sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Gevangen in een put zonder water

 

Zondag van de lichte last. Zach.9:9-12; Math.11: 25-30

 

Gevangen in put zonder water. Je verdrinkt niet, maar je gaat ook nergens meer heen. Je hoeft niet te spartelen om je hoofd boven water te houden, maar dorst is je permanente metgezel. Je bent in een graf terwijl je nog leeft.

Zacharia schrijft voor mensen die jarenlang in ballingschap hebben geleefd. Ze overleefden wel, maar ze leefden niet. Nu zijn ze terug, maar erg goed gaat het niet allemaal. Ze hebben nog de instelling van gevangenen in een put zonder water, afhankelijk, passief, zonder daadkracht, zonder thuisgevoel, zonder inspiratie, zonder dromen van een toekomst.

 

Zo kan het gaan als je jarenlang balling bent geweest, toen en nu. Zo kan het ook gaan als je lang in de put hebt gezeten, je lang eenzaam hebt gevoeld, of jaren ziek bent geweest. Als mensen of misschien jijzelf je in een hoekje hebben weggezet. Of als je lang bevangen bent geweest door één bepaalde manier van geloven waar je geen kant meer mee op kan.

Gevangen in een put zonder water.

 

In de bijbel zijn er drie mensen die in zo’n put werden gegooid: Jozef, die dromen had die zijn broers niet konden waarderen, Jeremia, die een boodschap had die de leiders van toen niet wilden horen, en Daniël die in de put van de leeuwenkuil werd gegooid omdat hij weigerde mee te doen aan de corruptie van de politiek. Ze worden alledrie als het ware levend doodverklaard en in het graf gegooid. Maar zij overleefden en werden door God in het gelijk gesteld. Het zijn opstandingsverhalen, zoals we later bij Jezus horen. Zoals we hebben gezien in het leven van Nelson Mandela. Zoals telkens weer mensen hun onrecht te boven komen en wij de opstandingskracht van God erin herkennen. Als jij het gevoel hebt dat jouw leven in zo’n put zonder water is vastgeraakt, dan is er goed nieuws voor je vanochtend. Zacharia roept ons toe: juich, schreeuw het uit van vreugde, want je koning is in aantocht. God heeft een verbond met mensen gesloten en hij brengt bevrijding met zich mee.

 

In de lezing van het nieuwe testament is het net omgekeerd: niet een mens maar God is in een put zonder water gegooid. God is opgesloten in dorre opvattingen, in regeltjes van goed gedrag, in braafheid en logica, in een boek, in een religieus systeem. En Jezus is bezig God te redden uit de handen van de experts. Telkens weer moet dat gebeuren, de hele geschiedenis door. Niet alleen wij, maar ook God moet gered worden. Want als God gevangen raakt, raken mensen onvrij. Als God zoals tegenwoordig verdwijnt uit het bewustzijn van mensen omdat het woord God nietszeggend is geworden, dan gaat het niet goed met ons. Want God is het mensenwoord voor de diepste waarheid van het leven, de bron van alle vernieuwing, bevrijding en echte vooruitgang. God kunnen aanvoelen is contact houden met de nog ongeboren toekomst. God niet meer aanvoelen is vastraken in een herhaling van het verleden.

 

Etty Hillesum, de Nederlandse joodse schrijfster die in Auschwitz is vermoord, geeft een hedendaagse vertaling van de put waarin God zit.

“Binnen in mij zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden,” zegt ze. Temidden van de verwoesting van de oorlog schrijft ze: misschien is dit wel het enige waar het op aan komt: dat wij jou moeten helpen God.”

 

In Etty’s dagboeken zijn we getuigen van haar langzaam groeiende ontdekking dat God niet ver weg is maar in haar woont, in onderste lagen van haar wezen. Het putje van de ziel. Geleidelijk aan is God voor haar niet alleen een woord maar een werkelijkheid geworden. Zoals het ook met Jezus gegaan is: een groei in het besef dat Gods rijk niet van een andere wereld is, maar hier en nu, in ons midden. Etty weet: het kontakt met God kan verloren raken. Stenen en gruis kunnen de weg blokkeren en God moet weer opgegraven worden. Maar hoe moet je dat doen?

 

De sleutel is nederigheid.

Nederigheid is noodzakelijk voor de levende omgang met God.

Jezus zegt dat de wijsheid van God verborgen is voor de wijzen en verstandigen maar onthuld wordt aan eenvoudige mensen. Van Jezus kunnen we leren. Waarom:  hij is zachtmoedig en nederig van hart.

 

Uw koning komt op een ezel, het jong van een ezelin: niet hoog te paard. Zijn juk is zacht en zijn last is licht. Het geloof, het juk van de Thora, het levende woord van God, is niet een loden last waar alle levensvreugde van dooft. Zo was het wel bij farizeeërs in Jezus’ tijd, en zo is het soms geweest bij ons in onze kerken. Het geloof is niet iets hoogs en moeilijks. Maar het levende woord van God is dichtbij, en brengt rust en bevrijding voor mensen die gebukt gaan onder de lasten van het leven. God is niet ver weg maar verborgen. En nederigheid onthult God voor ons oog.

 

Nederigheid is niet anders dan beseffen wie je echt bent: een mens zo kwetsbaar als gras dat vandaag bloeit en morgen verschroeit in de zon. Dat is de ware aard van de mens. Dat maakt ons niet klein of minderwaardig, dat maakt ons méns. Als we dat goed tot ons door laten dringen, dan relativeert dat gelijk allerlei problemen die we met het leven hebben. Dan is het mogelijk om te aanvaarden dat we oud worden en sterven, dan is ziekte of tegenslag geen teken van ons falen maar teken van ons menszijn.

 

Nederig zijn is niet jezelf klein maken in vergelijking met een ander, of met God, maar werkelijk weten wat de essentie is van het menselijk leven. Er zit geen ultieme waarde in ons, we hebben geen goddelijk recht op geluk, we hebben geen eeuwige zielen in bezit die als diamantjes blijven flonkeren als het licht van de tijd uitgaat. Menszijn is voluit delen in het tijdelijke en begrensde dat bij het aardse bestaan hoort. Dát besef is nederigmakend. We zijn niet de spil van het universum. Wij zijn niet de bron van alle goeds of alle kwaads, zo belangrijk zijn we niet en zo belangrijk moeten we elkaar ook niet maken. Je doet je partner of je kind geen dienst door hem of haar tot bron van je geluk te verklaren. We zijn mensen, geen goden.

 

Maar God vond het menszijn van zulke grote waarde dat hij mens werd in Jezus Christus. Dat is bijbeltaal. Dat zijn woorden voor een wezenlijk en hoopvol inzicht in het leven. Het beste in ons is afglans van God. Het meest kostbare in ons is reflectie van God. Waarvan je echt houdt in een ander is wat verwijst naar God. Wat eeuwig is in ons is de ruimte die wij zijn voor God. De hoge waarde van ons bestaan is God. Wat onvervreemdbaar heilig is en altijd alle eer waard in ons, is God die woont in het putje van onze ziel. Wie wij het meest wezenlijk zijn, is God-in-ons. Niet God-van-ons, maar God in ons.

 

Want mensen zijn geschapen naar zijn beeld. En dat beeld draagt ieder mens in zich mee en is het hoogste en meest beschermwaardige goed. Dat was de ontdekking van Etty Hillesum: “wij moeten jou helpen God en de woning in ons waar jij huist, tot het laatst verdedigen. Je moet het heus zo goed mogelijk bij me hebben, schrijft ze. Wanneer ik opgesloten zou zitten in een enge cel en er zou een wolk langs het kleine tralievenster drijven, dan zou ik je die wolk komen brengen mijn God, als ik daarvoor tenminste nog de kracht zou hebben. Ik kan van te voren nergens voor instaan, maar de bedoelingen zijn prima, dat merk je wel.”

 

Wij zijn het meest onszelf als we voeling houden met God, verborgen in ons, in elkaar.

Etty was bevrijd van haar op-zichzelf gericht zijn. God was haar kern, niet het beeld dat ze van zichzelf of het leven had, niet haar eigen behoud of zelfs niet dat van haar geliefden. Haar centrum was een diepe put waar God woont, een bron van levend water. Daar wordt een mens eenvoudig van. Een-voudig, niet ingewikkeld meer, niet ingepakt of opgesloten, hoe het leven ook gaat. Voor wijzen is God verborgen maar aan eenvoudigen wordt God onthuld. God wordt zichtbaar voor mensen die niet hun eigen problemen maar die God in het middelpunt van hun leven hebben staan.

 

Voor de teruggekeerde ballingen in Zacharia’s tijd was het belangrijk dat ze God hervonden als het centrum van hun bestaan. Alleen dan kon de toekomst zich openen en kwamen ze los van hun verleden. Voor de leerlingen van Jezus was het belangrijk dat niet hun eigen geloofsprestaties in het centrum kwamen, maar het eenvoudige besef van Gods woord in hun hart geschreven.

 

En zo is het ook voor ons. Zijn aanwezigheid is hier en nu, in jouw en mijn leven. Misschien is het leven momenteel voor je als een put zonder water. Maar kijk nog eens goed: woont er niet al iemand daar? Kom tot mij en ik zal je rust geven en al je dorst lessen.

TerugVerder