sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Pakken of ontvangen

 

Verkondiging (Luc.9/Jes.57)


Hebzucht of barmhartigheid. Leef je uit wat je pakken kunt of uit wat je ontvangt? Dat is de kernvraag die in de bijbelteksten vanochtend aan de orde wordt gesteld.


Laat je los of hou je vast? Sta je op of blijf je zitten?


Daar zit Mattheus in zijn tolkantoortje bij de poort. Er gaat van alles door zijn handen, en er blijft ook wel eens wat aan de strijkstok hangen. Zo gaat dat nu eenmaal met belastinginners die hun schamele loontje aanvulden met wat ze krijgen konden, hun bazen de Romeinse machthebbers vonden het wel prima.

Ja, die vrome kerklui met hun neus in de lucht keken op hem neer. Die houden zich wel vast aan de regeltjes en trots dat ze er op zijn. Maar ondertussen: geld aan God geven en mooie gebeden voor het oog van iedereen die kijken wil, maar ondertussen je eigen ouders verwaarlozen, hypocriet hoor. Maar toch knaagt er iets in Matteus. Zoals de Farizeeërs wil hij niet worden. Alleen maar met geld bezig zijn is ook niet ideaal.


Onrustig als de zee die nooit rust kent zijn de mensen zonder God, haar golven woelen vuil en modder op en vrede is ver te zoeken.


Vasthouden wat je hebt – een oermenselijk gedrag. Hebzucht heet dat in de bijbel. Dan moet je niet alleen denken aan steeds maar meer willen hebben, de laatste i-pod of de nieuwste mode of de meest recente medische behandeling. Dat is ook hebzucht. Maar de zucht om te hebben gaat veel dieper. Het gaat hierom: mensen ervaren ergens van binnen een leegte en die proberen we te vullen. Het is de leegte van ons persoon-zijn. We zijn geen kuddedieren meer zoals het menselijke soort ooit eens geweest is. Maar nu zijn we individuen op zoek naar relatie. Naar iemand of iets om ons mee te verbinden. Een leeg gevoel van binnen hoort bij ons hoogst persoonlijke bewustzijn, het maakt ons mens.


En die leegte zoeken we te vullen. Want op de vraag naar: wie ben je? geven wij antwoord door wat wij verzamelen in ons leven: ouders, broers en zussen, herinneringen, een partner, kinderen, een huis, een baan, zorgobjecten, een titel, een auto, een verzameling, plakboeken van je wereldreizen… Zijn wij niet wat wij hebben: een lijf, een gevoel, een idee, een levensfilosofie, een God? Als je jong bent is het een goed idee om je ervan op de hoogte te stellen wat je allemaal kunt verzamelen. Om te merken dat je de power hebt om dingen te doen en te verkrijgen, om je blikveld uit te breiden en je vaardigheden te vergroten. Maar trap er niet in om te geloven dat je bént wat je hebt. Wat dat is de bron van al het menselijk ongeluk.


We verzamelen van alles en nog wat en we zijn wat we menen te hebben. Onze zucht om te hebben is eigenlijk een zucht om te ZIJN. Om niet niets te zijn, niet niemand. Om maar niet een ademtocht te zijn, een vleugje lucht met een kleurtje en een geurtje. Wat hebben we er veel voor over om maar niet niets te zijn. Om maar vooral dat lege gevoel van binnen niet te voelen.

De mensen zonder God zijn onrustig als de zee die nooit rust kent, haar golven woelen vuil en modder op en vrede is ver te zoeken.


Matteus zit aan zijn tafeltje gewoon te doen wat hij te doen heeft. Wat moet je anders met je leven? Je zou het misschien wel anders willen, maar hoe dan? En zo doen mensen het, zo doen wij het. We leven ons leven zo goed als we kunnen, met de mogelijkheden die we in huis hebben of aangereikt krijgen. En dan weer staat dit in onze belangstelling, dan weer dat. Dan gebeurt er dit, en dan gebeurt er dat. En onze aandacht vult zich met wat er zich het meest opdringt en ons gevoel raakt. Want elke open ruimte van binnen wordt onmiddellijk gevuld met een gedachte, een gevoel, een daad. En zo blijven we hollen, al zijn we aan bed gekluisterd, we hollen nog. Zelfs al lopen we in de stille natuur dan nog is de stilte vol van dwarrelende gedachten en we schrikken op als er ineens een stem ons aanspreekt.


Sta op en volg mij, klinkt een stem, recht tegenover Matteus. Jezus kijkt hem aan en ziet hem, doorziet hem. In de ogen van Jezus ligt de ziel van Matteus zo bloot als een pasgeboren baby’tje. Alles waarmee Mattheus de lastige leegte vult, die heimelijke onrust die als een zoemende vlieg door zijn innerlijk huis gonst, in één klap ziet Matteus het voor wat het is. Wat zit er in het centrum van je leven: je veiligheid,  je financiële zekerheid, of de achting van je vrienden, Matteus?

Wat zit er in het centrum van jou zelf? Wat is je hebben en vooral: je houwen?

Je gezondheid, of je kinderen of je cliënten? Je zelfbeeld, of je verdriet, of je ambitie? Wat zit er in het centrum van je leven? Waar draait je bestaan om?

Matteus doorziet zichzelf tot op die fundamentele leegte van elk mens. Sta op en volg mij, zegt Jezus. Vertrek uit alles waarmee je jezelf vastzet. Blijf niet zitten waar je nu zit, want dat is een gevangenis. Daar krijg je gebroken harten van, een moedeloze geest, dat is de bron van al je treurigheid. Sta op en volg mij op de weg van God.


De kerk onderwijst deze teksten in de zondagen na Pinksteren. Dan vieren we dat de Geest van Jezus Christus nu ook aanwezig is, hier en nu, in onze levenstijd. Die roep: sta op en volg mij, klinkt niet alleen voor Matteus, maar nú, voor jou, voor mij.


Die stem klinkt op het moment dat je geconfronteerd wordt met de fundamentele leegte van je leven. Dat zijn momenten dat wegvalt wat je dacht dat je had. Dat zijn tijden dat je zekerheden als schijnzekerheden zichtbaar worden. Wat is de mens wezenlijk? De bijbel zegt: een ademtocht. Maar niet zomaar een ademtocht: de ademtocht van God. Want God blies zijn levensadem in ons en zo werd de mens een levende ziel. Dát maakt ons een levend mens, ook al gaan we dood: de ademtocht van God. De leegte die ons mens maakt, die ons doet zoeken naar relatie, vervulling: dat is de ontmoetingsruimte met God.

Herinner u de lp die ik vorige week liet zien, met het gaatje in het midden? Dat is het aanblaaspunt van God in elk mens. Dat lege gaatje in het midden daar draait alles om, heel letterlijk.


Misschien is er voor jou een tijd dat er van alles weg is gevallen. Dat er leegte wordt blootgelegd. Wij ervaren het als verlies, als tegenslag, als ongeluk. En dat is het óók. Maar het is nog iets meer dan dat. De leegte is ook rúimte. De ruimte van God. Want dat is wat barmhartigheid is: ruimte. U weet dat barmhartigheid van het hebreeuwse woord voor baarmoeder komt. Een baarmoeder is een ruimte in een vrouw voor iets anders dan zijzelf. God maakt ruimte voor iets anders dan zichzelf: God heeft een baarmoeder waar wij geboren worden en die baarmoeder dat is het leven. In hem leven, bewegen en zijn wij, zegt de apostel Paulus.


In ons zit ook zoiets als een baarmoeder. Een ruimte voor iets anders dan wijzelf, de open ruimte waar God ons aanblaast. Een open ruimte waar een ander mens zo af en toe zichzelf kan zijn bij ons. Een open ruimte die door niets of niemand permanent opgevuld moet worden. Alleen God kan ruimte innemen zonder die van ons af te pakken – daarom moet er niets of niemand anders in blijven hangen. Het is de ontmoetingsruimte voor God die zichtbaar wordt als leegte ons aanstaart.


Sta op en volg mij. Weg uit wat je nu weet van jezelf, van God, van het leven, weg van alles waaraan je je vastklampt en waardoor je nooit vrede krijgt. Want wat je hebt dat kun je verliezen en dat weet je ergens ook. Dat is de bron van je onrust. Barmhartigheid is leven met een open ruimte van binnen, met een gat in je ziel. Daar klinkt telkens als er iets wegvalt dat ons dierbaar is, die stem: sta op, volg mij. Kom naar buiten, en volg MIJ. Er is een weg ook al verlies je van alles. Treurenden bied ik troostrijke woorden, vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij.

Sta op, je wordt geroepen - er wacht een feest.

 

TerugVerder