sporen van God
mystiek
artikelen
klassieke teksten
eckhart
wolk van niet-weten
hammarskjöld
johannes vh Kruis
theresia van avila
thomas a kempis
de st. exupéry
simone weil
simoneweil2
beatrijs v nazareth
joodse verhalen
Christus visioen
thomas merton
augustinus
miskotte
mp3 cursussen
aanbevolen boeken
podcasts
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

joodse verhalen

 

Kennismaken met Chassidische verhalen 

 

O.a. uit: Chassidische vertellingen - Martin Buber, Servire, Katwijk,1989;De Wanhoop verdreven - eerbetoon aan 9 chassidische meesters - Elie Wiesel, Gooi&Sticht, Hilversum 1986; Chassidische mystiek (syllabus), Kees Waaijman, Titus Brandsma Instituut, Nijmegen,1990. Christendom en chassidisme, een verkenningstocht - W. Hensen, Ten Have, Baarn 1993. 

 

 

Grondverhaal (in allerlei varianten):

God trekt zich in zichzelf terug (tsiem-tsoem) om ruimte te maken voor de schepping. In die leegte vloeit hij zijn licht in tien schalen of grondstructuren (sefirot). De schalen breken en de brokstukken waarin nog licht van God verpakt zit, vormen de schepping die wij kennen.


Proces

Heelwording is het proces waarin de lichtvonken van God (Shekina) bevrijd worden van hun verpakking en weer verenigd worden met God. Dit is het levensdoel van de gelovige (chassid = die leeft van genade). Door geconcentreerde aandacht voor de werkelijkheid zoals deze zich aandient, in een ononderbroken toewijding (verkleving,devekoet) aan God, krijgt de mens oog voor de Inwoning van God in het concrete hier en nu. Door nederigheid (sjivloet), door het loslaten van eigen fixaties, starre grenzen en patronen (de nieting, ajin), komt de eigenlijke dynamiek van God vrij. De mens, ondergedompeld in de Oneindige, gaat dan de wereld beleven vanuit God, vanuit de eenheid die alles doordringt (vereniging, jichoed). Dit is een nooit aflatend proces dat steeds meer aspecten van de werkelijkheid erbij wil betrekken.


Verhalen

Alles van het leven

Dit is de dienst van de mens als zijns levensdagen: het stof in gestalte veranderen, het lichaam louteren en het licht in de duisternis binnen laten dringen, opdat de duisternis licht gaat worden en er geen scheiding meer tussen beide is. Zoals er geschreven staat: "Het werd avond en het werd morgen, één dag". (Israël v.Ritzin)


Van Rabbi van Nesjitch werd verteld dat voor hem leer en gebed, eten, drinken, en slapen allemaal onderdelen waren van de studie van God. Een stuk van de Oneindige is verborgen in alle vermogens van de mens en in al zijn handelingen, in spreken, kijken en horen, in lopen, stilstaan en liggen. Daarom staat er in het Sjema: "Je zult erover spreken, wanneer je in je huis zit, wanneer je onderweg bent, wanneer je ligt en wanneer je opstaat."


Wanneer je eet en genoegen vindt in de smaak en de zoetheid van het voedsel, denk er dan aan, dat het de Heer is die in het voedsel smaak en zoetheid heeft neergelegd. Dan zul je hem waarlijk dienen. (Baal-Sjem Tow, L. Newman)


"Toen de citerspeler speelde, kwam de Geest van God op hem (2 Kon.3:15) Dit wordt op de volgende manier uitgelegd. Zolang als een man zelf actief is, is hij niet in staat de invloed van de heilige Geest te ontvangen; hierom moet hij zichzelf als een instrument in een zuiver passieve staat houden. De betekenis van deze passage is dus deze: Wanneer de citerspeler (ha-menaggen, de dienaar van God), als zijn instrument wordt (ke-naggen), dan komt de Geest van God op hem. (de Maggid Baer van Mezritz)


relaties

Rabbi Pinchas zei: "Als een mens zingt en zijn stem niet verheffen kan, en er komt een ander met hem meezingen, die zijn stem wel verheft, dan kan ook hij zijn stem verheffen. Dat is het geheim hoe geest zich hecht aan geest." (chassidische vertellingen - Buber)


Een leerling van rabbi Sjmelke:"Ons is geboden: Heb je naaste lief als jezelf. Hoe kan ik dat volbrengen als mijn naaste mij kwaad berokkent?" De rabbi antwoordde:"Je moet dat woord goed verstaan: Heb je naaste lief als iets dat je zelf bent. Want alle zielen zijn één. Ieder is immers een vonk uit de oerziel, en zij is geheel in hen allen, zoals je ziel in alle ledematen van je lichaam is. Het kan gebeuren dat je hand zich vergist en jouzelf slaat. Zul jij dan een stok nemen en je hand tuchtigen, omdat ze geen inzicht had, en je pijn nog vergroten? Zo is het ook wanneer je naaste, die één ziel met je is, je door gebrekkig inzicht kwaad berokkent: vergeld je het hem, dan doe je jezelf pijn."


godsdienst

Hier kan ik niet binnen. Het huis is boordevol leer en gebed. De woorden die hier iedere dag opnieuw door de mensen zonder echte aandacht, zonder liefde en barmhartigheid worden gesproken, hebben geen vleugels. Ze blijven tussen de muren hangen. Ze zijn tegen de grond gedrukt. Ze stapelen zich op, laag na laag, zoals verrotte bladeren, tot de molm het huis volgepropt heeft - en er voor mij geen plaats meer is. (Baal-Sjem)


Wanneer wij de geboden met groot enthousiasme en verlangen voltrekken, verkleven wij ons met de binnenste inhoud van de geboden, die een vlammend vuur is. En naar de intensiteit van onze warmte verwijderen wij ons van het materialisme en naderen dichter en dichter bij het ware verstaan van de Schepper. (Levi Isaak van Berditsjev)


Ik dank God dat ik in leven ben gebleven na het gebed (chassidisch aforisme)

De bidder die denkt dat het gebed iets anders is dan God, is als een smekeling aan wie de Koning het verlangde geeft. Maar wie weet dat het gebed God zelf is, lijkt op de koningszoon die uit de schatten van zijn vader haalt wat hij begeert. (rabbi Pinchas)


het negatieve

Als het een volmaakt mens overkomt dat hij niet kan studeren of bidden, moet hij zich realiseren dat ook hierin de hand van God zichtbaar wordt, die hem terugduwt, opdat hij dichterbij zal komen. (Baal Sjem Tov)


Een leerling vroeg de Baalsjem: "hoe is het mogelijk, dat iemand die aan God hangt en zich Hem nabij weet, soms een onderbreking en verwijdering meemaakt?" De Baalsjem verklaarde: "Als een vader zijn zoontje wil leren lopen, zet hij het eerst voor zich neer en houdt zijn eigen handen aan twee kanten dichtbij hem, opdat het niet valle en zo loopt de jongen tussen vaders handen op vader toe. Maar zodra hij dichtbij de vader komt, trekt die zich een beetje terug en houdt de handen verder uit elkaar en zo maar door om het kind te leren lopen." (Chas.vert.)


Wanneer een mens in gebed is en verlangt zich te verkleven met de Eeuwige, en vreemde gedachten komen en overvallen hem - heilige vonken zijn het die neergevallen zijn en die door hem willen worden opgeheven en verlost. En die vonken horen bij hem, ze zijn intiem verbonden met de wortel van zijn ziel: zijn eigen krachten zijn het die hij moet verlossen. (Baalsjem)


Afdalen is noodzakelijk om hoger op te stijgen (Baalsjem)


Men kan God met de kwade drift dienen, wanneer men zijn ontvlammende en begerende gloed op God richt. En zonder kwade drift bestaat er geen volkomen dienst. (rabbi Nachman)


De man van Berditsjew ging eens op straat op een man af, die een hoog ambt bekleedde en die even slecht als machtig was. Hij pakte hem bij de zoom van zijn kleed en sprak tot hem: "Heer, ik ben afgunstig op u. Als gij u tot God bekeert, zal elk van uw smetten tot een lichtstraal worden en zult gij uitgroeien tot één en al licht. Ja heer, ik benijd u om uw overvloedig schijnsel. (c.v)


Iemand kwam bij rabbi Levi Jitzchak en klaagde tegen hem: "Rabbi, wat moet ik met de leugen doen, die steeds maar in mijn hart kruipt?" Hij hield op en dan schreeuwde hij het uit:"Ach, zelfs wat ik daarnet zei, was niet uit de waarheid gesproken. Ik vind ze nooit!" Vertwijfeld wierp hij zich ter aarde. "Hoezeer zoekt deze man de waarheid toch!", zei de rabbi. Hij verhief hem met zachte hand van de vloer en zei tegen hem: "Er staat geschreven (Ps.85:12): de waarheid zal van de aarde opgroeien." (Chassidische vertellingen - Martin Buber)


Wij hebben gezien dat toen Mozes bij de dood van rabbi Akiwa de vraag stelde:"Is dit Tora en is dit haar beloning?" hem gezegd werd:"Stilte! Zo is het in het hoogste denken". Je moet stil zijn en geen antwoord willen op deze vraag, want zo is het in het hoogste denken dat voorbij alle taal is. Daar zijn geen woorden om het op te lossen. Datzelfde geldt voor al die vragen die voortkomen uit de leegte waar geest noch taal bestaat. Omdat zij stil zijn, moet men men ze tegemoet treden met stil geloof alleen. (Nachman van Braslaw)


Door middel van het geloof dat God alle werelden vult en omringt, kan men zich gaan realiseren dat de leegte zelf geschapen is door zijn wijsheid. In een diepere zin is daarom zijn goddelijkheid daar, ook al is het onmogelijk hem daar te vinden. Daarom overstijgt Israël alle intellectuele uitdagingen en ketterijen die komen van de leegte - wetend dat ze niet beantwoord kunnen worden. Want als iemand daar een antwoord op zou kunnen vinden, dan zou hij God in hen vinden - en zou er geen leegte meer zijn en de wereld zou niet kunnen bestaan! (Nachman)


Nou, luister dan eens goed naar me", zei Mordechai, nadat hij weer een tijdje had nagedacht, "zet allebei je oren open: als een man alleen lijdt, dan is het wel duidelijk dat zijn smart op hem blijft. Gesnapt?" "Gesnapt", zei Ernie. "Maar als een ander naar hem kijkt en zegt:"wat heb je een pijn, Joodse broeder..wat gebeurt er dan?" De dekens bewogen en Ernie's smalle neuspuntje kwam tevoorschijn. "Dat begrijp ik ook", zei hij onderdanig. "Dan neemt hij de pijn van zijn vriend in zijn ogen op." Mordechai zuchtte, glimlachte, zuchtte weer:"En als hij blind is, denk je dat hij het dan ook op zich kan nemen?" "Natuurlijk, met zijn oren!" "En als hij doof is?" "Nou, dan met zijn handen", zei Ernie ernstig. "En als die ander heel ver weg is, als hij hem niet kan horen, niet kan zien en zelfs niet kan aanraken: denk je dan dat hij zijn lijden op zich kan nemen?" "Misschien kan hij het raden," zei Ernie voorzichtig. Mordechai raakte opgetogen" "Ja, zo is het mijn lieve jongen, dat is nu precies wat een rechtvaardige moet zijn! Hij raadt al het lijden dat er op de wereld is, hij neemt het op in zijn hart!" (André Schwarz-Bart)


"Van alles kun je leren", zei eens de rabbi van Sadagora tot zijn chassidim, "alles kan ons wat leren. Niet alleen wat God geschapen heeft, ook alles wat de mens gemaakt heeft, kan ons wat leren." "Wat kunnen we dan", vroeg een chassid twijfelend," van de spoorwegen leren?" "Dat je omwille van een ogenblik alles kunt missen". "En van de telegraaf?" Dat ieder woord wordt geteld en in rekening gebracht". "En van de telefoon?" Dat ginds wordt gehoord wat wij hier praten."


Een leerling vroeg zijn leermeester: wijs mij een algemene weg om God te dienen. Zijn leermeester zei: je kunt een mens niet zeggen welke weg hij moet gaan. Want het één weg, God te dienen door de leer, één door het gebed, één door te vasten, één door te eten. Ieder zal terdege moeten uitmaken tot welke weg zijn hart hem trekt en dan moet hij deze met alle kracht die in hem is, voor zichzelf kiezen.

(samengesteld door M. Vonkeman)