nieuw begin. Het zinloze geweld bleef zinloos, maar bleef niet zonder positief ervolg. Al wordt het daarmee niet, nooit, goedgemaakt.

Barensnood. Dat is de hoopvolle religieuze visie op het lijden. Dat de pijnen tenminste nog iets nieuws zullen voortbrengen. Dat er uit de puinhopen van ons geweld niet alleen maar nog meer geweld komt, maar een betere manier van samenleven. Dat gaat niet automatisch. Zonder wegen die leiden naar inzicht, erkenning, vergeving en verzoening voor alle partijen, is er geen mogelijkheid voor een echt nieuw begin.

Afgelopen zondag was het Asjoera, de afsluiting van tien dagen bezinning op het islamitisch nieuwjaar. Als wij niet zorgen voor voldoende veiligheid en opvang voor de overwegend islamitische Albanese vluchtelingen, kunnen we wel vergeten dat er nieuw inzichten zullen ontstaan. De Orthodoxe Serviërs stopten met het geweld tijdens het paasfeest. Maar Jezus stierf omdat hij mensen van andere volken ook tot Gods familie rekende. Pasen  rijmt  niet met etnische zuiveringen. Laten de Navo-landen daar duidelijk over zijn.

Barensnood. Om een echt nieuw begin te maken hoeven we niet te doen of er geen pijn geweest is. Integendeel. Het is juist de herinnering aan de pijn die de waardering voor het nieuwe leven vergroot. Mensen worden uit pijn geboren. Dat alleen al maakt leven kostbaar en beschermwaardig. Wat is er voor nodig om dat oeroude weten in ons aller bewustzijn wakker te houden?

 


 

FUNDAMENT

Gehei in de wijk. Westwijk 2005 komt eraan. Overal klinkt het gestamp om ons heen. Ik betrap mezelf erop dat ik bijna marcherend boodschappen doe: het ritme van het heien dwingt me vanzelf in de pas. Fascinerend gebeuren, dat gehei. Eerst gaat de paal er bij elke klap een stukje verder in; dan schiet het ineens meters door en daarna gaat het weer met kleine stukjes. "Dat komt door het grondwater", vertelde mij een specialist. De palen schieten door meters diep water heen dat als een ondergrondse zee onder de wijk stroomt. Pas nadat ze daardoor heen zijn, kunnen ze de vaste grond in om een stevige fundering te vormen. De vaste grond onder mijn voeten is niet zo vast als ik zou hopen: niet meer dan een drijvend stuk weiland. De tweejaarlijkse terras- en stoepophoging hadden me dat al duidelijk gemaakt.

Stampwerk. De basis voor elk gebouw. Stampwerk in de wijk, stampwerk bij mijn dochters op school. Eerst het fundament goed, dan kun je gaan bouwen. En dan blijft het ook stáán.
Religieuze tradities hebben ook zoiets als stampwerk, alleen veel leuker: het zijn de jaarlijkse feesten. De kerkelijke of religieuze feesten zijn zoiets als de heipalen waarop een  gelovige levenshouding rust. Het jaar in de kerk, of de moskee, of de tempel of synagoge, loopt van feest tot feest. Zo wordt de kalender geordend. Zo wordt de tijd geordend. Geen slaaf van je agenda, maar levend van feest naar feest.

Ieder jaar dat ik zo'n cyclus meemaak, is het alsof de heipalen nog weer een slagje dieper gaan. Toen ik klein was, werd de basis gelegd door mijn ouders die mij meenamen naar de kerk. Daar leerde ik over Advent, Kerst, Pasen, Pinksteren, Trinitatis, Voleinding. Toen was er een tijd dat die heipalen, die kerkfeesten, mij weinig zeiden. Alsof het door meters grondwater heen ging, nergens raakte het me. Maar na verloop van tijd  begon het op een diepere laag aan te komen. Die kerkelijke rondgang door het jaar begon ik te herkennen als een weg waarop een mens zich blijft ontwikkelen. Van geboorte, ontplooiing, loslaten en sterven naar een nieuw begin. Steeds meer gefundeerd op de kern van het leven zelf die we God noemen. De Ene God die zich op vele manieren laat kennen. Is dat niet dé uitdaging voor onze tijd: om te leren leven vanuit een eenheid die de veelkleurigheid kan opnemen?

Die mogelijkheid ligt diep in mensen verborgen, ver onder het grondwater. Ik denk dat er nog heel wat heiwerk nodig is om onze samenleving op die vaste grond te funderen.



ZIEN

Ik heb een nichtje met een lui oog.
Het is een serieus probleem. Afplakken helpt niet. Matglas-bril helpt niet. Sterk vergrotende glazen helpen niet. Haar oog blijft dwalen als een blad op een bosvijver. Het ziet niet goed en het ziet er niet uit. Zonder de werking van haar beide ogen kan ze geen diepte zien. Zo wordt het niks met lezen en schrijven straks op school. En gevaarlijk is het ook nog als ze gaat fietsen en geen afstand kan inschatten.
Het is een prachtig systeem, dat kijken van ons. Twee ogen die beide een iets ander beeld geven. Met die informatie maken de hersens er 3-D van. Met twee ogen kun je ruimtelijk kijken. Met twee ogen krijg je perspectief.

(Perspectief: 1. doorzichtkunde - van Dale)
Godsdiensten hebben veel te vertellen over kijken. Of liever gezegd: over zien. Want kijken doen we meestal wel, maar zien is een andere zaak. We zien wat er voor de hand ligt, we zien wat we verwachten te zien, of vrezen te zien, maar doorzien doen we niet. Ons eigen standpunt sluit ons op tussen blinde muren en de dia's die we daarop projecteren verwarren we met ramen. Om echt te kunnen zien, hebben we een dubbele blik nodig. Die van onszelf, en die van een ander.
 (Perspectief: 2. vergezicht - van Dale)
Mensen met perspectief zijn mensen met uitzicht, met een hoopvolle toekomst. Maar in het land van Eénoog is de wereld plat. De diepte is verdwenen. De reis van het leven wordt  pontjevaren tussen oevers van verveling.

In de kerk leven we in de tijd na Pinksteren. Straks komt Advent wanneer we weer leren kijken met de ogen van een pasgeboren kind. Maar nu worden we de wereld in gestuurd. Nu horen we verhalen over de hemel op aarde. Niet op de Bahama's, maar hier en nu, als we goed kijken en meer dan vakantiefoto's zien. Door rituelen, verhalen, liederen en gebeden wordt ons een tweede manier van kijken aangeboden. Zien met ogen van jezelf én die van De Altijd-andere - en dan de wereld in. Zo krijgt de mensheid perspectief.

Binnenkort wordt mijn nichtje geopereerd. Met twee ogen zien: dat gun je iedereen toch?

 


EIND GOED AL GOED?

"God, maak iedereen blij en zorg dat alles goed afloopt. Amen." Een jaar of vijf was ze. En zo jong als ze was, begreep ze al dat mensen lang niet altijd blij zijn. Dat was niet leuk maar nog wel te verdragen, als het maar wel goed afliep… Tegenwoordig is ze al heel wat van haar onschuld verloren. Het vertrouwen in de mensen, de hoop dat alles goed afloopt, het wordt aangetast door alles wat ze nabij en ver weg ziet. Op school, met maatschappijleer, bespreken ze de schadelijke invloed van reklame, met economie de schuldenlast van de Derde Wereld, maar waar leert ze het vertrouwen dat haar bijdrage aan de wereld van belang is?

Volgende week vieren onze hindoestaanse medelanders het lichtfeest divali. Het feest is tijdens de nieuwe maan: als er volslagen duisternis is. Juist dan worden een groot aantal bevrijdende gebeurtenissen herdacht. De geboortedag van Dhanvantari, de grondlegger van de geneeskunde; de bevrijding van een groot aantal vrouwen door Krishna; de verering van Lakshmi, de godin van licht en rijkdom, symbool van de huisvrouw (!); de openbaring van het geschreven schrift waardoor mensen tot wijsheid kunnen komen. En het was op de dag van de Nieuwe Maan dat Sarasvati, de grote maatschappelijke en religieuze hervormer van onze tijd, tot verlichting kwam. Overal rond het huis worden lichtjes ontstoken, de huisvrouwen verjagen symbolisch de armoede uit hun huis, er is vuurwerk en er wordt uitgebreid samen gegeten. Het is een feest waarin wordt gevierd dat het licht het wint van de duisternis, het goede van het kwaad, de waarheid van de leugen en wijsheid overwint onwetendheid.

In de kerk vieren we de Voleinding: het einde van alle dingen zal niet leeg, maar vol zijn. We steken kaarsen aan en vernieuwen daarmee onze band met allen die zijn overleden - want zij zijn in God bewaard. Het licht dat zij de wereld in brachten, zal niet doven, zeggen we daarmee. Christus is Koning, slachtoffers zitten op tronen, het recht zal het winnen. Zo vernieuwen wij onze eigen hoop - soms tegen alle nieuwsberichten in. In tijden dat het licht weer korter wordt en de najaarsdepressies de kop opsteken zijn deze religieuze feesten bronnen van moed en menselijkheid.

God, maak iedereen blij en zorg dat alles goed afloopt. Amen.

 

KAMEROEN

Een ademloze stilte valt over de menigte als de boodschapper onder water verdwijnt. Welke toekomst zal hij in zijn mand meebrengen als hij weer boven komt? Welke adviezen hebben de voorouders nu een nieuw jaar begint? Veel garnalen: veel geboorten, een schorpioen voor de rijkdom? Het Douala-volk van Kameroen houdt de adem in.

De 'zegening van de wateren' is één van de vele oudejaarsfeesten die er gehouden worden in deze tijd. Het einde van het jaar - en zeker van een eeuw en een millenium - wordt omlijst door rituelen en feesten. Onze vuurwerkfestijnen waren van oudsher bedoeld om boze geesten te verdrijven die het nieuwe jaar zouden kunnen belasten. Op die manier geloven we er niet meer in, maar toch blijft het gevoel van overgang, van nieuw begin.

Kerst is ook zo'n overgangsfeest. Het is een geboortefeest. Het kindje Jezus is geboren, iets nieuws is er begonnen, geen mensenwerk, maar zomaar gegeven Godswerk. En dat kindje nu nog arm en onbekend, zal met zijn leven de wereld voorgoed veranderen. Nog steeds worden mensen geïnspireerd door Jezus. Met Kerstnacht zingen we: Immanuël: God-met-ons, want dat is wat Jezus uitbeelt met zijn leven en zijn dood. Even vergeten we alles wat er allemaal mis is en verbinden ons met onbekenden en galmen gezamenlijk de oude liederen. Even hebben we met z'n allen het gevoel dat je kunt hebben als je aan de wieg staat van een pasgeborene. Tederheid, hoop, ontroering. Alsof de wereld weer schoon is en het verhaal gaat opnieuw beginnen. Zal het dit keer anders zijn?

Bij de geboorte van een baby in Kameroen wordt er een verse tak suikerruit neegelegd op de drempel van elke deur. Als er dan iemand de kamer inkomt met een 'dubbel hart' dan blijft het kwade achter en alleen het goede komt binnen. Het kind moet onbelast met oud kwaad het leven kunnen beginnen.

De Douala is het watervolk woonachtig in de delta van de Wouri, in de oksel van Afrika. Ze zijn zich goed bewust dat er geen echt nieuw begin gemaakt kan worden als er nog oud zeer is. Voor de eindejaarsfeesten komen allerlei groeperingen in de stad, in de families, in de kerken, bij elkaar. Samen spreken ze door wat er het afgelopen jaar mis ging. Welke conflicten niet opgelost zijn, wat er aan knooppunten en moeilijkheden zijn. Waar ontbreekt het inzicht om verder te kunnen gaan? Alles wat er zo op tafel komt, wordt doorgegeven aan de 'boodschapper'. Dat is een speciaal daartoe getraind stamlid, die al deze boodschappen zal doorgeven aan de voorouders, die in het water wonen. Die moeten dan maar kijken wat ze ermee aan kunnen. Daarna komt de boodschapper boven met een mand vol zeewater (en alles wat daarin leeft). Een speciale ziener leest de tekens af en geeft aanwijzingen voor het nieuwe jaar. Alles omlijst door uitbundige dansen en grote maaltijden. Het oude is voorbij en het nieuwe kan komen.

Dit jaar ga ik mijn verse kersttak niet ophangen aan de deur. Ik leg hem voor de drempel van mijn huiskamer. Geen dubbel hart in mijn huis. Ik ga schrijven wie ik nog schrijven moet, bellen wie ik nog bellen moet, afronden wat om afronding vraagt. Ik verlang naar de geboorte van het Christuskind - het nieuwe begin in elk mensenhart, ook de mijne. Een onbelaste toekomst voor ons allemaal!

 

 

CARNAVAL

"Om echt carnaval te vieren moet je naar Brabant", zo vertelde mij een echte liefhebber van het feest. Hij is verknocht aan de Westwijk, behalve één weekend in het jaar. Binnenkort vertrekt hij dus weer naar een of ander 'Geinschopperdorp' of 'Leutstad'.
Beneden de Waal heb ik nooit gewoond, dus ik kan er niet over meepraten. Ik herinner me van mijn vorige Betuwse woonplaats voornamelijk het zurige mengsel van bier en urine dat in de straten hing. Jammer eigenlijk. Want ik ben dol op verkleedpartijen. Ik vermoed zelfs dat de keuze voor mijn beroep-met-bijbehorende gewaden daar niet helemaal los van staat.. Mijn kinderen hebben die liefde overgenomen en de verkleedklerenkist was het belangrijkste speelgoed toen ze opgroeiden. De carnavalsfeesten op school waren een hoogtepunt in het jaar. Ineens waren ze prinsessen, of punkers, al naar gelang de leeftijd en de stemming. Heerlijk toch, als je even los kunt komen uit de rol van je dagelijkse leven. Dat is tenslotte ook maar één kant van jezelf..

Carnaval is van oudsher een narrenfeest. De burgemeester geeft de sleutels van de stad af aan een door het volk gekozen 'prins', en met alle gezag wordt de draak gestoken. De landheren en de edelen worden bespot door verklede burgers en even is de wereld omgekeerd en de macht is aan de dwazen en de waarheid aan de droom. Carnaval wordt gevierd vlak voor de vastentijd voor Pasen. Dat is niet alleen om nog even lekker uit je dak te gaan voordat er veertig sobere dagen komen. Het is ook een verwijzing naar de verkleedpartij die met Pasen gebeurde: Jezus die bespot werd met een koningsmantel en een doornenkroon. Zo wilden de regeerders de macht van Jezus belachelijk maken. Maar uiteindelijk maakten ze alleen zichzelf onsterfelijk belachelijk. Pasen is Gods grootste grap.

Jezus is weleens genoemd: de clown van God. Als een echte profeet stak hij door zijn verhalen en zijn manier van leven de draak met alles wat zichzelf absoluut gezag toe-eigende. Humor relativeert. Humor bevrijdt ons van onze zwaarwichtigheid. Een beetje meer zelfspot en heel wat agressie zou zich ontladen in een lach in plaats van een klap voor iemands kop. Carnaval zonder echte humor is geen carnaval. Net zoals geloof zonder grap of dans verstart tot een saaie gewoonte of nog erger, tot dodelijke ernst. Wat zou ik graag echt carnaval vieren in onze wijk. En dansen in de kerk…

Jezus, meester van de dans,
Op de dansvloer heel wat mans,
Rechtsom, linksom: alleman
Leert hij hoe men dansen kan.