sporen van God
mystiek
ervaring
natuur
christendom
wat is het?
bijbel
lectio divina
kracht onderweg
stem van verlangen
preken
bijbelpreken
wie ben ik?
bach-preken
popsongpreken
kerstverhalen
atheïsme en geloof
crucifixen
lam van God
kerk
gebed en meditatie
andere godsdiensten
kunst
literatuur
muziek
ikonen
het leven
kwaad en lijden
cursus
links
over deze site
contact
Sitemap

Absalom, bungelend aan zijn haren

 

Preek bij 2 Samuel 18 en Johannes 2 

Daar hangt hij, tussen hemel en aarde. Vier en een half pond haarlokken zijn verward geraakt in de takken van de terebinth en zijn rijdier loopt onder hem weg.

Absalom, zwevend tussen hemel en aarde. Het  is het gevolg van zijn ambitie. Soms gaat dat zo, met ambitie. De drive waarmee je je eigen doelen probeert te bereiken kunnen je vervreemden van het hier en nu, van de mensen die je lief zijn, van de aarde waar je grond onder je voeten hebt, en van de hemel waar je zin, betekenis en richting van ontvangt. Er is niets mis met ambitie op zich: dat je je talenten wenst te ontplooien, dat je gezien wilt worden en erkend in je kracht en je bijdrage. Mensen zonder enige ambitie hebben vaak weinig dynamiek en energie, weinig groei-potentieel, er gaat niet veel van uit. Soms zijn we te bang om onze nek uit te steken, bang om ons gezicht te verliezen, bang om fouten te maken: een beetje ambitie kan dan helpen.


Maar hier is Absalom, bungelend aan zijn lange lokken. Zijn ongeduld om de troon van zijn vader over te nemen heeft hem hier gebracht: hangend tussen hemel en aarde, gevangen in de takken van de terebint. Het bos heeft zich tegen hem gekeerd, net als het woud van Farngorn in Tolkien’s Lord of the Rings. Er stierven meer mensen in het woud dan door het zwaard, vertelt het verhaal. De aarde zelf keert zich tegen de mens die wil heersen en niet dienen – en dat is tot op vandaag merkbaar met overstromingen en ozon-gaten.


Het is een droevig verhaal op deze zondag van de eenheid. Welke breuk is groter dan een zoon die zijn vader wil vermoorden?

Daar is natuurlijk wel wat aan vooraf gegaan. Absalom had een wrok, niet geheel onrechtvaardig. Zijn geliefde zus was verkracht door hun halfbroer en David hun vader deed er niets aan. Het leven van zijn zus was voorgoed gebroken, ze trok als een eenzame bij haar broer Absalom in, zo staat er. Toen hij zelf een dochter kreeg, vernoemde hij haar naar zijn zus. Toen Absalom uit wraak zijn halfbroer doodde, werd hij door David verstoten, vele jaren lang. Pas toen een vrouw David eraan herinnerde dat God zelf wegen zoekt opdat een verstotene niet van Hem verstoten blijft, mocht hij terugkomen en zijn vader weer zien. Eerlijk is eerlijk, je krijgt nou niet een warm familiegevoel bij dit alles.


Maar gaat het zo niet vaak? Verschillende belangen, verschillende gevoelens en prioriteiten – niet uitpraten maar haastig besluiten nemen – en voordat je het weet zijn de breuken niet meer te overzien. Er is geen waarheid dan de waarheid die in het gesprek gevonden wordt. Waarheid bestaat alleen in gespreksvorm. Als mensen ophouden met elkaar te spreken – hoe moeizaam dat ook misschien gaat – dan raakt er iets kwijt en breuken worden afgrondelijke ravijnen.


Absalom is de ideale prins, volmaakt van gestalte, oprecht liefdevol tegenover zijn zus. Maar het onrecht raakt hem in zijn eer. En misschien heeft de dood van zijn drie zonen hem verder verbitterd. Het vermoorden van zijn halfbroer, die de oudste zoon en troonopvolger was, bracht hem op een afglijdend pad. En nu staat hij zelfs zijn vader naar het leven en weet hij hele families tegen elkaar op te zetten in verdeelde loyaliteiten. In de rest van het verhaal lees je hoe familie tegen familie vecht, alsof het Joegoslavië is, of Iran, of Israël van nu. Of misschien hoe het is in je eigen familie, broer tegen zus, schoondochter tegen schoonmoeder, opa tegen vader. Absalom houdt ons een uitvergrotende spiegel voor. Er zijn soms zulke goede redenen om iets negatiefs te doen, zo’n goed excuus, je bent toch in je eer geraakt, of bitter door wat je allemaal is overkomen. Daar moeten ze dan maar rekening mee houden, toch? Je bent toch ook maar een mens? Zij komt niet meer over mijn drempel, roepen we dan. Ik ga me het hoofd toch zeker niet buigen?


En de deur slaat dicht en het verhaal slaat dicht en de hemel slaat dicht en de aarde kreunt onder het gewicht van onze verdeeldheid.

Hier hangt hij, bungelend aan een boom, met een speer in zijn lijf, zoals later nog eens een mens zal hangen aan een boom en sterven, met een speer in zijn lijf, hangend tussen hemel en aarde. Zijn muilezel rent weg, het voertuig van zijn koningschap rent weg, rent de bladzijden van de bijbel door totdat er een nieuwe koning komt die gezeten op een ezel ook Jeruzalem zal binnen rijden.


Absalom, o Absalom, mijn zoon Absalom, was ik maar in jouw plaats gestorven, zal zijn vader over hem weeklagen. David, die in alle menselijkheid toch weigert zijn opstandige zoon te verguizen. Spaar hem, had hij gevraagd, maar zijn legerleiding was verstandiger en voorkwam nog meer bloedvergieten tussen familieleden door Absalom te doden. We’ve got him, zei Joab en dat is toch het eind van de oorlog? We hopen het, maar vrezen het ergste. Oorlogen zijn altijd broederoorlogen want er is maar één mensheid. Geweld kan nooit meer dan een tijdelijke pauze geven tussen nog meer geweld. Steun aan de Taliban, dood aan de Taliban. Steun aan Saddam, dood aan Saddam, kom en maak onze wc’s schoon: weg met de turken. Wat zijn we in Godesnaam aan het doen? Zo maken we wijn tot water in plaats van water tot wijn.


Was ik maar in jouw plaats gestorven, weeklaagt David de bijbel door, de geschiedenis door totdat God zelf deze onmachtige klacht in zich opneemt en zelf sterft opdat wij elkaar niet zullen blijven doden. In God is geen geweld, dat is de definitieve boodschap van het kruis. Liever sterft God zelf, zoals David liever zijn eigen leven had gegeven maar niet kon. Absalom, zoon van David, kon niet op zijn bestemming wachten, zijn eigen juiste tijd. Zijn ambitie zat hem in de weg, zijn grandiose beelden van zichzelf, zijn eer en wraakzucht. Maar vele jaren later komt er een andere zoon van David die Jezus heet.


Mijn uur is nog niet gekomen, zegt hij en hij wacht totdat alles wat mensen aan wijn te geven hebben, aan vreugde en gastvrijheid en levensplezier, totdat al onze eigen wijn op is en dan begint het, dan breekt zijn tijd aan. Wat afwaswater was, verandert in meer dan vijfhonderd liter allerbeste wijn. Als alles op is, alles wat je te geven hebt, als er alleen nog maar wat puin is, wat afval, of het simpele water van de dagelijkse sleur, dan, zonder dat je begrijpt hoe het kan, neemt God – als je wilt, en de tijd gekomen is - dat allergewoonste en verandert het in het allerbijzonderste. Alles van het bestaan, je puin en je afval en je sleur en heel dat doodgewone wordt doordrongen van heiligheid, van vreugde, van helder geluk. Dat gebeurt nog steeds, ik verzeker het je.  Als je straks van de wijn drinkt, bedenk dat God weet hoe jij het beste tot je bestemming kan komen en wanneer de tijd rijp is. Daar mag je op vertrouwen.


En Absalom, loopt het voor hem alleen maar slecht af? In de bijbel wordt nog eens over terebinten gesproken, de terebinten van Mamre. En misschien heeft de schrijver daarom wel voor deze boom gekozen. Bij de terebinten van Mamre verschijnt God aan Abram en belooft hem een zoon. Het zijn bomen waar God de mens ontmoet, waar een nieuw begin wordt aangekondigd. Misschien kun je zeggen: God was niet ver weg toen Absalom stierf. Koning zou hij niet worden en dat was maar goed ook. Maar niemand valt, of hij valt in Gods hand. Want dat is wat Jezus in Kana duidelijk maakt: in het rijk van God stroomt de wijn van vergeving en vreugde overvloedig, meer dan je op kan. God is onverdeeld goed – en daar drinken we op!

 

strip zeurpiet
TerugVerder