sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
levenswijsheid
macht van God
job en het lijden
Etty en het waarom
mengsel
zwart en wit
leegte mystiek
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Portret van de Baal Shem Tov
door de Nederlands-Amerikaans beeldend kunstenaar Shoshannah Brombacher
portret baal shem tov

  (voor meer werk van Shoshanna Brombacher, volg de link)


Chassidische mystiek,
Kees Waaijman: laatste lezing, 1990: omgaan met het negatieve.

Samenvatting door M. Vonkeman



Grondverhaal

God, de Oneindige, creëert met het oog op de schepping een leegte door zich terug te trekken (tsiem-tsoem). In die leegte schept hij de Adam kadmon, de oer-adam, mannelijk/vrouwelijk, groot/klein, de hele schepping is erin vervat. (deze gedachten van de werkelijkheid als een kosmische adam vinden we ook terug in de gnostiek en de paulinische brieven). Vervolgens trekt God zich nogmaals samen,  om zijn schepping te vergezellen. Hij vloeit als de Sjechina zichzelf uit in de vaten van deze oer-adam, maar de vaten breken door het gewicht van deze liefdesinvestering. Daarom bestaat onze wereld uit brokstukken met een korst waarin een vonk van het licht van God, de Sjechina, verpakt zit. Soms is de korst zo hard als een bunker, en soms zo dun als een schil. Maar daarin roept de Sjechina, de Inwoning van God,  om bevrijding. Door aandacht voor wat zich concreet aandient, door te luisteren naar de schreeuw van de Sjechina in toewijding aan God, komen de korsten tot breken en ontvlamt het liefdesvuur van de Oneindige die zich verenigt met zijn Sjechina. Dat is de roeping van de gelovige.


Dit verhaal is een aanwijzing hoe om te gaan met de brokstukken van ervaring, de ondoorzichtige situaties van het leven, met onze weerbarstige neigingen, met de vormen van verlatenheid en benauwdheid die we meemaken. Dat is het eerste accent dat in de chassidische mystiek gelegd wordt als het gaat over het omgaan met lijden en nood.

Het tweede gaat in op de werkelijke leegte-ervaring.


De leegte van: God is dood

De Oneindige trekt zich terug en dat is de leegte, het niets. De Oneindige schept ruimte opdat daar in die lege ruimte iets kan gebeuren. De leegte is de mogelijkheidsvoorwaarde voor een zelfstandig iets: schepping. In sommige scholen van mystiek wordt nog gesproken over enkele ‘druppels van aanwezigheid’ die zijn blijven hangen, zoals een fles water die je leeg giet en er blijven nog wat druppeltjes achter. Anderen, zoals rabbi Nachman (en na hem Levinas) zullen ontkennen dat er nog druppeltjes aanwezigheid van God in de schepping zijn achtergebleven. De Oneindige is volstrekt transcendent ten opzichte van zijn schepping.


In de 19e eeuw kwam door de Verlichting de God-is-dood gedachte op, ook in de joodse gemeenschappen. Het absoluut lege, het absurde, het grofweg ontkennen van goddelijkheid, werd door steeds meer mensen ervaren. In die tijd onderwees rabbi Nachman van Braslaw. Deze zei:


Maar weet, dat als er een hele grote tsaddik (leider van de chassidische gemeenschap) is, één met de hoedanigheid van Mozes, dat hij dan in deze woorden vol ketterij moet kijken, ook al is het onmogelijk ze op te lossen. Precies door deze zaken te onderzoeken tilt hij die zielen op, die gevallen en weggezonken zijn in deze ketterij.

De verwarringen en vragen van deze ketterij komen voort uit de leegte. Zij dragen een soort stilte rond zich, omdat geen verstand of taal ze kan oplossen. De schepping kwam te voorschijn door het woord, zoals de Schrift zegt:”Door het woord van God zijn de hemelen geschapen en al hun heerscharen door de adem van zijn mond.”(ps.33:6). In taal is verstand. Taal definieert alle dingen. God heeft zijn wijsheid begrensd in letters, door de ene lettercombinatie te maken voor de definitie van dit ding en de andere combinatie om iets anders aan te duiden. Maar in de leegte die alle werelden omringt en volstrekt leeg is, is geen taal, daar is zelfs geen pré-verbaal verband. Daarom zijn de vragen die daar oprijzen stil.

Wij hebben gezien dat toen Mozes bij de (ellendige) dood van rabbi Akiwa de vraag stelde:"Is dit Tora en is dit haar beloning?" hem gezegd werd:"Stilte! Zo is het in het hoogste denken". Je moet stil zijn en geen antwoord willen op deze vraag, want zo is het in het hoogste denken dat voorbij alle taal is. Daar zijn geen woorden om het op te lossen. Datzelfde geldt voor al die vragen die voortkomen uit de leegte waar geest noch taal bestaat. Omdat zij stil zijn, moet men ze tegemoet treden met stil geloof alleen. Daarom mag alleen de tsaddik die is als Mozes, binnengaan in de doolhof van de ketterijen. Mozes was stil. De Schrift beschrijft hem als iemand die stamelend sprak (Ex.4:10). Dit verwijst naar de stilte die achter het spreken is. Enkel de tsaddik die stil als Mozes is, mag ingaan in deze doolhoven van stilte. En hij moet dat ook om hen te redden die daar gevallen zijn.


God is dood. Er is niets anders dan materie, de mens is niets anders dan een bundel reacties à la Pavlov. Alles wat er is zijn brokstukken beton, geen brokstukken goddelijke liefdesinvestering. Er is alleen materialiteit, zonder méér.


Dit verwarde gebied van God-is-dood, deze leegte-verkondiging, deze rationalisatie van het niets, is wat Nachman ketterij noemt. En een groot geestelijk leider met een stil geloof als Mozes zal dit onderzoeken om allen die daarin zijn weggezakt, op te heffen. Je kunt de vragen die daar oprijzen niet met woorden beantwoorden, ze ‘dragen stilte rond zich’, woord en verstand geven geen oplossing voor deze problematiek, zegt Nachman. Maar wat daar gezien wordt is eigenlijk heel goed, iets werkelijks, namelijk: leegte, afwezigheid. En dat is de voorwaarde voor het eigen, geschapen zijn. Maar omdat ze zich op de leegte fixeren wordt het tot een pure leegte.


Als het gaat over de schepping, over de dieptestructuren, of het Pavlov is of een Godservaring, daar kun je nog over praten en discussiëren. Maar de leegte is echt leeg, er is geen enkel houvast, ook geen pre-verbaal verband. Er zit geen klank, geen structuur in, het is afwezigheid, het is echt leeg.


Waar geest noch taal bestaat, kan men alleen met stille emuna (geloof als vertrouwen) verdergaan. Hier helpt geen redenering want hier IS geen redenering. Hier moet men zonder taal verder want er IS geen taal.


Het vacuüm, de stilte, is een moderne ervaring. Nachman had niet kunnen denken hoe zeer deze ‘ketterij’ zich zou verspreiden ook onder niet-intellectuelen. De leegte als anti-strucuur, als destructie, ontkenning van tora, van mystiek, van God-is-dood, er is niets anders dan zinloosheid. Het is de leegte die je aangiert in een volstrekt verlaten straat, de uren van de nacht die je niet doorkomt, het eindeloos moeten wachten, het zeurend soort ongeluk van gelukkige mensen, al die ervaringen van afwezigheid en zinloosheid.


Het is zoals je je kunt voelen in een echte levenscrisis waar alle dingen je uit handen zijn geslagen. Dan is er geen taal en dat is nu net het probleem. Want wat kun je doen met die gapende leegte, die nietsheid?


Daarom zegt rabbi Nachman: in zo’n situatie moet je niet proberen de zaak door veel te redeneren toch weer in het zijn te kletsen. Want dit is niets. Maar door te leren leven met deze lege ruimte, dat is de kunst. En een tsaddik die stil is als Mozes kan dat vacuüm, die lege ruimte en die lege dagen binnen gaan, met emuna. Waarom met stil geloof? Omdat er hier geen houvast is. Emuna heeft geen steun en daarom is dat het enige dat ons kan helpen hier in te gaan. Indalen om weer op te stijgen, om te verheffen. Het helpt niet om te rationaliseren, om van stap tot stap te gaan, in de zin van: nu houd ik me eerst hier aan vast, en dan daaraan. Dat helpt niet in de echte ervaring van leegte. Wat is er te doen waar destructie is, ontbinding, verlies van structuur, wat te doen met de slapeloze nachten, de oningevulde jaren, het volstrekt onzinnig zijn?


Nachman zegt: die leegte leert mij het naakte vertrouwen, want:

Emuna wordt licht genoemd, waar de Schrift zegt: Jouw emuna in de nacht (ps.92:3). Geloof dat gebaseerd is op de wijsheid van de Tora, waardoor men kan komen tot een verstaan van God en zo tot geloof in Hem, is tot op zekere hoogte iets goeds. Maar echt geloof is geloven in God zonder enig teken, bewijs of reden. Dat is het volmaakte geloof, waarop gezinspeeld wordt als op een licht in de passage: Jouw emuna in de nacht.


Echt geloof kun je leren in woestijntijden. Dan kan er vertrouwen vrijkomen dat niet gebaseerd is op houvast. Daarom moet je in zulke tijden ook niet proberen houvast te creëren. Geloof dat op de wijsheid van de tora is gebaseerd is goed, maar écht geloof leer je in tijden dat alle oriëntatie is weggevallen. Wat is de mogelijkheid van zulke ervaringen van leegte, stilte, niets, zinloosheid? Het leren leven zonder houvast, want er IS geen houvast: omdat God zich daaruit heeft teruggetrokken.


Leren leven in de leegte is de ruimte die God verlaten heeft, durven betreden. En je moet niet zeggen dat God daarin te vinden is, want Hij heeft zich nu juist teruggetrokken.


Levinas gaat hierop door: de Oneindige is de volstrekt voorbijgegaande, de werkelijkheid (totalité) is atheïstisch: God staat buiten de aardse totaliteit.

Maar: God is in de leegte aanwezig als : er geweest zijnde. Dat is zijn spoor (trace). Het is als een volmaakte misdaad. Het kostbare kleinood dat op je tafel stond, is weg, het huis is volmaakt afgesloten, alle deuren zijn op slot, er is geen enkel spoor van inbraak te zien, behalve dat je kleinood weg is. Het is de perfecte diefstal: geen spoor, behalve het gemis. En dat is heel verontrustend. Leegte creëren zonder spoor van wat is weggegaan.


Maar de tsaddik ziet die werkelijke en pijnlijke leegte als een abstraction (Levinas), een tsiem-tsoem, een zich zonder spoor teruggetrokken hebben van God – en herkent het als de bestaansvoorwaarde voor de schepping. Hoe heb je mij verwond en ben je spoorloos verdwenen? (Johannes van het Kruis).

God is de voorbijgegane, en daarom heet Israël Ivriem, (van avr, dat betekent voorbijgaan), zo zegt Nachman:


Door middel van het geloof dat God alle werelden vult en omringt, kan men zich gaan realiseren dat de leegte zelf geschapen is door zijn wijsheid. In een diepere zin is daarom zijn goddelijkheid daar, ook al is het onmogelijk hem daar te vinden. Daarom overstijgt Israël alle intellectuele uitdagingen en ketterijen die komen van de leegte - wetend dat ze niet beantwoord kunnen worden. Want als iemand daar een antwoord op zou kunnen vinden, dan zou hij God in hen vinden - en zou er geen leegte meer zijn en de wereld zou niet kunnen bestaan!

In deze diepere zin is er inderdaad een antwoord op, want God is zeker daar. Maar door filosofisch nadenken zinkt men daarin weg. Want God kan niet gevonden worden in de leegte. Men moet enkel geloof hebben dat God ook de leegte omgeeft, en dat Zijn goddelijkheid daar is. Om deze reden wordt Israël Ivriem genoemd, omdat zij in hun geloof alle intellectualiteit overschrijden, zelfs die valse wijsheden van de tweede soort ketterij die ontstaat in de leegte. God wordt de God van de Ivriem genoemd. Want zijn Godheid is ook aanwezig als de keerzijde van de leegte. Israël, Ivriem genoemd vanwege hun geloof in de Heer, de God van de Ivriem, overstijgt alle intellectuele denken, zelfs van deze tweede soort ketterij. Je moet deze ketterij zeer zorgvuldig ontvluchten en het in het geheel niet wagen in hun woorden te blikken, anders zink je daarin weg, want dit is de plaats waarvan gezegd wordt: wie daar heen gaan, keren niet meer terug.


Israël is voorbijgegaan aan alle pogingen om nog iets te maken van de leegte, om door rationalisaties er toch nog iets in te zien. Want hun God is de voorbijgegane – de keerzijde van de leegte.


In die leegte moet je lopen zonder te vertrouwen op dingen buiten je, en je enkel laten leiden door emuna. Het pijnlijke spoor van God die zich teruggetrokkken heeft interioriseert de tsaddik in absolute stilte, zonder taal of woorden of begrippen. Dat is geen bezit maar een iedere dag weer uitgaan in geloof. Zonder houvast.


Daarom zegt Nachman:

Ja, ik weet: de Heer is groot. Hij is onze Heer boven alle goden (Ps.135:5). Koning David zei: ‘Ja, ik weet’, met de nadruk op ik. De grootheid van God is iets waarover niemand kan spreken met zijn medemens, zelfs niet met zichzelf van de ene op de andere dag. Wat voor hem in klaarte schittert op de ene dag, daarover kan hij met zichzelf niet spreken op de dag erna. Daarom zegt hij: ‘Ja, ik weet’ – omdat hierover in het geheel niet kan worden gesproken.


De God-is-dood ervaring, diep doorgedacht, is geen verhaal, geen goddelijkheid, je kunt er niets mee doen, zelfs niet in jezelf. Het is destructie. Wat op de ene dag helder is kan in de leegte zonder enige betekenis zijn. IK blijf, zonder verhaal, zonder iets van gisteren dat als leidraad wordt meegenomen in de donkerte van de leegte. God ervaren in de emuna is niet communicabel. Zelfs niet met jezelf. Het enige dat blijft is: IK weet, ik – zonder verhaal, puur vertrouwend zonder mij zelf, zonder toegevoegde zin. Het enige dat blijft is emuna – en uiteindelijk ben je dat zelf.


Schepping – ook van jezelf – geschiedt door terugtrekking, en in vertrouwen die leegte ingaan.