sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Dorst


Verkondiging bij Johannes 19

 

28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

 

Dorst. Een intrigerend woord: dorst. Dorst – het klinkt net zoals het voelt. Dor, dor en droog, gebarsten. Dorst gaat dwars door jezelf heen, dorst is een lijflijk hunkeren, alsof je zelf één leeg vat bent geworden dat snakt naar water. Als een hijgend hert aan waterstromen, zegt de psalm. Herinner je je het gevoel van dorst? Toen het zo heet was en je was in de tuin bezig? Of toen je zo’n lange wandeling maakte en de weg was langer dan je dacht? Ik herinner me nog heel goed hoe ik snakte naar wat te drinken nadat ik mijn eerste kind had gebaard. Hoe groter de inspanning, hoe groter de dorst. Wat kun je snakken naar iets dorstlessends.

 

 

En nu hangt Jezus aan het kruis en heeft hij dorst. In het grieks is het nog sterker: hij dórst. Hij heeft geen dorst maar dorst heeft hem. Eén en al dorst is hij. Vlak voor hij sterft is er niets van hem over gebleven behalve dorst. Dorst. Een woord dat nog maar één keer eerder over Jezus is gezegd, in Johannes 4: als Jezus bij een waterput zit en een Samaritaanse vrouw komt water halen. Dan zegt hij ook: ik heb dorst. Het verhaal kent een prachtige omkering, want het blijkt dat het de vrouw is die snakt naar levend water, bronwater, naar God. Dorst in het Johannes evangelie heeft met de bron van leven te maken, met God en zijn koninkrijk. Jezus dorst naar de redding van de vrouw en de vrouw dorst naar God. Het is niet toevallig dat het juist hier wordt herhaald.

 

 

Bronwater, daar snakt Jezus naar. Levend water. En daar kunnen mensen naar snakken. Want levend water is wat voortkomt uit de bron van het leven, uit God zelf. Je zou zo graag zelf iets rechtstreeks proeven van God, recht uit de bron die ergens verscholen in de werkelijkheid van het bestaan aanwezig is.  Levend water is water dat levend maakt – en hoe snak je daarna als je bestaan doods is geworden. Of als de dood nadert, in pijnen en beperkingen. Als er onrecht aan je gebeurt, als de verlatenheid je apart zet van iedereen. Als je leven een kruis is geworden – o, heb je dan geen dorst? Ben je dan niet één en al dorst geworden? Ik dorst, zegt Jezus.

 

 

Ach, zeg je wellicht. Ik heb van huis uit een heleboel flessen spa meegekregen – daar kan ik nog een hele tijd mee vooruit. Ik teer nog op het geloof van vroeger en mijn leven gaat wel goed, ik heb eigenlijk niet zo’n dorst. Gezegend ben je en geloofd is God die uit zijn overvloed generaties lang het geloof meegeeft. Er is niets mis met leven uit wat je van huis uit hebt meegekregen. Maar soms is het niet meer genoeg.

 

 

Vanochtend spreek ik voor hen die dorsten. Die dorsten naar levend water, naar de bron waar je hoogst persoonlijk uit drinkt. Ik spreek voor mensen die nog altijd en steeds weer hongeren en dorsten naar gerechtigheid, die verzadigd willen worden niet door chips en nieuwe braadworsten maar door het koninkrijk van God. Ik spreek voor mensen die dorsten naar waarheid, naar liefde, naar de zuiverheid van God zelf. Ik spreek voor mensen die nieuwe bronnen willen ontsluiten waar ook onze kinderen weer uit putten kunnen. En ik spreek voor hen aan wie alles ontvallen is van vroeger, voor hen bij wie de grondvesten van het geloof aan het schudden zijn en het leven steeds meer een dorre vallei lijkt te worden.

 

 

Ik dorst, zegt Jezus en zo vervulde hij de woorden van God, zegt de Schrift.

 

Schep o God een nieuw hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig. Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein, was mij en ik word witter dan sneeuw. – zo zingt de psalm die bij de tekst van deze zondag hoort.

 

Helemaal dorst geworden, niets meer om aan vast te houden, je helemaal op God toeverlaten die ook nog eens onvindbaar is – zo hangt Jezus daar.

 

En een majoraantak met een spons werd naar zijn lippen gebracht en hij zei: het is volbracht en hij gaf de geest. Letterlijk staat er: hij overhandigde de Geest.

 

 

In de wijsheidstraditie van de kerk is hierover veel geschreven. De weg van Jezus wordt gezien als een weg die ons eigen bestaan verheldert. Wat er met je gebeurt in het geloof, op je weg met God door het leven, dat kun je beter begrijpen als je de weg van Jezus verstaat. Daarom volgt de kerk ook het spoor van Jezus door het jaar heen: om het eigen bestaan te laten omvormen door zijn leven en sterven en verrijzen.

 

 

Het dorsten van Jezus is precies het moment waarop Jezus alles volbrengt. Het dorst zijn van Jezus is het moment waarop zijn leerlingen later hebben erkend: hier is de volheid van God aanwezig. Nu wordt de Geest uitgestort.

 

 

De kerk in het westen gaat een weg van dorst momenteel. De bronnen lijken dichtgeslibd of afgesloten, het geloof wordt niet meer gemakkelijk aan generaties doorgegeven. Misschien ben je zelf die weg ook gegaan, (de weg van Kuitert zal ik maar zeggen). Misschien ben je begonnen met een duidelijk idee en een duidelijk gevoel over God, over je relatie, je plek en is dat langzamerhand allemaal uit je verdwenen. De ellende van de wereld is luider gaan klinken dan de woorden van de kerk en je hebt meer vragen dan antwoorden. Misschien twijfel je meer dan ooit aan het geloof dat in je leven richtinggevend was. God trekt weg uit je gedachten en gevoel.

 

 

En zo hoort het, zegt de wijsheidstraditie. De dorst van de mens is de keerzijde van de volheid van God. Juist waar jij het niet meer weet maar toch blijft dorsten, precies daar raakt God je. Niet meer door een gevoel dat heen en weer gaat, niet meer door een gedachte waar je steun aan hebt, maar in de werkelijkheid. Een werkelijkheid die je verstand te boven gaat. Want wat is de bron van je dorst? Gods aanraking vindt plaats in een wolk van niet-weten, zeggen de wijzen. God, waarom heb je me verlaten, schreeuwde Jezus en zijn leerlingen waren ontzet: die Godsverlatenheid maakte Jezus doorzichtig tot op God. Jezus zag God niet meer – want die was te dichtbij om nog te kunnen zien.

 

 

Mooie woorden, denk je misschien, maar wat koop je ervoor? Wat merk je ervan?

 

Eigenlijk niets. Jij merkt niets, je leven gaat nog steeds zoals het gaat, je dorst is nog altijd dorst, - als het goed gaat, ga je misschien wel dood aan je dorst. Heel je menselijk bestaan wil ingetrokken worden in de dood van Jezus, de dood van Pasen. Maar dan begint het pas goed.

 

 

Jij merkt wellicht niets. Maar je omgeving wel. Je leeft niet meer van uit jezelf maar vanuit een bron die in je opborrelt en waar anderen zich aan kunnen laven. Hoe, dan weet je niet, maar dat hóef je ook niet meer te weten. En dat is het belangrijkste om in te zien. Je hoeft het niet meer te weten hoe het zit met God en met jou. Heb je niet je leven lang jezelf al geordend in het spoor van Jezus? Nu mag je ook je laatste zekerheden laten gaan. Aan het eind van het verhaal rest alleen nog maar geloof – een permanente dorst die als volheid in je leven aanwezig is. Zo geef je de geest, jouw geest, zo geef je God die in je woont en die uit je kan stromen als bron voor een dorstige wereld – of je nu leeft of sterft, zoals Jezus. Vergeet jezelf en loof God.

 

 

Menselijke dorst is de keerzijde van Gods volheid. Dus wees niet bang als het dor wordt, als het geloof je ontglipt. Vandaag richt de kerk haar ogen op de dorst van Jezus en zegt: wees niet bang voor jouw eigen dorst. Wees niet bang als God verdwenen lijkt te zijn. Hij is te dichtbij gekomen om nog te kunnen zien. Want Hij heeft ons zo lief.

 


 

 

TerugVerder