sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

 

Bambi op het ijs in gesprek met de tekst: Sefanja 3:14-20

 

 

Wordt het steeds korter licht
Gaan er ganzen op reis
De lucht kleur zilvergrijs
We houden het niet droog
Een meeuw hangt roerloos boven zee

Het terras maakt weer plaats
Voor de wind en de kou
Een hijskraan tilt een nieuwe horizon omhoog

Ik hou me schuil in een cafe
Maar zo meteen doe ik weer mee
Zo meteen doe ik weer mee

Als het klopt dat je kiezen moet
Tussen dom geluk of droef maar wijs
Dan maar steeds op blote voeten door de sneeuw

Dan maar bambi op het ijs
Dan maar bambi op het ijs

Iemand droomt van een kind
Bouwt een bed of een huis
Iemand begon vandaag je lievelingsboek te schrijven

Je zomerjas hangt ergens klaar
Iemand zoekt je gezicht
In het raam van de tram
Elk liedje noemt je naam
Hoe kun je achter blijven

Alles past in elkaar
En zo meteen is dat weer waar
Zo meteen doe ik weer mee

En die paar die nonchalant hoofdschuddend langs de kant
Staan toe te kijken
Met hun inzicht en hun smaak
En hun leedvermaak
Die hebben vast gelijk

Maar als het klopt dat je kiezen moet
Tussen bont en blauw
Of grauw en grijs
Dan maar grote ogen
Rooie wangen
Gek van heimwee en verlangen
Steeds op blote voeten door de sneeuw

Dan maar bambi op het ijs
Dan maar bambi op het ijs

 

 

Als je  kiezen moet tussen bont en blauw of grauw en grijs - Dan maar grote ogen, rooie wangen, gek van heimwee en verlangen, dan maar Bambi op het ijs.

 

Sefanja de profeet spreekt woorden van hoop. Dat er een tijd zal komen die niet een voortzetting van onrecht is, van onderdrukking, van aldoor maar het recht van de sterkste en het leed van de zwakke. Alleen maar chronos: de agendatijd, de dagen en maanden en jaren die opeenvolgen zonder dat er wat gebeurt. Mensen die droef en wijs aan de kant staan en zeggen: zo was het altijd al. Droom maar niet van een betere wereld, droom maar niet van een leven vol hartstocht en betekenis. Dat is glad ijs - daar kun je alleen maar op je neus gaan.

Geloven is wagen en vallen en wagen opnieuw: Bambi op het ijs.

 

Sefanja spreekt van kairos: van een tijd waarin God zelf scheppend en herscheppend aanwezig is. Sefanje spreekt - hij zwijgt niet. Tegen de stroom in houdt hij de hoop levend dat God nog niet uitgesproken is met ons. Dat er iets kan gebeuren dat alles anders maakt. Hij kijkt al vooruit en zegt: daar oriënteer ik mij alvast op. Ik leef en loof en hoop niet vanuit het bekende, vanuit het verleden, maar vanuit de toekomst - de toekomst van God. Ik vertrouw op de woorden van God die zegt: Ik zal er zijn.

Huub Oosterhuis verwoordt het in zijn hertaling van psalm 16 zo:

Gelezen heb ik wat geschreven staat,

mij toevertrouwd aan onbewezen woorden:

Geschreven staat uw Naam: Ik zal er zijn.

 

Als Bambi op het ijs waagt Sefanja het om te hopen, om te vertrouwen, of hij nu op zijn gezicht zal vallen of niet. Zich toevertrouwen aan onbewezen woorden.

Zonder mensen die het erop wagen, op glad ijs, op nieuwe wegen, die hun hart volgen, die zich toevertrouwen aan dat grootste visioen van vrede - hoe zou de wereld ooit vernieuwen? Het zijn wegbereiders zoals Johannes, die schaatsers op glad ijs.

 

Het lied van I. laat de aarzeling horen die we hebben, hoe er iets trekt, en hoe er verstandige stemmen klinken, hoe we ons soms verschuilen en nog even niet meedoen. De toekomst trekt, een hijskraan tilt een nieuwe horizon omhoog, een schrijver is bezig om je lievelingsboek te schrijven, iemand zoekt je gezicht in het raam van de tram - maar..

 

nog even niet, ik houd me schuil in het café, of in mijn gezin, in de plicht van elke dag, de routine, ik houd me schuil in het hoekje van mijn verdriet, of in het filosoferen over het leven zonder te leven - zo meteen doe ik weer mee.

 

Je toevertrouwen aan onbewezen woorden - als Bambi op het ijs. Misschien wordt het niks, je valt, en valt op nieuw - maar je lééft.

 

Sefanja schrijft over een tijd dat God als een minnaar bij zijn volk is. Dat is het hoge visioen uit de bijbel. Niet ‘er zal wel iets zijn’, maar hartstochtelijk levend met de God die je verstand te boven gaat.  ‘de Heer je God is in je midden’.  Niets anders in het middelpunt dat God. God vinden is jezelf vinden is de ander vinden. God in je midden is het einde van alle vijandschap - met jezelf, met elkaar. God is het antwoord op alle heimwee en verlangen - en de ultieme vergroting ervan. God vinden is thuiskomen én op weg gaan tegelijk - op glad ijs.

 

En dan staat er die raadselachtige en prachtige zin: in zijn liefde zal hij zwijgen.

 

In zijn liefde zal hij zwijgen. Wanneer doet de liefde je zwijgen?

Misschien als je de ander ruimte wilt geven om zijn eigen ontdekkingen te doen, haar eigen fouten te maken, zichzelf te vinden in het leven. Je zwijgt - niet omdat je bang bent voor de oordeel van de ander, of omdat je de moed niet hebt je mening te geven, bang voor conflicten, maar uit liefde: om de ruimte van de ander niet over te nemen. Misschien is het zwijgen van God dat wij ervaren wel ook zoiets. Misschien is er in het geloof geen andere weg dan die van glad ijs - dan je toevertrouwen aan onbewezen woorden, omdat er anders geen keuze ruimte meer is, en dus geen werkelijke relatie.

 

Of misschien wordt er gezwegen omdat er geluisterd wordt. Liefde kan in het zwijgend luisteren iemand aan het licht laten komen. God heeft gesproken en wij ZIJN er. Nu is het woord aan ons. Misschien is het zwijgen van God in zijn liefde juist zijn intense luisteren om óns woord tevoorschijn te roepen.

 

Maar ik ken nog een reden waarom er zwijgen kan zijn in de liefde. Het welsprekende zwijgen van volmaakt samenzijn. Als je hart en je ziel en je lijf rust in de overgave van totaal vertrouwen. Een hand in je rug, zonder woorden. In zijn liefde zal hij zwijgen. Soms is stilte de mooiste taal van de liefde.

 

Op blote voeten door de sneeuw. Geen beschermende laagjes meer, niet meer verstandig, weerloos als een kind. Wie is het eigenlijk, die Bambi op het ijs? Is het niet het kind in de kribbe - de liefde die van God komt? Als een stem die de stilte niet breekt. Amen.

 

 

 

TerugVerder