sporen van God
mystiek
artikelen
christelijke mystiek
inleiding op de Wolk
niet-weten
cassianus
leven uit de bron
gevoed met honger
volwassen geloof
godservaring?
etty hillesum
hammerskjöld's weg
simone weil wachten
anselm grün
perspectief
geestelijke reis
eucharistie en eros
klassieke teksten
mp3 cursussen
aanbevolen boeken
podcasts
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

bronwater foto: m.v.

Leven uit de bron


Mystiek: uit ervaring weten dat alles op de of andere wijze samenhangt, dat alles in oorsprong één is.


Aldus de definitie die Bruno Borchert geeft in zijn standaardwerk over mystiek. Mystiek gaat dus over een bepaald soort eenheidservaring die mensen in alle tijden en culturen hebben gehad.


In het christendom gaat het om eenheid met God en vereenzelviging met Jezus Christus, ten dienste van de wereld. Christelijke mystici ervaren hoe God hun eigen wereld als het ware binnendringt. Die ervaring gaat aan het begrip voorbij. In beelden en poëzie vertellen ze wat ze hebben meegemaakt. Hun ervaring is het begin van een veranderingsproces, een nieuwe levensweg die langzaam moet worden vormgegeven. Die weg voert hen uiteindelijk weer terug naar de wereld, waar ze zich met nieuwe kracht en creativiteit inzetten. Opgang en neergang, zoals Claesinne van Nieuwlant het zegt. Omhooggetrokken in God om met Christus neer te dalen in de diepste diepten van het bestaan.


Mystiek gaat niet alleen over uitzonderlijke ervaringen voor bijzondere mensen. Het gaat over een laag in de werkelijkheid die in alles van het leven aanwezig is. Alleen maken de meesten van ons er niet zo'n bewust kontakt mee. Gods Geest doordrenkt het hele bestaan. Een mysticus is iemand die dit niet alleen gelooft maar ook ervaart.


Geestervaring

"Het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat lk zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien en uw ouden dromen dromen" (Hand.2:17). Zoals Jezus heeft voorspeld, is de Geest van God gekomen. Nu zijn zijn leerlingen niet meer afhankelijk van Jezus' lichamelijke aanwezigheid. Ze kunnen zelf leven vanuit de bron waaruit ook Jezus leefde: Gods Geest. Die belofte van Gods Geest is ook voor ons, zegt Petrus op die eerste Pinksterdag.


Het is niet de bedoeling dat ons geloof alleen gebouwd wordt op wat we leren van onze ouders, of van de kerk. Geloven is ook meer dan goede daden doen (maar niet minder dan dat). Het is meer dan een bepaalde manier van denken, of een bepaalde moraal. Geloven heeft ook met ervaring te maken. Onze kerken worden dor als ze geen vindplaatsen van Godservaringen meer zijn. Wij mogen verwachten en verlangen dat ons geloof  'Geestkracht' heeft. "Opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op de kracht van God”, zegt Paulus tegen de Korintiërs. Door de Geest van God ontvangen we kracht en geloof. Waaruit bestaat onze kracht? Dat we weten wat ons door God in genade geschonken is. (1 Cor.2). Mystiek is niet een buitenaardse ervaring, maar iets dat ons opent voor wat er allang is.


Bronervaring

 'Stellen wij ons twee fonteinen voor", zegt Theresa van Avila, in haar 'Kasteel van de Ziel”, met twee bekkens die met water worden gevuld. (-) Deze twee bekkens worden op verschillende wijzen met water gevuld; het ene ontvangt het van verre door middel van vele leidingen en kunstmatige aanleg; het andere bekken is gemaakt op de plaats zelf waar de bron opwelt en wordt zonder enig gedruis gevuld." In de mystieke traditie wordt de mens gezien als "capax Dei”.
Dat wil zeggen: het wezen van de mens is een leegte die alleen door God gevuld kan worden. Die leegte kun je vergelijken met het gat in de aarde waaruit een bron ontspringt. Dit vormt de kern van ons menszijn. Toch maken we nauwelijks kontakt met die bron in onszelf. Daar schrijft Theresa, een Spaanse non uit de 16e eeuw, over. Ze vergelijkt al onze inspanningen en geestelijke oefeningen, onze verstandelijke pogingen en menselijke meditaties met het aanleggen van waterleidingen naar een fontein toe. Ze schrijft haar boeken om de mens te leren hoe een waterbekken aan te leggen op de plek van de bron zelf, ons eigen innerlijk.


Niet dat God  hetzelfde is als ons eigen innerlijk. Maar wel is daar de plaats van kontakt. God is altijd anders dan wij ons voor kunnen stellen. Het is een hele weg om het onderscheid te leren tussen onze bedenksels over God en God zelf. Maar het is mogelijk, leren ons de mystici. Uit het hart van de werkelijkheid spreekt God ons aan, anders dan wij zelf kunnen bedenken. Daarom zegt Theresa: als het waterbekken dat boven de bron is aangelegd, volloopt, dan is het 'zonder gedruis', dwz, buiten onze manier van denken en voelen om. Het wordt gegeven als wij de greep van ons eigen verstand, onze manier van voelen en willen, onze eigen behoeften, los hebben gelaten, en ontvankelijk zijn geworden. Dan zijn we zo gericht op God dat we onszelf vergeten, en 'het water vloeit in het bekken van onze ziel zonder gedruis'.


Ontmoeting

Mystiek is een weg naar binnen, maar ook een weg naar buiten. De ontmoeting met een ander mens - in liefde of in medelijden - is vaak de aanzet voor een mystieke beleving. God zelf, door een ander mens heen, raakt mij aan, en zo word ik uit de stalen cirkel van het 'op mezelf-gericht-zijn getrokken. Levinas zegt het zo: ik word bewogen door de ander die mijn totaliteit doorbreekt'. Fransciscus van Assisi ontmoette een melaatse en werd daar door geraakt dat hij zjjn hele leven veranderde. Moeder Theresa zag de stervenden op de straten van Calcutta en besloot haar leven aan hen te wijden. De meeste grote mystici had een hartsvriend of -vriendin die als een spirituele reisgenoot hun leven deelde en inspireerde.


Verliefd

Mystiek wordt vaak vergeleken met verliefd worden. Als je verliefd bent, is de hele wereld mooi. De verliefde ervaring kunnen we - tot onze spijt - niet vasthouden. Maar wel kan het uitrijpen tot diepe liefde en ons leven voorgoed veranderen. Dat is een weg met vallen en opstaan. Je kunt verliefd worden niet organiseren. Maar wel kun je je er voor openen. Dat is soms al moeilijk genoeg. Zo kunnen we ook Godservaringen niet organiseren. Maar wel kunnen we ons openstellen, onze aandacht richten, onze toewijding versterken, ons verlangen zuiveren, onze wil sterken. Zoals de leerlingen van Jezus in wachtend gebed bij elkaar kwamen totdat de Geest werd uitgestort.


Godskennis

In de mystieke ervaring ervaren we God zelf en niet een beeld van Hem, daar zijn de mystici het over eens. God valt te kennen. Maar dan wel op een heel aparte manier. God is altijd groter dan ik kan voorstellen of bedenken. God kennen is dus niet hetzelfde als: God begrijpen. Het gaat meer om aanvoelen dan om kennen. Het weten-dat-niets-weet, zeggen ze weleens. De Godskennis die ontvangen wordt in de mystieke beleving is een soort van kennen dat met veranderen te maken heeft. 'En wij allen, die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is." (2 Cor.3:18)



Verlangen

Het leven van een goed christen is niets anders dan een heilig verlangen (Augustinus). De loutering van het verlangen is de weg naar mystieke eenwording met God. Verlangen is niet hetzelfde als behoefte. Behoefte kent een gebrek. Maar verlangen heeft iets oneindigs: het is nooit helemaal te bevredigen. Elke bevrediging is tegelijk het ontwaken van een nieuwe dorst. Als we God zoeken gedreven door een behoefte aan zekerheid, veiligheid, geluk, zullen we nooit voorbij onze eigen voorstellingen van God komen. Het verlangen is oneindig en daarom pijnlijk, en soms zelfs destructief. Daarom breken we de honger van ons hart in een aantal hapklare brokken, die we vervolgens in verschillende relaties en leefgebieden proberen te bevredigen. Maar de echte dorst van ons hart kan alleen 'door een grotere dorst gestild worden', om met Abraham Heschel te spreken. We moeten a.h.w. door al die schreeuwende stemmen van onze behoeften heen verder naar beneden kijken, naar wat daaronder ligt.


Crisis

Heel vaak is het in tijden van crisis dat we het onderscheid gaan ervaren tussen behoeften en verlangen, tussen gemis en gebrek. Zolang ook ons zoeken naar God gebaseerd is op behoeftebevrediging, tot zolang kan God weinig van zichzelf aart ons kwijt. God is uit de aard van de zaak geen middel tot onze behoeftebevrediging, maar ultiem doel in zichzelf. Dat geldt voor al onze liefdesrelaties. De midlevencrisis is niet voor niets een tijd waarin de liefde óf sterft, óf uitgroeit tot grotere en waarachtiger verbondenheid. In de mystiek wordt deze louterende crisis wel genoemd: de donkere nacht. We verliezen onze smaak in God, ons geloofsleven wordt dor, ons bidden zonder gevoel. Zonder deze nacht komen we niet los van onze kinderlijke wensdromen over God. Ons verlangen loutert tot openheid voor wat er is, zoals het er is. En gaandeweg worden we meer en meer afgestemd op de eigenheid van God. Onze 'gusto' en 'savor' (Johannes van het Kruis), ons smaakvermogen, leert om God zélf te proeven. Onze begeerten en behoeften zijn omgevormd tot instrumenten van God.


Genezing

Het onderkennen van eigen belangen en wensprojecties, en steeds weer opnieuw de ander in zichzelf zoeken, niet zonder mijn behoeften, maar niet alleen op grond daarvan, alleen zo zuivert de liefde zichzelf steeds meer uit. Dat is het eenwordingsproces in onszelf, de loutering van ons verlangen, de openheid die ligt onder het nivo van behoeften. Ik trek uit mijzelf om bij de ander te komen, uit verlangen naar de ander, niet naar een echo van mijzelf. Als ik de ander zoek om zichzelf, dan weet ik niet wat ik zal vinden, en dat is precies het grootste geschenk dat mij gegeven kan worden. Ik vind dan geen echo van mijn eigen behoeften, maar ontvang de nabijheid van een ander. Alleen zo wordt onze diepste eenzaamheid genezen.


Tijdschriften:
HERADEMING, tijdschrift voor spiritualiteit en mystiek, Kok, Kampen. Kwartaalblad, geschikt voor persoonlijke meditatie en verdieping. Breed georiënteerd ook op de nieuwe stromingen. Iets eenvoudiger dan Speling.
SPELING, Uitgeverij Gianotten, Tilburg. Een kwartaalblad met kunst en mystieke teksten voor mensen die al enigszins bekend zijn met mystiek. De schrijvers zijn goed thuis in de klassieke mystiek, filosofie en psychologie.


Inleidingen:
Bruno Borchert, Mystiek, het verschijnsel, de geschiedenis, de nieuwe uitdaging. Gottmer, Haarlem, 1989.

H. Blommestijn (red.) Tot op de bodem van het niets, mystiek in tijden van oorlog en crisis. Uit de serie: mystieke teksten en thema’s, Kok, Kampen, 1991. Teksten en/of gedichten van Titus Brandsma, Etty Hillesum, Paul Celan, Jaap van Domselaer, de Saint-Exupéry, Dag Hammerskjold, met uitgebreide toelichting.
Evelyn Underhili, Praktische mystiek, is nog steeds één van de beste boekjes over de verschillende etappes op de mystieke weg. Humoristisch, grondig en dichtbij de ‘gewone man’ (zoals ze zelf zegt) geschreven.
Kick Bras, Lichtspoor, een jaargang meditatie, Kok, Kampen, 1996.
Ieder jaar organiseert het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen (hèt instituut voor mystiek in Nederland) een zogenaamde mystieke week, meestal begin juli. Een week lang worden er stevige colleges gegeven over een bepaalde mysticus of mystieke stroming. Het instituut heeft ook een uitgebreide en unieke bibliotheek.

zie ook de links op de website van sporen van God.


Enkele citaten
Nu. Sinds ik de vrees overwonnen heb – voor anderen, voor mijzelf, voor de duisternis daaronder: bij de grens van het ongehoorde. Hier eindigt het bekende. Maar daarachter vult iets mijn wezen met de mogelijkheid van haar oorsprong.
Hier wordt het verlangen gelouterd tot openheid: iedere handeling voorbereiding, iedere keuze een ja aan het onbekende.
Aan de grens -.
(Dag Hammerskjöld - Merkstenen)


Waar is Hij? Hij kan niet in ons leven. Wij laten het niet toe. Wij schamen ons voor Hem. Laf zijn we, ja, en bang. Waarom?
Omdat wij geen liefde hebben, zoals wij die zouden kunnen opwekken, geen liefde, die inderdaad met de Beminde verenigd houdt. Wij kennen, omdat onze liefde zo zwak is, ook geen offers meer en hebben ook geen moed. Wij, Nederlanders, moeten hier dubbel op onze hoede zijn. Wij zijn zo geneigd tot middelmatigheid. Wij hebben de leuze niet te overdrijven. En daarom onderdrukken wij spontaniteit. Wij noemen dat niet zo. Wij spreken van voorzichtigheid, dan komen we niet in botsing met hen die onze beginselen niet delen, alsof zij geen groter bewondering zouden hebben voor onze heldenmoed en offervaardige liefde dan voor die halfheid waarbij men niet weet wat men aan ons heeft. Wij noemen dat nuchterheid en werkelijkheidszin, wij willen de hoofden koel houden (Titus Brandsma, Heldhaftigheid)


De liefde is een zuivere belangeloze opmerkzaamheid. Deze opmerkzaamheid kan alleen verzameld worden als de ziel door de eigen vernietiging is heengegaan. Dit gebeurt wanneer men zich in iemand verplaatst wiens levenskracht verminkt is, of dreigt te worden. (Simone Weil: Geschonden Ziel).


Uit: Augustinus, Belijdenissen.
Veel te laat heb ik U lief gekregen, schoonheid zo oud en toch zo nieuw. Veel te laat heb ik u lief gekregen.
Binnen in mij waart Gij en ik was buiten, en daar zocht ik U. Lelijk als ik was, stortte ik mij op de mooie dingen die Gij gemaakt hebt. Gij waart bij mij, maar ik was niet bij U. Die dingen hielden mij ver van U verwijderd. Toch zouden ze niet bestaan, als ze niet in u bestonden.

Toen hebt gij geroepen en geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken. Geschitterd en gestraald hebt Gij en mijn blindheid verjaagd. Een heerlijke geur hebt Gij verspreid en diep ademde ik die in.En nu snak ik naar U. Ik heb U geproefd en sindsdien honger en dorst ik naar U. Gij hebt mijn hart geraakt en het is ontvlamd in verlangen naar uw vrede.


De mensen zeggen: de tijden zijn slecht, de tijden zijn zwaar.
Laten wij goed leven en de tijden zullen goed zijn. Wat de tijd is, dat zijn wij, en zoals wij zijn, zo zullen de tijden zijn..
(Augustinus, preek)


Uit: Julian van Norwich, “Alles komt goed..”

Daarop toonde Hij me een klein ding, ongeveer zo groot als een hazelnoot, dat, rond als een knikker, in de palm van mijn hand leek te liggen. Ik bekeek het nauwkeurig met het oog van mijn verstand en dacht: “Wat zou dit kunnen zijn?” Het antwoord was heel algemeen: “Dit is al het geschapene”. Verwonderd vroeg ik mij af hoe het kon blijven bestaan want, klein als het was, had ik het gevoel dat het plots in het niets zou kunnen verzinken. Het antwoord dat Hij mij ingaf, was: “Het bestaat en het zal altijd bestaan, want God bemint het.
En zo heeft elk ding zijn bestaan te danken aan Gods liefde.”


Uit: Etty Hillesum, Het verstoorde leven.
De jasmijn achter mijn huis is nu helemaal verwoest door de regen en de stormen der laatste dagen, haar witte bloesems drijven verstrooid in de modderige, zwarte plassen op het lage dak van de garage. Maar ergens in mij bloeit die jasmijn ongestoord verder, net zo uitbundig en teder als ze altijd gebloeid heeft. En ze verspreidt haar geuren rond de woning waar jij huist, mijn God. Je ziet, ik zorg goed voor je. Ik breng je niet alleen mijn tranen en bange vermoedens, ik breng je op deze stormachtige, grauwe zondagochtend zelfs geurende jasmijn. En ik zal alle bloemen brengen die ik op mijn wegen tegenkom, en werkelijk, dat zijn er vele. Je moet het heus zo goed mogelijk bij mij hebben.

(eerder verschenen in de Praaier 1997)