Spiritualiteit als liefhebben

M.Vonkeman
logo sporen van God

foto:m.vonkeman

We onderzoeken spiritualiteit als ons vermogen tot liefhebben. Daarbij gaan we uit van het bijbelverhaal van Sara en Hagar (Genesis 16 en 21). Twee vrouwen in competitie met elkaar om dezelfde man. En we bekijken hoe God aan hen elk een eigen levensruimte geeft - door de woestijn heen.

Wat zijn onze eigen bronnen van inspiratie? Spiritualiteit: spiritus: geest: wat begeestert je: wat geeft je levensmoed. En: op welke wijze bevorder je de levensmoed van anderen om je heen? Kun je je leven zo vormgeven dat je maximaal geinspireerd raakt, en inspirerend bent? Kunnen we een manier van kijken, van zien, van schouwen inscherpen waardoor de levenskracht van God ons kan bezielen?

relatie

Ik ben een christen. Voor mij is het leven een omvormingsproces waardoor het leven van Jezus Christus in mijn leven zich mag uitdrukken. Voor mij is Christus de mens op wie ik ten diepste lijk als ik helemaal mijzelf ben. De essentie van Jezus Christus ligt voor mij in zijn ononderbroken verbondenheid met God, die hij als zijn levensbron kende. Voorbij aan de onpersoonlijke levenskracht die je soms kan ervaren, kende Jezus die levenskracht als een persoonlijk tegenover. Iemand, niet mens, maar wel relationeel: God is degene die ons relatievermogen tevoorschijn roept.

Daarom is de toets en het doel van alle spiritualiteit voor mij de groei van ons liefdestalent. Van ons vermogen verbondenheid met anderen te beleven, op de manier van God. God die ons exclusief en inclusief tegelijk bemint. God die van ieder mens houdt, maar toch niet inwisselbaar. Zo kan ik van mensen houden: met een speciale en unieke, persoonlijke liefde die toch niet exclusief is. Voor mij is het doel van spiritualiteit het ontwikkelen van een eigen ruimte die niet in aftrek komt op de eigen ruimte van een ander. Meer nog dan dat: ik ben er van overtuigd dat alleen als ik geheel en al mijn eigen ruimte, mijn eigen identiteit inneem, dat ik dan ook de ander kan en zal ondersteunen in het vinden van zijn of haar eigen ruimte, eigen identiteit.

Maar hier gaat het vaak mis. Ik ondersteun mijn partner, mijn kinderen, mijn vriendinnen bij het ontwikkelen van hun eigen identiteit maar cijfer mijzelf daarin weg. Dat vind ik ook wel prettig, dan hoef ik ook niet helemaal op eigen benen te staan. Als ik maar kan zorgen voor iemand, dan voel ik me goed. Maar wie ben ik in mijzelf? Wat is mijn eigen unieke zelf? Hoe zorg ik daarvoor? En als die vragen beginnen, dan beginnen de conflicten. Want dan kunnen de behoeften weleens haaks komen te staan op elkaar. Dan komt er verwijdering, en breuken in de harmonie die ons zo dierbaar is, die ons zo veilig is.

ik en jij

God is liefde die ieder de eigen plaats geeft. Spiritualeit is het aanleren van een levenshouding die konsekwent blijft geloven dat de ander er mag zijn en dat ik er mag zijn, alletwee tegelijk en uiteindelijk zelfs hetzelfde. Want wat heb ik als de ander zich voegt naar mijn wens en zichzelf inlevert? Dan heb ik niets anders dan een echo van mijzelf. Dan wordt mijn behofte bevredigd, maar heb ik werkelijk ontmoet? Doorbreekt dat mijn fundamentele eenzaamheid?

Wanneer kunnen Sara en Hagar ooit vriendinnen worden? Als zij beiden vrij en gelijkwaardig zijn, met hun eigen levensruimte. Wanneer worden de nakomelingen van Sara: de twaalf stammen van Israël en de nakomelingen van Hagar, de twaalf Arabische vorstenhuizen, ooit vrienden? Wanneer zij elk hun eigen levensruimte innemen en aan elkaar gunnen. Vandaag de dag zien we nog steeds hoe moeilijk dat is.

Spiritualiteit: het inoefenen van een levenshouding waarin jouw tevoorschijn komen ook het tevoorschijn roepen van je geliefden is. Het is het inoefenen van een bepaalde blik, een manier van kijken, van luisteren naar wat de gebeurtenissen van het leven je zeggen.

woestijn

Volgens alle verhalen is de woestijn een beeld van hoe je dit groeiproces soms beleeft. Woestijn staat voor de ervaring dat je lege handen hebt. Dat er niets meer is om je aan vast te houden. Dat er geen wegen zijn die je kunt herkennen, geen gebaande wegen meer. De moeilijkheid en de mogelijkheid van de woestijn is dat je niets meer hebt. Geen bezit. Niets van buiten wat je leven kan invullen of zin geven. Je hebt alleen nog maar jezelf en wie jij bent.

En dat is een ontluisterende en angstige ervaring. Want meestal weten wij wie wij zijn door wat we hebben. We hebben een man, of een kind of een baan, of talenten, of bepaalde trauma's. We kennen onszelf als de som van allerlei dingen van buitenaf. Wij zien onszelf door de ogen van onze ouders of geliefden of kerk, of omgeving. Maar in de woestijn vallen deze beelden weg. En wat blijft er dan over? Wie zijn we als alle kaders en definities van buitenaf wegvallen? Zijn we dan nog wel iemand? Er is niets meer waarmee ik mijn leven kan vullen, wat ik bij mijzelf kan inlijven, zelfs God niet meer.

En daarmee is de woestijn bij uitstek de ontmoetingsruimte met God. Niet meer de God op mijn eigen behoefte en maat gesneden, maar God, God, ander, in zichzelf, God, bron waaruit ik voortvloei zonder dat ik het wist, omdat ik mijn leven volstopte met andere zaken. De woestijn is de plek waar ik ga ontdekken wie ik zelf ben, en hoe weinig ik vanuit mijzelf in relatie ben getreden. Nu begin ik te beseffen wat liefhebben werkelijk is. Nu pas begin ik te proeven hoe het kan zijn als ik mijzelf en niet iets van mijzelf, geef. Nu pas kan ik God horen zoals hij zelf wil spreken, en niet zoals ik het voorschrijf. Pijnlijk is het geboorteproces, maar toch: ik word werkelijk geboren, uit God, in vrijheid ga ik leven.

hagar

Het verhaal van Hagar is hier een illustratie van. Op het eerste gezicht is dit het verhaal van een slavin die werd afgedankt toen zij niet meer nodig was. Maar het is tegelijk het spiegelverhaal van Israel, generaties vóór Mozes. Het is een verhaal over Hagar, een Egyptische slavin, die door de woestijn heen haar eigen vrije plaats vond, en stammoeder werd van 12 vorstenhuizen. Ook zij werd uit haar diensthuis, haar slavernij, geleid, en ook zij had het niet in de gaten toen het gebeurde. Haar wereld stortte in, ze stierf aan alle zekerheden die ze daarvoor kende. Maar haar weg bracht haar vrijheid en eigen waardigheid.

Door de woestijn heen naar je eigen plek. Die ervaring zal jullie niet vreemd zijn. In de woestijn wanhoop je en lijkt er alleen maar verlies te bestaan. Hoort God mij nog wel? Ja: hij hoort je en heeft je al gehoord. De eigen ruimte die Sara nodig had, bleek uiteindelijk voor Hagar de ruimte die zij nodig had om zelf een even waardige en vrije plaats in te nemen.

De woestijn dient zich aan als een ervaring van verlies, van verdriet. Dat kan je helemaal overspoelen, het overkomt je, je wordt meegesleurd, zo voelt het, en in zekere zin is het zo.

aandacht

De eerste stap uit het slachtoffer-zijn is een houding van aandacht. Goed kijken naar wat er nu eigenlijk precies gebeurt, en wat het je doet. Kijken naar wat je beangstigt: wat precies is het dat zoveel angst en pijn oproept. Met alles in jezelf heel aandachtig luisteren, kijken, proeven. Dat is niet: zwelgen in je pijn, dat is niet: terugtrekken in een burcht van verongelijkt zelfmedelijden. Dat is: voelen wat je voelt en proberen erdoorheen te horen wat het over jezelf en aan jezelf zegt. Je neemt je eigen gevoel volstrekt serieus, maar tegelijk verabsoluteer je het niet in een verstarde positie. Aandacht, en tegelijk verkleefd aan de hoop op God die leven geeft met levensruimte voor iedereen tegelijk en afzonderlijk.

loslaten

Als je alles in jezelf hebt ingezet om zelf verantwoordelijk recht te doen aan je situatie, dan komt het moment dat je dit allemaal weer los mag laten. Woestijn betekent niet dat je aldoor maar zwaar sjokkend moet door ploeteren. Je mag er ook weleens bij gaan zitten. Zo ver als je kunt, ga je zelf: en dan komt het punt dat je niet verder kunt met wat je nu in huis hebt. Dan is het niet toereikend, de hulpbronnen die je nu kent. En zo is het ook. Hier gaat het precies om als we op nieuwe wijze iets willen ontvangen van God, iets willen ontdekken over onszelf. Pas als we op het uiterste puntje van ons kunnen zijn gekomen, zodat we maximaal op eigen benen zijn gaan staan, alleen daar is het dat ons iets werkelijk nieuws kan overkomen.

met de muziek mee

In de mystiek heet dit: het moment van de nieting. Of: de overgave. Je geeft de uiterste concentratie weer uit handen. En dan komt de mogelijkheid dat je meegenomen wordt, voorbij aan je eigen grenzen. Je kunt het vergelijken met het leren van muziek. Dat vraagt uiterste studie en concentratie. Maar dan, als je de techniek a.h.w. beheert, en je kunt de afzonderlijke muzieknootjes vergeten, zonder aandachtsverlies, dan kan het zijn dat de muziek je meeneemt. Dat is het moment waarop de muziek zijn werkelijke geheim aan je geeft, het moment waar iedere musicus op hoopt. Je wordt zelf één met de muziek, de muziek speelt door jou. Niet ik, maar Christus leeft in mij. Niet jij bent op reis met God, maar God neemt jou mee. Gaande de weg, gaat de weg jou. Aandacht, loslaten, meegenomen worden: zo kan het gaan, in de woestijn, op je levensreis met God.

Mediteer over:

Gen. 21: 14 De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, legde dat op Hagars schouder, gaf haar ook het kind mee en stuurde haar weg. Ze trok de woestijn van Berseba in en doolde daar rond. 15 Toen het water uit de zak op was, liet ze haar kind onder een struik achter. 16 Zelf ging ze een eindje verderop zitten, op een boogschot afstand, omdat ze niet kon aanzien hoe haar kind stierf. En terwijl ze daar zo zat, huilde ze bittere tranen. 17 Maar God hoorde de jongen kermen, en een engel van God riep Hagar vanuit de hemel toe: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bezorgd: God heeft je jongen, die daar ligt te kermen, gehoord. 18 Sta op, help de jongen overeind en ondersteun hem. Ik zal een groot volk uit hem doen voortkomen.’ 19 Toen opende God haar de ogen en zag ze een waterput. Ze liep ernaartoe, vulde de waterzak en gaf de jongen te drinken.20 God beschermde de jongen, zodat hij voorspoedig opgroeide. Hij leefde als boogschutter in de woestijn. 21 Hij ging in de woestijn van Paran wonen, en zijn moeder koos een Egyptische vrouw voor hem uit.

gespreksvragen:

* als je dit verhaal leest, wat treft je daarin?

* herken je in je eigen leven iets van 'woestijn'? Wat zijn voor jou kenmerken daarvan? Wat vind je het moeilijkst daarin? Heeft God wat met 'woestijn' te maken, voor jou?       

* wat ondersteunt je in woestijn-tijden? Wat zijn bronnen voor je?       

* heb je ook weleens mogelijkheden ontdekt in zulke periodes? Welke?       

* herken je iets van bezitsdrang in je liefdesrelaties?       

* herken je het dilemma van: óf mijn ruimte, óf de ander's ruimte? Hoe ga jij daarmee om?

spiritualiteitsretraite Vrouwengroep Vasthi, 1993 kerk en wereld