sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
religieuze dialoog
drie-opvrijdag twee
drie-op-vrijdag-drie
islam
joodse verhalen
boeddhisme
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

 

43. Sajidah Abdus Sattar

 

De maand ramadan is weer begonnen. Moslims over de hele wereld vasten. Ook in het waterige Nederland houden velen zich aan de opdracht om niet te eten, te drinken, te roken of seks te hebben tussen de eerste ochtendschemering (anderhalf a twee uur vóór zonsopkomst) en zonsondergang. Zij besteden in deze maan‑maand extra aandacht aan gebed en hulp aan de medemens, want de openbaring van de Koran is eens in de ramadan begonnen.

 

Dat brengt mij weer bij het onderwerp van dialoog en verbroedering tussen gelovigen. Ik vraag me af waarom voor christenen de Tenach wel aanvaardbaar is, maar de Koran niet, terwijl daarin toch met zoveel respect wordt gesproken over Jezus en vele andere geestelijke grootheden. Aan joden en christenen leg ik de vraag voor: wat is er volgens u mis met het idee van de Koran als goddelijke openbaring en wat zou er mis zijn met Mohammed als profeet? Is onbekendheid hier de grootste hindernis of gaat het om de angst wellicht niet de enige te zijn die de waarheid in pacht heeft? Tolerantie en respect met de mond belijden gaat gemakkelijk genoeg, maar wie durft de consequenties te dragen van de erkenning van de eenheid van God en de principiële gelijkwaardigheid van alle mensen? Wie, behalve God, heeft inzicht in het waarheidsgehalte van de diverse godsdiensten? En wie van ons durft te preken namens Hem? Waarom zou de Koran geen gelijkwaardige plaats verdienen naast de oude en nieuwere bijbelboeken? Vanwaar die terughoudendheid in het erkennen van een inspiratie van God ‑ de ene God ‑ en vanwaar de veel gehoorde angst dat een dergelijke erkenning de ruimte voor de eigen religieuze tradities aan zou tasten? Berust eigen identiteit dan alleen op afwijzing van andere? En wie bepaalt de eigenheid van een godsdienst ‑ alleen de leiders of de gelovigen samen?

 

Er is een oosters verhaal over wee geliefden die gescheiden moesten leven. Zij onderhielden contact met elkaar door het uitwisselen van brieven en de minnaar was bijzonder trots op zijn schrijfkunst. Toen zich na vele lange maanden eindelijk een gelegenheid voordeed om zijn geliefde te ontmoeten, kon de minnaar niets beters bedenken dan het voorlezen van zijn laatste pennenvrucht. Maar zijn beminde onderbrak hem met de woorden: "Je bent niet verliefd op mij, maar op je eigen kunnen. Ik verwachtte een kus van je lippen; niet alleen maar opgelezen woorden."

 

De geïnstitutionaliseerde godsdiensten gedragen zich als deze dwaze minnaar, wanneer het in stand houden van hun exclusieve tradities ten koste gaat van het werkelijke doel. God zetelt in mensen, niet in instituties. Godsdienst leeft minstens zo veel in de harten van de gelovigen als in de hoofden van hun leiders. Maar helaas is bescheidenheid onder de leiders even zeldzaam als regen in de woestijn. Wie van hen zal bereid zijn de vermeende superioriteit te laten varen en de strijd om de dominantie op te geven? Van die kant zal een moratorium op zending lang op zich laten wachten. In het ene land zijn het brute 'integristen' die de islam misbruiken om hun bloedbaden te rechtvaardigen, in het andere land dient een christelijk vaandel ter vergoelijking van aanranding en moord. Wat dat betreft hoeven wij elkaar niets te verwijten. Maar daarmee is de waarde van godsdienst op zich niet ontkend.

 

De mensheid lijdt aan zelfzucht en zinloosheid. Godsdiensten zouden die ziekten moeten bestrijden in plaats van elkaar. Als dienaren van de ene God behoren joden, christenen, moslims en nog vele anderen aan dezelfde kant te staan. Wat maakt het uit of iemand water te drinken krijgt uit een kopje of een glas, zolang de dorst maar gelest wordt. De soefies spreken van de ene Schenker die in de herberg van deze wereld iedereen op gepaste wijze van levengevende drank voorziet. Echter, het voeren van een dialoog houdt niet op bij het uitwisselen van poëtische gedachten. Mijn concrete vragen wachten op concrete antwoorden.

 

 

 

44. Marianne Vonkeman

 

"Integratie van jodendom, christendom en islam is onmogelijk!" zo schreef een aantal Trouw-lezers na het verschijnen van mijn vorige column. Islam en christendom zijn 'tegenpolen', 'tegenhangers', zeiden sommigen. Iemand vond dat ik niet "kosmisch" genoeg was: de geestelijke eenheid van alle mensen heeft geen godsdienstige vormen nodig. In het christendom gaat het niet om Jezus maar om de universele Christus die in ieder mens woont. Een ander vond dat ik teveel voorbij ging aan de verlossing door Jezus Christus Gods Zoon, want 'wie niet vóor Jezus is, is tegen Hem'. Deze laatste reacties illustreren de twee kanten van het gesprek tussen de godsdiensten: over wat uniek en historisch is én wat universeel en tijdloos is.

 

Awraham schreef de vorige keer over de geschiedenis die de toenadering tussen joden en christenen belast. De lijdende knecht van de Heer heeft alle eeuwen door een joods gezicht gedragen. Eens herkende de christelijke kerk in een onschuldig lijdende jood het gelaat van God. Nooit meer! dat was de roep die van het kruis uitging, een kruis dat als universeel symbool van alle lijden werd herkend. Maar het universele verloor haar binding met het historische en werd daarmee van haar vormende invloed beroofd. (Zo werd het mogelijk dat het christendom anti-semitistische trekken kreeg.) Pas deze eeuw kwamen er schilderijen met een zwarte negerslaaf aan het kruis, of met een Chinese boer, of met een "Christa", uitbeelding van het nog altijd niet werkelijk erkende lijden van vrouwen de eeuwen door tot op vandaag (getuige het recente VN-rapport over geweld tegen vrouwen). Auschwitz krijgt universele betekenis wanneer het symbool is van de unieke, historische, joodse vernietiging én wanneer dit vreselijk kwaad verbonden wordt met alle onrecht dat er vandaag geschiedt. Zo niet, dan gaat het wellicht dezelfde weg als het kruis: het wordt abstract gemaakt en veilig van de huidige werkelijkheid gescheiden.

 

Sajidah doet een appèl om het universele serieus te nemen. Of praten we daar alleen vrijblijvend en poëtisch over? Die vraag deel ik. Wat betekent het concreet voor jou, Awraham, als je zegt dat het christendom (en andere godsdiensten, maar ik wil het dichtbij huis houden) een gelijkwaardige weg naar de waarheid is? Betekent het alleen dat iedereen op zijn of haar eigen manier in God mag geloven want het komt allemaal op hetzelfde neer? Of betekent het ook nog iets wezenlijks voor het zelfverstaan van het joodse volk? En wat betekent het voor jou, Sajidah, als de Koran opgenomen zou worden in één gemeenschappelijk boek? Zou de manier waarop de Koran gelezen wordt veranderen door de manier waarop joden en christenen hun boeken verstaan? Of heb je de indruk dat de Koran de voorgaande openbaringen al in zich bevat?

 

Ik beleef de aanwezigheid van God als een universele rivier die onder en door de hele werkelijkheid stroomt. Op sommige plaatsen komt het water naar boven en daar hebben mensen een put gebouwd, om er beter bij te kunnen en om de bron te beschermen, en - op den duur - ook om de bron in bezit te nemen. De wijze waarop de putten gebouwd zijn markeert de identiteit van de bouwers. Dit is hun religie. Maar ook zegt de bouwwijze iets over de bron zelf, over facetten van de onderaardse stroom. Daarom zijn religies niet inwisselbaar en hun verschillen niet zonder betekenis.

 

Zending betekent voor mij: in een dialoog elkaar wederzijds verrijken. Ik erken met dankbaarheid de mogelijkheid van Gods inspiratie in andere godsdiensten. Maar erkennen is nog iets anders dan herkennen. Dat vraagt verdere kennismaking. Ik put iedere dag uit de bron van mijn leven zoals ik deze heb leren kennen. Ik weet iets van het jodendom, minder van de islam. Net genoeg om het universele geproefd te hebben. Nog niet genoeg om het unieke volledig te kunnen waarderen. En jullie?

 

 

 

 

 

 

 

45. Awraham Soetendorp

 

Na weken van intensieve ontmoetingen, overleg, toespraken ‑ eerst in New York en toen continenten verder in Seoel, Korea ‑ rusten wij uit aan de kuststrook van Phra Nang op het schiereiland Krabi, in zicht van een rimpelloze schone zee, omgord door weerbarstige rotswanden met grillig groen en een weelderige jungle. God moet hier bijzonder schik gehad hebben tijdens het scheppen. Vanuit deze meest zuidelijke plek van het wonderschone Thailand had ik uitvoeriger willen schrijven over de gedragscode voor de natuur, naar het voorbeeld van de Universele verklaring van de rechten van de mens, die wij vertegenwoordigers van 'Earth council' en 'Green Cross' trachten te schrijven. Heeft de natuur rechten? Hoe kunnen wij van spirituele tradities Ieren, die de eerbied voor de natuur meer hebben bewaard dan jodendom, christendom en islam tesamen? Zijn wij in het levensnoodzakelijke proces van 'losmaking' van de aan de natuur gebonden afgodendienst niet te ver van de reverentie voor de aarde in al haar verschijningsvormen geraakt? En moeten wij niet de weg terug afleggen van de verworpen heiligheid van de boom, naar het ingetogen respect voor de boom?

 

Ik had ook willen stil staan bij een gedurfd plan om religieuze en politieke leiders en vertegenwoordigers van kunst en wetenschap bijeen te brengen in de regio van het Midden­Oosten. Een conferentie van verzoening met als thema o.a. de gemeenschappelijke zorg voor het ecologische evenwicht, het schone water.

 

Maar gisteravond wist mijn dochter Tamar mij te bereiken met de schokkende mededeling dat Ischa Meijer is overleden. Wij schelen twee dagen. Mijn moeder vertelde mij eens met een olijke glimlach dat zijn vader, Jaap, gedreigd had in de, gracht te springen als mijn moeder ‑15 jaar ‑ niet met hem wilde gaan. Zijn vader en mijn vader waren menseneters. Zo werden arme rabbijnenstudenten genoemd, die 's maandags en donderdags bij rijkere families mochten mee-eten. Vaak bruine bonen. Wij werden niet zo ver van elkaar in het rampjaar 1943 geboren. Voor mij werd nog net op tijd een zorgzaam onderduikechtpaar gevonden. Hij werd met zijn ouders naar een kamp getransporteerd.

 

Wij hebben over het opgroeien als opgedoken kinderen met » het verleden op onze hielen gesproken in Amsterdamse cafés, toen er nog niet over de eerste en tweede generatie werd gepubliceerd, laat staan over de tussengeneratie waartoe wij behoorden. "Jullie waren baby’s in de oorlog, gelukkig hebben jullie bewust niets meegemaakt." Hij worstelde toen met het manuscript van het boek dat nu eenmaal geschreven moest worden, hoe verscheurend het ook was. Brief aan mijn moeder. Vorig jaar hebben wij de zoektocht naar de drijfveer van ons bestaan voortgezet voor het oog van de camera. Een wonderlijke intimiteit werd bewaard. "Soms ben ik rebbe en jij schrijver", zei hij na afloop met spot, waarin hunkering was vervat. Hij die zich naar het gezegde van Kleerekoper, God zij dank een atheïst noemde, was diep verbonden met de joodse traditie, kende gebeden uit zijn hoofd, citeerde passages uit de Talmoed en wilde tijd vrij maken om te lernen. Eens. In één van zijn groteske shows grapte hij naar waarheid "elke gezonde joodse jongen heeft weleens gedacht dat hij de Masjiach was".

 

Een In Memoriam voor lscha, die zelf elke dikdoenerigheid doorprikte, moet wel eindigen met een mop: Moos doet mee met een roeiwedstrijd. Hij roeit als een bezetene en komt als eerste bij de finish aan. Tot verbijstering van de omstanders houdt hij niet in, maar blijft hij doorroeien. Als hij eindelijk tot stilstand is gekomen verklaart hij: "ik wilde laten zien dat wij niet uitgeroeid zijn"... Ischa was waarachtig deze roeier. Moedig, trots, getormenteerd trok hij rusteloos het razendsnelle spoor. Ischa vaarwel. Wij roeien nu zonder jou door.

 

46. Sajidah Abdus Sattar

 

Begin deze maand heb ik op deze plek joden en christenen verschillende vragen voorgelegd die samengevat kunnen worden als: "Wat weerhoudt u ervan ook de Koran te erkennen als goddelijke openbaring en Mohammed als een profeet?"

 

In respons ontving ik vele brieven met antwoorden die varieerden van verwijzingen naar misdragingen van moslims ‑ de veel voorkomende verwarring van menselijke tekortkomingen met het religieuze ideaal ‑ en voorzichtige pogingen tot verzoening. Een sympathiek stuk van professor Wessels verscheen op de podiumpagina van Trouw en in een ander blad stond een denigrerend artikel over de Koran. Mijn partnercolumniste, Marianne Vonkeman, presenteerde in haar bijdrage een pakkende symboliek. De aanwezigheid van God is als een rivier die onder de werkelijkheid stroomt en die door middel van putten ‑ dat wil zeggen godsdiensten ‑ kan worden aangeboord. De vraag is of er wel een werkelijkheid is buiten God. Ik ben het met haar eens wanneer zij zegt dat de diverse religies eik hun eigen karakter hebben en ' niet inwisselbaar zijn.

 

Maar ik ben verbaasd wanneer zij zegt wat zending voor haar betekent: in een dialoog elkaar wederzijds verrijken. Is dat te verenigen met de gebruikelijke betekenis van dat woord en met de geschiedenis van de christelijke zending? In hoeverre is zending los te maken van betweterigheid en het opdringen van culturele paradigma's? Ook bij moslims is een dergelijke houding niet onbekend. Helaas, zelfingenomenheid en arrogantie blokkeren vaak aan beide zijden de dialoog. Maar als wij willen ontsnappen aan excessen in naam van deze of gene religie, dan is verbetering van de onderlinge verstandhouding van levensbelang. Zijn we zo verzadigd van televisiebeelden dat we niet meer in staat zijn om te leren van wat we zien? Of staren we ons zo blind op het vermeende eigen gelijk dat wezenlijke godsdienstigheid geen inspiratie meer biedt?

 

De Koran laat er geen twijfel over bestaan dat joden, christenen en moslims dezelfde ene God erkennen. "Zegt: Wij geloven in Hem die aan ons en aan u openbaringen heeft gegeven. Onze God en uw God zijn één en aan Hem hebben wij ons overgegeven" (K.29/47). Misschien is het niet genoeg bekend dat in de Koran joden en christenen als de 'mensen van de schrift' worden opgeroepen ieder hun eigen openbaringen te volgen (K.3/64 en 5/65). Telkens wanneer ik het onderwerp van wederzijdse erkenning aankaart, proef ik de angst bij mensen dat zij hun eigen visie en identiteit op zouden moeten geven. Alsof het erkennen van de ene openbaring de waarde van een andere teniet zou doen. Alsof Gods vermogen om Zich te openbaren tot één versie beperkt zou zijn. In de woorden van de Koran: "Al waren alle bomen op aarde pennen en de zee, aangevuld met nog eens zeven zeeën, inkt, dan nog zouden Gods woorden niet uitgeput zijn, want God is machtig en wijs" (K.31/27).

 

Twee briefschrijvers concludeerden dat een van mijn vragen de meest wezenlijke is: wie er, behalve God, bevoegd zou zijn om het waarheidsgehalte van religies te beoordelen. Aangenomen dat de Schepper alwetend, liefdevol en alomvattend is, hoe kunnen wij ons dan aanmeten te mogen bepalen welke visioenen, geschriften en godsdienstige wegen verkeerd en waardeloos zijn? Staat een dergelijke trots niet haaks op wat wij geloven over God? In plaats van onze energie te besteden aan het veroordelen en tegenwerken van elkaar, zouden wij er beter aan doen te werken aan meer waarachtigheid ten aanzien van onze eigen idealen. Een dialoog die daarop is gebaseerd en op het erkennen van de gemeenschappelijke basis van alle drie de godsdiensten belooft vruchtbaar te zijn. Dat is de weg die in de Koran wordt aangegeven.

 

"Zeg: 'O mensen van de schrift (joden en christenen), kom tot een formule waarover wij het eens zijn. Dat wij alleen God dienen en niets aan Hem gelijk stellen en wij onderling geen heren erkennen behalve God'. Maar als zij zich afwenden, zeg dan: 'Wees er getuige van dat wij ons (aan God) hebben overgegeven"' (K.3/64).

 

 

47. Marianne Vonkeman

 

Ik heb mijn buik even vol van de godsdiensten, inclusief mijn eigen religie.

De christelijke vastentijd begon afgelopen woensdag. Onze kerk vierde deze zogeheten Aswoensdag samen met de katholieken. We ontvingen een askruisje op ons voorhoofd. De as is afkomstig van de verbranding van de palmtakken van vorig jaar Palmzondag. Het ritueel symboliseert de dubbelheid waarmee wij God en zijn Gezondene verwelkomen: "Hosanna! Kruisig Hem!". We zeggen wel dat we naar God en het goede verlangen, maar ons handelen staat hier maar al te vaak haaks op. Het askruisje drukt voor mij de ambivalentie uit van alle godsdiensten.

"Vrouwen zijn buitengesloten geweest van het voortbrengen van symbolische systemen en het interpreteren van de geschiedenis", zegt speciale VN-rapporteur Mw. Radhika Coomaraswamy. Ze presenteerde vorige week een eerste (80 pagina's) verslag over het wereldwijde geweld tegen vrouwen. Trouw misplaatste het berichtje erover op een binnenpagina.

 

"Laten we onderling geen heren erkennen behalve God", zegt de Koran, net als de bijbel. Ik ontvang een askruisje en rouw om de vrouwen in Bosnië en Soedan die massaal gedwongen worden hun ras te "veredelen" door kinderen van hun overheersers te baren. Geen man kent een dergelijke schending van de eigen persoon.

Ik ontvang een askruisje en rouw omdat de kerk waar ik te gast ben nog steeds vrouwen van priesterfuncties uitsluit. (30 jaar geleden waren er ook nog geen vrouwelijke rabbijnen en nauwelijks vrouwelijke predikanten.) In de vastentijd leef ik toe naar het gedenken van het sterven en opstaan van Jezus. En ik rouw omdat er in mijn eigen kerk nog steeds mensen zijn die dit pas vroom kunnen vieren als er geen homofielen meedoen.

 

"Laten we onderling geen heren erkennen behalve God" zegt de Koran. Het is niet in de naam van Christus dat er nu zo'n 100 miljoen vrouwen besneden rondlopen - of schuifelen. En over 5 jaar zijn er nog 10 miljoen bij. Maar wel werden er in Christus' naam minstens 11 miljoen vrouwen als heksen vermoord. In naam van het christendom werden lange tijd pijnstillende middelen aan barende vrouwen onthouden omdat God hun pijnen zou hebben verordineerd. Het jodendom kende een officieel gebed waarin mannen dankten dat ze niet als vrouw geschapen waren. Toegegeven, realistisch is dat gebed wel in een wereld waarin het merendeel van de moorden op vrouwen door een mannelijke geliefde wordt gepleegd; in de VS vorig jaar net zoveel als er in India door sati, weduwenverbranding, het leven lieten. De les is: de meest levensbedreigende relatie die een vrouw kan aangaan is een intieme verhouding met een man. Werkelijk een goed idee van het kabinet om de subsidies op Blijf-van-m'n-lijf-huizen af te schaffen...

 

Vanuit de pijnlijke ervaringen van vrouwen gezien zijn de godsdiensten beslist gelijkwaardig. Zou het komen doordat hun stichters Mozes, Jezus en Mohammed mannen waren?

Ik weet het eigenlijk niet. Het boeddhisme in China kent geen goden. Maar honderden generaties Chinese mannen vonden erotisch genot in het op rottende voeten voorhobbelen van hun vrouwen. De vele godsdiensten in India hebben niet voorkomen dat er vandaag 30 miljoen meisjes minder zijn omdat de voorkeur voor of na hun geboorte uitging naar een zoon.

Het rapport noemt machtsongelijkheid en de (door mannen vormgegeven) visie op mannelijke en vrouwelijke sexualiteit als structurele hoofdoorzaken van het geweld. Wie is bevoegd om het waarheidsgehalte van religies te beoordelen?, vraagt Sajidah terecht. In ieder geval de vrouwen die er het meest onder lijden, zou ik zeggen.

 

Vastentijd. Ik heb m'n buik vol van hoge heren met heilige boeken. Waarom ben ik nog godsdienstig? Als ik lang genoeg vast, dan weet ik het misschien weer.

 

 

48. Awraham Soetendorp

 

De rechtvaardigen uit de volkeren staan op precies dezelfde hoogte voor God als de rechtvaardigen van het joodse volk. Zo luidt een oeroude uitspraak uit de mondelinge leer.

 

Hoe vaak heb ik niet aan mensen, die kwamen verklaren dat zij tot het joodse geloof wilden overgaan, uitgelegd dat hun ziel niet gered wordt als zij joods worden, dat ze er geen beter mens van worden en dat zij beter in hun eigen religieuze traditie kunnen blijven om van daaruit hun liefde voor het jodendom te uiten. Slechts wanneer de overgang tot het jodendom een existentiële noodzaak is geworden, slechts als zij niet meer kunnen leven dan als jood, kunnen zij na jarenlange studie en integratie tot het jodendom toetreden.

 

Dit advies geef ik niet uit praktische overwegingen, omdat het onmogelijk zou zijn voor een gedecimeerde joodse gemeenschap veel proselieten op te nemen. Een probleem is het overigens wel: in Nederland doet zich het fenomeen voor dat bij mij en mijn collega's zich eik jaar vele honderden met deze vraag melden. Ik ben ervan overtuigd dat ais ik op deze plaats een oproep zou doen aan allen die dit overwegen om onze joodse gelederen te komen versterken en zou verklaren dat de poorten van synagoge wijd open zijn, dat dan vele duizenden per jaar positief zouden reageren. In geen enkel ander land is de drang om tot het jodendom toe te treden zo groot. Het heeft met de geschiedenis te maken en wellicht ook met het schuldgevoel dat rondwaart in het land waaruit het grootste percentage joden naar de doodskampen is weggevoerd. Maar uiteindelijk tracht ik uit principiële overwegingen aan potentiële proselieten duidelijk te maken, dat zij beter bij hun eigen traditie kunnen blijven. ik doe dat op grond van mijn overtuiging, dat er meer wegen naar de waarheid zijn, dat wij allen wandelen naar de berg van God, maar ieder met zijn eigen gedachten.

 

In dat opzicht ben ik het geheel met Sajidah eens. Wij dienen de goddelijke oorsprong van elkaars religieuze tradities te erkennen. Er zijn meer bronnen van openbaring dan mijn eigen geloofsovertuiging. Dat geldt zeker voor de Koran. Ik repecteer mijn moslimzusters en ‑broeders als biddend tot dezelfde God, zonder dat ik mij hoef te verenigen met alle elementen van de godsdienstfilosofie of ‑praktijk. Ik noem Jezus van Nazareth mijn joodse broeder, terwijl ik bots op sommige nieuw‑testamentische interpretaties van zijn leer.

 

Juist om het klimaat te creëren waarin wederzijds respect en de bereidheid om van elkaar te leren ‑ zonder angst voor de geheime agenda van bekering ‑gedijen, pleit ik voor een moratorium op actieve zending. Er zijn in dit tijdsgewricht bijzondere redenen om tot ‑ althans een tijdelijke opschorting van zendingsprogramma's over te gaan. Onze huidige samenleving wordt geteisterd door broeder‑ en zustertwisten (hoewel ik erken dat de meeste conflicten door mannen en niet door vrouwen worden aangescherpt). Vaak nemen die twisten de gruwelijke gedaante van godsdienstoorlogen aan. De gezamenlijke aankondiging van een moratorium op zending door de wereidgodsdiensten zou in zichzelf de erkenning inhouden van elkaars religieuze tradities en de angst wegnemen voor overheersing door de ander.

 

Er zijn in deze verkiezingstijd schrille stemmen hoorbaar geworden, die zich keren tegen een muiticulturele samenleving, die ontkennen dat er een verrijking uitgaat van het met elkaar leven van verschillende culturele en religieuze tradities. Daarbij hoort het te allen tijde benadrukken van het nationale eigenbelang als uiteindelijke maatstaf voor ons handelen als natie. Het is aan de godsdiensten om voor eens en altijd duidelijk te maken dat er universele doeleinden zijn, zoals de bestrijding van honger en ziekte, die nagestreefd dienen te worden, zelfs wanneer zij in botsing komen met het nationale belang. Voorwaar Sajidah en Marianne, een ontzagwekkende maar niet onmogelijke taak, in dialoog.

 

 

49. Sajidah Abdus Sattar

 

Wie is er tevreden met de wereld van nu? Criminaliteit en sociale ongelijkheid in Nederland, en elders nog erger: oorlog en geweld. Awraham Soetendorp schreef over de bestrijding van honger en ziekte wereldwijd en Marianne Vonkeman stelde onderdrukking van vrouwen aan de kaak. We kunnen er niet om heen; godsdiensten hebben gefaald in het oplossen van onze problemen en hebben vaak bijgedragen aan de ellende in deze wereld. Of gaat het daarbij wel echt om de godsdiensten?

 

Laten we even veronderstellen dat het wezen van godsdienst vooral te maken heeft met spiritualiteit, zingeving en ethiek. Dan zijn dogma's, tradities en rituelen, hoe interessant ook, niet de essentie ervan, maar slechts hulpmiddelen. Ze helpen ons ‑ ieder vanaf een eigen uitgangspunt het doel van ons bestaan te bereiken. Spiritualiteit is universeel en niet beperkt tot één bepaalde religie. Over tweedehands informatie kan worden geredetwist, maar directe ervaring bewijst zichzelf. Alleen wie verstrikt is geraakt in de verpakking van godsdienst levert nog strijd voor een sektarisch gelijk. Het is dan ook niet uit de essentie van de godsdienst dat misbruik van macht voortkomt. Geen inhoud zonder vorm, dat is waar. Maar verwar ze niet met elkaar en gooi ook niet met de verkreukelde verpakking, het eigenlijke godsgeschenk weg. Zonder spiritualiteit zouden we verdwalen in deze wereld en vooral in onszelf. Godsdienst is als een krachtig medicijn, met zo nu en dan wat bijwerkingen.

 

Juist omdat godsdienst mensen zo diep raakt en het zo'n sterke motiverende kracht is, blijkt misbruik ervan aantrekkelijk te zijn. Of het nu gaat om fanatici die in naam van de barmhartige God vrouwen mishandelen en andersdenkenden vervolgen of om mensen die zich zo uitverkoren voelen dat zij zich niets gelegen laten liggen aan de rechten van andere groepen. Of het gaat om mannen met grootheidswaanzin die hun tirannie legitimeren vanuit een religie of om de deprimerende cultus van schuld en zonde waardoor een groot deel van de mensheid verdoemd zou zijn. De excessen van een andere religie worden gemakkelijk ais bedreigend ervaren, maar wie herkent de dreiging die van de eigen gebruiken uitgaat? Moskeeën, tempels, kerken en synagogen; in de ogen van de buitenstaander zijn veel godsdienstige tradities vreemd en irrationeel. Maar betekent dat dan ook dat ze onzinnig of schadelijk zijn? Kunnen godsdiensten maar beter worden afgeschaft?

 

Ik denk dat we niet de godsdiensten als zodanig moeten beschuldigen, maar de mensen die er misbruik van maken en het vaandel van hun religie gebruiken voor oneigenlijke doeleinden. Zoals ik de Koran lees, voedt de islam op tot godbewustzijn en op grond daarvan tot rechtvaardigheid en barmhartigheid. Ik weiger enige vorm van wreedheid, onderdrukking of terrorisme als islamitisch te erkennen, want egoïsme en bekrompenheid kunnen niet godsdienstig zijn. Evenmin berust, wat mij betreft, de schuld van kruistochten en koloniale zending bij het christendom, maar bij mensen die deze godsdienst misbruikten. Hetzelfde geldt voor andere religies.

 

Ik protesteer tegen de ontheiliging van "Gods-dienst" (dienst aan God) door mensen die alleen zichzelf willen dienen. Ik klaag diegenen van de religieuze leiders aan, die in naam van hun godsdienst onrecht veroorzaken of tolereren. Ik roep iedereen die zich godsdienstig noemt op om zich te verzetten tegen haat en onderdrukking van andersdenkenden in naam van een religie. Ik teken protest aan tegen schijnheiligheid en arrogantie die in alle kringen voorkomen en die respect tussen mensen onmogelijk maken. Als mijn stem de enige is, zal niemand het horen. Maar ik vertrouw erop dat Awraham en Marianne hetzelfde doen en dan zijn we al met ons drieën. En misschien zijn er meer mensen die in eigen kring misbruik van religie aan de kaak durven te stellen, in de hoop dat godsdienst tenslotte toch een kracht voor rechtvaardigheid en verzoening zal blijken te zijn.

 

50.  Marianne Vonkeman

 

Naar aanleiding van mijn stukje over het VN rapport over geweld tegen vrouwen, kreeg ik een brief van een boze meneer die mij van jaloersheid op mannen betichtte en zelfs het vermoeden uitsprak dat je als vrouw beter af bent. Ik geef toe dat volgens het scheppingsverhaal de hogere soorten het laatst werden geschapen, maar om te concluderen dat de heren nog niet helemaal af zijn, dat gaat me wat ver. Er was een lieve mevrouw die vond dat we vooral niet moeten vergeten dat mannen ook lijden. Naar mijn idee bestaat er weinig kans om ook maar hun minste pijntje over het hoofd te zien, maar het zij genoteerd. Verder vertelden of schreven velen mij hun bijval en stuurden allerlei eigen verhalen mee. Met name de afkeer van godsdiensten met hoge heren en heilige boeken bleek herkenning te vinden.

 

Is de tijd voor de religies niet voorbij, zoals bijvoorbeeld Karen Armstrong meent? Het lijkt mij zinvol om deze vraag niet direct met ja of nee te beantwoorden. Er is een oude stroming in het christendom die de geschiedenis opdeelt in een periode van "de Vader" (tijd van wetten en regels), "de Zoon" (tijd van instituten) en een periode van "de Geest", waarin de godsdiensten opgeheven worden omdat de goede regels van God door zijn Geest in ieders' hart gegrift zullen zijn. Er zijn heel wat mensen tegenwoordig die menen dat de neergang van het institutionele gezag tevens deze derde fase inluidt. Wat niet wil zeggen dat het allemaal dan maar 'vanzelf' goed zal komen. De Geest van God is in de geschiedenis zowel mannelijk als vrouwelijk voorgesteld, dus dat zou in ieder geval een stap vooruit zijn..

 

Het lijkt mij te simpel om te zeggen dat niet de godsdiensten maar de mensen schuldig zijn aan de negatieve gevolgen van godsdienstige gebruiken of dogma's. Sajidah noemt de vorm van een godsdienst de soms verkreukelde verpakking waarin het godsgeschenk tot ons komt. Dat is een mooi beeld. Maar de vraag blijft: wie bepaalt wanneer een verpakking verkreukeld is of niet? Zijn vorm en inhoud wel te onderscheiden? Hoort bijvoorbeeld een heilig boek (Tora, Evangelie, Koran) bij de vorm of bij de inhoud van het geloof? Hoe is dat in de islam? Zijn de mensen die T-shirts verbranden omdat er Koran-teksten opstaan met de vorm of met de inhoud van hun geloof bezig?

 

Awraham ziet ons het liefst multi-cultureel en in eigen gedachten verdiept op weg gaan naar de berg van God. Iedere traditie heeft haar eigen openbaring, bekeringsdrang is uit den boze en het jodendom is voor de joden. De kerk waartoe ik behoor heeft in haar kerkorde van 1951 heel terecht 'zending tot Israël' vervangen door 'gesprek met Israël'. Dat was nog voor mijn geboorte, dus ik weet eigenlijk niet beter dan dat dit de wijze is waarop de kerk zich wenst te verhouden tot Israël (en hopelijk ook tot moslims). Toch roept Awrahams principiële weerstand tegen niet-joden die tot het jodendom over willen gaan vragen bij mij op. Het joodse volk is uitverkoren onder de volkeren voor de specifieke taak om de tora te onderwijzen, schreef hij eerder. (Is dat trouwens ook geen vorm van zending?) Mijn vraag is: hoe meent hij dat de tora volbracht kan worden zonder dat men deel heeft aan het warmkloppende hart van het geloof, de spiritualiteit? Zonder dat men de steun en inspiratie van een gemeenschap ervaart?

 

Want dit is één van de redenen waarom ik voorlopig mijn eigen godsdienst met al haar tekortkomingen nog niet overboord gooi. Het zijn de mensen met wie ik samen een weg ga, die het met mij uithouden (zelfs de mannen..) en zonder wie mij de kracht zou ontbreken om te rouwen als het nodig is, woedend te zijn wanneer dat nodig is en feest te vieren omdat er zoveel moois en goeds is.

 

51. Awraham Soetendorp

 

Een van de meest bevredigende ervaringen voor mij is het spreken op middelbare scholen. De belangstelling is waarachtig en intens. De reacties zijn zo bemoedigend. Deze scholieren stellen mij in staat om dit zo schrijnende bevrijdingsjaar met optimisme door te komen. In mijn lezingen leg ik ook de nadruk op de wenselijkheid om binnen het onderwijsrooster vertegenwoordigers van de verschillende spirituele tradities hun verhaal te laten vertellen. Het inzicht dat meerdere wegen voeren naar de waarheid versterkt de tolerantie en de bereidheid om zich in zetten voor een pluriforme samenleving.

 

Onlangs kwam een leerling naar mij toe met een ongemakkelijke vraag. Hij was het geheel eens met de teneur van mijn verhaal en toch viel hij uit de boot. Voor hem bestond immers er maar één weg, één waarheid en die voerde naar Jezus, de Messias. Van hem kon toch niet verwacht worden dat hij zijn levensovertuiging zou wijzigen. Maar was hij met deze opvatting een sta‑in‑de‑weg van een tolerante samenleving? Hij raakt de kern van de zaak.

 

Waarom propageer ik een moratorium op actieve zending? Wij dienen onszelf en elkaar na duizenden jaren van godsdiensttwisten op te voeden tot de aanvaarding van het feit dat mijn godsdienstige weg voor mij de enige mogelijke is, maar niet de enige die voert naar de waarheid. Het gaat natuurlijk niet om alles gelijkschakelend relativisme. Juist vanuit de versterking van de eigen identiteit stel je jezelf in staat meer de ander in waarachtigheid tegemoet te treden. Of om het in chassidische trant te zeggen: als ik ik ben omdat jij jij bent en jij jij bent omdat ik ik ben, dan ben ik niet werkelijk ik en jij niet werkelijk jij. Maar als ik ik ben omdat ik ik ben en jij jij bent omdat jij jij bent dan ben ik werkelijk ik en jij werkelijk jij.

 

Ik heb van jullie, Sajidah en Marianne, nog geen reactie gehoord op mijn herhaalde oproep om te komen tot een tijdelijke opschorting van actieve zending. ik wil natuurlijk niet de weg afsnijden voor wie dan ook die op persoonlijke gronden, geheel uit zichzelf zich tot een andere godsdienst dan die waarin hij geboren is wil bekeren. Maar het gaat om de bestrijding van de arrogantie, de bron van zoveel onmin, dat mijn waarheid objectief de enige mogelijke waarheid is. Marianne, er is niets in mij dat wil dat jij de bron van kracht om te rouwen, woedend te zijn en feest te vieren over boord zou gooien terwille van de joodse spiritualiteit. Ik wil wel met hart en ziel de bronnen van het jodendom tonen, je mee laten laven aan de inzichten van de tora en ik doe dat met des te meer vrijheid en openheid omdat ik in het geheel niet het oogmerk heb jou te willen bekeren.

 

Maar hoe kan de tora volbracht worden zonder dat m'n deelgenoot deel heeft aan het warm kloppend hart van het geloof, de spiritualiteit, vraag je. Moses Mendelsohn had daar een eenvoudig antwoord op. Er zijn opdrachten tot rechtvaardig handelen gegeven in de tora waartoe de hele mensheid wordt opgeroepen en er zijn rituele wetten en bepalingen aangaande het innerlijke spirituele leven die slechts door het joodse volk dienen te worden gehouden. In een belangrijk opzicht ben ik het met hem eens. Maar kunnen wij opdrachten tot rechtvaardig handelen volledig scheiden van de spiritualiteit ‑ de innerlijke kant van de handelingen, de bron, de bezieling. Ik betwijfel het. Jouw kerk, Marianne, heeft al in 1951 de zending tot Israël vervangen door gesprek mèt Israël, gelukkig. Een reuzenstap vooruit. Maar blijft het dan niet vaak steken in het spreken? Wat weten wij, wat voelen wij van de spiritualieit die ons voedt.

 

Zouden wij in onze ontmoetingen niet veel meer aandacht moeten besteden aan de liturgie, de muziek, het ritueel, de meditatie, de dans, de nonverbale communicatie? Orthodoxe collega's hebben enige jaren geleden verkondigd dat joden en christenen niet samen kunnen bidden. Ik ben het daar niet mee eens maar heb wel moeite om gemeenschappelijke vormen van gebedsdienst te vinden waarin ik mij thuis blijf voelen. Hoe kunnen wij de spiritualiteit van elkaars geloven, Marianne en Sajidah, binnentreden zonder dat het de intimiteit stoort?

 

52. Sajidah Abdus Sattar

 

Dialoog voeren is verdraaid hard werk; steeds weer nadenken over je eigen zekerheden en de vanzelfsprekendheden van anderen. Het vereist voortdurend luisteren naar je gesprekspartners en het steeds weer opnieuw verwoorden van je eigen visies. Vooral bij dat laatste stuit ik op heel wat weerstand en diepgewortelde vooroordelen. Een ontspannen, vanzelfsprekende acceptatie ontmoet ik niet zo vaak. Het merkwaardige is dat we aan de ene kant op zoek zijn naar iets herkenbaars ‑ desnoods iets negatiefs ‑ omdat daarmee de ander begrijpelijker, en dus minder beangstigend, wordt. Tegelijkertijd willen we onze specificiteit koesteren en de grenzen van wat eigen is verdedigen tegen het vreemde van de ander. De spanning tussen de hang naar vertrouwdheid en het als 'vreemd' definiëren van buitenstaanders vormt een moeilijk te overwinnen drempel wanneer we willen delen in elkaars spiritualiteit.

 

In dat licht interpreteer ik de opmerking van Marianne Vonkeman, wanneer zij zegt dat zij haar eigen godsdienst niet overboord wil gooien. Niemand had dat van haar gevraagd. Het proces van dialogeren betekent niet een verwatering van standpunten of de vermenging van godsdiensten tot een kleurloze soep. Hoe dieper iemand geworteld is in zijn of haar eigen traditie, des te interessanter die persoon is als gesprekspartner.

 

We praten met elkaar ‑ joden, christenen en moslims in Nederland ‑ en dat is uitstekend, ook al weten we vaak niet precies wat we ervan kunnen verwachten. We spreken vanuit onze godsdiensten, maar blijven daarbij ook ons individuele zelf. Gestandaardiseerde opvattingen worden gefilterd door eigen meningen en persoonlijke ervaringen. Ook wat ik schrijf komt voort uit wat ik zelf meemaak. Ik constateer dat de islam vaak slecht wordt begrepen en voel me geroepen informatie te geven. Een andere keer voel ik me persoonlijk en als moslim aangevallen en reageer dan defensief. We hebben allemaal zo onze tere plekken en het is niet meer dan fatsoenlijk om daar rekening mee te houden. Toch zal uiteindelijk alles besproken moeten kunnen worden. Awraham Soetendorp verwacht een nog duidelijker antwoord dan ik gegeven heb (op 3 februari) op zijn voorstel voor een moratorium op zending. Dus zal ik daar opnieuw op ingaan.

 

Een officieel moratorium op zending is volgens mij praktisch gezien niet haalbaar. Niet alle godsdienstige groeperingen kennen een centrale instantie of een autoriteit die een dergelijk moratorium kan onderschrijven. De katholieken hebben hun paus en veel protestantse kerken zijn vertegenwoordigd in een Wereldraad, maar de meeste moslims erkennen geen menselijke autoriteit in geestelijke zaken. Met wie zouden dan afspraken moeten worden gemaakt? Bovendien, wat wordt er verstaan onder zending? Opdringerigheid, pressie en geweld zijn zondermeer af te keuren. In de Koran staat nadrukkelijk: la ikraha fi’d-dien 'Er is geen dwang in de godsdienst'(K. 2/255). Maar wie zou iemand verbieden over zijn of haar diepste overtuiging te spreken, zolang er ruimte blijft voor andere visies en meningen? Christenen hebben altijd al gemissioneerd. Het verkondigen van hun boodschap hoort, naar hun zeggen, tot het wezen van hun godsdienst. Kan er van hen dan verwacht worden dat zij dat principe loslaten, of kunnen we beter spreken over ethische normen waaraan men zich bij zending heeft te houden?

 

Ik kan me voorstellen dat vooral joden die, zoals Awraham heeft uitgelegd, zelf geen bekeringsdrang hebben, de druk van anderen zeer storend vinden. Hetzelfde geldt ook voor moslims die, hoewel iedereen welkom is om toe te treden tot de islam, nauwelijks georganiseerde missionering kennen. Volgens de Koran is het bekeren van joden en christenen niet nodig, al wordt het betreurd dat zij Mohammed niet als profeet erkennen. Mijn voorstel is dan ook anders. Ik pleit voor wederzijds respect, matiging van zendingsmethoden en waardering voor de spiritualiteit in elke godsdienst.

 

53. Marianne Vonkeman

 

Vandaag is het Goede Vrijdag. Het is de dag waarop Jezus riep: God, mijn God, waarom heb je mij verlaten? en hij stierf, gedood door religieuze en politieke machthebbers in Jeruzalem. Na hem zijn er duizenden joden geweest die deze dag leerden vrezen. Zij verborgen zich in hun huizen of in de bossen om uit handen te blijven van wraakzuchtige christenen. Vanavond in onze kerk mediteren we over het onschuldig sterven van Jezus, de jood wiens rechtvaardigheid bij één van zijn beulen de uitspraak ontlokte: "werkelijk, deze mens was een zoon van God." Vanavond horen we God klagen hoe Hij steeds weer goed doet aan ons en hoe wij iedere keer weer zijn goedheid met haat en verwerping beantwoorden. Alleen als wij ons door de aanblik van wat we aanrichten laten veranderen, wordt Jezus ónze Christus, ónze verlosser. Een vergeven zonde is een zonde die we niet meer doen. Zo is de kruismeditatie pas een spiegel als de hele geschiedenis, ons persoonlijke verhaal en al het onrecht wat er nu nog gaande is, er in te zien is. Niet om onszelf somber te maken, of een overdreven schuldgevoel aan te praten, maar om een kracht tot verandering, tot omkeer, in ons te bevrijden. Want het kan anders. Het kan zoals Jezus het deed. Omkeer en bevrijding vormen het hart van de spiritualiteit van Goede Vrijdag.

 

Het lijkt me voor een jood - en misschien ook voor een moslim - vrijwel onmogelijk om deel te nemen aan de christelijke rituelen van dit Paasweekend. Daarvoor is er teveel onschuldig bloed gevloeid. Ik vind het verschrikkelijk dat het zo is. Ik hoop dat het ooit anders zal zijn. Alleen daarom al zou een moratorium op christelijke bekeringsdrang goed zijn. Maar, zoals Sajidah al schrijft, er is geen overkoepelende instantie bevoegd zoiets voor alle christenen te verordineren. Getuigenis afleggen van de rijkdommen die men in de eigen godsdienst gevonden heeft, dat lijkt mij wel een goede zaak. Dat is met hart en ziel elkaar de bronnen tonen en elkaar laven aan de inzichten van tora, evangelie, koran.

 

Kunnen wij de spiritualiteit van elkaars geloven binnentreden zonder dat het de intimiteit stoort? vraagt Awraham. Of zonder verwatering of vermenging van godsdiensten, in Sajidah's woorden. (Het al dan niet overboord gooien van mijn godsdienst heeft niets te maken met de godsdienst-dialoog, zoals ze meende, maar met de verminkingen en tekortkomingen die ik in religies konstateer - maar dat terzijde).

Afgezien van de zware last van de geschiedenis die onbevangenheid bemoeilijkt, is dit binnentreden wel mogelijk zonder overname van de vormen die de geloofsbeleving dragen? Is het mogelijk om de geloofsbeleving van moslims werkelijk te waarderen (dat betekent: op waarde kunnen schatten) zonder deelname aan de rituelen?

 

Awraham vindt, net als ik, dat de innerlijke kant, de bron van het handelen, niet gescheiden kan worden van de tora-opdrachten die ook voor niet-joden gelden. Maar wat moeten (of mogen) niet-joden dan met de rituelen, wetten en bepalingen die nou juist het innerlijke spirituele leven van het jood-zijn vormen?

In het jodendom is er een ritueel gebed, het kaddish, dat gezegd wordt na een overlijden. Tijdens een tijd van grote rouw in mijn leven was dit het enige gebed dat voor mij toereikend was. In mijn eigen traditie kon ik geen gebed zo diepgaand en rechtdoend vinden. Driemaal bad ik het en voelde mij verbonden met allen die deze woorden ooit spraken. Iedere keer was er meer licht. Op gedenkdagen bid ik het nog steeds. Toch voel ik er een zekere schroom over. Ik weet dat dit joodse gebed gezamenlijk gezegd dient te worden. Maar ik ben geen deel van een joodse gemeenschap. Wat vind je, Awraham, is dit een oneigenlijk gebruik van jullie traditie? Is dit inlijving of is dit verrijking?

 

Er zijn een paar honderd leerhuizen waarin christenen zich oriënteren op het jodendom. En tientallen kerken nodigen momenteel moslims uit voor gesprek en kennismaking. Het valt te hopen dat deze kontakten zullen bijdragen aan een tijd waarin Goede Vrijdag ook een goede dag voor moslims en joden zal zijn.

 

54. Awraham Soetendorp

 

Nauwelijks twee weken geleden wandelden Sira en ik door de straten van Jericho. Mijn aanvankelijke onrust was verdwenen en ik koesterde mij in de gastvrije bejegening van Palestijnse politie-agenten met wie ik ongedwongen sprak over de nieuwe toekomst van onafhankelijkheid. Om ons heen bouwactiviteiten en nieuw omgeploegde akkers, tekenen van bestendige vrede. Later in Jeruzalem beschreef ik Jericho waar naartoe Palestijnse en Israëlische ordebewaarders broederlijk naast elkaar het verkeer regelden als een eiland van belofte in een zee van geweld.

 

Toen ik deze tekst naar Nederland aan het faxen was hoorde ik de berichten over de aanslagen bij Gaza via de harder aangezette radio. De volgende dagen werd Israël in rouw gedompeld om het verlies van weer jonge mannen en vrouwen en de wetenschap dat men zich uiteindelijk tegen deze vorm van zelfmoordgeweld niet kon wapenen. Hoop en wanhoop, zo dicht tegen elkaar dat zij in het gemoed elkaar blijvend aanraken. Jizhar Smilanski schrijft deze week: “Hoe is het mogelijk dat zij (de Palestijnen) zonder hoorbare tegenspraak de zelfmoordstrijd aanvaarden. Hoe is het mogelijk dat ze er niet tegen in opstand komen als een kind tot een bom wordt gemaakt...” Een samenleving die integendeel deze daad het toppunt van vaderlandsliefde beschouwt, kan geen gesprekspartner zijn.

 

Deze verscheurde woorden van Jizhar dienen door Palestijnse leiders des te serieuzer genomen te worden omdat juist hij jarenlang hèt symbool geweest is van het zelfkritische Israël, dat bereid is tot het doen van territoriale concessies terwille van veilige vrede. In 1948, midden in de onafhankelijkheidsoorlog veroorzaakte hij een schok in de publieke opinie met de publikatie van het verhaal 'De gevangene'. Daarin hekelde hij de nodeloze gevangenneming en ruwe behandeling van een duidelijk onschuldige Arabische schaapherder. Hij schildert de vertwijfeling van de hoofdpersoon. “Laat hem gaan, waarom niet. Het is de enige menselijke daad... Hoe kan ik het doen. Trouwens, dit is oorlog en hij is van de andere kant, die tegen ons vecht. Maar is hij een soldaat? Was er een zwaard in zijn hand?” Jizhars verhaal werd toen verstaan als een pleidooi om ook in de oorlog de menselijke norm te handhaven. Nu doet hij vanuit nieuwe vertwijfeling een hartstochtelijk beroep op de geestelijke leiders van de islam om deze waanzin een halt toe te roepen. Ik weet hoeveel moed daarvoor nodig is. Maar zonder het tonen van die karaktervastheid is het vredesproces een reëel gevaar.

 

Ik citeer uit een recent gedicht van een jonge Israëlische soldaat: “En wanneer mijn bloed de aarde van Palestina zal natmaken zullen mijn vrienden weten dat zij zich vergist hebben en zij zullen naar mijn ouders gaan om hen te troosten.” Sajidah, jij hebt natuurlijk gelijk dat een officieel moratorium op zending praktisch niet op korte termijn haalbaar is. Maar het gaat mij ook om het samen inslaan van de weg naar dit doel toe, vanuit de overtuiging dat er meer wegen naar de waarheid zijn. En het is op die weg van levensbelang voor het redden van het vredesproces dat door dragers van de islam op grond van het wederzijdse respect, dat het grondpatroon vormt van de Koran, protest wordt aangetekend tegen deze omkering van alle waarden van de religieuze overtuiging. Ik weet dat het gemakkelijk praten is vanaf de luxe veiligheid van hier en dat heldenmoed vereist is daar. Sajidah, laten we ons laten inspireren door onze wederzijdse inspiratiebronnen om hoop te behouden en naar verzoening te reiken.

 

Een ontmoeting van drie religies die stammen van Abraham, in Jericho, tezamen met velen uit andere spirituele tradities in Jericho en Jeruzalem. Dat is mijn droom. Marianne, ik beschouw jouw keuze voor het kaddisj een verrijking, zoals het voor jou was, een versterking van jouw eigen persoonlijk gebed. Ik zou er echter problemen mee hebben als je dit gebed in de reguliere dienst zou plaatsen. Zo is het voor ons allemaal aarzelend aftasten van elkaars spirituele traditie. Maar we moeten het wel durven. Opdat vanuit die spiritualiteit de kracht wordt gevonden naar het leven toe, voorbij de destructie.

 

 

 

55. Sajidah Abdus Sattar

 

Het is een tijd van gedenken en van vieren. Eerst krijgen we 4 en 5 mei, enkele dagen later gevolgd door het islamitische offerfeest. Bij de dodenherdenking en het bevrijdingsfeest is onze aandacht gericht op de afschuwelijke gevolgen van oorlog. Vanzelfsprekend gaat het op de eerste plaats om de vreselijke slachtpartijen, martelingen en moorden. Maar ook geweld dat niet fysiek van aard is, kan moordend zijn. Het machteloos gadeslaan van wreedheden, vernedering, onderdrukking, het verlies van individuele en collectieve vrijheid. En het is nog steeds niet afgelopen. Wie de nieuwsberichten volgt, weet van de steeds weerkerende waanzin van de mensen. Lang niet iedereen heeft een bevrijdingsfeest te vieren.

 

En dan komt het islamitische offerfeest, dat mijns inziens even zeer door joden en christenen als door moslims betreft. Het is het feest van de unieke, persoonlijke relatie tussen God en mens. Ook al zijn we nogal eens geneigd Hem voor ons eigen karretje te spannen, God is niet het eigendom van een enkele groepering. In de Almachtige gaat universele aanwezigheid samen met intimiteit; een nauwe band, maar niet benauwend. Tegenover de gedwongen, vernederende overgave aan menselijke overheersers staat de vrijwillige, nederige overgave van Abraham en zijn zoon aan de barmhartige Heer. Daaraan ligt niet geweld, maar overtuiging en gehoorzaamheid ten grondslag. Ook Abraham is niet van slechts één godsdienst, maar is een voorbeeld voor alle mensen.

 

In de Koran wordt verteld dat hij zijn familie verliet en op pad ging om zijn Heer te dienen. Eindelijk, na vele jaren, kreeg hij een zoon. En juist die zoon, zo werd hem in een visioen gevraagd, diende hij op te offeren. Hoe zou hij het de jongen vertellen? Hij zou een beroep kunnen doen op zijn vaderlijke autoriteit, maar dat zou een vorm van dwang zijn. In de Koran wordt het als volgt verteld: "Hij zei: "Mijn zoon, ik zie in een droom dat ik je zal offeren." Hij (de zoon) zei:"Doe wat u is opgedragen. Ik zal, als God het wil, geduldig zijn." En toen zij beiden hun overgave (aan God) beleden hadden en hij hem op zijn voorhoofd had neergelegd, riepen Wij (God) hem toe: "Abraham, je hebt je visioen in vervulling gebracht. Zo belonen Wij hen die goed doen. Dit was duidelijk een beproeving." (K. 37/102‑106)."

 

Het sleutelwoord in de Koran‑versie van het verhaalde is overgave ‑ in het Arabisch: ‘islam’. Daarmee wordt niet ‑ juist niet ‑ die ene specifieke religie bedoeld, maar het godsgeloof van Abraham. Gelovige joden en christenen worden in de Koran hoog gewaardeerd. Echter, de exclusieve aanspraak op de enige ware weg wordt gecontrasteerd met het fundamentele monotheïsme van onze aartsvader. Klaarblijkelijk in reactie op een discussie werd aan Mohammed deze richtlijn geopenbaard: "Zij zeiden: 'Wordt joden of christenen om u te laten leiden.' Zeg: 'Nee, de godsdienst van Abraham, de godzoeker; hij aanbad niets behalve God.'

 

Maar zijn we tegenwoordig niet te diep teleurgesteld in godsdiensten en zijn we het idealisme niet moe? Wat hebben godsdiensten als oplossing te bieden voor de ziekelijke neiging tot verdeeldheid en de weerzinwekkende honger naar geweld die de mensheid blijven kwellen? De nieuwsberichten maken me haast moedeloos.

 

En toch weiger ik de hoop op te geven. Ik meen wel degelijk een relatie te hebben met God en ik geloof ook nog steeds in mensen. Ook ben ik bereid te accepteren dat God ons niet bij wijze van tijdverdrijf heeft geschapen, maar met een bepaalde bedoeling. Hoe onbegrijpelijk het soms is, zelfs lijden en beproeving moeten een betekenis hebben. Bevrijding van de nazi's betekent niet automatisch echte vrijheid, want hoe kunnen we ons vrij noemen zolang we nog slaven zijn van onze eigen duistere trekken. Maar toch, hoera voor de vrijheid en hoera voor de kans op bezinning en de hoop op inzicht in de ware aard van vrijheid en lijden.

 

 

 

56. Marianne Vonkeman

 

Bevrijdingsdag. Met dankbaarheid vier ik het feit dat ik niet in de Arische monocultuur van de nazi's opgroeide. Soms oefen ik mijzelf in het indenken van hoe dat zou zijn geweest, om even zelf te voelen hoe niet-vanzelfsprekend vrijheid is. Ik luister naar de verhalen van mijn ouders en proef hoe bang ze zijn geweest, toen, onder die vreemde overheersing. Deze angst beantwoordt mijn vragen: Waarom deed niet iedereen een jodenster op? Waarom ging niet iedereen in staking? Hoe is het mogelijk dat groepen binnen een bevolking zo apart gezet kunnen worden?

 

Deze - ook nu nog actuele - vragen voeren me naar het zogeheten zondebok-mechanisme. Als de joden de nazi-haat aantrekken, laten ze óns met rust... Als we alle buitenlanders het land uitzetten, lossen de problemen van werkgelegenheid, vandalisme en drugsoverlast vanzelf op... Als mijn zus niet met zo'n man was getrouwd, hadden we nooit ruzie in de familie.. De problemen en moeilijkheden worden geprojecteerd op iets of iemand anders, de zondebok. Het verwijderen (of doden) daarvan lost de moeilijkheden op. Er moet iets plaatsvervangends geofferd worden om een 'hoger' doel te bereiken. En dat 'hogere doel' heeft altijd iets te maken met mono-cultuur.

 

Op 9 mei begint het islamitische offerfeest. Het offer van Abraham wordt daarin herdacht. De "vrijwillige en nederige overgave van Abraham en zijn zoon aan de barmhartige Heer", zoals Sajidah het omschreef. In de islamitische traditie is het Ismaël, de zoon van Hagar die geofferd moet worden, de stamvader van de Arabieren. In de joodse traditie is het Izaäk, zoon van Sara, de latere stamvader van Israël, wiens leven door God gevraagd wordt. Dit offerverhaal is model geweest voor één van de christelijke interpretaties van de dood van Jezus: God de Vader offert zijn zoon voor het welzijn van de wereld. Jezus, die later de geestelijke 'stamvader' werd van allerlei volken, was de definitieve zondebok die een einde maakte aan dergelijke offerpraktijken. Tenminste, dat was de bedoeling....

 

Nu gaat het mij niet om een abstracte discussie. Het gaat me om het godsbeeld achter dit offerdenken en om de uitwerking die dit heeft. Wat voor God vraagt de dood van je kind, zelfs al redt Hij hem op het nippertje? Wat voor God vraagt de dood van zijn eigen zoon? Dat is toch eigenlijk weerzinwekkend? Het lijkt me dat het klakkeloos navolgen van deze verhalen desastreuze gevolgen heeft. Als Abrahams - en Jezus' - nederige gehoorzaamheid op deze wijze tot voorbeeld van de gelovige wordt gesteld, leidt dat dan niet rechtstreeks tot kruistochten en zelfmoordcommando's en oorlogen om heilig land? Want daar ging en gaat het ook om opoffering voor 'Gods zaak'. En leidt het niet tot een slachtofferdom, waarin mensen als een 'lijdende knecht des Heren' zich niet verzetten tegen aangedaan onrecht of lijden dat hen overkomt?

 

'Hoera voor de kans op bezinning en de hoop op inzicht in de ware aard van vrijheid en lijden', schrijft Sajidah. Het lijkt me van het grootste belang dat wij als joden, christenen en moslims nadenken over offers, plaatsvervanging en godsbeelden. De verhalen in onze tradities hebben onze culturen gevormd en ook misvormd. Tegelijk omspelen ze motieven die ouder zijn dan onze godsdiensten. De neiging om via een zondebok onze eigen problemen af te reageren of op te lossen is een oer-menselijk gegeven dat vandaag de dag nog even actueel is als in Abrahams tijd. Evenals de neiging om het slachtoffer-zijn tot identiteit te maken. Want er wordt heel wat misplaatst opgeofferd. Kinderen die de relatie van hun ouders in stand houden door inlevering van hun eigen identiteit. Vrouwen die hun eigen stem nooit vinden doordat zij zich wegcijferen voor hun gezin. Mannen die hun zelfrespect en hun gezondheid inleveren om hun baan te behouden. Wat is de prijs van de vrijheid? Wanneer is een offer een goed offer? En vooral: welke God dienen we?

 

Geen mono-cultuur. Geen land van alleen ariërs die hun alles-verslindende Germaanse goden van een nieuw jasje voorzien. Godzijdank zijn we daarvan bevrijd. Of zijn we dat wel echt?

 

 

57. Awraham Soetendorp 

Op 5 mei 1945 liep mijn pleegvader Van der Kemp de keldertrap af naar het hulpgeroep buiten. Hij was gewoon te helpen, heel die oorlogsperiode door, met bonkaarten, met bergen van onderduikers. Ik, een peuter van tweeëneenhalf jaar, klom achter hem aan om voor het eerst de buitenlucht te zien. Vonny, mijn joodse pleegzusje, en ik hadden twee jaar lang in de kelder doorgebracht, met liefde omringd door onze pleegouders. Er werd geschoten, een laatste stuiptrekking van het zich terugtrekkende Duitse leger. Mijn pleegvader werd dodelijk getroffen. Zijn nagedachtenis strekke tot zegen.

Het heeft vele jaren geduurd voordat ik dit verhaal heb kunnen vertellen. Wat mij geholpen heeft is de realisering dat het gaat om weliswaar de meest intieme ervaring, maar wel een met universele strekking. De mens is zo geschapen dat wij in de eerste levensjaren niet in staat zijn op eigen benen te staan. We zijn nog volledig afhankelijk van de zorg en steun van volwassenen. Ons overleven is afhankelijk van de keuze die anderen maken om de deur voor ons open te houden of dicht te slaan. Als mijn moeke om haar moverende redenen de verzetsman met het koffertje waarin ik als baby lag, gevraagd had haar deur voorbij te gaan, dan was ik naar alle waarschijnlijkheid een van de anderhalf miljoen joodse kinderslachtoffers geweest die de menselijke nazimachine verwoest heeft.

De statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn onverbiddelijk: twaalf miljoen kinderen zullen dit jaar sterven aan de gevolgen van longontsteking en dysenterie tenzij medicijnen en schoon water hen op tijd bereiken; de deur naar leven wordt door ons voor hun open gezet.

De scholieren die ik deze weken van herdenken heb mogen toespreken, hebben mij getroost met hun diepe aandacht, het betonen van interesse en stellen van vragen waarin de wil om nu alert, nu weerbaar te zijn tot uiting komt. En met het weergeven van deze positieve ervaringen op scholen heb ik joodse bejaarden weer kunnen troosten. Het geheugen wordt niet weggerukt, de lessen uit de geschiedenis zullen worden geleerd tot in lengte van jaren, mits de vijfde mei niet losgemaakt wordt van de vierde mei. Natuurlijk zou het karakter van vijf mei dienen te bestaan uit een oriëntatie op vrijheid en onvrijheid in onze samenleving zoals nu al jaren terecht het geval is. Maar het moet herkenbaar blijven als de dag van bevrijding van de tirannie die in '40-'45 ons land overheerste.

De viering van de uittocht van Egypte staat al duizenden jaren symbool voor het streven naar vrijheid in elke generatie. Maar het heeft zijn kracht behouden omdat het voor altijd verbonden is gebleven met de historische ervaring van die nacht, vijfendertighonderd jaar geleden, toen we wegtrokken vanuit de schaduw van de piramides, symbolen van dood, naar het leven toe. Ik ben het hardgrondig met Marianne eens dat wij als drie monotheïstische religies, als kinderen van Abraham, kritisch moeten bezien wat gezegd wordt in onze tradities over 'offers, plaatsvervanging en Godsbeeld'. Het islamitische offerfeest kan als waarschuwing gelden dat wij niet te gemakkelijk de werkelijkheid aanvaarden waarin offers nu eenmaal gebracht moeten worden omdat er leven is. De belangrijkste les vanuit de geschiedenis van de gezamenlijke gang van Abraham en Jitschak, Abraham en Jismael is dat uiteindelijk het offer niet gebracht hoefde te worden. “Steek je hand niet uit naar die jongen, doe hem niets aan”. God wil niet de dood maar het leven. Het graf van de onbekende soldaat mag niet de uitdrukking zijn van een onwrikbare natuurwet, van het onontkoombare offer van het leven dat door elke generatie gebracht moet worden. Genoeg bloedvergieten, genoeg.

“Als u met de tijdmachine terug zou kunnen gaan naar de oorlogstijd, wat zou u dan doen?” vroeg gisteren een leerling. Hoe vaak heb ik daar niet van wakker gelegen. Hoe had ik de hand van de verdelger niet willen tegenhouden. De woede en het verdriet om de dood van mijn pleegvader en al die anderen drijft mij nu voort. De onbelaste toekomst in. Lechajem naar het leven toe.

 

 

58. Sajidah Abdus Sattar

 

Godsdienstige tradities spreken elk een eigen taal. De waarde van religieuze verhalen en rituelen ligt in hun vermogen om de benauwdheid van ons alledaagse, ingesleten denken te doorbreken.

 

Zonder pijnlijke prikkels en schokken die ons tot bezinning brengen verschralen wij ongemerkt. Wij zijn als verweesde prinsen en prinsessen, die geen besef hebben van de enorme erfenis waarover wij eigenlijk beschikken. De mogelijke grootsheid van inzicht, diepte van gevoelens en weidsheid van bewustzijn blijven buiten het bereik van verkrampte realisten en materialisten. Religieuze symbolen zijn sleutels waarmee we de poort naar innerlijke vrijheid kunnen openen. Leven in een godsdienstige traditie is onder meer het leren verstaan van die symboliek. En hoewel vrijheid voor de meeste mensen zoiets betekent als de gelegenheid te doen wat je wilt, is het toch eigenlijk het kunnen zijn wie je bent. Ontdekken wie we werkelijk zijn, dat is een levensopdracht.

 

Het beeld van het offer is in alle godsdiensten te vinden. Abrahams offer was niet het levende vlees van zijn zoon, maar het aanmatigende ego. Vandaar dat het offer volbracht was nog voordat het mes zijn zoon raakte. Het was geen wreedheid van God om een dergelijk offer te verlangen, maar een gunst. Met de christelijke beeldspraak van de Volmaakte die een goddelijke zoon heeft en hem een pijnlijke, vernederende kruisdood laat sterven kan ik niet overweg. Deze zwaar te verteren paradox was een van de redenen waarom ik voor de islam heb gekozen en niet voor het kerkelijke, theologische christendom.

 

Maar welke weg en welke discipline iemand ook kiest, het beeld van het offer is universeel. Wel veronderstelt het vermogen om te offeren enig eigendom. Men kan immers niet iets offeren - geven - dat men niet bezit. Maar een man als Abraham moet zich gerealiseerd hebben dat de offersteen, het brandhout, het mes en het leven van zijn zoon in werkelijkheid eigendom waren van God. Wat heeft een mens anders om te offeren dan zichzelf? En wie inspireerde hem tot dit offer anders dan God? De Schepper heeft geen behoefte aan giften en gaven; Hij is zelf de opperste gever. Offering en zelfopoffering zijn dan ook ingesteld ten bate van mensen. Door middel van discipline, bewustwording, onthechting en zelfopoffering kunnen wij ontdekken wie we werkelijk zijn. Dit standpunt is niet populair, want men hoort liever spreken over hebben en consumeren dan over opofferen en inleveren. Maar bij mijn weten heeft nog niemand alleen met luxe en gemak grootse dingen gerealiseerd. De prijs van innerlijke vrijheid is het offeren van het kleinzielige ego en het opgeven van zelfbedrog. Het is niet acceptabel om anderen voor ons te laten betalen met hun welzijn of hun leven. Het enige legale offer is het zelf-offer dat wordt op al die verschillende manieren door religies onderricht. Wreedheid in naam van een godsdienst is nooit verdedigbaar.

 

De vraag doet zich voor waarom God ons als onvolmaakte wezens heeft geschapen en waarom lijden en dood bij het leven horen. Ook al kunnen wij de goddelijke motivering niet bevatten, wij kunnen worden gerustgesteld door alle schoonheid en goedheid waaruit Gods genade blijkt. In een hoofdstuk van de Koran dat de titel 'De Barmhartige' draagt (soera 55) worden allerlei genadegiften van de Schepper opgesomd en daarbij hoort ook onze vergankelijkheid in deze wereld en het andere leven daarna. Hoe kan de dood een teken van genade zijn? “God wil niet de dood maar het leven”, schrijft Awraham Soetendorp.

 

Er is een legende over een soefi die bezoek kreeg van Azraël, de engel des doods. “Ga weg”, zei de soefi, “raak me niet aan, want ik behoor tot de vrienden van God. En ik weet zeker dat God zijn vrienden niet de dood toewenst.” Azraël verdween, maar was spoedig weer terug. “Mijn Opdrachtgever zendt u deze boodschap: Hoe kun je je mijn vriend noemen en niet popelen van ongeduld om mij te ontmoeten?” Toen smeekte de soefi: “Neem mij mee”, “neem mij mee!”

 

 

59. Marianne Vonkeman

 

"Ik wou maar dat het afgelopen was", zei de man en wierp een blik vol haat op zijn doodzieke vrouw. "De dokter zegt dat ik eraan onderdoor ga, maar ik heb haar beloofd dat ze in haar eigen bed mag sterven." Zestien jaar geleden begon zijn vrouw permanent het bed te houden - minstens tien jaar te vroeg volgens de arts. Dat was niet lang na een huwelijkscrisis. Sedertdien was hij dag en nacht verzorger en wilde dat ook niet anders. Hij offerde zijn leven en dat was precies wat zijn leven voor hem betekenis gaf. En zijn vrouw deed hetzelfde, letterlijk tot haar dood. Liefde en haat waren vermengd in hun relatie en werden beide openlijker geuit dan ik ooit eerder meegemaakt heb. Het was een zieke situatie, zonder twijfel geworteld in een duister en voorbij verleden. Maar het was ook meer dan dat. Wat ze deden voor elkaar was zinloos en zinvol tegelijk, onontwarbaar met elkaar verweven.

 

Hieraan moest ik denken toen Sajidah de 'engel van de dood' als dienaar van God beschreef. Alleen de dood was in staat te ontwarren wat in die levens aan liefde en haat ineen gevlochten was. "We geven haar uit handen, in de handen van de levende God", zeiden we bij de begrafenis. En dat was tegelijk onze bede dat er niets van het goede dat er óok in haar levensoffer had gezeten, verloren zou gaan.

 

Soms is de dood een genadegift van God, zoals Sajidah schrijft. Maar het lijden dat aan veel sterven voorafgaat, hoort voor mij niet bij de goede schepping van God. Ik vraag me af of hier een wezenlijk verschilpunt met de islam ligt. Hoe kunnen schoonheid en goedheid mij vandaag geruststellen als ik morgen lijden of dood uit Gods hand moet ontvangen (zoals ik Sajidah hoor zeggen)? Het bovenstaande voorbeeld illustreert hoe vaak wij zelf lijden veroorzaken, juist vanuit onze meest menselijke behoefte aan overgave en zinvolheid. Dan voel ik mij meer verwant met Awraham's eenduidige uitspraak: God wil niet de dood maar het leven.

 

Jezus vertelde eens een verhaal over een akker waarin koren werd gezaaid. 's Nachts kwam er een vijand en die zaaide er onkruid door heen. Toen de plantjes opkwamen zei de eigenaar tegen de arbeiders die het onkruid wilden verwijderen: "Bij het bijeenhalen van het onkruid zou je ook het koren kunnen uittrekken. Laat ze samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: haal eerst het onkruid bij elkaar en bindt het in bossen om te verbranden, maar breng het koren bijeen in mijn schuur."

 

Wanneer ik denk over goed en kwaad, zinvolheid en zinloosheid, leven en dood, dan komt dit verhaal bij mij boven. Een verhaal vol respect en zorgvuldigheid, wijze zorg en een scherpe blik waar het om gaat: het behoud van het koren. De akker is een beeld dat Jezus gebruikt voor de wereld, maar ook voor het menselijk hart. De oogst is de voleinding van de wereld. Die voleinding is niet alleen aan het einde van de tijden, of na de dood. De oogst is ook nú, zegt Jezus. En arbeiders die koren en onkruid kunnen scheiden, die de wereld helpen voltooien, zijn er te weinig.

 

Dat wat een offer vraagt, verleent ook betekenis, zin. Zonder offer geen beleving van zin. Het is een onuitroeibare menselijke behoefte om als graan gezaaid te worden en als koren geoogst. Maar een mensenleven bestaat uit graan en onkruid inéén. Deze tweeheid wordt in het christendom zichtbaar gemaakt door de 'zwaar te verteren paradox' (Sajidah) van het kruis van Christus. Daar zien we waartoe een mens in staat is. Ons leven én sterven te geven als graan, voedsel voor de wereld. Of als onkruid het leven verstikken en beroven. Beide mogelijkheden leven in onze fundamentele (en religieuze) behoefte ons bestaan voor iets anders in te zetten. Jezus' leven en dood als geschenk ontvangen is dan ook een nooit eindigend louteringsproces waarin onze eigen drang tot zelfgave gericht, gezuiverd en verwijd wordt.

 

Een mens die voor je sterft. En zo een drijfkracht tot zelfgave ontketent. Mag ik je vragen, Awraham, hoe jouw ervaring van de dood van de pleegvader die jou in de oorlog verborg, je denken over offers, schuldgevoel en dankbaarheid heeft beïnvloed en wellicht gelouterd?

 

 

60. Awraham Soetendorp

 

Vorige week nam ik deel aan het congres georganiseerd door Joods maatschappelijk werk 'Over zwijgen gesproken - brug naar de toekomst', waarin op wonderbaarlijke wijze het zo lang gestokte gesprek tussen de verschillende generaties in de schaduw van de oorlog op gang kwam. Non-verbale communicatie is in het algemeen een uitkomst. Maakt dieper contact voorbij hortende woorden mogelijk. Maar wanneer deze nonverbale communicatie het enige is dat overblijft, foto's van vermoorde familieleden op de schoorsteen, een diepe zucht wanneer een naam wordt genoemd, opkomende en weer snel verdrongen tranen bij het zien van een documentaire, werkt het verstikkend.

 

Mijn inleiding ging over 'Eer je vader en je moeder'. Ik vond troost in het eerste boek van de Tora. Wat hebben onze voorouders een puinhoop van hun opvoeding gemaakt. Adam en Chawa, Jitschak en Rifka met noodlottige gevolgen. En over zwijgen gesproken. Awraham die zijn mond vol had met overtuigingskracht, toen hij ten strijde trok tegen God om de onschuldigen in Sedom en Kemorra te beschermen (“Zal de Rechter van heel de aarde geen recht doen”) kon geen woord uitbrengen, die vroege ochtend toen hij Hagar met Jismael de woestijn in moest sturen, omdat het thuis door rivaliteit tussen Jitschak en Jismael niet meer te houden was. En op weg naar de Moria, om het uiteindelijke niet gewilde offer van zijn zoon Jitschak te brengen, stikte hij in het zwijgen. De Midrasj verhaalt dat het ook nooit meer helemaal goed gekomen is tussen vader en zoon. Zij gingen na de traumatische confrontatie - de jongen gebonden op het altaar, de vader het mes in de hand - ieder hun eigen weg. Tot een gesprek is het nooit meer gekomen. En wat te zeggen van Joseef, het verwende produkt van een mislukte opvoeding die pas na twintig jaren van verdringing het zwijgen wist te doorbreken. “Ik ben Joseef. Leeft mijn vader nog?”

 

Wij behoeven ons niet te schamen wanneer wij met vallen en opstaan de relatie met onze kinderen, onze ouders, trachten in balans te houden. Een formidabele taak na de Shoah. Kinderen die de rol overnemen en ouders worden van hùn ouders. Ouders die zich schuldig voelen omdat ze hun kinderen hebben afgegeven aan de ondergrondse, opdat zij in leven konden blijven. Maar toch. Kinderen die hun ouders blijven verwijten in de meest welsprekende stilte, dat zij hen in de steek gelaten hebben. Het kon niet anders, maar toch. Ik heb het woordeloos getracht weer te geven. “Omdat jij bent geweest waar jij bent geweest. En ik nu ben waar ik nu ben zal ik nooit helemaal zijn waar jij bent geweest. En zul jij nooit helemaal zijn waar ik nu ben. Maar we kunnen elkaar het verhaal vertellen en dat zal voldoende zijn”. In de wandelgangen zag je ouders, kinderen en kleinkinderen lopen. Fier. Bij het dansen eeuwig grenzeloos, een wervelende kring van vereenzaamden die voor elkaar broers en zusters waren geworden. Am Jisraeel chai, het volk van Israel leeft. Lamrot hakol, ondanks alles. En hoe.

 

Deze week nam ik deel aan een werkgroep discussie om te komen tot een formulering van een nieuwe ethisiche gedragscode ten opzichte van de natuur. In het vredespaleis waren vertegenwoordigers uit vele landen, culturen en spirituele tradities samengekomen. Een wereld van verschil? En toch niet. De discussies werden gepassioneerd gevoerd omdat het leven er van afhangt. Kunnen wij de verdroging, de verdorring, de mateloze uitputting van de aarde tegenhouden? In een afsluitende toespraak sprak ik over de deur die door mijn pleegmoeder opengehouden werd voor een onbekende baby. Over het levensoffer van mijn pleegvader. Ik was niet van plan om er weer over te spreken maar denkend aan de twaalf miljoen kinderen onder de zes jaar die elk jaar sterven aan de gevolgen van bestrijdbare ziekten, longontsteking, dysenterie, vaak de gevolgen van vervuild water, kon ik niet anders. Het gaat om hetzelfde kind, om dezelfde ouder, steeds weer. En om het toekijken, het gevoel van machteloosheid.

 

Op deze wijze werkt in mij, Marianne, de ervaring van mijn pleegvader die zijn leven voor mij gaf, nog altijd door.

 

61 Sajidah Abdus Sattar

 

Nu in Bosnië VN-peace keepers gegijzeld zijn, komt West-Europa eindelijk in actie. Dit is niet de eerste keer dat Westerse levens kostbaarder worden gevonden dan niet-Westerse. Des te verbazender is het dat het wapenembargo tegen de Bosniërs, de meest kwetsbare partij, niet gedeeltelijk wordt opgeheven zodat zij zichzelf kunnen verdedigen. Al in een vroeg stadium was het duidelijk dat de Serviërs een enorm overwicht aan wapens hadden. Herhaaldelijk hebben de Bosniërs gezegd dat zij niet willen dat anderen hun leven voor hen riskeren. De onuitgesproken reden is het Westerse wantrouwen tegen moslims met wapens. Karadzic maakt daar slim gebruik van. Moslims vragen zich af hoe de Westerse wereld gereageerd zou hebben als de Bosnische moslims de ergste agressoren waren geweest. Zouden zij niet veel eerder hebben geïntervenieerd of het wapenembargo hebben opgeheven voor de zwakste groep als dat christenen waren geweest?

 

Het is niet mijn bedoeling het Servische volk of de christenen te beschuldigen, maar wel dat het bestaande vijandbeeld over moslims wordt herzien. De huidige stigmatisering van moslims en islam is niet onschuldig en mag niet gebagatelliseerd worden. Er zijn mensen in Nederland die zich er niet voor generen provocerende onzin over de islam te publiceren. Een schoolvoorbeeld daarvan is de bewering van J. Brugman in HP/de Tijd (26 mei) dat de islam in oorsprong en wezen gewelddadig is en dat er nauwelijks variatie van interpretatie zou bestaan. Daarmee bombardeert hij in één klap alle moslims die zich beroepen op de spiritualiteit en vreedzaamheid van de islam tot leugenaars. Moslims en christenen die geloven dat intolerantie en moordpartijen niet passen in de geest van de islam zijn dromers volgens G. Driehuis in hetzelfde nummer. En zij zijn de enigen niet die dergelijke ideeën spuien.

 

Wie weinig van het onderwerp af weet, wordt gemakkelijk meegezogen in een kolk van islamofobie. Berichten en beelden van afschuwelijke gebeurtenissen in het Midden-Oosten suggereren dat dat de norm is in plaats van uitzondering. Voor heel veel mensen is dat het referentiekader met betrekking tot moslims en de islam. We kennen de oude, spottende beelden van joden, negers en katholieken. Door de opvoeding geïmpregneerd met stereotypen, zag men in elke joodse winkelier een voorbeeld van de ‘gierigheid van de joden’ en in elke zwarte zakkenrolIer het bewijs van de ‘criminaliteit van de negers’. Stigmatisering van deze groepen komt nog wel voor, maar wordt nu gelukkig niet meer fatsoenlijk geacht.

 

Daarentegen behoort het gechargeerde beeld van 'de gevaarlijke en achterlijke islam' nog steeds tot het geaccepteerde denken in Nederland. Sinds het lraanse doodvonnis tegen Rushdie is het kleineren en beledigen van moslims in bepaalde kringen een sport geworden. Dat moslims in Nederland niets met Iraanse beslissingen van doen hebben, verhindert niet dat zij er steeds weer op worden aangesproken en tot zondebok worden verklaard. En dan zijn er mensen die de islam niet kunnen respecteren omdat ze vasthouden aan het idee dat die godsdienst bij voorbaat mag worden veroordeeld. Alleen het humanisme of het christendom zou de moeite waard zijn. Zo lijkt hen gelijkberechtiging van religieuze groeperingen onaanvaardbaar relativisme.

 

Het is menselijk zich te identificeren met het vertrouwde en eigen overtuiging superieur te vinden. Iedereen is daartoe geneigd. De vraag is echter, in hoeverre dat leidt tot onrecht, partijdigheid en misbruik van macht. Vooroordelen vernauwen het gezichtsveld. Niemand van ons kan alles proportioneel overzien. Daarom moeten wij zo nu en dan elkaars visies lenen. Als Karadzic zegt niet met moslims in één land te willen leven, wijst hij een dergelijke uitwisseling af. De geschiedenis leert dat overdreven nationalisme en godsdienstig exclusivisme vernietigend zijn voor humaniteit en spiritualiteit. Helaas komen ze in alle kringen voor. Het zou al een grote vooruitgang zijn als we onze onzekerheid over onszelf en onwetendheid over anderen niet langer zouden verbergen achter een masker van arrogantie en zelfgenoegzaamheid. 

 

 

62. Marianne Vonkeman

 

De afgelopen weken bereidde een groep jongeren samen met mij een kerkdienst voor. Alle kerkdiensten zou ik het liefst met een groep voorbereiden, maar dat is momenteel nog niet altijd te 54realiseren. Wat mensen samen bedenken, samen verstaan in verhalen, bijdragen in vormgeving en uitvoering, is veel groter dan wat ik alleen kan doen. Het is verbazingwekkend dat dit zo vanzelfsprekende gegeven nog steeds niet richtinggevend is voor de algemene kerkelijke praktijk. De uitleg van de bijbel is nog altijd iets dat aan specialisten wordt gedelegeerd. Het gezamenlijk luisteren en leren begint vaker voor te komen. Of het voldoende is om de christelijke traditie in het westen te vernieuwen, is een open vraag. Maar dit terzijde.

 

We lazen het verhaal uit Daniël 2. De koning van Babel droomt van een groot standbeeld met een gouden hoofd en zwakke voeten. Een steen rolt tegen de voeten en verbrijzelt het hele beeld. Later legt Daniël, een gevangen joodse balling, aan de koning uit hoe God hem zelfkennis wil bijbrengen via deze droom. De droombeelden van deze koning verschillen niet zoveel van de nachtelijke dromen van mensen in onze tijd. We spraken over nachtdromen en dagdromen en levensdromen.

 

Het meest opvallende was het unanieme verlangen naar vriendschap. Geen toekomstdroom zonder vrienden en vriendinnen. Eén van de jongens zei over de droom van de koning: "Dat beeld met die zwakke voeten, dat betekent voor mij dat zijn basis niet goed was. Hij had geen vrienden." Daar spraken we over door. Over vriendschap en vrijheid. Wat moet je samen delen om vrienden te kunnen zijn en wat mag verschillen? Vrienden heb je maar bezit je niet. Wist de koning wel hoe je iets kunt hebben zonder het te bezitten? Hoe leer je dat eigenlijk? Tenslotte kwamen we bij Daniël uit. Een vreemdeling kun je nooit inlijven, je kunt er niet mee versmelten en zo in bezit nemen. Je kunt hem of haar wel gevangen nemen, zoals de koning van Babel dan ook met Daniël deed.

 

Vriendschap sluiten met een vreemdeling is misschien wel de enige manier om ooit te leren hoe wij kunnen ontvangen zonder in bezit te nemen. Vriendschap met vreemden. Zo kwamen we vanzelf bij de grote vragen van onze samenleving uit. En bij de grote mogelijkheden van deze tijd. Een oud verhaal werd een eye-opener, precies zoals het bedoeld is.

 

Een paar weken geleden vierden we het pinksterfeest. Eén van de merkwaardigste verschijnselen in het oorspronkelijke pinksterverhaal is dat mensen in vreemde talen begonnen te spreken. Dit geeft precies aan waar het bij God om draait: mensen die niet in hun eigen taalveld opgesloten blijven maar de taal van een vreemde leren spreken. Want dat is noodzakelijk als we vriendschap willen sluiten met iemand die niet aan ons gelijk is.

Awraham beschrijft de moeite met spreken die er kan zijn tussen ouders en kinderen na de Shoah. Vreemd aan elkaar geworden door het ondergane geweld. Tragisch en uiterst pijnlijk is het zwijgen tussen verwanten. "We kunnen elkaar ons verhaal vertellen, al is het met vallen en opstaan", schreef Awraham.

 

Het zwijgen tussen volken en godsdiensten is desastreus voor de hele samenleving. Ten sterkste onderstreep ik Sajidah's pleidooi voor een uitwisseling van visies. Ook ik ontvang regelmatig brieven van mensen die menen dat geweld tot het wezen van de islam behoort. Ik wil echter eerst het eigen vocabulaire van de islam leren verstaan voordat ik een oordeel vorm. Ik wil eerst moslims helemaal laten uitspreken - net zolang totdat zij zelf de indruk hebben verstaan te worden. Hoe kunnen we ooit samen een maatschappij vormgeven als we elkaars taal niet verstaan? Dan houdt onze samenleving zwakke, verdeelde voeten. Dan zou het gouden hoofd van onze welvaart weleens topzwaar kunnen worden. Dan zou er ook weleens een 'steen kunnen losraken' zoals in Joegoslavië gebeurde, die de hele samenleving vernietigt..

 

Sajidah, hoe wordt er in de moslimgemeenschap in Nederland vorm gegeven aan de opvoeding tot vreedzame universele dialoog? Kennen jullie vergelijkbare leersituaties zoals ik hierboven beschreef rond de Koran?

 

 

63. Awraham Soetendorp

 De gewetensvraag die jij Sajidah ons onlangs gesteld hebt, laat mij niet los. Heeft de onmachtige houding die wij in het Westen innemen ten opzichte van Bosnië ook niet te maken met het feit dat het om moslims gaat? Volgens NAVO-secretaris Willy Claes vormt het islamitisch fundamentalisme een even grote bedreiging voor het Westen als het communisme van weleer. En wanneer Radovan Karadzic de bestandlijn in Sarajevo een nieuw checkpoint-Charlie noemt in een muur die christendom en islam van elkaar scheidt, wordt er dan niet, ondanks alle verachting die wij voor hem voelen, ook een snaar in de westerse Europese ziel geraakt?

Aart Brouwer heeft in een recent artikel in de Groene de vraag gesteld of wij aan de vooravond staan van een nieuwe koude oorlog van het Westen en de islam. Zijn conclusie is dat wij ervoor moeten waken niet meegesleurd te worden door koude-oorloghitsers die het gevaar van een naderend moslimfundamentalisme benadrukken: “Onder de oppervlakte van alle publiciteit over een koude oorlog tegen de islam vindt een heel ander gevecht plaats; een gevecht tussen postmoderne vrijheid enerzijds en religieuze repressie anderzijds. De strijd voor een burgerlijke samenleving gebaseerd op principiële tolerantie, wettelijke gelijkheid en vrije ontplooiing van het individu vindt tegelijkertijd en op hetzelfde niveau plaats in het Westen en in de islamitische wereld.”

Hoewel deze beschrijving een teveel aan zwart-wit-denken verraadt - postmoderne vrijheid is niet alleen een zegen en fundamentalisme kent ook zijn intrinsieke waarde - wordt hier terecht gewaarschuwd tegen de koude-oorloghitsers. Zoeken wij weer een nieuwe vijand waartegen wij onze krachten kunnen mobiliseren?

Deze vragen zijn nu weer actueler geworden in het licht van de gebeurtenissen rondom de boortoren Brent Spar. Zonder afbreuk te willen doen aan het succes van Greenpeace - het niet doorgaan van het dumpen in zee is een overwinning voor het behoud van een schoon milieu en tekent de belangrijke mentaliteitsverandering - kunnen toch wel vraagtekens gezet worden bij de opwelling van gevoelens, de plotselinge alertheid van regeringsvertegenwoordigers. In enkele weken was het mogelijk om met televisie-uitzendingen en openbare debatten een publieke beweging zonder weerga op gang te brengen tegen het opdoemend kwaad van zware metalen van naar schatting 200 kilo, terwijl er nauwelijks meer een protest opklinkt tegen de gewelddadigheden in een oorlog die nu het vierde jaar is ingegaan.

In de afgelopen jaren hebben velen van ons getracht acties te organiseren van miljoenen handtekeningen tot een massademonstratie in Straatsburg. Het lukt niet het protest het massale karakter te geven van burgers voor burgers in één Europa. Dat geeft te denken. Er zijn vele andere redenen te geven voor deze slapte dan een sluimerende anti-moslimhouding, zeker. Maar we ontkomen er niet aan om bij onszelf te onderzoeken of er ook geen vooroordeel in onszelf te vinden is. Het minste wat wij kunnen doen is uit de gebeurtenissen rond Brent Spar een les voor de toekomst trekken. Er sluimeren in ons krachten - in de miljoenen die zich gelukkig aansluiten bij one-issue-bewegingen zoals het milieu - die tot ontwikkeling kunnen komen en een echte burcht kunnen vormen tegen discriminatie en gewelddadigheid. Wij burgers in Europa kunnen een blijvend bestand in het verscheurde Joegoslavië afdwingen.

Tenslotte een herinnering. De eerste maanden van mijn rabbinaat (1968) werd ik geconfronteerd met het conflict in Biafra en de bedenkelijke rol die Shell daarin speelde. Ik schreef een brief aan de directie van Shell met mijn verontwaarding. Op 31 december 1968 werd ik gebeld door de directeur van Shell. Mijn brief was bij hem terechtgekomen. “Weet u wel wat het betekent om naar je werk te gaan en te weten dat je door de omstanders als duivel wordt gezien?” 27 Jaar later heeft Shell getoond de moed te hebben te veranderen. Er zijn geen duivels en er zijn geen engelen; dat geeft hoop.

 

 

64. Sajidah Abdus Sattar

 

Ik ben erg blij met deze dialoog per column. In de media geldt niet alleen wat er gezegd wordt, maar vooral ook wie het zegt. Dat Awraham Soetendorp zich openlijk afvraagt wat de gevolgen zijn van het negatieve beeld ten aanzien van moslims, toont moed en integriteit. Zelf ondervind ik heel vaak dat iedere poging mijnerzijds om zaken toe te lichten en te nuanceren stuit op abrupte afwijzing of beschuldiging van goedpraterij. Dat is des te pijnlijker wanneer er sprake is van grote machtsongelijkheid. De geschiedenis en de actualiteit tonen aan wat er kan gebeuren wanneer er niet meer echt naar elkaar wordt geluisterd. De dialoog tussen personen en godsdienstige groeperingen kan alleen maar slagen op grond van geduld en wederzijds respect. Zodra een partij zich voortdurend aangevallen, gekleineerd of verkeerd begrepen voelt, verandert de discussie in het maken van verwijten over en weer.

 

Mijn artikel over de sjari'a (Trouw, 24 juni) was bedoeld om ontwikkelingen te verklaren en, over de vele vijandbeelden heen, de dynamiek van communicatie te herstellen. Het is teleurstellend dat Jan Greven in zijn column in dezelfde editie deze bedoeling niet wist te herkennen. Hoe kan er ooit begrip groeien tussen groeperingen zonder wederzijdse erkenning en respect? En daarvoor zijn goede wil en kennis van zaken nodig. Wie de culturele bijdrage van de islam nog steeds karakteriseert als slechts een doorgeefluik van Griekse filosofie, negeert de vele originele bijdragen van de islam. Ik weiger als moslim steeds weer in de verdediging te worden gedrongen, maar zal altijd bereid zijn tot een inhoudelijke discussie.

 

Of het nu gaat om Bosnië, Egypte of Nederland, problemen worden vooral door mensen veroorzaakt en zullen door mensen moeten worden opgelost. Wie het ook met me eens is en wie niet - voor mij is godsdienst een fundamentele probleem-oplosser. De redenering is simpel. De neiging tot conflicten en geweld komt uit de mens zelf voort. Het blijkt dat niemand daarboven verheven is, ook al willen we allemaal graag geloven dat de eigen groepering beter is dan de andere. Wie zichzelf wil vrijpraten, toont gebrek aan zelfkennis en zelfkennis is juist noodzakelijk voor de oplossing. Nog steeds is religieuze bezinning de meest wijd verbreide en meest toegankelijke weg naar inzicht in ons innerlijk functioneren. Alle godsdiensten houden er omvangrijke en zeer inspirerende wijsheidstradities op na. Zelfs mensen die zeggen niet godsdienstig te zijn, maken er gebruik van.

 

Zo hebben bijbelse concepten de Europese culturen doordrongen en bouwstenen geleverd van de moderne humanistisch getinte maatschappij. Ondanks pogingen om het geloof grotendeels te rationaliseren, blijft toch de meest wezenlijke bijdrage van godsdienst de holistische, intuïtieve visie van de ziener. Leerstellige verschillen zijn in dit verband secundair. In plaats van het aanvallen of willen corrigeren van andermans dogma's, doen wij er beter aan onze eigen oceanen van wijsheid te bevaren op zoek naar zelfkennis.

 

Het voorbeeld van spirituele educatie dat Marianne Vonkeman twee weken geleden gaf, heeft ook parallellen in de praktijk van de moslims. Waar de juiste personen en structuren voor handen zijn, wordt ook aan de jonge moslim-generatie een religieuze basis voor die wijsheid, en dus voor vrede, doorgegeven. Bezinning op eigen geloof, gedrag en verbondenheid met andere mensen is een vaak terugkerend thema in de islam. In de Koran wordt bijvoorbeeld gewezen op de verwantschap tussen moslims en andersgelovigen. Hoewel historisch-specifieke groepen soms streng en waarschuwend worden toegesproken, is er, waar het gaat om hun religieuze basis, toch vooral erkenning en respect. Moslims worden geïnstrueerd beleefd en vriendelijk te blijven in discussies met andersdenkenden. Daarnaast mag wel worden verwacht dat de goede wil van twee kanten komt, en wordt er gewaarschuwd tegen vriendschap met mensen die de islam zwart maken en bespotten.

 

 

65. Marianne Vonkeman

 

"Er sluimeren in ons krachten (-) die tot ontwikkeling kunnen komen en een echte burcht kunnen vormen tegen discriminatie en gewelddadigheid." Aldus Awraham. En Sajidah voegt daaraan toe: "Nog steeds is religieuze bezinning de meest wijd verbreide en meest toegankelijke weg naar inzicht in ons innerlijk functioneren." Beiden wijzen op de noodzaak tot zelfonderzoek. Ik zou hier de woorden van Jezus aan toe kunnen voegen: "Wat baat het de mens als hij/zij de hele wereld wint maar schade lijdt aan de eigen ziel?"

 

Er sluimeren in ons krachten. Ten goede maar ook ten kwade. Pas als die krachten bewust worden, komt er een keuzemogelijkheid. Als we niet weten door welke gevoelens, ideeën en drijfveren we voortbewogen worden, zijn we niet in staat tot verantwoord kiezen. Ethiek begint en eindigt met het individuele bewustzijn. Een toename in het morele bewustzijn van een volk blijkt steeds veroorzaakt door slechts enkele zieners, profeten, "ontwaakte" personen die zich kunnen onderscheiden van de heersende denkbeelden en ideologieën. Zij bespeuren samenhangen en verbanden - of de mogelijkheden daartoe - die nog niet voor iedereen zichtbaar zijn. Kenmerkend is dat zij schijnbaar vastliggende tegenstellingen weten te overstijgen.

 

"Wij worden in angstaanjagende mate bedreigd door oorlogen en revoluties, die niets anders zijn dan psychische epidemieën. Elk moment kunnen een paar miljoen mensen door een waan worden overvallen en dan hebben we weer een wereldoorlog." De psychiater Carl Jung, van wie dit citaat afkomstig is, vergeleek de snelle groei van het nazisme in de dertiger jaren met de middeleeuwse pestepidemie. Ideeën kunnen ineens besmettelijk worden. Dat kan massasteun voor een Greenpeace-aktie opleveren, maar ook een bloedige revolutie. Religie heeft, gezien de geschiedenis, grote aanstekelijkheid. Blijkbaar grijpt het aan bij oermenselijke zielenkrachten. Met alle tweeslachtigheid die daarbij hoort.

 

Het dubbelzinnige van de menselijke ziel komt volgens mij het duidelijkst tot uiting in het groeiende wereldwijde fundamentalisme, het 'grootste gevaar voor de 21e eeuw,' zoals Trouw onlangs berichtte. In ijver voor een betere samenleving worden goed en kwaad scherp van elkaar gescheiden, door vaste regels, wettische naleving hiervan en door het opdelen van de mensheid in 'gelovigen' en 'ongelovigen'. De schaduwkanten van de eigen ziel worden geprojecteerd op de duivel en zijn vermeende menselijke aanhangers hier op aarde. En daarmee stokt alle individuele ontwikkeling. Waarom hebben mensen steeds weer zulke vijandbeelden nodig? Jung meent: om dezelfde reden dat ze steeds weer verliefd worden. We projecteren onze - onbewuste - gewenste én ongewenste kanten op een ander en kunnen er zo een relatie mee onderhouden. Als verliefden of als vijanden. Werkelijke persoonlijke ontwikkeling houdt altijd in we het eigen innerlijk beter leren kennen. Projecties kunnen worden herkend en teruggenomen, waardoor de relatie met de buitenwereld steeds werkelijker wordt. Er is geen andere manier om vooroordelen te doorbreken dan door toenemende zelfkennis. En dat is altijd een persoonlijke, individuele zaak.

 

Hoewel het individualisme ongekend toegenomen is, is de 'kennis van de ziel' bijna evenredig afgenomen. Iedereen mag doen wat hij of zij wil, maar wát iedereen wil is vrijwel voorgeprogrammeerd door onze massacultuur. Deze is daarmee feitelijk even fundamentalistisch als sommige godsdienstige stromingen. In de godsdiensten vinden we wegen waarop de schaduwzijden van de menselijke ziel bewustgemaakt én geïntegreerd kunnen worden. Spiritualiteit en mystiek houden zich daar met name mee bezig. In gesprek met andere godsdiensten én met de psychologie zie ik mogelijkheden tot herontdekking van de ziel. En daarmee tot bevrijding van de sluimerende krachten ten goede, zó massaal dat er geen burgeroorlogen meer getolereerd zullen worden. Als de duivels en engelen in ons eigen hart leren samenwerken, hebben we geen vijanden meer nodig. En goedheid zal niet meer saai en burgerlijk zijn, maar creatief en aanstekelijk!

 

66. Awraham Soetendorp

 

"Problemen worden door mensen veroorzaakt en zullen door mensen worden opgelost ( ... ) Voor mij is godsdienst een fundamentele probleem‑oplosser". Een gedurfde uitspraak van Sajidah, wanneer je deze tegen het licht houdt van godsdienstig fanatisme die broedertwisten verscherpt en van de timiditeit van religieuze leiders om tegen dit misbruik van Gods naam op te treden. Maar je hebt wel gelijk. De mogelijkheden liggen in onze handen.

 

Vandaag rijden vrachtwagens af en aan in Srebrenica, worden mannen en vrouwen van elkaar gescheiden, terwijl de stilte vanuit de christelijke gemeenschap oorverdovend is. Maar het kan en het moet anders. Srebrenica, een veilige zone. Een van de fundamentele opdrachten aan het volk Israël is het instellen van veilige steden. Daar kan wie zonder opzet de dood van een ander veroorzaakt had, veilig toeven, tot het eerlijke proces uitsluitsel, over schuld of onschuld had gegeven, ‑ om de mens te vrijwaren van bloedwraak. Het conflict dat Joegoslavië verscheurt kan teruggebracht worden tot de uitbraak van verlate bloedwraak voor werkelijk of vermeend aangedaan onrecht, eeuwen her. Veilige zones, waar VN soldaten soms met de moed der wanhoop toezicht houden, moesten althans enige bescherming bieden tegen de haat. Het bestormen en overmeesteren van deze vluchtstad, is een flagrante aantasting van de humaniteit van de samenleving. Het schendt ook het religieuze recht op bescherming.

 

Er is dan ook alle aanleiding voor religieuze leiders zich ondubbelzinnig en massaal in deze zin uit te spreken. Dat geldt voor christelijke leiders in Servië; dat geldt zeker voor de Wereldraad van kerken, die al lang in spoedzitting bijeen had moeten zijn. De Wereldraad en andere internationale godsdienstige organisaties hebben toch lering kunnen trekken uit het weinig verheffende verleden tijdens de koude oorlog.

 

Ik heb mij enigszins verbaasd over de reacties van Pax Christi en IKV op de recente onthullingen dat de christelijke vredesconferentie in Praag (CVC) sinds 1968 als spreek­buis heeft gefungeerd in de Tsjechoslowaakse geheime dienst. We wisten wat voor vlees we in de kuip hadden. Maar het ging ons er onder meer om dat dissidenten van Charta 77, die het regime monddood had gemaakt, via de CVC aan het woord konden komen. Natuurlijk, er is goed en moedig werk verricht. Maar waarom niet ronduit toegegeven, dat balancerend op het smalle koord tussen trouw en verraad, wij ons ook hebben laten misbruiken. En vooral, dat wij van tijd tot tijd, onszelf monddood hebben laten maken, door niet te protesteren tegen de schending van mensenrechten. Een wrange persoonlijke herinnering.

 

Begin jaren '70, tijdens een vergadering van de conferentie voor religie en vrede tezamen met de Wereldraad van kerken hekelde ik de onderdrukking van Russische joden en dissidenten en riep ik de Sovjetautoriteiten op om deze helden van de geest vrij te laten. De Sovjetautoriteiten reageerden met verbaal geweld. Ik werd een oorlogshitser, en slachtoffer van Amerikaanse propaganda genoemd. Binnenskamers werd mijn interventie door de voorzitter van de organisatie voor religie en vrede, die ik medevertegenwoordigde scherp afgekeurd. Het getuigde van naïviteit, was tegen de afspraken en zou een averechtse werking hebben. Na afloop wachtte ik buiten op vervoer. Plotseling kwam de Sovjetdelegatie op mij af. Handen werden geschud. De voorzitter zei in vlekkeloos Engels: laatje niet afschrikken, dit is de goede weg.

 

En naast de officiële reacties, die geen uitstel duiden, is er de noodzaak ‑dat ben ik met Marianne eens ‑ voor de herontdekking van de ziel, die bevorderd wordt door samenspraak van de verschillende godsdiensten. Hier in Israël, waar ik nu vertoef, is er een hartstochtelijke behoefte om de krachten vrij te maken van de angst, tot het aangaan van vrede met risico's. Een taak voor rabbijnen en imams tezamen met psychologen.

 

 

67. Sajidah Abdus Sattar

Met verontwaardiging en woede volg ik de gebeurtenissen in Bosnië, waar in naam van de internationale orde moslims weerloos doelwit zijn geworden van Servische agressie. Tegelijkertijd ben ik dankbaar voor VN-ers en hulpverleners die hun persoonlijke veiligheid op het spel zetten in een poging de bevolking nog enigszins te beschermen.

Mijn verwijten gelden de machtige politici die het met hun catastrofale gebrek aan daadkracht zo ver hebben laten komen. Zouden ze echt niet beseffen dat alle volkeren een organisch geheel vormen? Het lot van de Bosniërs treft Europa en wellicht de wereld. De ongecontroleerde koorts in Bosnië maakt heel Europa ziek, maar bij de overwegingen ten aanzien van interventie worden compromissen met het barbaarse fascisme nog steeds gezien als een aanvaardbare optie. Geloven zij werkelijk dat de Servische ambities verzadigbaar zijn?

De geschiedenis kan dienen als waarschuwing of als propagandamiddel. Wij zijn allemaal - persoonlijk en collectief - voor een belangrijk deel gevormd door onze historie. Zoals Marianne Vonkeman een tijd geleden al eens aanvoerde, dienen wij ons af te vragen in hoeverre we ons door onze subjectieve beleving van de geschiedenis mogen laten leiden. Het gaat niet alleen om de Serven die nu wraak nemen op de moslims voor een nederlaag in de veertiende eeuw. Ook in Israël doen Joodse groeperingen een beroep op meer dan duizend jaar oude rechten waartegen de Palestijnse bewoners zich verzetten. Katholieke en protestantse Noord-Ieren vechten nog steeds een conflict van drie eeuwen geleden uit. In Kasjmir eisen Indiase hindoes op grond van hun oeroude mythologie het land op dat sinds duizend jaar geïslamiseerd is.

Het probleem ligt niet bij de historie an sich. Door geschiedenisboeken wordt geen bloed verspild, maar wel door haatzaaiers die er hun brutaliteit mee legitimeren. Het lijkt op het lot van de godsdiensten die ook vaak misbruikt worden. Goede zaken worden slecht wanneer ze verkeerd worden gebruikt. Als herstel van antieke claims de regel zou worden, kunnen de jongere culturen wel inpakken. Er zou een totale regressie volgen met als uiterste consequentie een terugkeer naar de oertijd. Voor vernieuwing zou geen plaats meer zijn.

Periodieke verschuiving van macht en migratie van bevolkingsgroepen zijn normaal in de wereldgeschiedenis en het is onzinnig die dynamiek te willen stoppen. De kunst is juist om met vreedzame middelen de huidige, reële situatie constructief te benutten ten bate van een nieuw evenwicht in welvaart en macht. Dat is de enige hoop voor Bosnië, het Midden-Oosten en al die andere strijdtonelen. Maar dat vergt dan wel gedegen inzicht en offerbereidheid.

Van groot belang is ook wat er met de factoren geschiedenis en religie wordt gedaan en of ze een constructieve rol in het maatschappelijke en politieke leven krijgen toebedeeld. Dat is niet alleen een aangelegenheid voor geestelijk leiders en politici, maar voor ieder van ons. Ik stel voor dat godsdienstige mensen zich meer op het publieke vlak gaan bewegen en politici zich meer gaan verdiepen in ethiek en spiritualiteit. Misschien zullen ze elkaar dan beter gaan verstaan en samen meer daadkracht ontwikkelen om nationalistische agressie en godsdienstig fanatisme het hoofd te bieden. Het is een vraag aan ons allen of we toestaan dat godsdienst en geschiedenis gehighjackt worden door gewetenloze, bloeddorstige lieden en of we toekijken wanneer leden van onze mensenfamilie worden verkracht en vermoord.

 

Ik zelf verwacht niet zo veel van de invloed van religieuze leiders als Awraham Soetendorp doet. Mijn observatie is dat hun uitspraken meestal genegeerd worden, behalve wanneer ze politiek interessant zijn voor machthebbers of demagogen. Mooie woorden zijn gewoonlijk alleen van belang voor historici. Wat wel zou kunnen helpen is het mobiliseren van de publieke opinie door mensen massaal aan te spreken op hun gevoel voor verantwoordelijkheid, menselijke waardigheid en ethisch besef.

 

68. Marianne Vonkeman

 

Als deze column uitkomt ben ik - als alles goed gaat - nog op vakantie. Dat geeft me de gelegenheid voor een persoonlijk 'tussendoortje'.

Deze zomer gaan we met ons gezin naar Engeland. De jaarlijkse lange autorit naar Frankrijk is niet haalbaar voor mij sinds ik vorige zomer een whiplash heb opgelopen (wip-les? vroeg iemand mij verbaasd..). Een golf van de Atlantische oceaan gooide mij omver en mijn nek maakte de karakteristieke zwiepbeweging waar verzekeringsmaatschappijen zo'n hekel aan hebben. Na enige tijd werden de gevolgen van de opgelopen nekbeschadiging zo ernstig dat ik mijn werk moest neerleggen. Alleen het column-schrijven hield ik aan, het was mijn verzet tegen het gevoel van overheersende machteloosheid. Momenteel gaat het stukken beter, al blijft de aandoening een onvoorspelbaar golf-karakter houden. De golven zijn niet meer van Atlantisch formaat zoals het eerste half jaar en komen minder frequent voor. Ik kan inmiddels weer redelijk onthouden, lezen, mij concentreren. Geroezemoes, flakkerend kaarslicht en de alomtegenwoordige achtergrondmuziek verdraag ik aardig. Emoties en energiepeil stabiliseren; geleidelijk aan pak ik steeds meer van mijn werk op. Het was een zwaar jaar. Ik heb wel minder, maar ook harder dan ooit gewerkt: om op een beetje goede manier ernstig ziek te zijn, is een hele klus. Ik ben dankbaar teruggevallen op allerlei vormen van ondersteuning, onder andere in mijn eigen gemeente.

 

In onze kerk kennen we een zogeheten "gerichte gebedsdienst". Eens in de drie maanden wordt er een zondagavonddienst gewijd aan voorbede voor mensen die met lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke moeilijkheden te maken hebben. De dienst wordt voorbereid door pastores en 'ziekenteam' (gemeenteleden die zieken bezoeken). Ik heb daar voorheen als voorganger zelf leiding aan gegeven, maar afgelopen jaar behoorde ik tot de 'ontvangers'. "En, helpt het?", vroeg een gemeentelid. Ja. Het helpt me om gezond ziek te zijn. Als mij één ding duidelijk is geworden sinds mijn ongeval, dan is het wel hoe moeilijk het is om op een gezonde manier om te gaan met ziekte. Ontkenning, verzet, woede, verdriet, een kompleet rouwproces moet doorlopen worden. Als ik daar niet aan wil, dan gaat de ziekte mij geheel en al verzieken, ook die delen van mijn bestaan die nog gezond zijn. En ergens in dit alles is het ook nog nodig om de verwachting van herstel levend te houden. Als ik innerlijk niet meer de mogelijkheid openhoud van verbetering, dan heb ik geen whiplash maar BEN ik een whiplash...

 

In de gebedsdienst vind ik mensen die oprecht om elkaar geven. Waar niemand zich groter of gezonder hoeft voor te doen dan hij of zij is. Waar we avondmaal vieren. Niet in eenzaamheid mijn aandoening ondergaan, maar in Jezus' naam verbonden met elkaar. Moed ontvangen als ik ontmoedigd ben. De hoop op herstel levend houden. Gebed ontvangen als ik zelf niet weet wat ik bidden moet, of het gewoon niet meer kan. Ik sta op van mijn plaats en ga naar voren. Daar wordt onder handoplegging voor mij gebeden. Mijn voorhoofd en handen worden gezalfd met (op Witte Donderdag gewijde) olie als teken van de Geest van God die ons levend maakt. En zo geef ik mijzelf zoals ik ben uit handen, in de handen van God die ons bovenmate liefheeft. Dit alles bewerkt in mij een aanvaarding van het hier en nu, kompleet met alle narigheid die er is. Tegelijk groeit er een vrije ruimte in mij waardoor ik niet alleen het ook nog aanwezige geluk kan ontvangen, maar zelfs iets van zin en betekenis kan zoeken (of opmerken) in de hele situatie. En dat werkt weer bevorderend voor het herstel.

 

Aandacht voor de individuele zieke, terwijl deze opgenomen wordt in de veel grotere gemeenschap van lijdende én gezonde mensen. Het westerse christendom heeft in haar nadruk op het denken de behoeften van het lichaam schromelijk veronachtzaamd. Ziekte werd gedelegeerd naar het medische domein, waardoor het typisch religieuze aspect van zingeving verloren ging. Hoe is dit in het jodendom en de islam? Op welke wijze gaan jodendom en islam om met vragen van ziekte en gezondheid? Zijn er rituelen die deze kanten van het leven opnemen in de religie? Of zijn deze onder invloed van het westerse denken eveneens uit de religieuze praktijk verdwenen?

 

69. Awraham Soetendorp

 

Vorige week maandag stapte ik in de bus van Tel Aviv naar Jeroesjalaim en stond ineens in het volle geluid van een nieuwsbericht. De doden, de gewonden, voor het leven verminkten, het afgrijzen, de woede en het plotselinge besef dat for the Grace of God: ik zat in de goede bus. Een half uur eerder, een kilometer verder... Er werd nauwelijks gesproken, iedereen met zijn eigen gedachten. Een enkeling belde via de draadloze telefoon, te weten of familie, bekenden veilig waren.

 

Ik overdacht de verandering. Op mijn programma stond een gesprek met minister Sarid en zijn medewerksters over de op handen zijnde hulpvlucht naar Sarajevo en een samenkomst over milieu met o.a. Israëlische Palestijnen, Jordaniërs en later een ontmoeting met een Palestijnse vertegenwoordigster van een comité dat een vredesconferentie in Jericho organiseert. Moest ik de gesprekken afzeggen? Waar waren mijn vrouw, mijn dochters, mijn schoonzoon? Ik stelde mijzelf gerust met de waarschijnlijkheid dat geen van hen in de bus had gezeten. Was het werken aan verzoening nu geen verraad plegen? Mensen werden opgeroepen bloed te geven in een van de ziekenhuizen. In mijn maagstreek een misselijkmakend depressief gevoel: kán ik afstand nemen, kòn ik afstand nemen, mòcht ik afstand nemen? Een lome vermoeidheid plaatste zich tussen mijn ideaal voor de overbrugging van tegenstellingen en de geëmotioneerde ooggetuigen‑verslagen.

 

Later op het kantoor van de minister werd snel besloten: de vlucht naar Sarajevo tezamen met de Jordaanse delegatie mocht niet worden uitgesteld. Juist nu moest uit een rouwend Israël een teken van hoop uitgaan. Ik word bemoedigd door het dappere voorbeeld van Jossi Sarid. Jarenlang vocht hij aan de linkerkant van de Arbeiderspartij voor toenadering tot Palestijnen, stond hij territoriale compromissen voor en onderging hij genadeloze kritiek, ook van zijn eigen partij. Toen tijdens de eerste Scud‑aanvallen op Israël sommige Palestijnen dansten op de daken, schreef hij een bittere, open brief aan zijn Pa­lestijnse gesprekspartners. Hij verbrak alle banden. Als zij weer contact met hem wilden opnemen, moesten ze hem maar zoeken. Een jaar later was hij een belangrijke architect van het vredesproces.

 

Met de Palestijnse vertegenwoordigster had ik een hartstochtelijk gesprek, het enige afdoende wapen tegen terreur was het versnellen van onderhandelingen, het bereiken van resultaten, de erkenning van rechten. Tien dagen later zit ik nog steeds in de bus, heen en weer tussen ideaal en werkelijkheid. Woorden van een jonge soldaat, Guy Finkelstein, laten mij niet los. "En wanneer mijn bloed de aarde van Palestina zal nat maken zullen mijn vrienden weten dat zij zich vergist hebben. En ze zullen naar mijn ouders komen om hen te troosten om mij. Wij hebben ons vergist zullen ze zeggen. Ze zullen hun fouten bewenen"...

 

Genoeg bloedvergieten. Genoeg. Het 'Global forum of spiritual and parliamentary leaders', dat nu de Jericho‑conferentie voorbereidt, is juist tien jaar geleden opgericht om dat te bevorderen wat Sajidah voorstelt: "Dat godsdienstige mensen zich meer op het publieke vlak gaan bewegen en politici zich meer gaan verdiepen in ethiek en spiritualiteit". Het aanspreken van mensen massaal op hun verantwoordelijkheid is een noodzakelijk maar langzaam proces. En religieuze leiders dienen een belangrijke rol daarin te vervullen. Ik gun ons geen alibi ‑ aré miklat in de Bijbelse zin vluchtstede, veilige steden moeten veilige steden blijven. Het gaat niet om mooie woorden, spoedoverleg vanuit kerken, synagogen, moskeeën moet plaatsvinden om de wegen te laten zien dat apathie kan worden doorbroken. Het algemene kader waarin de conferentie Jericho wordt geplaatst is global healing. Er is een verbinding tussen het eigen meest individuele genezingsproces dat Marianne doormaakt en deze worsteling naar universele genezing; met behulp van de doctoren van veiligheid, antibiotica tegen haat, gezamenlijke gebedsdiensten. Op de route de la vie ‑ Jerusjalaim ‑Sarajevo ‑ Noord Ierland ‑ Rwanda ‑ Burundi...

 

70. Sajidah Abdus Sattar

 

Onlangs schreef Marianne over haar whiplash. Veel mensen praten over een ziekte als over een op zichzelf staand ding. Maar geen enkele ziekte bestaat los van de zieke. Voor het bereiken van genezing is het nodig de zieke persoon te behandelen. Wie echter met medicamenten of chirurgie al te fel ten strijde trekt tegen de verschijnselen van de ziekte, wil nog wel eens verstrikt raken in een net van ongewenste bijwerkingen. 

 

Zou het kunnen zijn dat de medische filosofie zich spiegelt aan bepaalde theologische beginselen? Binnen een denkwereld waarin het kwaad, gepersonifieerd als de duivel, wordt gezien als rivaal van God, is het vanzelfsprekend om ziekte als vijand te beschouwen. De keuze vóór God is een keuze tegen de duivel en dus tegen pijn en ziekte. Dat er een alternatief voor dit dualistische beeld mogelijk is, blijft vaak onderbelicht.

 

Begrijp me goed, ook ik heb de nodige ervaring met de lasten van ziek zijn. Juist daarom heb ik nagedacht over de zin en betekenis ervan. Wanneer in plaats van dualisme het principe van eenheid de grondslag is van medische filosofie, zijn ziekte en dood onlosmakelijk verbonden met het leven en kunnen ze niet uitsluitend negatief zijn. De ziekte‑ervaring wordt er niet minder pijnlijk door, maar wel zinvoller. De zieke mens is niet een prooi van de boosaardige rivaal van God, maar weet zich altijd met zijn of haar pijn gekoesterd in de barmhartigheid van de ene God‑zonder‑rivalen. De behandeling wordt dan een positieve actie ten bate van de patiënt in plaats van een negatieve actie tegen een vijandige ziekte. Hoe de situatie zich uiteindelijk ook ontwikkelt, er is altijd reden God dankbaar te zijn.

 

Er zijn veel verschillende aandoeningen ‑ ziekten van lichaam en van geest. Een individu kan ziek zijn, of een hele gemeenschap. Zoals Awraham in zijn indrukwekkende column van vorige week schetste, kan een gemeenschap ziek zijn door verdeeldheid en haat. De symptomen kennen we van het dagelijkse nieuws, maar over de diagnose zijn we het niet altijd eens en dus laat de therapie lang op zich wachten. In de Koran wordt enkele malen over ziekte en genezing gesproken en begrip getoond voor de zieken. Maar de toon is minder begripvol waar het gaat om degenen die de samenleving ziek maken, de munáfiqoen, de huichelaars. Van hen wordt gezegd dat er een ziekte heerst in hun hart. Het medicijn daarvoor is bezinning en zich berouwvol tot God keren.

 

Volgens de Koran is het gedenken van Gods naam het beste geneesmiddel voor het 'hart', ons geestelijk centrum. En wie van ons wil beweren dat niet nodig te hebben? In de grondteksten van de islam worden moslims opgeroepen de zorg voor zieken op zich te nemen, voor hen te bidden, regelmatig bij hen op bezoek te gaan en een effectieve behandeling te zoeken. De zieke zelf wordt aangemoedigd geduldig te zijn en zich te concentreren op God als de ultieme Genezer (asj‑Sjáfi). Rituelen, zoals Marianne beschreef, worden ook in moslimkringen gehouden, maar verschillen van de ene etnische regio tot de andere. Centraal staat gewoonlijk de tekst van de Koran ‑ gesproken, geschreven of gereduceerd tot een cijfercode. Daarnaast worden diverse methoden gebruikt om het gewenste psychologische effect te bereiken.

 

Tenslotte een opmerking gericht aan de mensen die mij nog steeds brieven schrijven met verwijten dat "de islam" en"de moslims" gewelddadig en intolerant zijn, gezien de berichten uit Iran, Saoedi-­Arabië, Soedan, enz. Nogmaals: evenals ik zijn verreweg de meeste moslims het oneens met de kwalijke dingen die daar gebeuren en beschouwen ze als totaal onislamitisch. Helaas zijn zij even onmachtig om de toestand te veranderen als Nederlanders die zich ergeren aan onrecht en geweld in voormalig Joegoslavië. Mocht ik ooit gevraagd worden om voor een andere pagina dan deze te schrijven, dan zou ik op al die politieke verwikkelingen in kunnen gaan. Maar nu mag ik me bezighouden met religieuze zaken op de kerkpagina. En, eerlijk gezegd, dat ligt me nader aan het hart dan politiek.

 

 

71. Marianne Vonkeman

 

Het strand in Zuid-Engeland is bezaaid met fossielen. Rotswanden vol versteende zeedieren uit de tijd van de dinosaurussen brokkelen langzaam af, tot groot genoegen van toeristen zoals ik. "170 tot 200 miljoen jaar oud", zegt een plaatselijke kenner achteloos, als ik hem mijn vondsten toon. Het geeft me een merkwaardige sensatie, alsof de tijd opgerekt wordt. Alsof ik even tijdgenoot word van dinosaurussen en andere voor-menselijke beesten. De geschiedenis van de schepping, waar ik deel van uitmaak, is breed en lang en dat stemt me tot vreugde en tot bezinning. Hier moest ik aan denken toen ik terug in Nederland las van de onzinnige discussie over evolutie versus schepping. Er zijn blijkbaar nog steeds mensen die menen dat godsdienst een vervanging van wetenschap is. Hoewel ik vermoed dat er nog veel meer mensen zijn die menen dat wetenschap een vervanging van godsdienst is. Alsof een verstandig mens het geloof overboord moet zetten, of een gelovig mens het verstand...

 

Schepping en evolutie zijn twee denkmodellen die we beide nodig hebben om zo goed mogelijk recht te doen aan de werkelijkheid. Beschrijft de natuurkunde de werking van het licht ook niet met behulp van twee elkaar uitsluitende theoriën?

Evolutie wijst op geleidelijke groei, op ontwikkeling van binnenuit, op de onweerstaanbaarheid van de levenskracht. Als ik op die manier naar de wereld kijk, krijg ik oog voor lange, historische processen. Dan ga ik het ritme van de natuur erkennen en waarderen. Dan geef ik tijd van groei aan mijzelf en anderen. Dan kan ik de dood een plaats geven in een groter geheel en ziekte wordt een waardevol signaal dat respect en aandacht vraagt, zoals Sajidah beschrijft.

 

Schepping echter spreekt van breuk, omkeer, een daad die iets verandert, een ingrijpen dat iets nieuws teweeg brengt, dat de geschiedenis een keer geeft. Als ik op deze wijze naar de wereld kijk, krijg ik oog voor de menselijke mogelijkheden en keuzes. Dan ben ik mij bewust van verantwoordelijkheid voor mijn daden. Dan zoek ik verandering en geen aanvaarding. Dan verzet ik mij tegen kwaad en onrecht, dan zoek ik naar geneesmiddelen en een uitstel van de dood. Dan is niets vanzelfsprekend, de toekomst is open en in onze handen. Beide wijzen van zien hebben hun eigen gelijk.

 

Het oorlogsgebeuren in Bosnië lijkt zich volgens eigen historische wetmatigheden te voltrekken. Oude verdeeldheden barsten open nu de tijd daarvoor rijp is. Er is blijkbaar nog niet voldoende draagvlak onder de bevolking voor een multi-etnische samenleving, zo wordt er gezegd. Zijn er nog eeuwen van evolutie nodig voordat het zo ver is? De vraag van Awraham: waarom wel massasteun voor acties van Greenpeace en niet voor vredesacties? is mij bijgebleven. Bij mij roept het hele conflict weerzin op omdat de good guys en de bad guys nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Kunnen we de guys niet even helemaal links laten liggen?

 

In een Engelse krant las ik voor het eerst over mensen in voormalig Joegoslavië waar wél een inspirerende werking van uitgaat. Wie kent Medica, een therapie-project van vrouwen in Zenica waar 70 mensen uit verschillende bevolkingsgroepen werken? Wie hoorde van de vrouwen van multi-etnisch Tuzla die eisten dat hun vermoorde kinderen op een gemeenschappelijke begraafplaats begraven zouden worden? Wie weet van Viva Zena, een anti-nationalistisch vrouwenblad dat in Sarajevo wordt uitgegeven? In Zagreb is een centrum voor vrouwelijke oorlogsslachtoffers dat aan duizenden hulp verleent en projecten opzet in verwoeste gebieden om vrouwen van alle partijen te re-integreren. Als deze initiatiefneemsters gesprekspartners van het Westen werden zou het een wending in de geschiedenis kunnen betekenen.

 

 

72. Awraham Soetendorp

 

Naar het duizenden jaren oude rituele ritme van het joodse jaar, zijn we nu al bezig met de voorbereiding van het nieuwe jaar 5756. Dit doen wij aan de hand van de zeven troostprofetieën die in de synagoge worden gelezen te beginnen met de sabbat na Tisja b'av, de negende av, gedenkdag van de verwoesting van de tempel, tot aan Rosj Hosjana, het joodse nieuwjaar. Door vier woorden van Jesaja trekken we ons op uit de depressieve realiteit naar de hoop ondanks alles. Troost, troost mijn volk zegt je God .... Een stem roept: Maak vrij een baan voor Hem in de woestijn ... Want God vertroost Zion, heeft al haar verwoestingen, zal de woestijn maken tot Eden, de zandvlakte tot een tuin van de altijd Zijnde ... Hoe heerlijk klinken de voetstappen van de boodschapper die vrede aankondigt, het goede vertolkt, die redding aanzegt, die tot Zion zegt God is koning ...

 

Een klein ogenblik heb Ik je verlaten maar met grote liefde zal Ik je weer verzamelen ...

 

Wij voelen ons als familie nog sterker aangeraakt nu wij ons voorbereiden op het huwelijk van onze oudste dochter. Over enkele dagen zullen met Gods hulp tijdens de ceremonie de woorden klinken van Jeremia: "Weer zal gehoord worden op deze plaats, waarvan jullie nu zeggen deze is verwoest, er kan geen mens, geen dier meer wonen, . . . de stem van vreugde en blijdschap van bruidegom en bruid."

 

Ach, wat bewonderde ik mijn ouders, hun nagedachtenis zij tot zegen, en hun ouders en hun ouders die de weerbarstige kracht hebben opgebracht om de liefde voor het jodendom, de hoop in de toekomst in gerechtigheid over te dragen. Mijn vrouw en ik, twee onderduikkinderen, die op de vlucht konden schuilen bij rechtvaardigen uit de volkeren, een stuk hout gered uit het vuur, geleiden ons kind onder de choepa. Levend met de symboliek die de tijd heiligt voegen wij een hoofdstuk toe aan dit eeuwige verhaal van verwachting.

 

Deze sabbat hopen wij voor het eerst te lezen uit een herstelde tho­rarol. Vier jaar geleden, tijdens ons verblijf in Moskou, zag mijn vrouw in een achteraf winkel een thorarol liggen. We hebben haar verworven en zo geschonden als zij was met ons meegenomen. Zij leek onherstelbaar en wij hadden ons er al mee verzoend dat wij de stukken perkament volgens joodse traditie zouden begraven, toen een sofer, een deskundige schrijver van thorarollen, nog één poging wilde doen. Het is God zij dank gelukt en wij vieren deze hergeboorte van de thora ter versterking van onze meest persoonlijke vreugde, welke weer een bekrachtiging is van de hoop van dit volk Israël, die wederom perspectief geeft aan de wereldgemeenschap dorstend naar vrede en genegenheid.

 

Er wordt het verhaal verteld van de rebbe van Lyzinsk. Eens werd hem in opperste opwinding verteld dat op de berg Zion de ramshoorn had geklonken en dat nu de Masjiach eik ogenblik zou komen. De rebbe deed het raam open, keek naar buiten en schudde het hoofd en zei: "Nog niet". Ik doe vandaag het venster open, mij losmakend uit de zinderende vreugde die het huis vult en zie met gebalde vuisten de doffe ogen van de nieuwe vluchtelingen, zwervend tussen honger en droogte. Hagar met Ismaël op haar rug, duizendvoudig. Droeve balans van een jubeljaar. Machteloze burgers die wachten op de daden van machteloze regeringen. Wie heeft onderhandeld met de regering van Zaïre? Wat waren de voorwaarden die werden gesteld? Welke prijs werd geëist voor het handhaven van de vluchtelingen? Waarom werd deze niet voldaan? Wat weten wij? Aan de ene kant versterkt Windows 95 de communicatiemogelijkheden tot het uiterste, aan de andere kant zijn wij horende doof en ziende blind. God, wiens verbond zich uitstrekt tot Hutu's en Tutsi's, moslims en Kroaten, roept ons tot verantwoordelijkheid. "Bergen mogen wijken, heuvels wankelen, maar Mijn liefde voor jou zal niet wijken. Mijn vredesverbond met jou zal niet wankelen", zegt God die van jou houdt.

 

 

73. Sajidah Abdus Sattar

 

Na jaren van halfslachtigheid doen de VN eindelijk hun belofte gestand om veilige gebieden in Bosnië te verdedigen. Het is triest dat zulke harde acties nodig zijn, maar in deze situatie was het onvermijdelijk geworden.

 

Lijkt het maar zo, of wordt de wereld inderdaad steeds gewelddadiger? Zeker is, dat meer berichten van oorlog en ellende ons bereiken dan ooit tevoren. In brede kringen groeit de frustratie over de idealen van vroeger. Wie kan zich nog kritiekloos scharen achter de oude banieren van godsdienst, patriottisme, partijpolitiek?

 

Op deze plaats in de krant is het falen van godsdienstige pretenties meermaals aan de kaak gesteld. Juist de verpolitiekte godsdienstvormen van deze eeuw zijn pijnlijk teleurstellend. Fanatici, die hun religie hanteren als een gesel voor hun medemens en de geschiedenis in bloed willen herschrijven, vergeten dat godsdienst een verrijking van het leven behoort te zijn. Gezien het misbruik, is het geen wonder dat velen zich afkeren van religie en hun hoop vestigen op ideologieën zonder God. Maar alternatieven als communisme, nationalisme en fascisme zijn niet minder teleurstellend dan dogmatische godsdiensten. De pseudoreligie van de vrijemarkteconomie blijkt in de praktijk veel minder universeel toepasbaar dan werd gehoopt. Waar idealisme faalt, neemt de geldzucht het over. De cultuur van hedonisme die consumenten ertoe moet brengen een wereldwijd net van multinationals in stand te houden, gaat een heilloze weg. Zij onteert mensen en vernietigt de natuur. Als verdwaalde pelgrims zijn we nog steeds op zoek naar vrede en rechtvaardigheid, en naar innerlijke vervulling.

 

Ondanks alles wat er mis is gegaan, durf ik te beweren dat we godsdienst nodig hebben; even nodig als lucht om te ademen. De 'dienst aan God' komt in feite onszelf ten goede, niet de Almachtige. Maar God is geen Sinterklaas of klusjesman, die altijd maar klaar moet staan om onze wensen te vervullen. Het is aan onszelf om onze idealen waar te maken en de waarheid van onze overtuiging te realiseren. Wanneer Awraham citeert dat God Zion vertroost, ontkent hij daarmee toch niet dat wij allemaal elkaar behoren te troosten. En als Marianne vredesactivisten in oud‑Joegoslavië ziet als gesprekspartners van het Westen, wijst zij toch niet af dat hulpverlening een religieuze daad is? Als God niet in de mensen leeft, waar is Hij dan wel? Maar om die goddelijke aanwezigheid te concretiseren, moeten we vertrouwen op het vermogen van de mens zijn geborneerde ego te overstijgen en moeten we geloven in de mogelijke heelheid van de wereld.

 

Godsdienst is niet een willoze overgave aan een tirannieke hemelvorst of een verstikkende discipline. Voor mij is het de ontplooiing van de menselijke volheid, het doorbreken van geestelijke beperkingen en het ervaren van de onmetelijke en onbeschrijflijke werkelijkheid van de geest. Die realiteit is niet te vangen in dogmatisme en kleinburgerlijkheid. Dergelijke idolen zullen uiteindelijk omvergeworpen moeten worden. De grote behoefte in deze tijd aan vrede, zekerheid en identiteit kan niet worden vervuld zonder onderdompeling in de tijdloze diepte van de ziel. De 'vrede' die wordt afgedwongen met bombardementen zal op de langere duur niet beter zijn dan oorlog. De identiteit die wordt ontleend aan het verketteren en uitsluiten van anderen is een ontkenning van ieders door God gegeven individualiteit. Het medicijn voor een versplinterde wereld kan alleen verzoening zijn.

 

De komende weken zullen de kranten vol staan over de vrouwenconferentie in Peking. Ik sta erop dat de rechten van vrouwen overal ter wereld gerespecteerd worden. Tegelijk hoop ik dat vrouwen vanuit hun eigen natuur steeds meer zullen bijdragen aan de verzoening van strijdende partijen en het heel maken van de wereld.

 


74. Marianne Vonkeman

 

"Ik respecteer de moslims, maar ik wil graag de rijkdom van Jezus met hen delen", vertelt iemand me. "Dat is mooi", antwoord ik, "en heb je de rijkdom van Mohammed al ontvangen?" De stilte aan de andere kant van de lijn is veelzeggend.

 

Later denk ik er over na. Toen ik tiener was liep ik op straat te 'getuigen van Jezus', zoals dat heet. Het delen van de rijkdom van Jezus was eenrichtingsverkeer: ik had iets dat anderen ontbrak en dat wilde ik verhelpen. Een onontwarbaar mengsel van innig geloof en de behoefte om belangrijk te zijn, dreef me. Die drang werd mij al vroeg meegegeven. Ik was negen toen de christelijke onderwijzer ons zendingsverhalen voorlas. Hoe dapper waren die missionarissen die hun leven op het spel zetten om in donker Afrika over Jezus te vertellen! Ik besloot ter plekke mee te doen en vroeg een mevrouw op straat of ze weleens over Jezus had gehoord. Helaas, of misschien gelukkig, zei ze vrolijk: "Jahoor!' en er was geen heldhaftige rol voor me weggelegd. Later deed ik mee aan grote evangelische manifestaties. Openlijk kleur bekennen, je geloof laten zien aan anderen, laten merken wat de bron is van je bestaan - en waarom ook niet? Maar dat ging allemaal wel vanuit een superieure positie. Ik wist hoe het zat. De rijkdom van Jezus was iets dat ik had en kon doorgeven als een kant en klaar pakketje geloof, voor ieder die het maar wilde aannemen. Gelukkig is het leven sterker dan de leer. En de rijkdom van Jezus werkelijker dan het pakketje dat ik bezat.

 

Eerst gaf het geloven in Jezus oriëntatie doordat het een antwoord verschafte op mijn levensvragen. Later werd Jezus niet als antwoord maar als vráág richtinggevend - en dat is nog steeds zo. Zoals moeder Theresa of Nelson Mandela een vraag vormen. Als het mogelijk is om op deze wijze onbevreesd mens te zijn voor anderen, waarom zijn we dat niet allemaal? Wat weerhoudt mij? Jezus biedt hierin een ultiem model voor me: zo is een mens die op God lijkt. Als mensen zo met elkaar leven, kun je met recht zeggen: God is in ons midden. Toch is dit inspirerende mens-model niet de grootste rijkdom. De diepere waarde ligt verborgen, op een andere laag, daar waar ik passiever ben. Daar heeft het een eigen werkingskracht waar ik alleen achteraf een glimp van zie, of soms in een droom iets van proef. Zoals die keer dat ik droomde van alle mensen die ik bemin. Ik zag ze één voor één en allemaal tegelijk, iedereen die ik ooit liefhad, levend of gestorven of uit mijn blikveld verdwenen, ze waren er allemaal, in de vorm van één grote gestalte. "Dit is Christus", wist ik in mijn droom en van ontzag schrok ik wakker. Christus, voor mij naam en symbool van wereldomvattende liefde. Hoe meer beminden, hoe groter de Christus...

 

In de psychologie wordt het wel de symbolische laag van een mens genoemd - een laag die slechts moeizaam ontwaakt. Hier is het dat een herstelde thora-rol één is met eigen bruiloftsvreugde en voorproef van een hersteld land en van een geheelde wereld, zoals Awraham beschreef. Hier is het dat het gebedskleed van de moslim een vliegend tapijt naar God toe wordt, zoals Sajidah eens vertelde. Hier is het dat de mens Jezus in zijn levende symboolwerking Christus wordt voor mij, steeds opnieuw en steeds omvattender. De uiterlijke vormen krijgen een dieptewerking waardoor ze ons voorbij onze eigen beperkingen kunnen voeren. We veranderen onszelf door de dingen die we doen, maar tegelijk, op een nog wezenlijker laag, wórden wij veranderd, door de inwerking van godsdienstige rituelen en symbolen.

 

De rijkdom van Jezus is daarom voor mij nu juist dat ik de rijkdom van God in andere gedaanten leer zien en ontvangen. De joodse chassidische verhalen zijn al jaren bron van inspiratie, aanvulling en correctie van mijn christelijk geloof. Islamitische bronnen zijn mij minder bekend. Misschien heb je suggesties, Sajidah?

 

 

75. Awraham Soetendorp

In de Vredeskrant uitgegeven ter gelegenheid van de Vredesweek kom ik jou tegen, Sajidah, in een behartigenswaardige bijdrage met als titel 'Niet godsdienst is schuldig maar het misbruik ervan'. Wat mij zo dierbaar is geworden, is jouw zelfkritische benadering van vooroordelen. Het meest eenvoudige moet uitgesproken worden, het meest vanzelfsprekende dient opgeschreven te worden totdat eindelijk het individuele falen niet meer aan de gehele gemeenschap wordt aangerekend.

Het is gelukkig dat de redactie jou, Sajidah, de gelegenheid heeft gegeven om verkeerde beeldvorming tegen te gaan. Nog te veel wordt althans de indruk gewekt dat de vredesweek alleen door christenen voor christenen wordt georganiseerd. De indruk wordt versterkt door de behandeling van het jodendom. Noch mij noch een van mijn collega's is om een bijdrage gevraagd. Wel wordt een interview geplaatst met de oud-testamenticus prof. dr. Ellen van Wolde met de titel 'Over de kracht van de herinnering'. Uit haar mond moet ik dan lezen: “De kracht van het jodendom ligt in het feit dat de joden door de eeuwen heen altijd de confrontatie zijn aangegaan. Daar is het volk sterker door geworden. Zij spreken niet van een geschiedenis in de zin van dingen die hun overkomen zijn. Joden spreken over hun verleden in termen van herinnering.”

Zeh lo haderech, dit is niet de weg. Wanneer het gaat om zulk een wezenskenmerk van het joodse volk als herinneren kàn niet volstaan worden met een beschouwing op een afstand. Als er één uitkomst is van ons drie-gesprek, is het wel dat het essentieel is om mensen zèlf aan het woord te laten over wat hen in hun eigen religie, spiritualiteit ten diepste raakt. Elke middelbare scholier dient gedurende zijn schooltijd althans eenmaal geluisterd te hebben naar een getuigenis van een moslim, een jood, een christen, een boeddhist, een hindoe, een humanist. En wat voor de school geldt, geldt zeker voor de vredesweek. Mijn goede moeder placht op emotionele ogenblikken te zeggen: “Nu zwijgen wij elkaar toe.” Je moet heel veel naar elkaar luisteren voordat je in staat bent elkaar 'toe te zwijgen' en de rijkdom van het innerlijk van de ander non-verbaal tot je te kunnen nemen. Bil vawecha, met heel je hart, met heel je ziel en al wat je kunt.

Wij zijn, Sajidah en Marianne, al een heel eind op deze weg naar elkaar toe gekomen. Zo wil ik jullie ook voeren met mij mee naar de intimiteit van de dagen van Selichot, de tijd waarin we elkaar vergiffenis proberen te schenken, voorafgaande aan de ontzagwekkende dagen van Rosj-Hasjana en Jom-Kippoer, naar het dierbaar uur waarin we, gezeten rondom de familietafel die als het ware gekomen is in plaats van het altaar van weleer, de kiddoesj aanheffen over de beker met wijn en eten van de zoete appel met zoete honing. De dagen waarin we staan voor het witte voorhang voor de heilige arke. Het wit herinnerend aan onze doodskleren, de vergankelijkheid èn tegelijkertijd aan het nieuwe, het mogelijke. Het met steeds grotere heftigheid zeggen en zingen van gebeden, keer op keer herhalend: “O God maak toch een einde aan de heerschappij van het geweld op aarde.” En dan naar het ultieme ogenblik waarin wij aan het einde van de lange vastendag gezamenlijk door de poort van de dood gaan om opnieuw te kunnen leven. Wij zeggen dan het 'sjemes' dezelfde woorden die elk voor zich eens hoopt te kunnen zeggen in het voorportaal van de dood.

Marianne, je vroeg naar de symboliek rondom het ziekbed. In elke dienst spreken wij gebeden uit voor genezing. Maar er is geen krachtiger impuls tot leven dan die ene langgerekte sjofartoon die bij het invallen van de duisternis aan het eind van Jom-Kippoer ons wekt tot leven. En het gaat nooit alleen om het joodse volk, het gaat altijd om de gehele mensheid, om alle wereldgeborenen. Zo wens ik jullie, Marianne en Sajidah en ons allen een goed en gezegend nieuwjaar, een nieuwe mogelijkheid tot ontmoeting in 5756.

 

 

76. Sajidah Abdus Sattar

 

Onbekend maakt onbemind, maar soms is onbekendheid minder schadelijk dan bedrieglijke schijnkennis. Ik heb joden gehoord die zich ergerden aan een scheve christelijke voorstelling van het jodendom. En christenen die merken hoe het versleten imago van hun geloof de communicatie met anderen bemoeilijkt. En moslims die met de beste wil van de wereld niet kunnen opboksen tegen de muur van stereotypen en vooroordelen over hen.

 

Afgelopen maandag werden in het programma Nova ordelijke Bosnische moslim‑strijders getoond die zich neerbogen in gebed. Vervolgens zeiden ze te vechten voor Bosnië en voor gelijke rechten van alle burgers. Het Nederlandse commentaar luidde dat het niet verwonderlijk was dat de Serviërs vrezen voor opmars van het islamitische fundamentalisme. Zou een soortgelijke overweging zijn geassocieerd met biddende christenen? De uitspraak over gelijkberechtiging werd genegeerd en het effect ervan geheel verdrongen door het als verontrustend beschouwde imago van devote moslims.

 

In Frankrijk zijn bomaanslagen gepleegd en het is werkelijk van groot belang dat de daders worden opgepakt en berecht. Maar er gebeurt meer. Er is een antimoslim hysterie losgebroken. Met een massale interne veiligheidscampagne kan de aandacht worden afgeleid van de kernproeven buiten de eigen grenzen ‑ alsof atoomwapens als massavernietigers niet een nog groter gevaar vertegenwoordigen. Maar blijkbaar is een 'islamitische' bom altijd erger dan welk westers geweld dan ook. Die angst wortelt in eeuwen van wantrouwen en verachting ten opzichte van Europa's geografische buren, die lange tijd haar politieke, economische en culturele rivalen waren. Echter, in onze overvolle en communicatieve wereld is nu geen plaats meer voor het absolutisme van monoculturen. Dit is de tijd van het veelkleurig samenleven en van de dialoog.

 

De grootste hindernissen zijn onbekendheid met elkaars visie op de geschiedenis en valse voorstellingen over elkaar. Die dwingen de ene partij zich voortdurend te verdedigen tegenover een andere. Er is dan geen sprake meer van gelijkwaardigheid in het gesprek. Wanneer goede wil en respect in onvoldoende mate aanwezig zijn, is een vruchtbare dialoog onmogelijk. Bovendien moet ieder voor zichzelf kunnen spreken, zonder voortdurend te worden aangeklaagd of bevoogd. Tolerantie alleen is niet genoeg. We tolereren de kleine ongemakken van het leven, niet onze vrienden. Hoe vol we ook zijn van onze eigen zekerheden, we zullen ruimte moeten maken Voor die van de ander. Dat is soms verontrustend, omdat we geneigd zijn alles waar te nemen door het filter van onze meningen en verwachtingen. Gelovig moslim, overtuigd christen of fervent atheïst ‑ we zijn geen van allen helemaal vrij van vooringenomenheid. Dat te beseffen, schept hoop op werkelijke communicatie.

 

Een andere moeilijkheid is taal, in ruime zin. De invulling van woorden en begrippen kan sterk verschillen tussen diverse tradities. Om de nuances te ontdekken, moet geduldig en diepgravend worden gecommuniceerd, en spelen behalve ideeën ook gewoonten en geschiedenis een rol. Het vraagt mentale acrobatiek, maar wie daarvoor het geduid en de vasthoudendheid kan opbrengen, wacht een geestelijke ontdekkingsreis, een eindeloos avontuur. Elke ontmoeting toont opnieuw de onbegrensdheid van goddelijke openbaringen. Elke spirituele uitwisseling biedt de mogelijkheid van verdiepte zelfkennis. Wie zich niet spiegelt in de ogen van een ander kan zichzelf niet kennen. Alle religieuze tradities omvatten methoden van bespiegeling, niet in het minst de islam. Ik zou je, Marianne, graag de voorbeelden geven waar je om vraagt. Maar helaas, de redactie heeft besloten dat deze reeks columns wordt afgesloten en dat dit mijn laatste bijdrage is. Ik wens jou en Awraham veel levensvreugde, lichtende inspiratie en de genade van godbewustzijn toe.

 

 

77. Marianne Vonkeman

 

"Als ik denk aan degenen die zijn voorgegaan, heb ik het gevoel alsof ik me op een party bevind, op het dode moment dat de eregasten weggegaan zijn. Als ik denk aan degenen die na mij komen - of blijven - heb ik het gevoel alsof ik meehelp een feest voor te bereiden, waarvan ik de vreugde niet zal smaken." (Dag Hammerskjöld, in 'Merkstenen')

 

'Aan jou het laatste woord', schreef de redactie mij. 'Maar de eregasten zijn al weg', protesteer ik zwijgend. Een jood en een moslim die vrijuit in een krant-van-christelijke-komaf kunnen schrijven: dat maakte deze rubriek bijzonder. En dan nog wel gelovigen die zich niet wensen te verliezen in clichébeelden of theologische haarkloverijen. Mensen die zichzelf uitspreken en het zelfverstaan van de ander willen vernemen. Dat heb ik gewaardeerd in Awraham en Sajidah.

 

Ik heb iets geleerd van dit driegesprek-op-vrijdag. Voorheen meende ik dat een dialoog een discussie is waarbij vooral de verschillen uit de doeken moeten komen. Nu zie ik: dat soort discussie vraagt volkomen gelijkwaardigheid van de partners en wat meer is: een gedeelde taal en cultuur. Anders zijn we niet eens in staat om te horen wat de ander eigenlijk zegt. Wat de betekenis, het gevoel, de herinneringen, de associaties om de woorden heen zijn. Daartoe moeten we eerst lang en goed luisteren naar elkaar.

 

Daarom waren de belangrijkste columns voor mij de afgelopen anderhalf jaar die waarin iets te proeven viel van de geheel eigen beleving van de ander. Stukjes waarin de bezieling, de eigen gedrevenheid in geloof en werk in doorklonk. Waarin ik iets mee kon voelen van de rijkdom die Sajidah beleeft in haar religie en haar pijn om de vijandbeelden met betrekking tot moslims. Haar eigen openheid ontkracht deze op overtuigende wijze. Het lijkt mij van het grootste belang dat zulke stemmen gehoord blijven worden, om verdere polarisatie te voorkomen. Het raakt me als Awraham vertelt hoe hij de rijke symboliek van de joodse feesten beleeft. En hoe hij de politieke consequenties van zijn geloof zoekt vorm te geven. Ik verheug me met hem over het bereikte akkoord tussen Israël en de PLO. Dat 5756 een jaar van grotere vrede zal zijn!

 

De eregasten zijn al weg, wat valt er nog te zeggen? Het is een beetje als het herfstgevoel. De zon wendt zich af, de dagen worden korter. In het kerkelijk jaar naderen we de dagen van de voleinding, waarin we even vooruitgrijpen naar een voltooide toekomst. Waarin we de doden herdenken zodat we met open handen en ontvankelijke harten advent kunnen vieren, een nieuw begin. Het is het ritme van het leven zelf, dat onze tijd en ons gevoel ordent. Maar meer nog: onze voortgang ligt erin besloten.

 

Waar richt je je op? vroeg Dag Hammerskjöld, ooit secretaris-generaal van de VN. Op wat voorbij is, op momenten, gelegenheden of mensen die mij ooit inspireerden maar nu afwezig zijn? Of bezie ik mijn leven met het oog op de toekomst, op een feest dat ooit eens zal komen al ben ik er zelf misschien niet meer bij?

Let's throw a party, laat het gesprek voortgaan, in kerk of moskee, in synagoge of buurthuis en in ieder geval in scholen en gezinnen. Zelfs al lijkt echt veelkleurig samenleven soms een onbereikbare zaak. Niet in het bereiken van het doel, maar in het gaan van de weg ligt de zin besloten. Of, in de woorden van Hammerskjöld: "Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner mij niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik "ja" tegen iemand - of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het zeggen wil,'niet om te zien', of 'zich niet te bekommeren om de dag van morgen'."

 

Awraham en Sajidah, moge de zegen van de Ene God jullie vergezellen!