sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Een zuil van rook

 

Verkondiging Hemelvaartsdag

 

Tekst: Hooglied 3:6-11; 

6 Wie is zij,

die daar komt uit de woestijn

als een zuil van rook,

in een wolk van wierook en mirre,

in een geur van kostbare kruiden?

7 Kijk! Salomo’s draagstoel,

omringd door zestig helden

uit de keurtroepen van Israël,

8 allen met de hand op het zwaard,

geoefend in de strijd,

ieder met het zwaard op de heup,

bedacht op nachtelijk gevaar.

9 Een draagkoets maakte koning Salomo,

een koets van cederhout.

10 De stijlen zijn van zilver,

het baldakijn van goud,

de zetel is van purper.

Hij is versierd met tekens van liefde

door de meisjes van Jeruzalem.

11 Kom kijken, meisjes van Sion,

kijk naar koning Salomo!

Kijk! De kroon waarmee zijn moeder hem tooide

op zijn bruiloftsdag,

de dag die zijn hart zo verblijdt.

Lucas 24:49-53

50 Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. 51 Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. 52 Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem, 53 waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden.

 

Wie is zij, die daar komt uit de woestijn? Wie komt daar, vergezeld door kolommen van rook en een wolk van kruiden, geurend als een offer voor God? Nee, het gaat niet over Ayaan, dochter van Hirsi zoon van Magan, op deze hemelvaartsochtend.


Toch zou dat niet misstaan, nu we lezen over de komst van de koningin van Sheba,  bruid van Salomo. Of over de ballingen, op weg naar Jeruzalem. Of over Sjechina, bruid van God, komend uit de woestijn van het leven, zoals de rabbijnen vertellen. Is het vrouwe Wijsheid, is het Maria de moeder van God? Of is het de Christus, verwelkomd door de engelen op zijn reis naar de troon van God, zoals de kerkvaders meenden? Wie is zij die daar komt uit de woestijn?

Wie is de uitverkorene, naar wie wordt zo hartstochtelijk uitgezien?


Ze komt uit de woestijn, als een zuil van rook. Als een wolkkolom overdag en een vuurkolom bij nacht. Hier nadert een vrouwenfiguur als een godsgeschenk. Een vreemde vrouw, niet van hier. Een vrouw die door de verlatenheid en de hitte van de woestijn is gekomen. Wierook en mirre, de geur van de gebeden, wervelen om haar heen. Ik noem haar vandaag vrouwe overgave, de vrouw van het offer, de wijsheid van de toewijding. Een vreemde vrouw is zij, zoals elk geschenk van God ons eerst vreemd is, niet natuurlijk maar genade. Uit de woestijn komt zij, want Overgave komt uit die kanten van het leven waar geen weg bestaat maar waar je je eigen weg moet vinden. Waar je leeft niet van het brood dat je verdient, maar van het manna dat uit de hemel komt. Zij is degene die op reis gaat, haar vaderland verlaat, op weg naar een bruidegom die zij alleen van horen zeggen kent. Zij is degene die zich geeft, weggeeft, met lichaam en ziel, overgave in levende lijve.

Zoals Jezus, de jood van het begin, zichzelf zonder voorbehoud geeft aan de God van hemel en aarde.


Kijk nog eens goed naar wat er zich aandient in je leven – zie je daar niet ergens rook opstijgen? Wat geurt daar in de verborgen diepten van het bestaan, daar waar jouw woestijn is? Hoe dichtbij is vrouwe overgave genaderd in jóuw leven?

Een draagstoel wacht, van cederhout zoals de tempel waar God woont bij zijn volk. Het is een draagstoel als een bruidsbed, met een baldakijn van goud als het deksel van de ark van het verbond. Een heiligdom voor een schat, een liefdesbed versierd met liefdestekens voor de bruid van de koning.


Ik ga heen om u een plaats te bereiden, zegt Jezus tegen zijn leerlingen, een eigen plek voor jou die niemand kan roven, versierd met tekens van liefde, een woonplaats in de hemel van God die ons dichter nabij is dan ons eigen hart. Een draagstoel als een onaantastbaar heiligdom dat meebeweegt op de weg, zo is de ruimte die de bruidegom heeft gemaakt voor zijn bruid. Daar is het dat God en mens zich kunnen verenigen. Niet in kerken die wij bouwen, niet in onze gebeden of goede daden, niet in denkbeelden of emoties van eigen makelarij is het heiligdom waar wij veilig zijn voor de verschrikkingen van de nacht.

Alleen daar waar God zelf zich een ruimte heeft geschapen, daar is de eenheid mogelijk waar ons hart naar verlangt. En je kunt het hieraan herkennen: het heiligdom is daar waar jij op elk moment en in alle omstandigheden God kunt loven. De lofzang aan God is het kenmerk van zijn woonplaats.


En zij waren voortdurend in de tempel waar zij God loofden.

Wachters als engelen met zwaarden begeleiden de bruiloftsstoet, een erehaag en een lijfwacht, scherp en alert, beducht op de gevaren die de bruiloftsnacht kunnen bedreigen. Niets mag de eenheid tussen bruid en bruidegom verhinderen, hun unio verstoren. In de overgave aan God hoef je niet meer op je hoede te zijn, de bruidegom zelf heeft zijn wachters uitgezet.


Vandaag is kroningsdag. De geliefde van God is ten hemel gevaren. Overgave heeft haar doel bereikt. De eerste van ons allen wordt gekroond, de bruiloft is begonnen. Vandaag delen we het brood en drinken we de wijn van het koninkrijk. Jezus is heengegaan om ons een plaats te bereiden.


Niet langer zijn hemel en aarde volkomen gescheiden – er is een woonplaats van God bereid, een heilig bruidsbed dat met ons meereist door het leven tot wij daar komen waar Jezus is. Het is de ruimte waar je altijd en overal God kunt loven. Als je daar binnengaat, dan voltrekt zich de eenheid die alle verstand te boven gaat.

Dit geef ik jullie mee op deze hemelvaartsdag: wees attent op die zuil van rook komend uit de woestijn. Zoek de overgave die naar jou toekomt te midden van je beproevingen. En vertrouw op dat meebewegend heiligdom dat voor jou bereid is, versierd met tekens van liefde, onaantastbaar voor de gevaren van de nacht. Moge God zich daar met ons verenigen.

 

TerugVerder