sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
waarom kerkdienst?
gebaren en gebruiken
symbooltaal
spirituele weg
het nut van twijfel
kijk in de kerk
kerkbladmeditaties
ziekenzalving
theologenpagina
mystagogie vh ambt
kerk in de toekomst
preek als inwijding
liturgie en mystiek
verbeeldingskracht
welke boodschap?
charism vernieuwing
evang. feminisme
pinkstervrouwen
(kerk) humor
gezinsrituelen thuis
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

kerk in het ijs?

Kerk in de toekomst

 

een dienstverlenende instantie

of een lidmaatschapsorganisatie?


Een kerk is een rare club. Je zit er met mensen die je niet zelf hebt uitgekozen, en misschien ook beslist NIET zelf zou uitkiezen. Je zingt er liederen bij een orgel alsof je van voor de oorlog bent. Er worden woorden gebruikt die je op z’n zachts gezegd niet dagelijks hoort. Het gaat over onderwerpen waar duizend verschillende opvattingen over zijn en toch wordt er van alles verkondigd. Dezelfde verhalen komen trouwens steeds weer langs.


Bovendien wordt het zaakje gerund door vrijwilligers, met alle kwaliteiten en gebrek-aan-kwaliteiten die daarbij horen. Aan de ene kant moet je er lid van zijn om er bij te horen, aan de andere kant is elke willekeurige voorbijganger iedere zondag hartelijk welkom en als je verhuist, zelfs naar een ander land, dan kun je zo weer ergens in een kerk aanschuiven. Het is een vreemd instituut waarvan het uitsterven al vaak voorspeld is maar dat een hardnekkig eigen leven blijft leiden.

 

De godsdienstsocioloog Kees de Groot schreef op basis van onderzoek onder huidige kerken en voorgangers een aantal artikelen die inzicht proberen te geven in de mogelijkheden van de kerk in de huidige tijd. Hier is een samenvatting van een aantal inzichten.


Hij onderscheidt twee hoofdbenaderingen die kerken gebruiken in hun poging zichzelf in deze tijd vorm te geven. Beide aspecten hebben gevolgen voor de keuzes van het beleid.


1. Je kunt de kerk vooral zien als een dienstverleningsorganisatie.

De kerk is er niet voor zichzelf, maar als een dienst aan de samenleving. Jezus trok tenslotte rond niet om kerken te stichten maar om mensen te dienen. In principe is de hele wereld de doelgroep van de kerk en het beleid moet zich richten op het zoveel mogelijk bereiken van zoveel mogelijk mensen en zorgen dat de diensten die ze aanbieden van goede kwaliteit zijn.

Je moet het aanbod afstemmen op de vraag en zo weinig mogelijk drempels opwerpen om erbij te komen. Kerken die dit als hoofdprincipe nemen, gaan uit van de vrije markt en neemt de keuzemogelijkheden – en de concurrentie van andere aanbieders, serieus. Het beleid vertrekt vanuit de vraag, niet vanuit het aanbod. Wat je aanbiedt als kerk kan veranderen al naar gelang de tijd, de muziek, de vragen, de behoeften. De vormen zijn ondergeschikt aan de taal en cultuur. Publiciteit is een belangrijk item voor het beleid: hoe breng je je aanbod onder de aandacht van de mensen? De nadruk ligt op inclusiviteit. Het bestaansrecht van de kerk ligt in de mate waarin ze mensen weet te bereiken.

 

 

2. Een tweede manier om naar de kerk te kijken is die van een lidmaatschapsorganisatie.

 

Dan valt de nadruk meer op de eigenheid van de gemeente: we horen bij elkaar, dragen zorg voor elkaar, we vragen wat van de leden: je wordt geacht je gaven in te brengen, mede-verantwoordelijkheid te dragen, er zijn zekere toelatingsdrempels: doop, belijdenis, vrijwillige bijdrage etc. De gemeente van Jezus Christus is een gemeenschap rond een geheimenis, iets kostbaars dat niet zomaar als product in de markt aangeboden kan worden. Het is een lange weg voordat je ‘het product’werkelijk verstaat. Jezus koos tenslotte een kleine kring van discipelen die bij elkaar kwamen om zijn verhalen te vertellen en de tafel te vieren. In de gemeente is er een lange traditie van rituelen en gebruiken gegroeid die een wijsheid dragen. Daarom moeten de vormen van kerkzijn niet zomaar aan de mode aangepast worden. Het denken over beleid gaat niet zozeer in termen van doelgroepen maar van leden en achterban. De nadruk ligt meer op exclusiviteit. Het bestaanrecht van de kerk ligt in haar identiteit.

Het zal duidelijk zijn dat de huidige kerk in het spanningsveld van deze twee benaderingen haar weg moet zoeken.

 

Laten we eerst eens kijken naar de doelgroepen:

Uit onderzoek blijkt dat er twee mogelijke doelgroepen zijn die de huidige kerk over het algemeen matig bereikt, terwijl daar wel een ‘markt’ voor is. De echte a-religieuzen – momenteel zo’n 27% van de bevolking, is niet of nauwelijks te bereiken door de kerken.


Ongeveer 17% van de bevolking noemt zichzelf sterk religieus geïnteresseerd, religieuze virtuozen worden ze genoemd, Ze hebben wat je noemt een antenne voor spiritualiteit en onderzoeken allerlei vormen van geloven, van New Age en magie tot kloosters en mystiek. Ze hebben een diepe behoefte om hun hele leven te doordrenken van geloof, als een soort roeping. Toch hebben de meeste kerken niet veel aanbod op het vlak van sterke religieuze verdieping. Er worden weinig eisen gesteld, weinig intense vormingen gegeven, er is weinig kennis van en aanbod van diepgaande religieuze begeleiding. Een bekende uitspraak van de theoloog Rahner is: de christen van morgen zal mysticus zijn, of hij(zij) zal er niet zijn. De huidige kerk staat niet zo bekend als een vindplaats van sterke roeping en religieuze vorming.


De tweede groep waar de kerk wat aan te bieden heeft zijn de religieus matig geïnteresseerden: zo’n 23-42% van de bevolking zijn mensen die geloven ‘dat er wel wat is’. Ze zijn niet zo geïnteresseerd in kerken, maar er ook niet tegen. Af en toe doen ze een beroep op de kerk als ze van huis uit kerklid zijn, met name bij rites de passage: dopen, trouwen, begraven. Als de kerk een publieke politieke uitspraak doet, wordt dat over het algemeen door deze mensen gewaardeerd. Toch doet de kerk weinig om zichzelf te profileren voor deze af-en-toe-zoekers. De drempel van taal en cultuur is hoog voor hen die geen kerkelijke achtergrond hebben. De muziek, de verhalen en de rituelen hebben geen onmiddellijke landingsplaats in hun ervaring. De kerkgebouwen en hun voorgangers zijn veelal onbereikbaar voor de ‘gewone mens’.

 

Het meeste beleid van de kerken dient de huidige gemeenteleden en hun behoeften. Het is dus zinvol om eens te kijken op welk gebied de eigen wijkkerk keuzes heeft gemaakt, aanbod heeft, doelen stelt, doelgroepen heeft, of niet. Welke activiteiten ontplooiien we concreet? Wat blijkt daaruit wat betreft onze basis-keuzes? Wat zijn onze doelstelling, of wat zouden we willen dat ze waren? En wat doen we met welke doelgroepen?

 

 

doelgroep

religieus sterk geïnteresseerden

I                                       II

Werving                 Doelstelling       Dienstverlening

III                                   IV

religieus matig geïnteresseerden

 

 

 

I: Activiteiten gericht op mensen met een religieuze antenne, met doel (hoop) dat zij gaan deelnemen aan de kerk.  (meestal met een bepaalde identiteit: bv. diakonale kerk, evangelicale kerk, hoogliturgisch etc.)


II activiteiten zonder doel van lidmaatschap, (bv. spiritueeel centrum, open kloosters, studentenkerk)


III Bv. evangelisatie in de oude zin van het woord, gericht op het verspreiden van het goede nieuws, bekering en uiteindelijk het aantrekken van nieuwe leden. Ook: het activeren van randkerkelijken.


IV: activiteiten zonder wervings-doel: diaconale hulp, ritueel aanbod, concerten etc. ‘service kerk.’


Voor alle kerken is er de vraag naar toegankelijkheid en gastvrijheid.

Een dienstverlenende kerk biedt gastvrijheid zonder wervingsdoelstelling. Drempels worden zoveel mogelijk geslecht, je kunt er in en eruit lopen, en naar keuze ergens aan deelnemen of ergens van ontvangen.  De uitdaging is het steeds weer vinden van  kader om de ‘tent draaiend te houden’. Een lidmaatschapskerk kan gastvrijheid bieden in een faseerde vorm van toetreding: open verwelkoming en activiteiten, belangstelling voor de interesses van de bezoeker, overtuiging van dat de organisatie wat te bieden heeft als je actiever erbij betrokken bent. Het levert wat op als je erbij gaat horen.


Wat betreft de doelgroepen: de spiritueel sterk geïnteresseerden worden aangetrokken door een duidelijke identiteit en hoge doelstelling: dat deelnemers God leren kennen, dat de kerk ene wervende gemeenschap wordt en actief bij de maatschappij betrokken is. De soms-zoekers worden eerder aangetrokken door laag-drempelige spiritualiteit –dichtbij het volksgevoel, vol emoties, soms grenzend aan magisch denken, met toegankelijke muziek en taal.

 

 

Hieronder is een enquête die soms gebruikt wordt om de keuzes van de kerk helder te krijgen.

 

 CHRISTELIJKE IDENTITEIT Eens/oneens

 

1. een goed motto voor onze gemeente is: tenzij iemand wedergeboren is, kan hij het koninkrijk van God niet zien.

 

2. als je goed luistert, ontdek je dat mensen een verlangen naar God hebben.

 

3. tegenwoordig is nog meer dan vroeger een sterk geloof in God nodig.

 

4. een goed motto voor onze kerk zou zijn: komt allen tot mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.

 

5. Jezus Christus zou centraal moeten staan in iedere kerkelijke activiteit

 

6. bezoekers willen een stevig verhaal, geen gezweef

 

7. een ander mens helpen is goed voor je eigen spiritualiteit

 

8. een goed motto zou zijn: het koninkrijk van God is in uw midden

 

9. een goed motto zou zijn: wie niet met mij is, is tegen mij.

 

10. we willen de onderlinge banden in onze gemeente versterken

 

11. onze activiteiten veronderstellen een belangstelling in en bekendheid met het christendom

 

12. onze doelgroep bestaat uit allen die christen willen zijn

 

13. we verwachten actieve deelname, niet alleen aan de kerkdiensten, maar ook aan andere groepen, kringen of activiteiten.

 

TOEGANKELIJKHEID: Een/oneens

 

   1. onze kerk biedt iets om aan vast te houden, te troosten en een moment van solidariteit te ervaren

 

   2. onze kerk wil graag antwoord geven op de belangstelling voor spiritualiteit

 

   3. we proberen nieuwe vormen van religieus (be)leven te ondersteunen

 

   4. onze diaconale activiteiten ondersteunen allerlei soorten mensen

 

   5. wat wij aanbieden knoopt aan bij de vragen die gewone mensen hebben over de betekenis van hun leven, vooral op belangrijke levensmomenten

 

   6. onze kerk biedt een diepgaande kennismaking aan met de bijbel, de sacramenten en onze traditie

 

   7. onze voorganger is een metgezel voor iedereen in deze wijk

 

   8. we willen een onderdak bieden aan alle gemeenteleden

 

   9. onze kerk biedt een gevarieerde spiritualiteit aan allerlei soorten zoekers en wie er maar ook geïnteresseerd is

 

  10. er wordt belijdeniscatechese aangeboden en in doop-en huwelijksvoorbereiding komt dit ook ter sprake

 

  11. we presenteren onze gemeente als een aantrekkelijk instituut voor iedereen die geïnteresseerd is in de bijbel, in Jezus, in spiritualiteit

 

  12. onze kerkgangers zoeken energie, waarheid en inspiratie

 

  13. we vinden het belangrijk dat we samen bidden en in elkaars geestelijk leven geïnteresseerd zijn

 

  14. iedereen is welkom om in onze kerk te ‘shoppen’.

 

  15. we maken heel duidelijk dat onze diaconale activiteiten vanuit de kerk voortkomen

 

  16. op verschillende manieren past onze kerk bij het bestaande, sluimerende geloof van de mensen

 

  17. we hebben kontaktpersonen en vrijwilligers die bezoeken af leggen

 

  18. veel mensen geloven dat er íets is’. Dit ongevormde geloof dient serieus genomen te worden.

 

  19. onze gemeente is niet alleen bij de actieve leden betrokken, maar ook bij de incidentele bezoekers

 

  20. we zijn een gemoedelijke gemeente

 

  21. onze kerk biedt een dragende structuur voor het geestelijk leven van onze leden