sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Haarspeldbochten

 

Preek bij Lucas 14:25-35 en Deuteronomium 30:15-20

 

Daar loopt Jezus. Hij is al een tijd bezig overal rond te vertellen dat God heel dichtbij is: niet ver weg in de hemel, niet aan de overkant van de zee, maar dichtbij, in je eigen hart, in je eigen mond. Er is veel met hem gebeurd de laatste tijden, de ene omkeer na de andere – het ging vanzelf, het gebeurde gewoon. En hier loopt hij, vol van het inzicht dat zijn eigen leven heeft veranderd. Het is God die ademt in onze adem en daarom ademen we. God is bewogen, daarom bewegen wij. Zo dichtbij is God, te dichtbij om te zien maar niet om te doen. Want God is niet zozeer iets of iemand waar je in gelooft, - dat hoeft helemaal niet want Hij gelooft al in jou en dat is genoeg. Maar God is wie je dóet. God wil gedaan worden: dat was de grote ontdekking van Jezus en zo wordt hij zelf het uitgesproken woord van God.

 

Daar loopt hij dan, dat hoge woord, zo gewoontjes loopt hij daar, een klein stukje voor de menigte uit. Achter hem klinkt gezang. Iemand heeft een oud volksliedje ingezet, anderen nemen het over, en al gauw marcheert de hele club op hetzelfde ritme. Wat een sfeer is het vandaag, Steeds meer mensen doen mee, een hele massa wordt het,  families, vaders en moeders en kinderen.. De zon schijnt, de mensen zingen, de jonge meiden wapperen met hun haren en de jongens stampen met hun voeten en alles alles lijkt mogelijk. Het leven is wat je ervan maakt, nietwaar?

 

En dan staat Jezus stil. Dan draait Jezus zich om.

Hoe vaak heeft hij zich al niet omgedraaid in zijn leven? Ging zijn toekomst een bepaalde kant op – dan duurde het niet lang of de weg vroeg om een andere richting, een omkeer. Steeds weer die omkeer, die verschuiving van perspectief. Wat eerst belangrijk was-  en ook moest zijn, is het ineens niet meer. Bekende hij eindelijk op zijn dertigste kleur en liet hij zich in het openbaar dopen, voerde vervolgens de weg naar de woestijn - weg van iedereen. Komt hij uit de woestijn naar huis, moet hij naar de buurlanden. Is hij bij de heidenen, moet hij weer naar Israël. Die wonderlijke kracht die hem beweegt is niet te volgen - alléén maar te volgen. God is degene die hem steeds weer desoriënteert – hij raakt de richting kwijt, zijn gevoel verandert, zijn geloof raakt steeds op – en dan komt er weer een draai, een omkeer en ziet alles er weer heel anders uit. De weg naar de top van de berg slingert – want alleen zo kunnen mensen stijgen. Er zijn haarspeld-bochten in het leven: en dan moet je goed opletten.

 

Een grote massa mensen volgt Jezus. Steeds meer mensen blijken aangetrokken tot zijn blijde boodschap en dat is toch mooi? Het is toch prachtig als het evangelie veel mensen aantrekt en de kerken vol zijn en de jeugd erbij wil horen en de kranten er vol van zijn? Je doet het goed Jezus, ga zo door. Eindelijk weer eens een prediker van de oude stempel, een echte leider die mensen kan verzamelen. Niet gek voor een nobody uit Nazareth. Ga zo door Jezus en je komt in de geschiedenisboekjes als de nieuwe bevrijder van Israël die de Romeinse bezetter versloeg. En de haren wapperen en de jongens zingen en de voeten beginnen alvast te marcheren. Samen zijn we sterk..

 

En Jezus staat stil en draait zich om. De weg die hem gaat draait zich om, God die hem beweegt draait zich om.

Jezus draait zich om en ziet de massa achter hem, zijn familie en vrienden, hij ziet zijn eigen leven in hun ogen weerspiegeld: zijn eigen dromen en verlangens, zijn eigen onrust en woede, zijn eigen hoop en geloof. Hij ziet de weg die hij al heeft afgelegd. En terugkijkend –want zo gaan die dingen - ziet hij de waarheid van zijn eigen leven en zegt, misschien maar heel zachtjes, alleen te horen voor die paar die vlak bij hem staan: wie niet haat zijn vader en zijn moeder en partner en kinderen en broers en zussen, ja, zelfs zijn eigen leven, die kan niet mijn leerling zijn. Wie op mijn weg zijn eigen kruis niet wil dragen, kan mijn leerling niet zijn.

 

Klinkt zijn stem droevig omdat hij weet wat de gevolgen kunnen zijn van zijn keuze om de zachte kracht van God in openlijk conflict te brengen met de harde macht van de Romeinen? Maar veel zout is er niet nodig om een mens in leven te houden, en hij is bereid om het zout voor velen zijn. Het zoutende zout van Gods woord, dat bewaart en verenigt, dat bederf weert, dat samenleven mogelijk maakt, dat mensen tot werkelijk leven brengt. Dat zout wil hij zijn, een levend woord van God. En dat is zijn eigen keuze, het is geen massa-gevoel, geen ideologie. Zijn roeping is antwoord op Gods roep die hij gehoord heeft en beantwoordt met zijn leven.

 

Alleen met je hart kun je zien wat wezenlijk is. Alleen wat in het eigen hart geschreven is, dat kan het woord van God voor de wereld zijn. Niet het woord dat je ouders voor je hebben, of je familie van je verwacht. Niet het woord dat je zelf uitgevonden hebt om als etiket te dragen. Geen scheldwoord en geen machtswoord, maar het woord dat het Leven zelf is. Het woord dat een andere naam is voor God is. In je mond, in je hart. Wat als jij niet doet wat jij kunt doen, wie moet het dan doen? Dan heeft het zout zijn smaak verloren en is zelfs niet goed genoeg voor de mesthoop. Dan heeft God geen woorden meer.

 

In de massa begint geroezemoes. “Ik dacht dat je zei dat het goed nieuws was’’ , fluistert iemand verderop in de stoet. ‘Kruis?Kruis? Dat moeten we niet hebben.’ De stoet gaat verder. Maar de sfeer is verstoord. Stilletjes, twee, of drie tegelijk, verdwijnen mensen uit de stoet, totdat er maar een klein clubje over is.

En dat is goed. Niet iedereen hoeft op dezelfde weg te gaan. Wat jij hoort, dat moet jij doen. Niet wat je níet hoort. Breken met je ouders of partner of kerk is niet een algemeen recept voor iedereen, hoewel het wel een moment kan zijn op ieders weg. Dat is het moment – tot de volgende haarspeldbocht - dat het woord van God dat in je klinkt zwaarder moet wegen dan zekerheid en verwachtingen van mensen die je lief zijn. Geen mens wordt werkelijk persoonlijk zonder het doorsnijden van de vele navelstrengen die ons klein en bang houden. Maar het doel van doorgesneden navelstrengen is léven: niet alleen voor onszelf maar ook voor onze naasten – tot de uitersten van de aarde. Het woord van God wordt niet gehoord in de massa maar ook niet in de sekte.

 

Heden klinkt de roep: kies dan het leven opdat gij leeft. Laverend tussen anonieme massa en elitaire sekte worden we geroepen om gemeente zijn en Jezus te volgen op onze persoonlijke weg. Om één voor één echt woord van God te zijn en samen een zin te vormen, een levend en levenmakend verhaal, hier en nu. Gods land is niet ver van ons vandaan.

TerugVerder