sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Hij beheerde de kas maar was een dief

 

 

Bij Filip.4:4-9 en Johannes 12:1-1

1 Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. 2 Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. 3 Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. 4 Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: 5 ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ 6 Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. 7 Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; 8 de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.’
 

Hij beheerde de kas, maar hij was een dief.

Daaraan herken je het verraad. Wat niet van jou is, eigen je toe en wat bedoeld is om te delen hou je voor je zelf.

Dat is de diefstal waar Jezus aan dood gaat. Dat is het verraad waarmee wij de Christus kruisigen, in de wereld en in ons eigen hart.

 

De kas beheren, maar een dief zijn.

Je snapt het eigenlijk niet. Daar zit Judas schijnheilig te wezen terwijl naast hem Lazarus zit, die uit de dood gered is, Judas heeft het met zijn eigen ogen gezien.

Wat is dat toch met je, Judas, heb je niet genoeg gezien van alles wat Jezus vrijuit uitdeelt? Brood in overvloed, een storm die weer bedaart, nieuw zicht terwijl alles donker was, op je benen komen terwijl je als verlamd was?

 

Wat is dat toch met ons? Hebben we soms nog niet genoeg meegemaakt? Hebben we soms niet met eigen ogen gezien hoe kinderen werden geboren, hoe de bomen weer uitlopen, hoe we aan een gevulde tafel kunnen aanschuiven, hoe we met liefde werden begroet door mensen om ons heen? Een rijkgevulde kas beheren wij, vol goede onverdiende geschenken. Hebben wij geen oren om te horen, geen stem om te spreken, geen handen om uit te delen van alles wat we in beheer hebben gekregen? Of menen we dat de kas van ons is, de wijngaard ons bezit, het leven ons geboorterecht? 

 

Hij beheerde de kas maar was een dief, hij stal van wat hem in beheer was gegeven om uit te delen, daarom was Judas een verrader nog voordat hij Jezus voor 30 zilverstukken uitleverde.

 

Maria heeft Jezus lief. Het duurste dat ze heeft, schenkt ze roekeloos uit over zijn voeten, volstrekt overdreven en volkomen nutteloos natuurlijk, want straks worden die toch weer modderig van het leven. En nog even, dan zal het bloed vloeien waar nu de geurige olie neerdruipt, overvloedig zal het stromen, straks, als zijn voeten voorgoed tot stilstand worden gehamerd. Ach, hoe lieflijk zijn de voeten van hem die goed nieuws brengt, de geur van de nardusolie vertelt de waarheid van Gods goede gaven. En de geur van het bloed zal straks vertellen van de prijs die hij betaalt.

 

Liefde geeft zonder bedenking, zonder reden, zonder nut, want Jezus is geen beheerder van een smalle beurs maar van de rijkdommen van het koninkrijk zoals iéder mens dat is die de Vader in de hemel heeft leren kennen en zoals Maria heeft geleerd. Wees over niets bezorgd want de Vader weet wat je nodig hebt.

Kom, geef me je voeten Judas, zal Jezus straks zeggen, laat mij ze wassen van al dat aardse slijk waaraan je zo gehecht bent. Laat me je bevrijding aankondigen al ben je een verrader en zul je doden wat jouw redding brengt.

 

Maar nu nog is het de week voor Pasen, de week voor het lam gegeten wordt en de doortocht zal beginnen, voordat de nacht van bevrijding en de nacht van de dood gekomen is.

 

Nog een week heb je, Judas, nog een week hebben wij om in de spiegel te kijken en de dubbelheid van het hart te zien. Kies dan heden het leven, schenk aandacht aan alles wat waar is en zuiver – want alles wat je meemaakt is een spiegel om je de waarheid te leren. Leer van Maria, Judas, en van haar geurige olie. Hoor de hysterische menigte die met palmtakken wuift, hongerend naar bevrijding,  zie de koning op zijn messiaanse ezel. Luister naar het verhaal van de graankorrel en eet het brood dat de Heer je aanreikt. Alles vertelt je van deze waarheid: dat je alleen tot leven komt door te sterven. Door te sterven aan alles waar je zo aan vasthoudt. Wij zijn niet het middelpunt van het bestaan, God zelf is het onzichtbare centrum van ons eigen leven. De afdruk van zijn wezen in onze ziel is wie wij werkelijk zijn. Om dat te zien en daaruit te leven, daarvoor moet je uit je eigen middelpunt bevrijd worden. Het leven zelf zal je helpen. Want dat is de grootste en moeilijkste gave van het leven: het leert ons sterven.

 

Wat een verkwisting, wat een verspilling, wat een schandalige nutteloosheid, al dat geld dat aan armen gegeven had kunnen worden. Zo spreekt de dief, de mens die geen weet heeft van vrije gaven, van onverdiende geschenken, van genade op genade en overvloed op overvloed. Die niet dankbaar kan zijn dat de zon opgaat voor bozen en voor goeden, dat misdadigers in het uur van hun dood nog gered kunnen worden en werkers van het laatste uur evenveel ontvangen als de dagarbeiders. Wat een schande, wat een luxe, zo spreekt de gierigaard die alles voor zichzelf houdt, die zijn tijd aan zichzelf houdt en zijn geld, die zijn liefde investeert maar nooit weggeeft, zo spreekt de mens die zichzelf gemaakt heeft en wat een gevangen mens is dat. Zolang je nog wat terug moet krijgen voor alles wat je geeft, ben je nog niet zo goed als God. Ben je nog niet zo VRIJ als God..

Dan blijven we mensen die hosanna roepen als het goed gaat en kruisig hem als het wat gaat kosten, want zo is de mens in jou en in mij die bang is om te leven omdat hij bang is om te sterven.

 

Gelukkig, het leven helpt. Het van God gegeven leven helpt ons op elke stap van de weg. Je wordt geboren en je navelstreng verbreekt. Je leert lopen door te vallen en weer op te staan, je leert delen anders timmert je zus je op je kop. Je leert pijn en je leert om ik te zeggen. Je leert hoe te leren en je wereld vergroot, je wordt verliefd en ontdekt dat een ander belangrijker kan zijn dan jezelf. Je leert je te verbazen over nieuw leven en de onontkoombare dood, je leert ziek zijn en los te laten, je leert verlies te lijden en om hulp te vragen. En uiteindelijk leer je de grootste les van allemaal, om je toe te vertrouwen aan de handen van de ongeziene God die de achterkant van elke dood is en daarin altijd zijn aangezicht over je doet lichten. Wie is het die zo kan loslaten, zich zó kan geven? Het is Jezus, die is het, niet meer ver weg van toen, maar Jezus, geboren in jou je leven lang, Jezus is de naam van jouw mooiste en moedigste zelf, Jezus is het vertrouwen en het geloof, Jezus is de naam van dat nieuwe leven waarin wij geboren worden.

 

Hij beheerde de kas maar hij was een dief. Dat wil je toch zeker niet op je grafschrift hebben staan? Alles is ons gegeven en niets is ons bezit. Laat ons dan léven voordat we dood zijn, laat ons vrijuit en onbevreesd ons leven uitstromen want naar Gods beeld zijn wij geschapen, tot gelijkenis van Jezus die ons voorgaat op de weg van het leven. Laten wij hem volgen deze week, laat hem ook ónze voeten wassen, zijn brood met ons delen, moge zijn dood ons bevrijden.

TerugVerder