sporen van God
mystiek
artikelen
christelijke mystiek
inleiding op de Wolk
niet-weten
cassianus
leven uit de bron
gevoed met honger
volwassen geloof
godservaring?
etty hillesum
hammerskjöld's weg
simone weil wachten
anselm grün
perspectief
geestelijke reis
eucharistie en eros
klassieke teksten
mp3 cursussen
aanbevolen boeken
podcasts
ervaring
natuur
christendom
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Anselm Grun is benediktijner monnik en bekend schrijver van boeken over spiritualiteit. Onlangs las ik zijn "Rituelen voor lichaam en ziel". In dit boek beschrijft hij de zuivering - een onderdeel van de geestelijke weg. Hieronder staat een klein gedeelte eruit. Hij maakt gebruik van de wijsheid van de donkere nacht (Johannes van het Kruis), en brengt het helemaal up-to-date.

 

 

De donkere nacht bij Johannes van het Kruis

 

 

Bij het thema 'reiniging' kun je de Spaanse mysticus Johannes van het Kruis (1542 tot 1591) niet negeren. Hij heeft het proces van loutering het uitvoerigst beschreven in zijn boek Donkere nacht. De weg naar God leidt door de donkere nacht, waarin de godsbeelden en de zelfbeelden worden gereinigd. Zonder die innerlijke loutering kunnen wij God niet naderen. Voor mij is Johannes van het Kruis uitermate actueel. Want ik neem waar dat veel spirituele methoden die vandaag de dag worden aangeboden, geen aandacht besteden aan het werken aan je schaduwkanten (wat echter wel noodzakelijk is). En daarom brengen deze methoden de mensen op een dwaalspoor. Veel mensen geloven dat ze God zullen vinden in hun geestelijke proces. Maar ze komen enkel en alleen uit bij hun eigen projecties.

 

Johannes van het Kruis schetst vijf gevaren die iemand die aan een spirituele zoektocht begint, bedreigen op zijn weg naar God toe. Aan het begin van het geestelijke proces verwent God de mens die aan een spirituele zoektocht is begonnen. God laat hem ten volle Zijn nabijheid ervaren. Zo iemand vindt het helemaal niet erg om gedurende lange periodes te bidden, integendeel: hij kan er niet genoeg van krijgen! Hij ervaart bij het bidden en bij het mediteren innerlijke bevrediging. Maar dan onttrekt God zich aan degene die bidt, om hem te bevrijden van alles waaraan hij te veel is verknocht. De donkere nacht van de zintuigen begint. Opeens beleeft degene die bidt, geen plezier meer aan God en aan het mediteren. Alles wordt somber voor hem. Dat is voor Johannes een teken dat God degene die bidt, wil bevrijden van zijn arrogantie, een verwaandheid die zich gemakkelijk manifesteert wanneer je geniet van je ervaringen tijdens het bidden. Veel mensen denken dat ze plezier zullen beleven aan God. Maar in werkelijkheid voelen ze zich verheven boven de andere mensen die niet bidden. Ze beginnen aan hun spirituele proces om zich bijzonder te kunnen voelen. Dat is voor hen de motivatie om iedere dag te mediteren en hun hele leven te veranderen. Maar ze worden tijdens dat proces niet gereinigd, omdat hun diepste motivatie is: ze willen zichzelf zien als de enige mensen die echt spiritueel leven en die veruit de meerdere zijn van hen die de gebruikelijke weg gaan. Ik maak tegenwoordig dikwijls mensen mee die zichzelf zien als leerling van een meester en die zich vervolgens verheven voelen boven alle anderen die volgens hen uiteindelijk geen benul hebben van spiritualiteit. Maar wanneer de geest van die mensen niet wordt gereinigd, leidt hun spirituele proces hen niet naar God toe maar uitsluitend naar hun eigen hart, dat vaak genoeg vol agressie en arrogantie is.

 

Het tweede gevaar dat Johannes van het Kruis ziet, is: je gelukzalige gevoel verwarren met God. Zulke mensen demonstreren hun vroomheid ten opzichte van anderen. 'Zij scheppen er behagen in, wanneer men daar bij hen weet van heeft, ja dikwijls zijn ze er verzot op’ (Johannes van het Kruis 65). Wanneer zij gaan biechten, willen ze hun biechtvader imponeren. 'Ze denken dat ze al heilig moesten zijn en worden boos op zichzelf en ongeduldig, wat een andere onvolmaaktheid is. Dikwijls hunkeren ze er hevig naar, dat God hen ontdoet van hun onvolmaaktheden en fouten; meer om zelf zonder

die last in vrede te leven, dan omwille van God' (t.a.p. 66). Ze hebben het weliswaar constant over hun fouten en zwakheden en doen zich ootmoedig voor bij anderen. Ze voelen dat ze Gods hulp nodig hebben. Maar wanneer je ze aanspreekt op kleine fouten, worden ze erg agressief. Ze voelen zich liever over de hele linie zondaar en willen niet worden aangesproken op concrete zonden. Ze schilderen zichzelf af als slecht om door de mensen te worden geprezen. Omdat ze zo gevoelig zijn voor iedere vorm van kritiek, merk je dat ze God slechts gebruiken voor zichzelf. Hun zogenaamde verlangen dat God hen zal verlossen van hun fouten, is uiteindelijk een uiting van hun hoogmoed. Ze voelen zich op die manier verheven boven de anderen die geen besef hebben van hun zondigheid. In de donkere nacht zuivert God de mens van die geestelijke arrogantie. De reiniging leidt ertoe dat je God aanbidt omdat Hij God is, en niet omdat je iets van Hem verlangt. Wanneer je gezuiverd bent van die geestelijke arrogantie, beoordeel je je eigen spirituele proces niet. Je vindt het volstrekt onbelangrijk in welk stadium van je spirituele ontwikkeling jij je bevindt. Het gaat je alleen nog maar om God en niet meer om ie eigen proces en de beoordeling daarvan.

 

De derde reiniging betreft het gevaar van geestelijke hebzucht. Johannes verstaat daaronder de ziekelijke neiging om steeds meer spirituele boeken te lezen, van de ene biechtvader naar de andere te rennen en van het ene pelgrimsoord naar het andere te vliegen. Je bent spiritueel heel druk bezig, je doet veel vrome dingen. Maar je verzet je tegen je innerlijke verandering en loutering. Johannes is van mening dat de mens zich niet uitsluitend met zijn wil kan bevrijden van die geestelijke hebzucht. 'Wel past het de ziel, dat zij van haar kant probeert te doen wat zij maar kan om tot meer volmaaktheid te komen, om het waard te worden dat God haar de goddelijke kuur doet ondergaan, waarin zij geneest van alles waarvan zij zichzelf niet kon genezen. Want, hoeveel moeite de ziel ook doet, op actieve wijze kan zij zichzelf niet zo louteren, dat zij ook maar voor een klein gedeelte geschikt zou worden voor de goddelijke vereniging in volmaakte liefde, als God haar niet bij de hand neemt en haar loutert in het vuur dat voor haar donker is' (t.a.p. 70v.). God ontneemt de mens alle spirituele ervaringen, teneinde zijn streven om Hem voor zichzelf te bezitten te zuiveren. Soms is het goed voor ons wanneer God ons ons geloof en onze geloofszekerheid uit handen slaat, zodat wij met lege handen opnieuw op zoek gaan naar God.

 

De vierde reiniging die door de donkere nacht tot stand wordt gebracht, heeft te maken met geestelijke ontucht. Het is de vermenging van goddelijke liefde en seksuele liefde. Seksualiteit en spiritualiteit horen bij elkaar. Mystici hebben hun spirituele ervaringen altijd onder woorden gebracht in een erotische taal. Alleen wanneer wij de seksualiteit integreren in de spiritualiteit, zijn we in staat om ons in liefde aan God over te geven. Johannes van het Kruis bedoelt met geestelijke ontucht een troebele vermenging van liefde voor God en seksualiteit. Ik ervaar de negatieve relatie tussen seksualiteit en spiritualiteit vaak bij mensen die te euforisch zijn. Wanneer iemand te euforisch spreekt over zijn liefde voor God, alsof hij uitsluitend God liefheeft en verder niets, ben ik altijd sceptisch. Euforie is vaak een vlucht voor seksualiteit. De ervaring leert dat mensen die euforisch spreken over hun liefde voor God, meestal seksuele problemen hebben. Ze hebben hun seksualiteit niet geïntegreerd in hun geestelijke leven. Hun seksualiteit leidt een eigen leven. De seksualiteit is ofwel geïsoleerd van hun spirituele proces ofwel vermengt zij zich op onbewuste en troebele wijze met hun liefde voor God. Dat leidt nooit tot helderheid en innerlijke zuiverheid. Integendeel, deze mensen merken vaak helemaal niet dat zij hun seksuele behoeften vervolgens ook uiten in hun relatie met mannen en vrouwen. Omdat zij hun verliefdheid op iemand met een ideologische aureool omgeven door deze een uiting van pure liefde voor God te noemen, zijn zij zich niet bewust van hun zeer vitale behoeften. De donkere nacht loutert de verschillende soorten liefde, zowel de liefde voor de mensen alsook de liefde voor God. In de liefde voor God mag beslist wel de kracht van je seksualiteit tot uiting komen. Maar het gaat erom in de extase van de liefde voor God jezelf te vergeten, in plaats van uitsluitend bezig te zijn met je euforische liefdesgevoelens.

 

Het vijfde domein dat in de donkere nacht van de zintuigen moet worden gezuiverd, is de woede. Het is een ervaring die wij steeds weer kunnen opdoen bij spirituele mensen, namelijk dat ze vaak erg geprikkeld zijn en snel boos worden: 'Door het onbehagen dat ze met zich meedragen, krijgen ze een hekel aan de dingen waarmee ze bezig zijn. Ze worden gemakkelijk driftig om elke kleinigheid en soms is het zelfs zo, dat niemand hen kan uitstaan' (t.a.p. 75v.). Je zou denken dat spirituele mensen bijzonder evenwichtig en liefdevol zijn. Maar het tegendeel is vaak het geval. Daaruit blijkt dat ze niet beginnen aan hun spirituele proces om God werkelijk te zoeken, maar om door God mooie gevoelens te krijgen. Johannes vergelijkt zulke mensen met kleine kinderen. Zodra ze geen moedermelk meer krijgen, komen er gevoelens van onbehagen en onvrede in hen op. Mensen die blijven steken in een dergelijke infantiele vroomheid, zijn vaak ongenietbaar voor hun omgeving. Ze merken helemaal niet dat ze uitsluitend egocentrisch bezig zijn met zichzelf. Ook wanneer ze spreken over hun spirituele ervaringen, is het enkel religieus narcisme. Anderen observeren volgens Johannes constant hun medemensen bij hun geestelijke activiteiten. Ze oordelen streng over de anderen en dan 'doen ze alsof zij heer en meester van de deugd zijn' (t.a.p. 76). Ze worden streng in hun oordeel en denken daardoor de radicaliteit van Jezus te verwezenlijken. In werkelijkheid komt hun strengheid voort uit het onderdrukken en verdringen van hun eigen behoeften. Van die innerlijke strengheid kun je alleen maar worden bevrijd door het louteringsproces van de donkere nacht.

 

De reiniging waar Johannes van het Kruis het over heeft, betreft niet zozeer de negen hartstochten die Evagrius Ponticus heeft beschreven. Bij Evagrius kun je spreken van een ethische reiniging. Mensen worden door hun spirituele proces in menselijk opzicht rijper, bewuster, helderder. Ze worden bevrijd van in moreel opzicht verkeerde houdingen. En het is bij Evagrius een psychische reiniging. De hartstochten vertroebelen de helderheid van de geest niet meer. Ze zijn geïntegreerd in het spirituele leven van de monnik. Contemplatie leidt er dus ook toe dat de ziel wordt gereinigd van alle verdrongen begeerten en driften. Mensen komen in contact met hun ware Zelf. De reiniging bij Evagrius leidt ertoe dat mensen zichzelf worden, dat ze innerlijke helderheid en vrijheid vinden.

 

Bij Johannes gaat het vooral om de relatie met God. Het is de grootste bedreiging dat wij God vermengen met ons eigen ego. Wij gebruiken God voor onszelf. De spirituele dreiging om God voor jezelf te misbruiken, kan alle negen de 'logismoi' omvatten, waarvan Evagrius de werking zo indrukwekkend heeft geanalyseerd. De hartstochten kunnen onze relatie met God verstoren wanneer ze niet worden gezuiverd door het ascetische proces. Er bestaat een geestelijke hebzucht om je steeds meer spirituele kennis eigen te maken. Er bestaat geestelijke ontucht, wanneer iemand God misbruikt om in zichzelf extatische gevoelens op te wekken. Er bestaat een geestelijke zwelgpartij wanneer iemand hongerig is naar vormen van gebed, maar niet bereid is om zich te laten vallen in de armen van God. Bedroefdheid als zelfmedelijden en uiting van de teleurstelling dat God jouw verlangen naar mooie gevoelens niet in vervulling doet gaan, vertroebelt jouw liefde voor God. Woede kan zich richten tegen jezelf en tegen jouw gebrek aan godservaring. De acedia verscheurt je en maakt het voor jou onmogelijk om God te ontmoeten. Zucht naar roem kan je spirituele ervaringen tenietdoen. Wanneer je opschept over iedere ervaring van God, dan misbruik je God. Het gaat je dan niet om God, maar om jezelf.

Iets soortgelijks gebeurt bij jaloezie. Je wilt spiritueler zijn dan de anderen. Ook in het geestelijke leven vergelijk jij je met anderen. Je vergelijkt het stadium dat jij in Jouw spirituele proces al hebt bereikt, met de stadia van de anderen. De ergste bedreiging is echter de hybris. je identificeert je met een hoog ideaal en weigert je mens-zijn onder ogen te zien. Volgens C.G. Jung vallen juist mensen die zich identificeren met archetypische symbolen, bijvoorbeeld met het symbool van de profeet, de martelaar, de genezer, de heilige, de spirituele mens, aan deze bedreiging ten prooi. Wanneer jij je identificeert met een archetypisch symbool, word je blind voor je eigen behoeften. je merkt helemaal niet dat je onder de dekmantel van je hoge ideaal je vitale behoeften aan macht, erkenning en seksualiteit uit. De donkere nacht van Johannes van het Kruis wil mensen bevrijden van alle manieren om God voor zichzelf te claimen. Mensen ontdekken dat God God is, ze kunnen niet over Hem beschikken, Hij is geheel anders dan de mensen. Mensen moeten zich verzoenen met hun machteloosheid ten opzichte van God. Pas dan mogen ze soms de genade ervaren dat Gods liefde in hen wordt uitgestort, en dat ze één mogen worden met de onbevattelijke en onbegrijpelijke God.

 

(een klein gedeelte uit het uitstekende boek van Anselm Grün - Rituelen voor lichaam en ziel. - lannoo/ten have - 2005)