sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Laat me

 

 

Preek bij Matt. 22:1-14 en Jesaja 25: 6-9 en het lied: laat me 

 

 

Moi qui ai vécu sans scrupules
Je devrais mourir sans remords
J'ai fait mon plein de crépuscules
Je n'devrais pas crier encore
Moi le païen, le pauvre diable
Qui prenait Satan pour un Bleu
Je rends mon âme la tête basse
La mort me tire par les cheveux

Vivre, vivre
Même sans soleil, même sans été
Vivre, vivre
C'est ma dernière volonté

Ik zal mijn vrienden niet vergeten
Want wie me lief is blijft me lief
En waar ze wonen moest ik weten
Maar ik verloor hun laatste brief
Ik zal ze heus wel weer ontmoeten
Misschien vandaag, misschien over een jaar
Ik zal ze kussen en begroeten
Komt vanzelf weer voor elkaar

Laat me, laat me
Laat me mijn eigen gang maar gaan
Laat me, laat me
Ik heb het altijd zo gedaan

Je vois de la lumière noire
C'est ce qu'a dit le père Hugo
Moi qui ne pense pas à l'histoire
Je manque d'esprit d'à propos

Voorlopig blijf ik nog jouw zanger
Jouw zwarte schaap, je trouwe fan
Ik blijf nog lang, en liefst nog langer
Maar laat mij blijven wie ik ben

Laat me, laat me
Laat me mijn eigen gang maar gaan
Laat me, laat me
Ik heb het altijd zo gedaan

Laat me, laat me,
Laat me mijn eigen gang maar gaan
Laat me, laat me
Ik heb het altijd zo gedaan

Laat me, laat me
Laat me mijn eigen gang maar gaan
Laat me, laat me
Ik heb het altijd zo gedaan 

 

 

 

Laat me, laat me -

Hartstochtelijk is het pleidooi - laat me mijn leven leven zoals ik het altijd heb gedaan.

Ramses Shaffy maakte het lied onvergetelijk met zijn rauwe stem en rauwe leven. Hij leefde zo hartstochtelijk, dat hij de pijn van het bestaan in alcohol verdronk en daarmee zichzelf de dementie in. Laat me, laat me, zong hij door een waas van tranen - ik heb het altijd zo gedaan.

 

Wat een groot verlangen om jezelf te kunnen zijn. Om niet in een pasklaar vakje gestopt te worden waar goedbedoelende mensen je graag in zien zitten. Kunst gaat dood in een vakje, creativiteit sterft als het niet buiten de lijntjes mag denken, godsdienst bloedt dood als de hartstocht buiten de deur gehouden moet worden. Laat me, laat me - laat me mijn eigen gang toch gaan. Laat me proeven,  laat me fouten maken, laat me verdwalen, laat me ondergaan - maar geef me de vrijheid van eigen keuzes.

 

Duizend keer hebben jongeren dat gevoeld als hun ouders hen teveel voor alle gevaren wilden behoeden, in een bepaald patroon wilden duwen. Duizend keer hebben ouders hun hart vastgehouden zoals je moet als ouder. En duizend keer misschien is het gebroken. Laat me, laat me - geef me toestemming om met mijn leven te doen wat mijn hart me zegt.

 

En God laat ons gaan. Ik laat je gaan, zegt hij tegen Adam en Mozes en Sara en Maria, ik laat je gaan zegt hij tegen ons, er is geen liefde zonder vrijheid, ik laat je gaan - ik heb het altijd zo gedaan. En een sluier bedekt ons, een waas omhult alle volken, zegt Jesaja. Er is de wolk die altijd boven op de berg van God hangt, de wolk van niet-weten die God aan ons zicht onttrekt. God draagt een hoofddoekje - we kunnen zijn gezicht niet zien. Hij verbergt zich - zodat wij aan het licht kunnen komen.

 

Laat me, zeggen de bruiloftsgasten die worden uitgenodigd op het feest van de koning.

Wij zijn het, die gasten. Jij en ik. Mensen die horen over God en over het grote feest waar de schepping op uit wil lopen - het einddoel van alle leven, thuis met God, als alle hoofddoekjes afgaan en je elkaar van aangezicht tot aangezicht kunt zien. Bruiloftsgasten zijn mensen die gehoord hebben dat er een thuis is, dat er een bruiloft komt, dat schepper en schepping met elkaar verenigd worden,  dat geliefde met geliefde verenigd wordt.

 

Laat me, laat me - roept God in de bijbel en zingt God in alles van het leven - laat me - mijn eigen gang maar gaan en de wereld tot haar doel brengen - een bruiloftsfeest, een feest van samen eten en drinken, van trouw en verbond en liefde en overgave. Hartstochtelijk is de koning die het feest geeft waarop al zijn vrienden welkom zijn. Hartstochtelijk wil God zijn levensgeluk delen, de bruiloft van zijn zoon met zijn geliefde, woord en antwoord, schepper en schepping. Alles staat klaar - ik zorg voor de beste wijnen en het lekkerste  eten, ik verlang ernaar om mijn geluk met mijn vrienden te delen - kom dan toch!

 

Laat me mijn eigen gang gaan, zeggen de bruiloftsgasten, ik doe het zoals ik het altijd doe. Waarom nee in plaats van ja? We hebben het er al eerder over gehad de laatste weken. Worden ze teveel opgeslokt door hun werk, hebben ze teveel zorgen, teveel verdriet, staat hun hoofd niet naar een bruiloft? Hebben ze wel enig idee wat een fantastisch kosmisch feest het gaat worden? Als je weet dat je leven op dat bruiloftsfeest uitloopt - zouden dan je prioriteiten niet een beetje anders liggen? Of willen de genodigden gewoon niet weten dat er een koning is, willen ze niet weten dat er meer is dan hun eigen bedoening en dat er ook nog een weg voor de wereld is waar geen mens zich aan kan onttrekken? Vinden ze het niet belangrijk genoeg? Of missen ze misschien mooie feestkleren? Dat is bijbeltaal voor rechtvaardig leven. Ben ik wel goed genoeg om erbij te horen? Heb ik niet teveel fout gedaan? Word ik niet weggestuurd als ik daar eenmaal aankom?

 

God stuurt zijn dienaren naar zijn volk, de mensen waarmee hij verbonden is, om ons uit te nodigen. Keer op keer klinken er signalen, zijn er mensen die ons bijsturen, die een appèl op ons doen, die ons uitnodigen om de weg in te slaan die naar het bruiloftfeest leidt waar de Zoon en zijn geliefde wereld verenigd worden, waar God en mens samen aan tafel gaan.

 

Maar de profeten in ons midden worden gedood, zo vertellen alle verhalen. De sluier die ons onze vrijheid geeft, ontneemt ons ook het zicht op het zekere weten wat goed is en wat fout. Het maakt ons blind voor onze afkomst en onze bestemming. Laat me, laat me mijn eigen gang toch gaan - maar voordat ik het weet, heb ik mijn vrijheid geofferd aan de goden van de dag die mij fascineren en onvrij maken. Er zijn veel hemelse machten die je tegen komt onderweg naar die berg waar de Heer van de hemelse machten woont. De gevolgen van ons eigen gedrag, in de wereld en in ons persoonlijk leven, kunnen we niet ontlopen. Waar de Geest van de Heer is, is vrijheid, zegt de bijbel. Het is de liefde van God die ons vrij laat en de liefde van God die ons bijstuurt door ons niet te behoeden voor de gevolgen van ons eigen gedrag. Ik laat je je gang gaan, zegt de God die het leven zelf is. En terreur baart terreur, dood baart dood. Zo gaat het in een wereld waar de bron van leven aan ons zicht onttrokken is.

 

Alles staat klaar, zegt de koning tegen zijn dienaren, maar mijn gasten zijn het niet waard. Ga naar de toegangswegen zegt God, in de grondtekst: ga naar het kruispunt, . Daar zit wel een ongeregeld zooitje dat wellicht op mijn feest wil komen. En alles wordt verzameld, de goede en kwaden, de groot gelovigen en de twijfelaars, ze worden verzameld zoals we hier zitten, een mix van alles. En op die berg - bijbeltaal voor  de woonplaats van God - richt God een feestmaal aan met de uitrijpte wijn van het koninkrijk. De hoofddoekjes gaan af, de rouwsluiers worden vernietigd, de bedekking wordt van ons zicht weggenomen, de volle glorie van God wordt zichtbaar.

 

We waren er niet eens mee bezig, zeggen we dan tegen elkaar. We hadden het niet eens door, een waas lag over onze ogen. Een sluier zat tussen ons en het eeuwige licht. Maar God heeft ons gered. Ons eigen hartstochtelijk verlangen om te leven blijkt een weerspiegeling te zijn van Gods eigen wezen, geschreven in de verlangens van ons hart. Onze eigen behoefte om er te zijn IS al antwoord op Gods roep: wees er!

 

En wij allen, die met onbedekt gezicht
de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen,
worden naar datzelfde beeld
van gedaante veranderd,
van heerlijkheid tot heerlijkheid,
door de Heer die Geest is.

 

En God loopt rond om de laatste tranen van de ogen te wissen want de dood is niet meer van belang. Maar dan ziet de koning iets. Er zit iemand bij die geen bruiloftskleren heeft . Iemand zonder het kleed van heil en heling, de witte kleren van vergeving, iemand bij wie de zonde en de dood nog niet verslonden is door het nieuwe leven dat van God komt.

en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen.  Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.  Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’

En hoe gaat het dan verder, na dit verhaal van Jezus?

Zo gaat het verder:

 

En de zoon van de koning staat op, haalt het bruiloftskleed van zijn schouder, legt het over zijn arm en daalt af van de berg waar God woont. Hij daalt af, en daalt af, tot hij in de uiterste duisternis is gekomen, sans soleil, waar het geween klinkt en het tandengeknars. Daar zitten ze, de mensen met “de verscheurde ziel, “la tête basse, la mort qui tire par les cheveux” - het hoofd gebogen, de dood die aan je haren trekt.  Hier, zegt de Zoon, hier is mijn bruiloftskleed, trek jij het maar aan.

Wat doe je? vraagt de koning en vragen de engelen ontsteld.

Laat me, zegt hij zacht. Laat me mijn gang maar gaan, ik heb het altijd zo gedaan.

 

 

 

 

TerugVerder