sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Lukas  in gesprek met de bijbeltekst uit Lucas 5:1-11

 

  

Toen Lucas negen jaar werd,

vroeg hij aan zijn ouders:

‘Waarom ben ik geboren

zoals ik ben?’

 

Vader verslikte zich in zijn koffie.

Moeder stopte met het lezen van haar boek.

‘Luister, Lucas,’ zei zijn moeder:

 

‘Papa en mama gingen eens

naar een grote tuin vol bloemen.

Alle soorten groeiden daar,

teveel om op te noemen.

 

Bloesems van de schoonheid,

viooltjes voor de trouw,

koninklijke anjers,

de roos van

ik-hou-van-jou.

 

Plots zagen we een bloempje,

helemaal achter in de hoek.

We zochten op hoe ’t heette,

maar ’t stond in geen enkel boek.

 

Het groeide tussen de stenen,

naast een grote houten ton.

Zo kreeg het weinig water,

en zag ook nauwelijks zon.’

 

‘En toen?’

vroeg Lucas.

 

‘”Weten jullie het wel zeker?”

vroegen mannen bij de poort.

“Deze bloem vraagt heel veel aandacht,

het is een kwetsbaar soort.”

 

Maar we wisten het echt zeker:

deze bloem die wilden wij.

Wij zullen heel goed voor hem zorgen.

En Lucas, 

die bloem…

dat ben jij.’

 

 

 

Diep water

Waarom ben ik geboren? dat is een vraag van het diepe water.

 

Simon, en zijn broers en vrienden zijn vissers. IJmuidenaars van komaf, zou je zeggen. Nuchter, een beetje bijgelovig misschien, hardwerkend en behulpzaam. Vaklui. Gewone mensen.

Gewone mensen bezig met hun gewone werk. En daar komt Jezus tussendoor.

Daar komt dat levende woord van God - en dat is altijd een inbreuk. Je herkent het aan het: meer-dan-gewone , misschien het creatieve, iets dat je over je grenzen heen trekt. Het levende Woord van God waar je geen mensenwoorden voor hebt, maar dat met het ‘waarom ben ik hier’ te maken heeft. Iets dat je ziel raakt en tot je spreekt, huilend of lachend.

Diep water dient zich aan.

 

Er zijn allerlei bloemen in de tuin van het leven, zo vertelt het lied. Bloesems van de schoonheid, viooltjes voor de trouw, koninklijke anjers, de roos van ik-hou-van-jou. Er zijn veel dingen waar je je aandacht aan zou kunnen geven, dingen die je wilt verwerven of bereiken. Er zijn veel zaken die je zorg vragen, onze agenda’s zijn altijd vol en er is altijd wel wat leuks op tv.

Maar soms word je getroffen door iets onverwachts -  iets dat niet past, een bloemetje dat op steen groeit, in de schaduw. Soms komt er iets op je pad dat je zelf nooit had verwacht. En het roept alsof het je iets wil zeggen, maar wat weet je niet - er zijn geen woorden voor.

 

Jezus trekt het land door om woord van God te zijn. Om hoop te geven en uitzicht op het rijk van God. Dat er meer is dan je weet, dat er toekomst is die je niet kunt dromen, dat mensen een bestemming hebben, dat God een verhaal vertelt door het leven heen. Dat wat wij niet waarderen, misschien wel juist door God uitgekozen wordt. Dat wat in de ogen van anderen niets waard is, misschien wel de hoogste waarde heeft.

Jezus vertelt over een omgekeerde wereld en de mensen duwen hem bijna de zee in. Vorige keer duwden ze hem bijna van de afgrond, nu bijna de zee in, en nog een tijdje later duwen ze hem dood. De hoop is kwetsbaar, het woord van God is weerloos, de stem die ons roept is gauw monddood gemaakt. Met je beste bedoelingen kun je zo hard zelf aan het woord zijn dat God geen schijn van kans heeft om je iets duidelijk te maken.

 

Leen me je boot, zegt Jezus tegen Simon. Geef me wat ruimte, maak het mogelijk dat ik blijf spreken, al is er bijna geen plaats voor me hier aan de rand van de zee.

 

Geef me wat ruimte.

Het is de vraag van mensen die dicht op de huid gezeten worden. Je manager die steeds meer wil, in steeds korter tijd. Ouders die zo bovenop hun kinderen zit tot ze bijkans wel in opstand móeten komen. Of andersom: kinderen die als woekerplanten het hele gezin verstikken. Senioren die geen privé meer hebben omdat de verzorging altijd maar weer binnen komt lopen zonder te kloppen. Geliefden die altijd alles samen moeten doen totdat er een breekijzer nodig is om nog wat groeiruimte te vinden. Geef me wat ruimte zodat ik mijn eigen verhaal kan vertellen. Geef me een bootje zodat ik kan delen wat ik zelf van God heb ontvangen. Zodat ik mijzelf kan zijn en niet een verlengstuk van wat anderen van me willen. Geef me ruimte om te leren van mijn eigen fouten en te genieten van mijn eigen ontdekkingen. Ruimte vragen is niet makkelijk. Echte ruimte aan elkaar geven is altijd een offer.

 

Simon Petrus leent zijn bootje uit en Jezus begint te spreken. Als hij klaar is met wat hij wil vertellen, zegt hij tegen Petrus: vaar naar diep water.

Misschien is dit wel de kortste samenvatting van een roeping: vaar naar diep water.

Petrus geeft het weinig kans - hij heeft de hele nacht al gevist en niets gevangen. Dat diepe water is niet vanzelf een plek waar je vis kunt vangen. En toch - de roeping van God voert je naar het diepe water waar je geen grond onder de voeten hebt.

 

Waarom ben ik geboren zoals ik ben? Waarom dit kind? Waarom deze lasten, deze ziekte, dit verdriet? Als je die vraag echt aangaat (niet als een verwijt maar als en échte vraag), begeef je je in diep water. Wat moet je als je kind een zorgenkind is, met beperkingen, of een karakter dat moeilijk is, een ziekte die gedragen moet worden? Wat moet je in een wereld waar alleen succes telt? Waar je van jongsaf aan krijgt voorgeschoteld dat je leven maakbaar is en geluk vanzelf komt als je maar goed genoeg bent en hard genoeg werkt? Diep water is het, en je kunt er in verdrinken.

 

Waarom ben ik geboren zoals ik ben? Luister, zegt de moeder, er is een tuin waar bloemen groeien. En daar zagen we een bloem die in geen enkel boek stond.

 

Vaar naar diep water en gooi je netten uit, zegt Jezus, en Petrus doet het. En dan gebeurt wat in geen enkel vissershandboek staat. Dan gebeurt wat je niet kunt leren van ervaring alleen - het is een geschenk, iets nieuws, iets creatiefs - scheppends - want het komt van God. De roeping van Petrus begint met het ontdekken dat hij samen met Jezus een betere visser wordt dan hij op eigen kracht kan zijn. Onze goddelijke roeping begint waar we beseffen dat God ons niet wegdrukt, maar tot bloei brengt in onze kracht. Met God meer mens, niet minder..

 

Zijn boot kan de vis niet aan en hij roept zijn vrienden erbij - altijd goed om te doen als je niet weet hoe je iets moet aan pakken.

Jezus brengt de visserskunst van Petrus naar nieuwe diepte. Ik zal jullie vissers van mensen maken, zegt hij. Ik vorm je talent om tot deel van het reddingswerk van God. Wie jij bent, wat je kunt én wat je niet kunt - als je mij volgt, wordt het meer dan je ooit kunt dromen. Al is het misschien ook wel ánders dan je dromen kunt.

 

Die bloem willen we, zeggen de ouders in het lied. ‘”Weten jullie het wel zeker?” vroegen mannen bij de poort. “Deze bloem vraagt heel veel aandacht, het is een kwetsbaar soort.” We wisten het echt zeker: die bloem die wilden wij.

 

Misschien weet je het niet, maar de zorg die jij moet geven aan dat kwetsbare kind van je, al die keren dat je naar school moest omdat er weer wat aan de hand was, of naar de dokter omdat het weer mis ging, - of andersom, dat talentvolle kind van dat zoveel aandacht vroeg om het talent te begeleiden -  al die zorg, dat is niet alleen je taak, maar ook je roeping. In het diepe water van de levenszee ligt jouw eigen persoonlijke wonderbare visvangst te wachten. Vertrouw op het Woord dat aansluit bij wat je kunt en bij wat je móet. Gooi je net uit - luister naar wat er gebeurt in dat diepe van je leven - en blijf luisteren.  Houd niet op tot je netten gevuld zijn met vis waarvan je niet wist dat het er was. Vertrouw op degene die ons vormt in zijn hand, in en door de omstandigheden van het leven heen. De vragen die het diepe water van het leven aan ons stelt, moeten geleefd worden. De diepte levert geen antwoorden op, maar wel menswording. De vis die Ichthus heet, wordt geboren uit de diepte.

 

 “Deze bloem vraagt heel veel aandacht, het is een kwetsbaar soort.”

 

We zullen heel goed voor hem zorgen, zeggen de ouders van het kind uit het lied. Zijn kwetsbaarheid heeft hen geroepen. Daar is niets romantisch aan, zoals elke ouder weet. Het vraagt offers, je huilt heel wat, en soms weet je niet waar je het zoeken moet. Goede Vrijdag is ouders niet vreemd en Pasen ligt soms buiten onze horizon. Maar bedenk dan dit.

 

Het lied over die ouders met de roeping om juist voor die bijzondere bloem te zorgen - gaat dat ook niet over wat God doet, als hij naar ons kijkt? Wij mensen, horen we niet allemaal bij dat kwetsbare soort? Zijn wij het niet, die ieder moment aandacht nodig hebben omdat anders ons hart stopt met kloppen en onze adem verdwijnt? Zijn wij het niet die in een uiterst fragiel evenwicht leven met natuurwetten en biologische vereisten - anders waren we er niet eens? Zijn wij het niet die voortdurend nieuwe inspiratie nodig hebben, nieuwe creativiteit, nieuwe inzichten, nieuwe wijsheid, omdat we anders als dieren in een eeuwige kringloop gevangen blijven? Een kwetsbaar soort, dat zijn we, we bloeien even en dan zijn we voorbij. Maar hoe mooi is het leven, wat een wonder dat er mensen zijn, we raken er nooit over uitgezongen en uitgedacht, het is in geen boek te vinden.

 

Er is niets romantisch in de roeping van Petrus en Johannes, in de roeping van Jezus of in de roeping van ouders met kwetsbare kinderen. Maar er klinkt een woord in de diepte en het zingt tot ons. Ik zal zijn voor je, zegt God, keer op keer en dag na dag. En dit is mijn belofte: zalig zijn zij die zaaien met tranen, zij zullen oogsten met gejuich.

 

 

 

 

 

Terug