sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Een ingehuurde god



Preek bij Johannes 5:10-16 en Hooglied 2:8-17


Huurling. Een herder die op afroep beschikbaar is. Je huurt hem voor de klusjes die je zelf niet op kan knappen.

 

God in een hoekje van je leven, als een soort bodemgevoel, of een van-huis-uit-meegekregen-normen-en-waarden-systeem, of een hoop voor de toekomst, een adres voor je schietgebedjes. Een herder voor de momenten dat we ontheemd en ontredderd raken. En gelukkig, God zij dank, zo vaak is er dan toch weer een weg, wat troost, het verhaal gaat verder en je vergeet het duister zo gauw mogelijk. God als uitzendkracht, zo wordt hem in Nederland nog wel een plekje gegund.

 

 

Maar hoor! Mijn lief! Kijk, hij komt, springend over de bergen, dansend over de heuvels en hij staat bij de muur die ik optrek en hij tuurt door de spijlen en kijkt achter de tralies die mij binnensluiten.

 

 

Ik ben de goede herder, zegt Jezus, de herder die deugt, de herder zoals bedoeld. Deze herder kent je bij je naam, en laat je niet in de steek als het hem niets oplevert of als de wolven komen, deze herder geeft zijn eigen leven voor die van jou. Want de goede herder is geen huurling, hij is eigenaar.

 

Mijn liefste is van mij en ik ben van hem, die als herder weidt tussen de leliën. De enige echte goede herder blijkt alleen in eigenaarvorm verkrijgbaar.

 

 

Een ingehuurde God heeft de neiging weg te lopen als de wolven komen, heb je dat niet gemerkt? Als de roofdieren beginnen te huilen in het bos, als er van alles van je wordt afgenomen, als je kwetsbaarheid wordt blootgelegd – waar blijft dan de god die je af en toe inhuurde? Verdwenen is hij. Maar niet verdwenen is de ware God, de goede herder, - onzichtbaar voor elke huurdersblik - degene die zijn leven iedere dag in jouw leven uitstort zodat je hart blijft kloppen en de bloed blijft stromen tot de dag dat je je leven neerlegt, de God die je menselijkheid bewaart al verlies je die zelf, de God die je naam in zijn handpalm schrijft al is je moeder hem vergeten. De God die voor je kiest al levert hem niets dan verachting en mishandeling op.

 

 

Niet je eigen gedachten kunnen je leven behoeden. Niet al je wisselende gevoelens. Niet de wervelingen van de reorganisaties op je werk geven richting. Niet de slogans van de politiek en zelfs niet de doctrines van de kerk. Wij kunnen elkaar zoveel mogelijk beschutting geven, maar tegen wolven zijn we niet bestand. En wolven komen er vroeger of later, de uiteengooier die je gezin versplintert of je gevoel verscheurt, die relaties kapotmaakt of die als kanker woekert in het lichaam van je geliefden en machteloos sta je aan de kant. Wolven komen, in allerlei vormen, niet in het minst in ons eigen hart en gevoel. Roofdieren duiken op en voordat je het weet wordt je gevraagd een ariërverklaring te tekenen, voordat je het weet mishandel je moffenmeiden om je eigen lafheid te overschreeuwen. We herdenken om niet te vergeten dat het roofdier altijd sluimert onder ons culturele vernisje.

 

 

Maar ergens blijft bewaard wie je bent, ten diepste, ook al komen de wolven, wij mensen zijn geschapen naar het beeld van God. Laat je niet meeslepen door de kudde, wees niet bang om een eigen weg te volgen, laat je ziekte je niet opsluiten in jezelf. Geloof ze niet, die wolvenkrachten, je behoort aan een ander. Hetzij wij leven of sterven wij zijn van de Heer.

 

 

Wie tuurt daar door de kieren van ons leven? Wie is het die daar bij de muur om ons hart staat? Welke ogen kijken door het venster van onze ziel naar binnen?

 

 

Mijn lief roept mij toe: sta op, kom, de winter is voorbij, voorbij zijn de regens, weggegaan, de bloemen zijn verschenen, nu breekt de zangtijd aan. Het koeren van de duif klinkt op het land.

 

 

Mijn liefste is van mij en ik ben van hem, die als herder weidt tussen de leliën. De enige echte goede herder is alleen in eigenaarvorm verkrijgbaar.

 

 

Nu is dat wel een speciale vorm van eigenaarschap. Omgekeerd eigenaarschap. Want het leven van de herder behoort aan de schapen toe. En niet andersom, zoals bij een huurling die als enig belang zijn eigen voordeel heeft. De schapen zijn van mij, zegt de goede herder, en daarom wijd ik mijn hele leven aan hen. Die schapen doen wat ze altijd doen, geboren worden, eten, slapen, kinderen krijgen, beschermd en van weide voorzien door hun herder. Maar of ze daar veel gedachten aan wijden, laat staan hun hele leven?

 

 

Omgekeerd eigenaarschap: dat is het kenmerk van de goede herder. De sterke die beschermt wat weerloos is, die het verloren lam opzoekt, het zwarte schaap erbij haalt, de gewonden verbindt.

 

 

Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij. Dat is bruiloftstaal: het intieme kennen van levenspartners die elkaars leven bewonen. Kennen als liefhebben, kennen alsof je zelf die ander bent. De enige werkelijke kennis van God is liefdeskennis. (En daarom is het ook zo moeilijk om door te vertellen.) Kennen door elkaar volledig te bezitten zoals geliefden elkaar bezitten, zo is het kennen van God en door God. Pas als jij God bezit ken je hem - niet in begrippen maar wezenlijk. Alleen als God jou bezit, kun je hem kennen.

 

 

Maar hoe bezit je een geliefde? Ik weet niet of u het al eens geprobeerd hebt, maar dan bent u vast van een koude kermis thuis gekomen. Eigenaarschap van beminden wordt door alle geliefden nagestreefd én altijd gefrustreerd, juist door de liefde. Want liefde komt van God en lijkt in haar wezenlijke verlangen op God. Niemand kan een ander bezitten zoals je een huis kunt bezitten (en verbouwen als je daar zin in hebt) zonder de liefde te verliezen. Het bezit van de geliefde bestaat in het wederzijds ontvangen van het vrije geschenk van elkaar. Ik heb de macht mijn leven af te leggen en weer terug te nemen, zegt Jezus, want Jezus bemint als God.

 

 

Wij kunnen de ware goede Herder niet tot ons eigendom verklaren. Maar wel kunnen wij Gods geschenk van zichzelf ontvangen, zoals een geliefde de geliefde kan alleen maar kan ontvangen.

 

 

Alleen God die wordt genoten als een geliefde is een God die zich laat kennen. Alleen een God wiens leven in bezit genomen wordt kan ons hoeden. Want dan alleen en zó wordt ons leven in bezit genomen door God. Ik geef mijn leven voor mijn schapen, zegt Jezus. Er staat: ik geef mijn psyche, mijn ziel, de bron van mijn eigen bestaan – dat is wat de goede herder laat uitstromen in de ziel van wie hij bezit.

 

 

Dus vang de vosjes die je wijngaard bederven en aan de wortels van je ziel knagen. Laat de liefde tussen jou en God niet verzuren door onverschilligheid, wrok, twijfel, zorg of angst. Houd je ziel, de wezenskern van jezelf, vrij van bindingen die hinderen, van gehechtheden, gewoonten die kapotmaken, gedrag dat zwaar maakt, of oppervlakkig, het is zo zonde als je je hoge bestemming moet missen. Maak jezelf rein. Het is Pasen geweest en onze bruidegom is gekomen.

 

 

Sta op, mooi meisje, kom, klinkt het lied van de hoeder die van God komt, het woord dat ons hart aanspreekt en ons tot voluit leven roept.

 

Sta op, kom, jij, verscholen in de bergwand, laat me je gezicht zien, laat me luisteren naar je stem. Weet je nog hoe je bidden moet? Weet je nog hoe je zingen kunt? Laat me zien wie je echt bent, doe je maskers af, je stem is zo lieflijk en je gezicht zo bekoorlijk. En God zag wat hij gemaakt had en zie het was zeer goed.

 

Mijn lief is van mij en ik ben van hem, hij weidt tussen de lelies.

 

Moge God ons allen zó in bezit nemen.

 

 

TerugVerder