sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
westwijkcolumns1
westwijkcolumns2
westwijkcolumns3
vermoeden
lichaamstaal
liefhebben
heldendom
erotiek
dit is mijn lichaam
burnout
sterven
gastvrijheid
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Pinksteren: het erotisch potentieel van de kerk


vuur


De zaal was stampvol jonge mensen met lentehormonen: een
hemelvaartsconferentie van de charismatische beweging, begin jaren negentig. Ik had de zangleiding in de avonddienst. Er waren al een paar kerkdiensten geweest waarin niet uitbundig en emotioneel gezongen kon worden, zoals wel verwacht en gebruikelijk op dit soort kampevenementen. Vooral het 'zingen in tongen' was nog niet gebeurd en dat was de onofficiële norm voor een echt spirituele kerkdienst. Een onderhuidse en sterk voelbare spanning vroeg om ontlading, en die kwam ook. Het was toen dat ik besefte dat liturgie ons beschermt tegen heidendom. Wat hier gebeurde was niet anders dan zelfbevrediging in een religieus jasje.


Wat is het heilige in de mens? Dat is dé vraag van Per Olov Enquists ontroerende boek 'De reis van de voorganger', over Lewi Pethrus, de stichter van de Zweedse pinksterbeweging. Enquist tekent de pinksterbeweging als een golf die vanaf het begin van de 19de eeuw de wereld overspoelde. Het is de snelst groeiende stroming in het wereldwijde christendom. Wat verklaart dit succes? Nog belangrijker: wat verklaart de merkwaardige onvruchtbaarheid van deze beweging in het Westen? Want bij ons blijven de pinksterkerken in de marge. Ze bloeien vooral als Afrikaanse kerken in de Bijlmer.


Enquist ziet het geheim van de stormachtige groei in de erotische onderstroom van de bijeenkomsten. Hij beschrijft hoe dat element wordt ontkend door de mannelijke leiders. Want seks is de appel in het paradijs, de bron van alle zonde.


Kerk en erotiek hebben een ongemakkelijke verhouding. Het heilige kan dan wel in erotische symbolen vormgegeven worden (beker, kaars, doopvont, wijn, bloed, bruid- en bruidegomstaal) maar mag toch niet erotisch zijn. Daar zit een diepe wijsheid in. De hoop voor de mens ligt niet in het binnentrekken van God in het eigen bestaan. De hoop is dat ons doodgewone menselijke leven opgenomen wordt in het leven van God. Vóór de dood, welteverstaan. De geloofsbelijdenis van Athanasius zegt over de menswording van Jezus: 'Niet doordat de Godheid in vlees verandert maar doordat de mensheid wordt opgenomen in God'. Eerst Hemelvaart, dan pas Pinksteren.


Maar er is ook een misverstand. We kunnen niet ongestraft één element uit het bestaan verboden verklaren voor de godsdienst en al helemaal niet de erotiek. Want erotiek is het vermogen van een mens om zich te openen voor een ander, om zich uit te schenken in een ander. Erotiek is het hart van alle religie want religie betekent: 'verbinden'. Erotiek is belichaamd verlangen: het lijf zelf opent, de
grenzen om het 'ik' versmelten en iets wezenlijks begint te stromen. Als je je erotisch voelt, tintel je van leven: de beste verdringingstactiek tegen de dood. In landen met een grote bestaansonzekerheid, maar ook in onze cultuur waar dood en verval taboe zijn en dus bron van onbewust geworden angst, is erotiek een
dringende behoefte.


Kerken waar geen spoor van erotiek te vinden is, vragen om sluiting en krijgen die ook. Een kerk zonder levenslust kan onmogelijk een godshuis zijn. Er moet een weg gevonden worden die het zinnelijke, het erotische, meeneemt in de godsdienst. De openende kracht van erotiek is noodzakelijk om uit de beslotenheid van ons ik bevrijd te worden en ons te verbinden met anderen.


Kerken zoals pinkstergemeenten die hun erotische onderstroom ontkennen en de menselijke seksualiteit in een paternalistische moraal opsluiten, vragen om moeilijkheden en krijgen die ook, zoals Enquists boek toont. Pinksteren is het feest van de uitstorting van de Geest - een erotische omschrijving van het werk van God. Misschien zijn erotiek en God niet zo vreemd aan elkaar als de kerk al te vaak doet geloven.


Een collega vertelde mij eens hoe hij tijdens een spreekvaardigheids- training een prikkelend advies meekreeg: ,,Als je de preekstoel opklimt, kijk dan eerst eens goed rond: valt er nog wat te neuken?'' Een provocerende uitspraak, die niet uitnodigt tot pastoraal misbruik maar tot bewustwording. De trainer had de theologische waarheid van de incarnatie goed begrepen: je moet je onderbuik meenemen als je naar de kerk gaat, want als je met je hoofd tegen andere hoofden praat, zal het woord nooit vlees worden. Het blijft bij informatie, kennis, ideeën.


Maar het woord dat iets dóét, zoals het Woord van God geacht wordt te doen, kan niet klinken zonder belichaming. Het hoofd is niet genoeg. Vooral van protestantse kerkdiensten krijg je nog altijd de indruk dat God een idee is, in plaats van werkelijkheid. In een bank schuiven en alleen pepermuntjes of collectezakjes doorgeven is nu niet bepaald een lijfelijk gebeuren. Veel ex-pinksterleden zijn dan ook te vinden in hoogliturgische kerken. Een katholieke of oosters-orthodoxe viering kent het feest van de zintuigen, met zien, horen, spreken, zingen, ruiken, eten, drinken, bewegen, in een keur aan symbolen en rituelen. Zo kan het lijf meedoen, zo wordt de erotiek aangesproken, in een gestileerde vorm.


De erotiek die in religieuze verlangens zichtbaar wordt, is hartstochtelijk en mateloos. Er is zelfs een oud Nederlands woord voor: orewoet, dat zoiets betekent als oerdrift. Hoe kan het anders als de mens geschapen is naar het beeld van een mateloos liefhebbende God? Als God oneindig is, kan de omgang met God niet anders betekenen dan dat alle grenzen wegvallen. Geen wonder dat de kerkgeschiedenis soms leest als een modern roddelblad: vol van hysterie, ongebreidelde hartstochten en ziekelijke omgang met het lichaam. Geen wonder ook dat de kerk een groot aantal rituele omgangsvormen heeft ontwikkeld om te voorkomen dat pinkstervlammen zo'n prairiebrand veroorzaken dat al het leven onmogelijk wordt.


Maar het christendom in het geïndividualiseerde Westen vraagt
om een volgende stap. Rituele vormen moeten aangevuld worden met persoonlijke geloofsontwikkeling, lijflijkheid en al.


De mystieke literatuur van de christelijke kerk is één groot handboek over de omvorming van de erotiek, inclusief de seksualiteit. Alles wordt meegenomen in één grote liefdesbeweging naar God. Daar verdwijnt de erotiek niet maar komt ze pas echt tot haar recht, in alle veelkleurige verscheidenheid die past bij individuele mogelijkheden en grenzen.


Dit omvormingsproces is uitgebreid beschreven door
Johannes van het Kruis en staat bekend onder de naam 'de donkere nacht'. Ervaringen van grote nabijheid van God en wanhopige afwezigheid wisselen elkaar af. In de 'nacht van de zinnen' worden de menselijke behoeften niet opgeheven maar bevrijd van hun overheersende karakter. In de 'nacht van de geest' wordt het verlangen naar God gezuiverd van de drang tot zelfbevrediging.
Zo wordt de hele erotiek van de mens meegenomen in het geloof en tot zijn hoogste doel gebracht: de mogelijkheid om een ander werkelijk te ontmoeten. De kracht van lentehormonen wordt meegenomen én getransformeerd tot wezenlijke ontvankelijkheid.


Hier ligt het antwoord waarom de pinksterbeweging zo aanstekelijk is en waarom zij toch uiteindelijk onvruchtbaar blijft, in ieder geval in het Westen en misschien op den duur ook in het Zuiden. De erotische onderstroom die zorgt voor de extase en lijfelijkheid wordt niet erkend en dus ook niet opgenomen in een groter proces van omvorming. Dat was de jammerlijke vergissing van Pethrus toen 'de nacht' in de vorm van een burn-out aan zijn deur klopte als geschenk van God, maar werd weggestuurd als verleiding van de duivel.


Wat is het heilige in de mens? Pinkstergebrabbel of Hollandse nuchterheid? Het heilige in de mens is God die zich leegschenkt. In het eeuwige nu van God is het altijd Pinksteren. Een mateloos zichzelf schenkende God schept mensen die zichzelf schenken. Pinksteren gaat over communicatie met huid en haar, in alle
mogelijke talen. Pinksteren is het erotische potentieel van de kerk.


Pinksteren is het best bewaarde geheim van het christendom - zelfs voor pinksterkerken.


Trouw, 14 mei 2005